Stichting Duinbehoud, hoe gek kan je zijn?

imagesR5RSGBZ3

‘’Wist je dat er in de duinen reeën leven? Het kan goed zijn dat je ze nog nooit hebt gezien, want als je een ree stoort rent hij snel weg. In ons nieuwe DUIN-magazine, dat begin april verschijnt, lees je meer over deze mooie en bijzondere duinbewoners. Heb jij weleens reeën gezien in de duinen en waar was dat?’’

Dat stond gisteren te lezen op facebook van de stichting Duinbehoud.

Waar halen ze het vandaan; de Ree is in de Amsterdamse Waterleidingduinen al bijna verdrongen door de waanzinnige overpopulatie Damherten.

In een  Alterra-rapport uit april 2013, getiteld ‘’Hoeveel damherten en reeën kunnen leven in de Amsterdamse Waterleidingduinen op basis van het natuurlijk voedselaanbod?”,  toont een grafiekje de neergang van de Ree zodra de Damhertenpopulatie boven de 200 exemplaren uitkwam. In 2012 nadert de stand van de Reeën de horizontale lijn, -die populatie nadert dus onderhand de nul: de Ree is vrijwel uitgestorven in de Awd. Het grootste aantal Reeën bedroeg daar, rond 2002, circa 230 exemplaren.

“Wist je dat er in de duinen reeën leven? luidt de onbenullige vraag. Ja, dat wisten we.

De stichting Duinbehoud heeft zich altijd faliekant verzet tegen een actief beheer van de populatie Damherten. Jacht is zondig. Met de stichting Faunabeheer en de Partij voor de Dieren behoort het daarmee tot de hoofdschuldigen die zorgden dat de Ree, door dat jachtverbod, bezig is uit te sterven. Mogelijk is er een reprise in Nationaal Park Zuid Kennemerland. Dat heeft weliswaar belooft om zijn stand van Damherten op 200 exemplaren te houden, maar dat moeten we nog maar afwachten.

Want niet Maxima is onze koningin, welneen de echte is mevrouw de douairière Marianne Thieme, directrice bij de PvdD. Zíj zwaait de scepter over het dierenvolk en zijn makke beheerders, ja die weet zij op meesterlijke wijze koest te houden.

Het sympathieke Reetje staat met een grote foto op de voorkaft van het aprilnummer van DUIN. Ik zal volgende week naar de bieb in de stad moeten om de inhoud te lezen. Nu kan ik alvast zeggen dat hun verhaaltje, dat te lezen is op http://duinbehoud.nl/nieuws/standpunt-actief-beheer-damhertenpopulatie/  het meest weg heeft van de scriptie van een brugklasser. Duinbehoud bezigt ecologische wartaal en laat weten geen boodschap te hebben aan onderzoeksresultaten.

Zo staat in standpunt-actief-beheer te lezen, dat de huidige damhertenpopulatie een ‘’wezenlijke rol vervult bij het tegengaan van het dichtgroeien van het duingebied”.

In het onderzoek dat vorig jaar zomer werd gedaan naar de effecten van de herten op de nectarplanten komt iets heel anders uit de bus rollen, en wel de volgende hun onwelgevallige conclusie:

‘’De vegetatie in de graaskooien is vergeleken met de vegetatie in referentieplots buiten de kooien. Op acht tijdstippen gedurende het groeiseizoen (periode begin mei tot eind augustus) is het aantal bloemen van nectarplanten geteld en is onderzocht of sprake is van vraatschade.

Het blijkt dat in de piek van de bloei voor drie van de vier onderzoeklocaties een aannemelijk tot zeer aannemelijk verschil is gemeten in het aantal nectarbloemen. De aantallen binnen de graaskooien lagen bij alle vier de locaties hoger dan buiten de graaskooien in de referentieplots. Voor het duingrasland waar de meeste damherten rondlopen en waar geen konijnen voorkomen bleek het verschil het grootst en gold dit verschil over vrijwel het gehele seizoen. In het duingrasland waar relatief weinig damherten en konijnen voorkomen is geen duidelijk verschil vastgesteld. In de overige duingraslanden met redelijke aantallen damherten waar ook veel konijnen voorkomen blijkt het verschil minder groot te zijn dan in een situatie zonder konijnen, maar de verschillen in nectarbloemen blijven aanwezig.

Voor alle duingraslanden gezamenlijk blijkt op de piek van de bloei een zeer aannemelijk verschil op te treden in het aantal nectarbloemen.

Wanneer werd gekeken naar de nectarhoeveelheid blijkt hier eenzelfde beeld uit te komen als bij het aantal nectarbloemen. Voor het duingrasland waar de meeste damherten voorkomen en geen konijnen blijkt dat grote nectarbronnen als ruwbladigen erg te lijden hebben van de damhertenbegrazing. Waar binnen de graaskooien nog honderden bloemen van deze planten bloeiden waren de bloemen vrijwel onvindbaar buiten de graaskooien.

Naast de nectarplanten is er ook gekeken naar enkele waardplanten. Het blijkt dat een negatief effect op waardplanten van de kleine vuurvlinder (schapenzuring) en het klein avondrood (glad- en echt walstro) wel aanwezig is, maar omdat deze planten in zulke grote aantallen voorkomen in de AWD is het de vraag of dit daadwerkelijk invloed heeft op deze vlindersoorten.

 De graslengtes van de duingraslanden blijken ook onder invloed te staan van de damhertenbegrazing, hoewel ook konijnen hierbij een rol kunnen spelen. Er zijn voor de drie duingraslanden met damherten grote verschillen gemeten in de lengte van het gras. Verschillen waar binnen de graaskooien een graslengte is gemeten die 35 cm hoger ligt dan buiten de graaskooien zijn geen bijzonderheid.

Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat de damhertbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk en in mindere mate van waardplanten in duingraslanden negatief beïnvloed.’’

Tot zover het rapport ‘Effect van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten van de Amsterdamse Waterleidingduinen’. Duinbehoud stelt onverdroten vast: ‘Er is geen overtuigend bewijs voor ecologische schade aan het duingebied als gevolg van begrazing door damherten’. Gevolgd door een ander lachertje: ‘Het damhert is een welkome aanvulling op de begrazing door konijnen en de begrazing door schapen/paarden/runderen.’

En toe maar: ’De rapporten geven aan dat er nog veel onderzoek nodig is om stellige uitspraken te kunnen doen.’

En zo zal het straks nog gebeuren dat, nadat er 80 jaar lang geen Reeën in Natura 2000 Kennemerland Zuid zijn waargenomen, de stichting Duinbehoud (inmiddels stokoud) met de ’stellige uitspraak’ op de proppen komt dat er inderdaad geen Reeën meer in leven zijn.

En dat moet de duinen gaan behouden? Kent de stichting soms enkel naïeve donateurs?

kp

Ps. Lees het rapport over de hertenschade en bekijk eens de schokkende foto’s op https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

 

 

 

De Awd staan in Struinen al lang in de uitverkoop

0000 Kaart metropool Amsterdam

Dit plaatje plukte ik van internet. Zie hoe de razendsnelle verstedelijking van de Randstad de wijde omgeving dreigt op te slokken. Het lijkt er akelig veel op, dat de eens door dr. Jac. P. Thijsse bejubelde kustduinen -die één groot nationaal park moesten gaan vormen-, door de driftig voortbouwende mens van Groot Metropool Amsterdam zomaar in een onbewaakt ogenblik de Noordzee in kunnen worden gekieperd.

De duinenrij aan de westelijke rand van de Randstad zijn onze laatste smalle richel van natuur en hare schone rijkdommen. Wie zou niet iedereen aanraden zich eraan vast te klampen, nu het nog kan? En wie wil overigens bezwaar maken als deze natuurparel tot in de verre toekomst voor het nageslacht behouden zou moeten blijven ? Of gaan we de economische ontwikkeling tot aan de zeereep voortzetten? In de Noordzee heb je al windmolens staan van 150 meter hoogte.  Het zou het industriepark ter land wel doen aansluiten op die in de zee.

Je moet de schaarse natuur behouden ter wille van de hedendaagse natuurbeleving, alsmede ter wille van de liefhebbers van de natuurstudie. Ook behouden ter wille van de broodnodige alledaagse recreatie,  voor al die duizenden die op gezette tijden hun behangetje thuis wensen af te wisselen met het decorstuk van de levende natuur. Ja, en voor de natuur zelf, maar dat ligt ethisch, ik durf er in deze goddeloze tijden haast niet voor uit te komen, lees dit laatste anders maar niet.

De natuurbeschermer dient zich eerst, in het kader van een maatschappelijke belangenafweging, af te vragen: waarin eigenlijk onderscheidt de natuur zich in de menselijke beleving van de bioscoop, van de file op de autoweg, van het voetbalstadion. Deze amateur-natuurbeschermer brengt graag naar voren, dat het de stilte, de rust en de ruimte van de natuur is, waarnaar de uitgeputte consumptiemens verlangt. Daarover lijkt me geen strijd mogelijk. Het zijn dan ook deze eigenschappen die genoemd worden in de beheersplannen van de Amsterdamse Waterleidingduinen.

De rust bewaar je niet door meer mensen je natuurgebied in te lokken. Zoals tegenwoordig de natuurorganisaties op raadselachtig tegenstrijdige wijze gewoon zijn te doen. Het eigen belang van de rustzoekende recreant is dan in het geding, en de natuur delft het onderspit . De terreinbeheerders gingen dus aan de slag en roepen nu voortdurend: -Komt allen kijken, loop met forse tred naar binnen, en wat u daar doet, het geeft allemaal niet, alles mag, fietscrossen, paardrijden, in megaploegjes hardhollen, dwars door het terrein tracken? ‘Alles is goed’, staat niet voor niets in de nieuwste, de één A4 velletje omvattende, beheersvisie voor de Awd uit 2011.

Die beheerders willen zoveel mogelijk bezoek hun terreinen binnenloodsen. Met hun coulante toelatingsbeleid stemt wonderwel het volgende overeen; die essentiële functionele eigenschappen waaraan zoveel mogelijk natuur in het ideale geval zou moeten voldoen, -rust, ruimte, uitgestrektheid-, ze zijn nooit en te nimmer onderwerp van discussie in de natuurbladen, zoals het Vakblad Natuur Bos Landschap, en ons oudste blad De Levende Natuur (eerste jaargang 1896) .

Dat is toch hoogst merkwaardig, want deze bladen laten zich anders over vrijwel alle aspecten die het natuurbehoud betreffen uit. Hebben de redacties de strijd om het behoud van de rust en de uitgestrektheid in onze natuurgebieden opgegeven omdat het binnenlaten van zoveel mogelijk bezoek -en overigens de gelijktijdige uitbreiding van de ruimte slokkende recreatiefaciliteiten-, nu eenmaal een ingesleten gewoonte is van de terreinbeherende organisaties?

Rustgebieden waren vroeger normaal en werden gerespecteerd. In de beheersvisie 2001-2010 van de Awd lees je nog op bladzijde 35: ‘

‘’Ruimte en rust kunnen alleen worden gewaarborgd dankzij het feit dat er niet gefietst mag worden. Fietsend worden de AWD verkleind tot een gebied dat in één uur doorkruist kan worden, terwijl de AWD wandelend een natuurgebied vormen dat groot genoeg is voor een tocht van een hele dag.’’

De beheerder van de Awd maakte door deze opdracht zichzelf een vreemde eend in de bijt; immers in 2001 waren Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer al bezig hun netwerken aan fietspaden over de laatste uitgestrekte natuurgebieden van ons land uit te werpen. Tot immens tevredenheid van de fietsersbond en de VVV’s, – die konden nu eindelijk tegen hun klanten zeggen dat elk stukje bos en moeras vanaf het stalen karos op steenworpafstand zichtbaar was geworden. Laat u de telescoop maar gerust thuis.

Lof dus voor Amsterdam, die toen op eigen terrein de modieuze uitbatingsneiging wenste te weerstaan; de rust wenste te behouden, en wel door de onrust van stoeten recreatiefietsers niet toe te laten.

Maar helaas, Amsterdam wilde kennelijk niet achterblijven in de recreatieve vermarkting van de kwetsbare natuur. En gelukkig, de Aw duinen vormen nog steeds het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland waar alleen gewandeld mag worden.

Struin alles kapot, maar geef ons geld!

De laatste jaren blijkt uit alles dat Amsterdam erop uit is het toerisme te bevorderen. In de stad vooral, daar zit het bestuur. Maar de natuur van de Awd is evengoed onderworpen aan dezelfde bestuurlijke bemoeizucht, en deze wil nu eenmaal dat alle activiteiten voldoen aan het commerciële oogmerk van zo hoog mogelijk aantal bezoekers. De parkeer- en kaartenautomaten zijn het middel om de gemeentebegroting te verlichten .

In de pogingen tot het bevorderen van de Recreatieve Uitbating is reeds enige jaren het voorlichtingsblaadje Struinen behulpzaam. Dat wordt uitgegeven door Waternet. Elk kwartaal druipt dit allergiftigste recreatieorgaantje zich door mijn brandschone brievengleuf het huis binnen, en voorwaar ik zeg U, het blaadje is werkelijk zum Kotzen.

Waarom? U moet het blaadje zelf maar eens inzien. Houd een zak gereed. Het gaat de voorlichting van Waternet er niet langer om de lezer de verschillende facetten van de natuur op educatieve wijze voor te schotelen en het behoud van een zeer belangrijk natuurgebied voor Holland te bepleiten. Neen! Het gaat er om te laten zien hoeveel pret je wel niet kan beleven in de natuur van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dolle boel. Die mag daar zowat afgebroken worden, is de indruk. De natuur is zuiver decor, groen decor, de natuur is verbouwd tot activiteitencentrum.

Vanaf nummer 59, winter 2008, staan in Struinen op de voorpagina steeds negen fotootjes van recreanten afgebeeld; in de volgende al of niet grappige hoedanigheden: zoals de struiner met kind op schouder, de zelfstandige jonge juffrouw met rugzakje dapper op voetpad, de vijf heren en één vrouw met kijker in de aanslag, de negen kinderen op de speelweide, heel verantwoord opvoedkundig correct uitgebeeld; zoals de joggers, hun doorzweterige hemden en roodaangelopen huid goed zichtbaar gemaakt om de sportiviteit te benadrukken; de ploeg duidelijk in scene gezette vrijwillige natuurbeheerders (mogelijk toevallige voorbijgangers die de fotoredacteur behulpzaam wilde zijn); de negen ruiters, allen steeds op een ander type paard of pony gezeten, wel dezelfde soort petjes (misschien ook uitgedeeld, voor een of ander effect); de negen in de felle zon turende zittende bezoekers; de fotootjes van de mensen die met die stokken lopen, hoe heten die, Nordwic walgen zoiets; de negen met zware telelenzen uitgeruste stoere safarigangers; de negen boswachters met iets om handen, onduidelijk wat, ja wat doen die gasten eigenlijk ooit; de negen gezellige picknikkers; nogmaal de telescoopdragers. Maar vanaf winter 2012 wisselt het perspectief op vrij revolutionaire wijze, het begint met een voorpagina met liefst 81 kleine fotootjes van evenzovele druk in de weer zijnde recreanten, ieder gaat zijn of haars weegs, maar het betreft hoogsvermoedelijk het waanzinnig op zoek gaan naar ultiem genotsbevrediging bij Moeder Natuur op schoot.

Verder komt er in Struinen best nog wel enig ecologisch nieuws tot ons, zeker; over bloemetjes en bijtjes enzo, maar ik denk veel minder tekst als vroeger.  Een achteruitgang is dat Struinen niet alleen maar handelt over de Awd, het bevat tevens ook ultrakorte reportages over bij voorbeeld zwembaden in Amsterdam West. In het laatste nummer 80 gaat het over de opkomst van daktuinen, de mooiste en grootste bevinden zich – en dat verbaast me geenszins-, boven op de toren van een van de geldmaffiakantoren in de Zuidas. Ik kan niet zeggen dat ik straks vanuit de metro die daar langs komt, op weg naar de duinen voor een prunusklus, veel heb aan die daktuinen, die zogenaamde afgeleide Awd-natuur uit Struinen dus, want beneden zijnde kan je niet van bovenaf er op neer kijken. Het zal wel.

Verder in nummer 80 lezen we de willekeurige mening van de Amsterdamse stadsecoloog, de heer Martin Melchers. Hij vindt: ‘hou het bij dat ene fietspad, tussen ingang de Oase en de Natuurbrug’.

Hij vindt. Maar een motivatie om dit over honderden meters de ongerepte natuur schade toebrengende fietspad te billijken, die kan de stadecoloog niet geven. Zeker te moeilijk. Maar waar praat je dan over man.

Een stadsecoloog verdwaald in de volle natuur is als een vreemde eend in de bijt. Keer dus snel om, ga terug naar Mokum, die stinkstad die niets op heeft met natuurbehoud, tast met je snorkel de modderige bodem van de gracht af, ga zoeken naar de nieuwste exotische kreeftensoorten, maar laat de Awd met rust.

Recreatie, natuurbeleving, sportpret op alle mogelijk manieren die je maar kan bedenken (‘Alles mag’) staat bij de Amsterdamse pr en natuurvoorlichting voorop. De natuur heeft het nakijken, die is secundair in het beleid geworden. En weer te bedenken dat we het nog steeds hebben over een Beschermd Natuurmonument. Te bedenken, dat een stadsraad, waar vrijwel geen hond geïnteresseerd is in het natuurbehoud (CDA-er D. Boomsma is de grote uitzondering), er geen zeggenschap zou mogen hebben.

Fietsen mag nog steeds niet in de Awd, maar bij Staatsbosbeheer is het fietsen niet alleen overal toegestaan, zelfs op het smalste bospaadje; onderhand heeft de fietscrosser er honderden kilometers circuit tot zijn beschikking gekregen. Ik vrees dat zelfs de motorcrosser ingang heeft gevonden bij de staatsbosbeheerder.

Dat zit zo. Vanmorgen vroeg schrok ik op van een harde plof op de deurmat, het blad ‘naar buiten’, gleed dit keer naar binnen. Dat wordt nog boenen. Dat is het voorlichtingsblad van SBB. Dat staat vol foto’s, voornamelijk zie je onuitstaanbaar olijk en vrolijk kijkende mensen, op stap in de natuur. Gaat het nou over de natuur, of over de mens, of over de recreantenmens in de natuur, vraag je je af. En daarna: tot welke hybride natuurbeheerder is de staatsbosbeheerder in godsnaam geëvolueerd ?

Maar ik schrok werkelijk van het volgende. Een citaat:

‘’Terug gaat het, langs een beekje. Brandschoon water boordevol kikkervisjes. ‘Dat worden allemaal kikkerbillen’, twittert de kok. De Harleys van Jonnie en Thérese staan te lonken op het zandpad. ‘Tjonge, dat was leuk. Als we dit nou altijd op onze vrije dag zouden kunnen doen….’ Maar vrij of niet, de volgende afspraak wacht in Zwolle. De motoren starten met luide ploffen en het gedreun vult het Vechtdal. De hand nog even omhoog, een draai aan de gashendel en weg zijn ze.’’

Het artikeltje gaat vergezeld van een foto met daarop twee motoren, rijdend op het zandpad door het staatsbos, -bij Junner Koeland. Is dat de toekomst van de laatste stukjes natuur bij ons aller Staatsbosbeheer? Dat de rust bewust door de natuurbeheerder naar de knoppen geholpen wordt? Staatsbosbeheer moet tegenwoordig voor eigen inkomen zorgen. Wil het zich laten betalen door voortjakkerende motorrijders?

De tijd dat natuurbeschermers bij gemeenten aandrongen op het sluiten van zandpaden voor auto’s en motoren is wel voorgoed voorbij. Nu nog wachten op de asfaltering. Daarover vast in de volgende ‘naar buiten’! kp

Lees beginselverklaring van Stichting Natuurbelang AWD

000 awd landschap mooi

 

In het vorige bericht zette ik de aanval in op de zelfbenoemde Groot Metropool Amsterdam. Het zal niemand verbazen dat de van weeddampen doortrokken drugshoofstad van de wereld zich moeilijk kan houden aan de natuurbeschermingswet. Een junk die de bodem van een vuilnisbak uitschraapt op zoek naar resten beschimmeld voedsel  schendt het particulier bezit, hij opent de deksel die niet van hem is.  Op die manier gaat Amsterdam om met de natuur; die is ook niet van hem, hij heeft niks te zoeken in de duinen van god, hij heeft ze daarentegen wel verwaarloosd door het toestaan van schimmelige prunus- en bambiplagen. De stadsyuppen, -sinds de raadsverkiezing van gisteren is het vooral ondersoort D66 die de scepter zal zwaaien-, behandelen al jarenlang het mooie duinbezit onder de rook van Haarlem met stiefmoederlijke zorg.

De van de natuur vervreemde stadsfiguren slaagden er bijna in om er een ordinair mega-hertenkamp van te maken -van liefst 8000 Amsteldamherten. En ze zijn al jaren bezig de natuur, de rust en de ruimte te verkwanselen aan druk fietsverkeer. Want, zo luidt de redenering, als de wandelaar mag struinen, waarom mag de mountainbiker er niet crossen? We leven nu bijna in een democraten 66 cultuur, en is natuurbeleving niet een groot goed dat we dienen uit te buiten? De atb-ers crossen hier en daar al in de wilde duinen, stiekem; nou ja wat heet stiekem,  de boswachters hebben kennelijk van de aftredende PvdA-wethouder Gehrels de instructie gekregen gewoon de andere kant op te kijken. Dat doen ze, het is vaak gezien.

Morgen waarschijnlijk op dit blog (waarvan ik me afvraag of het eigenlijk wel door één mens gelezen wordt, maar wat niet is kan komen) een ‘bericht’, over de manier waarop dat naar cannabis stinkend Mokum de duinnatuur op een totaal disrespectvolle manier presenteert in haar verachtelijke blaadje Struinen.

Op de Stichting Natuurbelang Amsterdamse Waterleidingduinen ben ik niet in alle gevallen zo dol (als concurrerende firma heb ik nu eenmaal op mijn eigen winkel te passen), maar die gasten schoppen tenminste als enige de Waternet-directie alsmede de verantwoordelijke Amsterdamse wethouder bij tijd en wijle keihard de rechtszaal in, waar ze duchtig de oren worden gewassen door de rechter. In de Awd, oordeelt edelachtbare streng, daar wordt niets gedoogd Stad! En  luister goed: de Natuur is geen coffeeshop! Moven!

Genoeg inleiding. Lees hierna de ‘beginselen’ van mijn concurrent, die wel een beetje verouderd is merk ik, maar die ik nochtans in alle harten aanbeveel, en schenk gul!

 

BEGINSELVERKLARING

De  Amsterdamse Waterleidingduinen is het  grootste wandelgebied van Nederland. De recreatieve druk is er groot. De  beheerder Waternet wil samen met de provincie Noord-Holland een fietspad door  de de AWD aanleggen. Mocht dat lukken dan stromen de racefietsers toe, ook  kunnen mountainbikers het beschermd natuurmonument binnentrekken. Dan lijkt het  voorgoed gedaan met de rust.

Het  laatste decennium zijn de natuurgebieden onderhevig aan de mode om ze vol te  stoppen met fiets-, wandel- en ruiterpaden. Nadeel hiervan is de steeds groter  wordende versnippering. Deze hoort niet thuis in een echt natuurgebied. Vaak  hoor je zeggen dat de recreanten nodig zouden zijn voor het ‘draagvlak’ van  natuurbehoud. Anderzijds zou het natuurlijke draagvlak van diezelfde  natuur het kunnen begeven onder het zwaarwegend menselijke gebruik. Het  natuurbehoud raakt door het eenzijdige beklemtonen van het recreatiebelang het  spoor bijster, het behoud terwille van de natuur zelf, dat verheven idee  dreigt achter de horizon te verdwijnen.

De  AW-duinen zijn slecht beschermd om twee redenen. In de natuurbeschermingswet is  geen absolute grens gesteld aan de recreatieve ontwikkelingen. De bestuurders  van de diverse overheden vervolgens zullen vroeg of laat gehoor willen geven  aan de consumptieve verlangens van de recreatiesector. Zij kunnen evenmin, met  de wet in de hand, de natuur een consequent en principieel volgehouden  bescherming geven. Zo gebeurt het, dat  de provincie door de ruime marge van de nb-wet, vergunning kan geven voor de  aanleg van een fietspad. Het bestuur van de gemeente Amsterdam, die  eigenaar van de grond is, kan natuurlijk zijn fiat geven aan maatregelen die  slecht uitvallen voor de natuurwaarden. En elk jaar een klein stapje achteruit  betekent uiteindelijk algehele degradatie.

Stichting  Natuurbelang Amsterdamse Waterleidingduinen is ervan overtuigd dat de AW-duinen niettemin  bescherming geboden kan worden. De stichting wil bij de gemeente de aandacht  opeisen voor de AWD. Het moet mogelijk zijn de politieke partijen in Amsterdam  te laten doen wat ze voortdurend roepen: ‘duurzaam natuur- en  milieubehoud’.  Uiteindelijk zouden aan  de AWD een blijvende bescherming geboden kunnen worden, namelijk door een eigen  gemeentelijk duurzaam natuurbeschermingsstatuut. Dat zou de gaten in de  natuurbeschermingswet kunnen dichten en bestuurders geen ruimte laten voor  onheilsplannen. In het boekje ‘Onze Duinen’ uit 1946 beval Jac. P. Thijsse aan:  “Het heele gebied moet in districten verdeeld worden, elk met zijn eigen  statuut, van overheidswege bekrachtigd.”

Een  gedegen natuurbeleid voor de AWD werd in de eerste beheersnota 1979-1989  aangekondigd. Zo staat er: “Het openstellen voor wandelaars en in beperkte  mate voor ruiters op de daarvoor bestemde ruiterpaden. Motorvoertuigen,  (brom)fietsers en honden worden niet toegelaten.” Voorts werd vastgesteld:

  • behoud van de eenheid van het gebied
  • behoud van het karakter van rust- en  stiltegebied
  • beperking van de recreatiedruk tot maximaal  het huidige niveau
  • bescherming van de vegetatie en fauna door  zonering

Stichting  Natuurbelang AWD werpt zich op als behoedster van de AWD en acht deze vier  kernpunten onvergankelijk.

De tweede  beheersnota, voor de jaren 1990-2000, vermeldde eerlijk dat aan de punten 3 en  4 ”nooit veel aandacht is geschonken”. Echter, de derde beheersvisie  2001-2010 legt op geen van de punten verantwoording af, maar die kondigt in  beginsel nog een zeer goed natuurbeleid aan. Nu echter lijkt Waternet met de  afbraak van het in 1979 oerdegelijk begonnen natuurbehoudsreglement te zijn  begonnen. Met als hoogtepunt wellicht het voornemen van het vlak bulldozeren  van de 28 meter hoge Stokmansberg terwille van een fietspad en een  ‘natuurbrug’.

Door  vergroting van de recreatiemogelijkheden wordt het ‘maximale niveau’ van  recreatiedruk overschreden. Recent werd een ruiterpad van drie kilometer lengte  aangelegd. Binnen anderhalf jaar tijds is dit het tweede. Het zijn kale, tot  drie meter brede, periodiek geëgaliseerde ruiterwegen. Ze stonden allebei niet  vermeld in de beheersvisie 2001-2010 en zijn daarom verboden. Evenals de  verplaatste toegang naar het parkeerterrein voor 700 auto’s aan de  Langevelderslag, die derhalve kan uitgroeien tot nieuwe hoofdtoegang.

Amsterdam  lijkt haar grip op het natuurbeheer door Waternet te verliezen. Toch mogen we  niet toestaan dat het natuurbeschermingsbelang wordt geschaad. De AWD verdient  meer dan een matige directie natuurbeheer en een slapend oog van de  toezichthouder.

De AWD is  van en voor de natuurliefhebber. Bovenal: van en voor de natuur zelf!

De  Amsterdamse Waterleidingduinen vormen een kostbare parel aan de Keizerskroon.  Koester het Kroonjuweel. Zal dat besef doorbreken in de hoofdstad? Joost mag  het weten. Wij tellen de dagen, we nemen de tijd, maar actie is geboden en wij  zetten door!

http://www.natuurbelangnederland.nl/leden.html

 

 

Amsterdam wil overal pretparken, in de stad, in de natuur.

cropped-000-Keizerskroon.png

De recente ‘’Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen2011-2022’’ vertoont een sprekende gelijkenis met de opstelling van de gemeente Amsterdam inzake het ‘beheer’ van de historische binnenstad.

Hoewel beide gebieden, de een is stad, de ander natuur, gebaat zijn bij behoud van de oorspronkelijke waarden,  heeft de raad ervoor gekozen de toeristische ontwikkeling geen strobreed in de weg te leggen. Het brengt immers geld in het laadje, en moet de toeristische mens niet volop aan zijn geneugten komen?

In Het Parool van 10 maart staat een opmerkelijk opiniestuk van Hendrik Battjes van de Vereniging  Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Die vereniging zet zich af tegen de toeristische vercommercialisering  van de voorheen relatief rustige binnenstad . Het wordt daar een pretpark zonder weerga, stelt de vereniging vast.

Het aantal overnachtingen steeg sinds 2011 van acht tot tien miljoen per jaar. Op een ranglijst van 24 Europese steden met het aantal hotelovernachtingen per inwoners staat Amsterdam bovenaan. Het aantal evenementen is de laatste jaren sterk toegenomen. Het gevolg is dat op bepaalde tijdstippen bijna de helft van de 84.500 binnenstadsbewoners de binnenstad mijdt vanwege de drukte. Het percentage dat evenementen gezellig vindt zakte sinds 2011 van 58 tot 36 procent. Volgens de vereniging  hebben de drukte en de overlast in de binnenstad inmiddels een onaanvaardbaar niveau bereikt.

Battjes merkt in zijn artikel op: ‘’Een van de voorwaarden van Unesco om een gebied tot werelderfgoed te bestempelen is behoud van authenticiteit en integriteit. Maar tijdens het toeristenseizoen, dat steeds langer duurt, wordt het straatbeeld gedomineerd door bonte toeristenbussen, plastic waterfietsen, partyboten met muziek, fietstaxi’s, groepen gele, groene en blauwe huurfietsen en de niet weg te krijgen bierfiets.’’ […] ‘’Al met al gaat het gekoesterde authentieke beeld van de binnenstad steeds meer schuil achter een toeristische façade.’’

De oorspronkelijk bewoners van Venetië zijn hun stad ontvlucht wegens de drukte die het groeiende toerisme met zich meebracht.  Hotels kochten alle woonruimte op. Sommige steden en landstreken in de wereld zijn dusdanig vermaard om hun beauty en aantrekkingskracht, dat de toeristenkaravaan weinig heel wil laten van de oorspronkelijk schoonheid. In de stad Amsterdam lijken de Wallen met opzet als toeristenstandaard  te zijn genomen. Battjes merkt op dat de karakteristieke stenen boogbruggen al sinds jaar en dag geaccentueerd worden door rijen lampjes, ”alsof ze zonder lampjes niet de moeite waard zijn”.  Amsterdam hangt kortom graag de prostituée uit, en de vrees dat Amsterdam een verdergaand proces  naar losgeslagen stadspretpark staat te wachten staat, lijkt me niet overdreven groot.

En Battjes stelt de cruciale vraag, eentje die evenzeer van toepassing is op het natuurgebied van de Amsterdamse Waterleidingduinen:  ”Waarom eigenlijk? Komen toeristen voor het toerisme of voor Amsterdam?’’

Vertaald naar het natuurmonument: komen de recreanten  in de Awd voor de natuur, of voor een gezellige belevenis  waarvoor je net zo goed terecht kan in het overvolle, drukke Vondelpark, gezellig samen oplopen en joggen met een hoop mensen samen in de buitenlucht? De tegenstelling tussen de natuur, de rust en de ruimte in het duinlandschap enerzijds en de drukke menselijke levendigheid en dynamiek van het stadspark anderzijds wordt door het stadbestuur, lijkt wel, met opzet om zeep geholpen. Alles moet druk stadspark worden.

Richt op Vereniging Vrienden Amsterdamse Waterleidingduinen

Tijd wordt het dus ook voor een Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Om te voorkomen dat de stad blijvend zijn stempel gaat drukken op de schaarse natuur van de Randstad. Het stempel van de koninklijk goedgekeurde toeristische verpretparking.

De geest die de recente Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022 ademt stinkt namelijk teveel naar gewilde massarecreatie, en niet naar de welriekende duinviool van weleer . Het begrip ‘’beschermd natuurmonument’’-dat het wettelijk nog steeds is- komt er bij voorbeeld helemaal niet in voor. Ra ra. De hoofdstad gaat er klakkeloos aan voorbij dat we met een soortenrijk duinlandschap te maken hebben. En waar de vorige beheersnota gloedvol sprak van ‘natuur, rust en ruimte’, daar wil bestuurlijk Amsterdam voortaan de pooier spelen, de toeristenexploitant van het ordinaire Damrak .

De nieuwe stadse  beheervisie telt woorden die op één A4 gaan, ja waarom ook al die moeite. Haar opstelling is arrogant, de stad heeft duidelijk geen oog voor de kwetsbaarheid van een nationaal erfgoed, ons grootste aaneengesloten wandeldomein in de natuur.

Wat staat er in deze postmoderne ‘visie’: ‘’De recreant kan op eindeloos veel manieren genieten  van het duin. Bezoekers kunnen kiezen of ze willen wandelen, sporten, paardrijden, huifkarrijden, spoorzoeken, dieren en planten spotten of gewoon luieren. Alles kan.’’

”Alles kan!” Alle takken van sport mogen er beoefend worden, het staat er. Maar dat is de leus die boven de toegangspoort van een sportpark of pretpark moet worden opgehangen, niet van een natuurmonument. De houding sluit naadloos aan bij de toeristische metropool, waartoe Amsterdam wil uitgroeien. De natuurvisie is bedoeld om reclame te maken, om zoveel mogelijk mensen het eens stille natuurgebied in te trekken. Dat ‘Alles kan’ heeft weinig tot niets met verantwoord natuurbeheer uit te staan. Amsterdam wenst geen onderscheid meer te maken tussen een stadspark en een natuurgebied dat onder Europese bescherming staat. In de vorige beheersvisie 2001-2010 kon de natuurliefhebber nog geruststellend lezen:

‘’Het recreatiebeheer in de AWD blijft gericht op het behoud van rust en ruimte. De bestaande toegangsvoorwaarde worden gehandhaafd; men moet een toegangskaartje kopen, er mag niet worden gefietst en huisdieren mogen niet worden meegenomen. De AWD blijven een uniek wandelgebied, waar men op ontdekkingsreis dwars door het duingebied kan verdwalen.’’

Prachtig, dat klinkt bijna als de duurzame eedaflegging van een duinnatuurgrondwetje. Maar helaas, Amsterdam liegt dat het gedrukt staat. Laten we eens nagaan wat er in die beheerdersjaren allemaal voor onoorbaars gebeurd is. In 2007 legde de gemeente illegaal een drie kilometer lange extra ruiterroute aan, dwars door  ‘’de rust en ruimte’’ van het alom geroemde ongerepte duinlandschap. In 2009, -en wederom zonder dat bij het bevoegd gezag, de provincie, een vergunning werd aangevraagd dat noodzakelijk is op grond van de Nbwet-, eveneens een illegaal ruiterpad, ook van drie kilometer lengte. Honden mogen sinds vorig voorjaar worden uitgelaten in een van de laatste rustgebieden, het Boogkanaal, al is dat -waarschijnlijk om opportunistische redenen- voor even afgesloten.

Voorts. Het illegale fietsen wordt de laatste jaren oogluikend toegestaan; zelden hoor je dat boswachters iemand daarvoor op de bon slingeren. Mountainbikers worden bij herhaling gesignaleerd in de Zuidduinen, het duingebied tegen de bebouwde kom van Zandvoort aan.

De hele recreatieve verkwanseling vindt in een noodtempo plaats en lijkt verdacht veel op een prelude voor de algehele openstelling, voor het grootscheeps toelaten van een druk fietsverkeer. En dat is gezien de vastomlijnde plannen die de hoofdstad heeft om de ‘’Metropoolregio Amsterdam’’ op te stoten in de toeristische  vaart der volkeren zo logisch en zo verklaarbaar als wat.

Hoop biedt evenwel de vluchtig aangenomen motie van de raad in 2012: ‘’Ook in de toekomst zijn er geen fietsroutes dwars door het gebied gepland’’. De motie is echter te zien als een soort troostprijsje voor de toen vastgestelde aanleg van een fietspad die zal gaan lopen van de ingang Oase naar het recroduct (ook alweer drie km).

Zal het fietsen in de Awd daar echt bij blijven? De politicus is een windvaan, zijn stofje verscheurt in de harde zeewind.

Volgens mij kan alleen een Vrienden voor de Amsterdamse Waterleidingduinen borg staan voor het behoud van het grote natuurgebied, voor zijn rust en ruimte, voor zijn welige gevoel van uitgestrektheid die het de wandelaar en de rustzoeker schenkt. Alleen Vrienden staan borg voor de vrijwaring van drukte waar Amsterdam zo stapeldol op is.

Gelukkig bestaat er al een stichting Natuurbelang AWD, en die voert het ene na het andere proces om de wetsovertreder, wethouder Gehrels van de PvdA die verantwoordelijk is voor de Awd, te veroordelen wegens herhaalde illegale grensoverschrijding.

Dus natuurliefhebbers wordt wakker! Steun met gulle gift http://www.natuurbelangnederland.nl/

kp

 

 

 

Vragen aan wethouder Carolien Gehrels over status Boogkanaal

000 hondenuitlaatgebieden-groen 1
Boven het rode pijltje loopt het naar het noorden lopend zuidelijk deel van het Boogkanaal, dat Amsterdam lijkt te willen offeren aan drukke recreatie. Lichtgroen is bestaand hondenuitlaatterrein. Klik op plaatje voor vergroting!

Amsterdam, 13 maart 2014

Aan de wethouder Waterbeheer, Kunst en Cultuur van de gemeente Amsterdam, mevrouw Carolien Gehrels,

Onderwerp: Tijdelijke fietsroute langs het Boogkanaal te Zandvoort

Edelachtbare,

In een brief aan de raadscommissie EZP, d.d. 9 juli 2013, stelt u: ‘’Een bestaand pad nabij het Boogkanaal wordt daarom tijdelijk (naar verwachting tot eind 2013) als omleidingsroute gebruik.’’  Door de in aanbouw zijnde natuurbrug over de Zandvoortselaan moest daar namelijk tijdelijk een fietspad worden afgesloten.

Die tijdelijke openstelling betreft het zuidelijke deel van het Boogkanaal, dat door de gemeente Amsterdam altijd als rustgebied werd gerespecteerd. Ook in de jongste ‘’Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022’’ is geenszins sprake van een andere bestemming dan die van rustgebied; voor de natuur, voor de fauna.

In strijd met uw belofte het gebied als rustgebied in ere te herstellen zodra het ecoduct was voltooid , namelijk door sluiting van de toegangshekken, stonden deze tot zeer recent nog open

Het ecoduct is reeds op 20 december 2013 opgeleverd. De beloofde sluiting liet dus onnodig maanden op zich wachten.

Dit voedt de gedachte dat Amsterdam en /of Waternet er eigenlijk op aansturen het Boogkanaal definitief open te stellen voor fietsers, wandelaar of hondenuitlaters. Maar overal in en rond Zandvoort kan je al fietsen en voor hondenuitlaat geldt vrijwel hetzelfde.

Amsterdam is regelmatig in overtreding met de natuurbeschermingswet. Twee verschillende ruiterpaden van ieder drie kilometer lengte werden de laatste jaren zonder vergunningaanvraag bij het bevoegd gezag, de provincie,  dwars door ongerept duinlandschap aangelegd, en tot twee keer toe heeft de stichting Natuurbelang AWD bewerkstelligd dat deze werden opgeheven. Deze  wetsontduiking door de gemeente Amsterdam kosten een hoop geld aan advocatenkosten.

Amsterdam beschouwd  het natuurgebied tegenwoordig meer als een recreatief pretpark dan als een zorgvuldig overeind te houden beschermd natuurmonument, wat het in de zin van de wet is.

Het Boogkanaal was dus tijdelijk opengesteld, maar veels te laat weer afgesloten. Betreft de laatste sluiting nu een definitieve of is ook dat weer een tijdelijke maatregel? Door de hele gang van zaken, door het schimmig beheer, tasten we in het duister.

Amsterdam zou expliciet en zwart op wit kunnen bevestigen dat het Boogkanaal een rustgebied was, is en blijft.

Dat laatste is een vraag waarvan we uw antwoord genadig afwachten.

In afwachting van uw antwoord teken ik, hoogachtend,

K. Piël,

Herstel Inheems Duin,

Ziet u ons weblog //herstelinheemsduin.nl, waar we deze brief tevens op zullen publiceren

.

 

Dag, het was een klotedag

000 natuurbrug 1280x 853

Dag,
Gisterenavond voor het eerst over het recroduct gegaan, snel met vouwfiets vanuit mijn prunuswerk. Wat zag ik een immens verkeersplein, een rotonde!  Wat is er een toeristisch verkeersknooppunt verschenen daar aan de Zandvoorstelaan. En alles ten koste van een wettelijk beschermd natuurmonument! De kant van Nieuw Unicum is vooral op de schop gegaan. Het landschap lijkt nu te bestaan uit beklinkerde fietspaden. Die zijn wel vier meter breed, twee vrachtauto’s zouden elkaar nog kunnen passeren.
Met dank aan de geweldige stichting Duinbehoud die altijd gepleit heeft voor deze wantoestand. Of jullie dat willen noteren als optellend bij de cumulatieve negatieve effecten? Ik bedoel niet Duinbehoud, maar de vernietiging van de grote oppervlakte aan natuur en rust, Duinbehoudje zo klein als het is moet je gewoon door de plee trekken. Tot mijn afgrijzen was er een toegangshek, en dat wist ik helemaal niet. Iedereen kan nu direct vanaf de drukke Zandvoortselaan op de stille Stokmansberg komen, die lag altijd zo afgelegen in een uithoek te dromen. Zonering, eens een kostbaar goed in het natuurbeheer, is totaal naar de knoppen.
Mijn dank gaat uit naar Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, de voortrekker van deze zogenaamde ‘natuurbrug’, die commercieel denkende ‘natuurorganisatie’. Die zo tuk is op recreatiebevordering en natuurbeleving. Die aan de wieg stond van de ‘nieuwe natuur’,  die hier de natuur totaal versplinterend heeft met zijn symbolische natuurbrug. Die net als Duinbehoud van aankloten weet met mooie brokstukjes natuur. Met dus ook veel dank aan Duinbehoud, die wilde dat schokbetonnen geval zo graag hebben. Deze stichting betaalt met de steun van haar donateurs mee aan het behoud van de duinen, vandaar de toepasselijke naam Duinbehoud. Het zijn oplichters.
Verder gefietst. Hek naar Boogkanaal is nu dicht, er is een hangslot omheen gedaan. Ik zal morgen een poging wagen de wethouder te vragen wat nu de status van het beschermd natuurmonument is. Als ik maar niet opnieuw door die arrogante ambtenaar met aardappel in zijn keel wordt afgewimpeld.
Is de sluiting tijdelijk? Is een beschermd natuurmonument volgens de salonsocialisten die in Amsterdam de dienst uit maken een tijdelijke aangelegenheid waar je een beetje mee aan kan rommelen? Mogen er om de electorale rust te bewaren zo vlak voor de raadsverkiezingen even geen honden los worden gelaten? Is dat soms de reden? Ingeslapen duinconsulent Cees van Duinbehoud in Zandvoort weet het antwoord ook niet, natuurlijk niet, hij is stokdoof voor kwesties die vragen oproepen.
Nou, welterusten Duinbehoud, de ballen,
Kees

Vragen van ‘n lezer: hoe groot is dat afschot?

000 damhetren en toren zandvoort imagesG9L8X9I2
Cultuurhistorici zien met lede ogen aan hoe de stokoude vuurtoren van Zandvoort schuilgaat achter een haag van Amsterdamherten

Van de  heer H.H. uit H. (een tip van de sluier: de laatste H staat voor een plaats niet ver van de kust gelegen) kwam een verbaasde e-mail; hoe ik er toch bij kwam dat de recente koerswijziging van jagersvereniging Het Edelhert een groter afschot mogelijk zou maken. Dat moest volgens H.H. wezen: een kleiner afschot!

Zoals bekend ligt de Nederlandse  jager al sedert tijden onder een spervuur van maatschappelijk ongenoegen, en wanneer  de heer H.H. het jagersgilde nu opeens in bescherming gaat nemen door die een bescheiden afschotsplan toe te dichten,  dan is dat toch wel bijzonder te noemen. Want de heer H.H. heb ik heel anders leren kennen, tussen ons gezegd en gezwegen: hij is meer het PvdD-gedachtegoedje toegedaan. Eerder nog zou je daarom denken dat H.H. jagersman de huid zou volschelden dan hem het voordeel van de twijfel te gunnen.

Maar inderdaad, in het brief zoals ik die naar Het Parool stuurde (hij staat integraal in het eervorige bericht van 8 maart), schreef ik dat de jagersvereniging in haar eigen nota uit 2011 nog stelde dat er in de duinen plaats was voor maar vier damherten per honderd hectare, ofwel in de hele Aw duinen 140 stuks. Terwijl in een recent interview daarentegen de jagersvoorzitter, de heer Linthorst, een stand van 900 Dammen ook wel prachtig vond. Niet terug naar een stand van 140 maar naar een stand van 900! En dat scheelt wel 760 bambi-slachtoffers. Dus, om van een stand van nu wel 2000 Dammen te komen op 900 hoef je duidelijk minder af te schieten dan naar een stand van 140: een kleiner afschot!

De paradox van het afschot

De paradox die heer H.H. uit H. heeft opgeroepen is niet moeilijk uit te leggen. De natuurcriticus dient om te beginnen plaats te nemen op de stoel van de fictieve ideale natuurbeheerder, en die houdt een scherp oog gericht op de toekomst en zeker de nabije, laten we zeggen de komende vijftig jaar.

Bij een aan te houden verantwoordelijke stand van 140 Damherten -dat ideale getal uit de Vereniging Edelhert nota-,  komt het jaarlijks afschot overeen met de jaarlijkse aanwas die ongeveer 25 procent bedraagt, dat zijn 35 beesten. In vijftig jaar tijds worden er geschoten 50×35=1750 dieren.

Bij een aan te houden stand van 900 Damherten echter -en dat is weliswaar een overdreven hoge wildstand die voorkomt uit de potsierlijke gril van een al wat ouder wordende voorzitter van, let wel, dezelfde jagersclub- bedraagt het jaarlijks afschot ook ongeveer 25 procent, zijnde 225 beesten. In vijftig jaar tijds worden hier geschoten 50×225=11.250 dieren.

Het verschil in afschot over 50 jaar -tussen de hoge populatie van 900 Damherten die het duinbos tot op de bosbodem kaalhouden en de meer natuurbehoudsecologische stand van 140 Damherten- bedraagt 11.250-1750=9.500 dieren.

Echter, in de aanvang hoeven er ten gevolge van jagersgril minder dieren afgeschoten te worden, niet terug naar een stand van 140 dieren maar naar 900. Het verschil van 760 brengen we in mindering op 9.500 dieren. Dat sommeert nog altijd in een extra gevulde grote wildbraadpan van 8740 Damherten.

Zoveel Damherten netto extra kunnen de jagers op middellange termijn afschieten. De jagersvoorzitter lijkt met zijn recente voorstel in Het Parool uit te willen zijn op een hoger afschot, en hij dacht ver vooruit. Meneer H.H. te H. dacht begrijpelijk genoeg aan het eenmalige afschot dat de komende jaren primair op stapel staat om de stand omlaag te brengen. Naar 900 of 140 dieren. (Of naar 600, zoals je veelvuldig in de wandelgangen verneemt?)

De dierenliefhebber moet zich realiseren dat hij, als hij het dodelijk afschot zoveel mogelijk wil beperken, voor een zo laag mogelijke stand moet pleiten. Doden is in zijn ogen immers barbaars, ja zelfs zou het lijden inhouden (wat me niet mogelijk lijkt bij een welgemikt schot). Zijn geheime wens is, aan al dat lijden een eind te maken. Dat ideaal kan extreem gesteld het best geschieden door een eind te maken aan de natuur. Hef die op! Die roep om gerechtigheid  zal vroeg of laat te horen zijn van  een of ander factie uit het front van de dierenbevrijders, het voldoet aan de logica van de extremist.

Nou, de stichting Faunabescherming, de stichting Duinbehoud en de Partij voor de Dieren, die waren al een flink eind op streek door. Ze proberen al  jaren een niet-schieten beleid bij Amsterdam er doorheen te drukken. Door hun aan het natuurbeheer tegenstrijdige advies is inmiddels grote schade aan de natuur van de Aw duinen toegebracht: kaalvraat. Zij hebben maling aan gevarieerde rijke natuur.

Mijn vermoeden is dat die voorzitter al oud is, dat hij met zijn broze botten geen geweer naar behoren kan vasthouden, zich als compensatie van lieverlede heeft overgegeven aan wensdromen, bijvoorbeeld om de komende generaties jagers van zijn vereniging een mooi cadeautje na  te laten. Authentiek is het zeker om te midden van de Randstedelingen hompen vlees in de vrij natuur te bemachtigen, uit machtig grote roedels Damherten.

Ach, de jachtroem van weleer moet zeker in stand blijven. Natuurbehoud is sowieso een conservatieve aangelegenheid, daarom is deze tak van cultuurbehoud helemaal niets voor de GroenLinkser; die wil globaliseren, mondialiseren, vulgariseren, en dat komt neer op nivelleren, vervlakken, populariseren; de postmoderne stadsyup streeft zonder het te beseffen niets anders na dan eenheidsworst.

Maar het is tegenwoordig de natuurbeheerder die in de natuurreservaten bepaalt hoeveel herten er ecologisch gezien mogen rondlopen.

Aan bepaalde jachtvormen eigen is het jagen en jachten. Ik spreek uit ervaring, vanuit mijn eigen jachtpraktijk, het prunusjagen. Dat is vaak een woeste drijfjacht, je komt beslist niet moe thuis, maar verkwikt en voldaan.

kp

 

 

 

 

 

 

Amper 13,5 procent van Aw duinen is rustgebied, en nu verdwijnt ook het Boogkanaal?

000 lijkt op Boogkanaal
Kon maar geen foto van het Boogkanaal vinden, wel deze van Henk Bos (awd-bossie). Dit landschap -foto elders genomen- heeft er iets van weg.

 

In 2013 werd het  ‘recroduct’ over de Zandvoortselaan gebouwd.  De beheerder van de Awd greep de gelegenheid aan om een asfaltweggetje, dat langs het in de diepte gelegen, smalle Boogkanaal loopt, open te stellen voor fietsers, wandelaars en hondenuitlaters. Tot dan was het een traditioneel rustgebied. Over de verbindende eigenschappen van de veel bejubelde natuurbrug gesproken.

Het bijzondere aan de Amsterdamse waterleidingduinen; het is enerzijds ons grootst aaneengesloten natuurgebied ‘op het droge’ en nog niet doorsneden door autowegen of drukke fietspaden, anderzijds kent waarschijnlijk geen natuurgebied  van ons land zo weinig rustgebieden. Je mag hier ‘struinen’ (een platte uitdrukking die me altijd doet denken aan: loop jij de boel hier maar eens lekker kapot) op liefst 86,5 procent van de oppervlakte.

Je zou dus van een gewetensvolle natuurbeheerder verwachten dat die angstvallig waakt over die laatste schamele 13,5 procent echte natuur. No way, dacht kennelijk de heer Cousin, directeur van Waternet. Nu er toch gebouwd wordt aan het kunstwerk van de natuurbrug -met beton, met ijzer, met piepschuim- valt een gelijktijdige ombouw tot druk recreatiegebied van een stille hoekje natuur aan dat godvergeten Boogkanaal-Zuid (400 meter) helemaal niet op!

Hij hield geen rekening met de wakkere heer Harry Hobo, voorzitter van de Stichting Natuurbelang AWD. Die stelt zich ten doel de Amsterdamse duinen te beschermen tegen verdere invasie van de massarecreant. En bepaald niet zonder succes, zie het per procedure opheffen van twee illegaal door Waternet aangelegde ruiterpaden, van samen een zes km lengte.

Hobo sprak de wethouder en de raadscommissie aan op de aantasting van een rustgebied: het staat immers nergens vermeld in het beheersplan, noch is op grond van de Natuurbeschermingswet vergunning aangevraagd bij het bevoegd gezag. Ook ondergetekende kreeg twee minuten inspreektijd voor de cie.-vergadering om zijn bezwaren kenbaar te maken. De raad wist weer niks, en de wethouder zou later wel antwoord geven.

In haar brief van 9 juli 2013 stelt wethouder Carolien Gehrels (PvdA) ons gerust: dat het Boogkanaal maar tijdelijk opengesteld is. Door de werkzaamheden aan de natuurbrug is een bestaand fietspad namelijk buiten gebruik.

Welaan, dit is een flauwekul argument eerste klas, het Boogkanaal brengt geen reële noodzakelijke fietsverbinding tot stand, het is puur recreatief.  Feit is dat de gemeente Zandvoort plannen heeft de hele Awd plat te gooien met fietsverkeer, en je moet ergens beginnen. Hier dan maar. De hoofdstad is een drukke toeristenstad geworden, het horecadenken heeft greep gekregen op de denkwijze van zijn bestuurders. En is Zandvoort niet de drukke badplaats aan zee die, ook in het belang van de wereldstad, zich toeristisch moet kunnen ontplooien? Beide toeristenplaatsen zijn van elkaar afhankelijk, en voor wat hoort wat.

De raadcommissie brachten we fijntjes in herinnering, dat er op 19 september 2012 door de gemeenteraad een motie was aangenomen, die luidt: ”dat er, afgezien van het tracé langs de noordoostgrens, geen fietspaden mogen komen die het gebied van de Amsterdamse waterleidingduinen doorkruisen.”

De raad nam de motie aan na de volgende overweging: ”dat fietspaden door het gebied van de Waterleidingduinen kunnen leiden tot een aantasting van de natuurwaarde van het gebied.”

De wethouder bestaat het om in haar brief te beweren dat het Boogkanaal geen onderdeel is van de Amsterdamse waterleidingduinen, dat er derhalve geen aantasting is van de natuurwaarde. Nou, wat het laatste betreft, er staat toch duidelijk in de motie dat fietspaden tot aantasting leiden? Het is typisch weer de Partij van de Arbeid om de economische belangen te laten prevaleren boven de natuurbelangen, -waardoor er uiteindelijk in ons kleine land geen brokstukje rustige natuur overblijft.

En wat het eerste betreft, al tientallen jaren lang worden wandelkaarten verkocht waarop het Boogkanaal met dezelfde kleuren herkenbaar ingetekend zijn als onderdeel van de Awd.

Samengevat:

  • aantasting van een van de laatste rustgebieden
  • de Nbwet ontdoken en overtreden
  • de motie als wc papier in kringloop gebracht
  • voorliegen; het fietspad is niet tijdelijk maar eerder permanent: het fietspad is maanden na de voltooiing van de natuurbrug gewoon blijven bestaan, de toegangshekken staan open.

Honden moeten hier volgens het nieuwe bord  aan de lijn worden gehouden, maar herhaaldelijk worden ze loslopend aangetroffen. In een beschermd natuurmonument moet de beheerder volgens de aanwijzing waken over de rust van de fauna. Daar denkt onze natuurbeheerder: ammehoela!

Vorige week donderdag sprak ik namens Herstel Inheems Duin (een vooralsnog piepklein werkgroepje) in. Let op, het verhaal is bijna een herhaling van wat ik hierboven schreef. Veelzeggend is dat niet één raadslid in de commissie EZP een vraag stelde, alsof men niet op de hoogte was, alsof het ze geen malle moer interesseert, alsof de fietser in verkiezingstijd niet met een verbod mag worden lastiggevallen, of wat dan ook. En waar bleef weer de PvdD? Ik had die inspreektekst al een paar dagen tevoren, op 3 maart, naar ieder commissielid gemaild. Hier volgt de toegezonden email-tekst:

Geachte commissieleden EZP,

Het volgende wil ik gaarne a.s. donderdag voor de cie. EZP naar voren brengen, -inspreekminuutje. Misschien heeft u dan vragen.

Onderwerp: Boogkanaal, Amsterdamse Waterleidingduinen.

In strijd met de schriftelijke belofte van wethouder Gehrels (haar brief d.d. 9 juli 2013, haar kenmerk WN 13.48800) is het strategisch gelegen rustgebied van het Boogkanaal nog steeds niet afgesloten voor hondenuitlaters en fietsers, hoewel de werkzaamheden voor het ecoduct allang beëindigd zijn. Loslopende honden worden gemeld, er is geen toezicht. Het rustgebied is van groot belang voor, onder andere, de Ree. Deze is door een overpopulatie Damherten verdrongen en daardoor zeldzaam geworden.

De Nbwet is hier overtreden, immers de natuurbeheerder is verplicht voor dit soort uitbreidingsactiviteiten bij de provincie ontheffing aan te vragen, hetgeen vooraf had moeten gebeuren, echter nimmer is gebeurd. Bovendien lapt de gemeente een motie aan zijn laars. Het is motie nr. 686, aangenomen op 19 september 2012, waarin de raad zich uitsprak: ‘dat er, afgezien van het geplande tracé langs de noordoostgrens, geen fietspaden mogen komen die het gebied van de Amsterdamse Waterleidingduinen doorkruisen’.

En voorts is zeer belangrijk te vermelden, dat slechts een minieme dertien procent van de Awd tot rustgebied is verklaard, waar de natuur zich ongestoord kan ontwikkelen. Zo weinig rustgebied kent geen natuurgebied in Nederland. Amsterdam is een weinig dier- en natuurvriendelijke natuurbeheerder. Drie redenen gaf ik aan.

Het fietspad was bedoeld als tijdelijke omleiding voor het ecoduct in aanbouw. Daarover komt trouwens een permanent fietspad te liggen, dwars gepland door het ongerept duinlandschap van de Awd. Deze zogenaamde natuurbrug heeft derhalve -ironisch genoeg- versnippering en verstoring van de natuur in de directe omgeving tot gevolg. Wees maar trots op uw bizarre natuurbeheer.

K.Piël, Herstel Inheems Duin,

 

 

 

 

 

 

Vandaag schieten we op de partij voor de Amsterdamherten

000 Damherten imagesL0HWJIRG
Schattig zijn ze! Dat is juist ook het probleem

Vandaag zaterdag, is de brief geplaatst die ik naar Het Parool opstuurde. Gelukkig, daar ben ik heel blij mee. Want die rotpartij ontmoet wel ontzettend weinig tegenstand in dit brulkikkerlandje.

Zoals u misschien weet, invasieve exoten mogen volgens de PvdD volop meedoen in onze natuur, die mogen geen haar worden gekrenkt, zoals de Amerikaanse brulkikker. Dat de inheemse fauna aan amfibieën door dat beest uitsterft, het zal de partij een rotzorg zijn.

De brief in Het Parool is onderdeel van de met bescheiden middelen gevoerde campagne van Herstel Inheems Duin tegen de opzichtige sekte van de Partij voor de Dieren, tevens Partij voor de Diersentimentalisten. De sekte kan je vergelijken, -en doet u dat ook met een gerust hart-, met de Scientologykerk.  Al is het afpersen van de leden hier nog geen vast beginsel, dat is louter een kwestie van tijd.

”Partij voor herten schieten”, heeft de redactie er boven gezet.  Nou ja, zuiver pacifist als ik ben, zo letterlijk bedoelde ik het ook niet. Ik had boven de brief naar waarheid gezet:  “Niet het Jagersgilde maar de Partij voor de Dieren is de ware vijand van de natuur”.

Dit was er gebeurd: in Het Parool van woensdag stond een interviewtje met de voorzitter van Vereniging Het Edelhert die…. Enfin, leest u de brief hieronder, de brief zoals die werd ingezonden. De redactie heeft wel wat ingekort, de verwijzing naar het rapport kwam te vervallen.  En verdorie die Lijsterbessen ook, mijn lievelingsstruik nota bene, die ze boven me graf moeten planten. Neen, op een haastige krantenredactie ontbreekt elk gevoel voor de precaire gemoedstoestand van een trouwe lezer.

Maar dat rapport is een goed rapport, voor zover ik kan beoordelen. Het staat op de website van Vereniging Het Edelhert en is daar genoemd  ‘Beleidsvoorstel Damherten’, zie de kolom rechts op  http://www.hetedelhert.nl/cms/index.php/van-onze-redactie

Dat getal van vier per honderd hectare staat vermeld op bladzijde 26.

Gelukkig is HID’s mini-kernbommetje in de krant terecht gekomen, de aanval op de dierenpartij. Die doet in Amsterdam mee aan de raadsverkiezingen. Wat smeek ik de goede God op mijn blote knieën, dat een paar Amsterdammers die van plan waren op de PvdD te gaan stemmen naar aanleiding van dit krantenstukje besluiten om toch maar niet het hokje rood te kleuren van deze het natuurbehoud vijandig gezinde partij. En dat het toeval bepaalt dat de partij net die paar stemmen tekort komt die nodig zijn  om een raadszetel te bemachtigen. Bid u mee?

De brief, zoals ingezonden luidt:

Niet het Jagersgilde maar de Partij voor de Dieren is de ware vijand van de natuur 

 In de Amsterdamse Waterleidingduinen lopen volgens voorzitter Linthorst van de vereniging Het Edelhert nu drieduizenden Damherten, hij bepleit een afschot tot 900 dieren. De voorzitter is helaas zijn eigen nota ‘Voorstel voor landelijke beleid t.a.v. Damherten’ uit 2011 vergeten. Die beveelt voor de duinen een stand van 4 Damherten per honderd hectare aan. Op 3500 hectare Awd is dat 140 herten, geen 900. Zijn koerswijziging maakt een groter afschot mogelijk, misschien is de nota met spijt geschreven.

Met 140 damherten voorkom je echter het kaalvreten van de kruiden en struiken in het duinbos. Daar zijn alle Kardinaalsmutsen en Lijsterbessen door bastvraat doodgegaan. Onderzoek in de vorige zomer wees uit dat de bloemrijke duingraslanden zijn afgegraasd tot kort gazon, net een echt hertenkamp. Zie de onthutsende foto’s van het rapport  Effect van damhertenbegrazing. In gaaskooien konden de herten niet komen en daarin bloeide het Slangenkruid volop. Nectar etende insecten sterven zonder beheer langzaam uit. Vier herten per honderd ha is laag, maar de oorspronkelijke natuur van Europa telde heel weinig dieren. Wolven, beren en lynxen heffen een grote tol op de aanwas van hertachtigen.

Niet de jager is de vijand van de natuur. Die fungeert als ecologische plaatsvervanger om de stand laag te houden. De ware vijand van de natuurbeheerder is tegenwoordig de Partij voor de Dieren. Deze houdt vol dat de natuurlijke predatoren niet in staat waren  tot regulatie. Een berg literatuur over het onderwerp leert heel anders.

Het op slag doden van 35 damherten -zijnde de jaarlijkse aanwas van die 140 herten- is niet wreed, des te meer het cynische voorstel om vele honderden dieren, elk jaar weer opnieuw, ‘reactief’ af te schieten: de door honger gebrekkig geworden en zieke dieren. Wie stemt op deze partij is voor mij geen echte dierenliefhebber.

Kees Piël, werkgroep Herstel Inheems Duin, Amsterdam

 

 

De Partij voor de Dieren tracht de Amsterdamse Waterleidingduinen om zeep te helpen

teloorgang
Industriële hekwerken verpesten het landschap; de wens van de Partij voor de Dieren gaat in vervulling : sluit ze op!

De dierenbescherming is er héél lang in geslaagd om het beheren van de populatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen tegen te houden. Maar nu lijkt hun opzet toch tot mislukken gedoemd.

Veel dierenliefhebbers stellen het voor dat afschot gelijk staat aan grof dierenleed. Maar denk eens na: een plotselinge en onverwachte dood betekent toch geen lijden?

Het hielp niet dat boswachters en jachtopzieners in koor riepen dat actief beheer nodig was voor een goed natuurbeheer. Deze waren door de gemeente weliswaar aangesteld op grond van hun vakopleiding natuurbeheer, maar kregen van diezelfde gemeente een veto op de uitoefening van een wezenlijk onderdeel van dat beheer. De appel werd voorgehouden maar erin bijten mocht niet.

De overtrokken dierenliefde waar de hoofdstad die de dienst uitmaakt in de Amsterdamse waterleidingduinen zolang gehoor aan gaf, bleef niet zonder gevolgen. De tweehonderd Damherten die er nog waren in 2001, vermenigvuldigden zich met de kracht van een bevolkingsexplosie tot tweeduizend dieren in 2013, een toename van liefst 900 procent.

Voor de natuurlijke waarden van het duingebied was tweehonderd Damherten misschien nog draaglijk geweest. Onderzoeksrapporten toonden inmiddels aan, dat de bloeiplanten bezig zijn te verdwijnen en dat de insectenfauna die afhankelijk is van nectar eveneens achteruitgaat.

En bij die treurtijdingen blijft het niet. Onlangs sprak Waternet, de beheerder, op zijn website de verwachting uit, dat het aantal Damherten de komende jaren zal verviervoudigen. Van tweeduizend naar achtduizend herten! Dat is overbegrazing, en wel heel ver over de duintop. Straks blijft er louter zandwoestijn over, en hoeven de duinbeheerders geen stuifplekjes meer te creëren om de veelgeroemde ‘zandmotor’ op gang te brengen. Die is bedoeld om de door vergrassing en verstruiking verdwenen zeldzame pioniersvegetaties weer levenskansen te bieden.

Serieus is de vraag gewettigd of de Awd louter een hertenkamp is, dan wel een Natura 2000-gebied waar het voortbestaan van een rijke schakering van planten en dieren een wettelijke instandhoudingsplicht is.

De media rond Haarlem kende de laatste jaren heel wat berichten aangaande de overlast van de Damherten. In de landbouw, in het verkeer, in de tuinen. In de gemeenteplantsoenen van Zandvoort. Daar werden de tulpen weggegeten. De dierenbeschermers wisten wel een oplossing.

Een ijzeren gordijn vloekt in een beschermd natuurmonument

Dé oplossing. Zet nu toch eens een stevig raster rond het gebied, dat zal de herten netjes binnen het kamp houden! Tegenwoordig is het woord van dierenbescherming wet, dus ras verrees dat raster. Een heel zwaar raster. Van wel 14 kilometer lengte. Van zeker 2 meter veertig cm hoogte. Van dik staal gespijld. En bepaald niet alleen langs de rand. Vele kilometers werd het raster dwars door delen van het beschermd natuurmonument opgericht.

Het is een ijzeren gordijn geworden waar elk respecterend mens u tegen zegt. Voor de Hoogwelgeboren mevrouw M. Thieme uit Den Haag moet het een lust voor het oog wezen. Helaas wel hoog geboren, maar te laat om het woord ‘landschapsschoon’ te hebben kunnen opvangen uit de mond van een oude wijze natuurbeschermer.

Voor iemand echter met gevoel voor natuurschoon is dit ijzeren gordijn een gruwel, een industrieel gedrocht dat niets te zoeken heeft in de beschermde natuurmonumenten. Voor de landschapsliefhebber wacht dan ook een schone taak om die stalen muur te laten vallen, het hele ondeugdelijke zaakje met grote boze woestheid naar beneden te rossen.

Het hekwerk is disfunctioneel en overbodig. Als immers de stand op een verantwoorde 140 dieren wordt gehouden, verlaten maar weinig dieren het gebied. Dieren die toch wegtrekken naar aangrenzende natuurterreinen, denk eens aan Woestduin, het zijn louter incidentele gevallen. Geen verkeer dat in gevaar komt. Geen boer die reden heeft om te klagen over schade aan gewassen. Wel een tuinbezitter die verrast uitroept, ”ach nee, toch!” -mocht ie de zeldzame keer beleven dat een hert op zijn grasveld verschijnt.

Lange tijd viel te vrezen dat bij de Amsterdamse stadsyuppen de ratio zoek was; de ratio om een kudde herten er op na te houden die overeenkomt met de (doorgaans zeer lage) aantallen die je onder vrijwel natuurlijke omstandigheden aantreft, waar herten prooi zijn van natuurlijke vijanden. Uitgebreid Amerikaanse onderzoek bracht aan het licht dat op het noordelijk halfrond de hertendichtheden in systemen zonder wolven gemiddeld zes keer hoger lagen dan in natuurgebieden mét wolven. Met Bruine beren en Lynxen in de buurt zijn de hertenaantallen nog lager.

Omdat algeheel dreigende kaalvraat steeds meer een ernstige overtreding ging vormen van de Nbwet, besloot de verantwoordelijke PvdA-wethouder Carolien Gehrels vorig jaar september tot afschot over te gaan. Eindelijk! Al ging het schoorvoetend en gaf menig partij uiting aan zijn diepe gevoel van medelijden met de arme dieren. D66, SP, PvdD en GroenLinks zagen daarom niets in reguleren, integendeel, een verdere uitgroei was geen bezwaar. Het doemscenario van een kaalgevreten hertenkamp in wat een natuurgebied moet voorstellen, het was geen punt van beraadslaging. Wat hebben de stadspolitici nog met verantwoord natuurbeheer uit te staan?

Maar na een ingewikkelde, aangenomen motie van Ger Jager, PvdA, werd in elk geval besloten tot enig afschot. Naar een veel lagere stand, van 600 dieren, een getal wat je vaak hoort noemen? Ik betwijfel het zeer, maar weet nog steeds niet hoe het zit. Maar in elk geval is dat getal van 600 nóg veel te hoog.

En waarom per se een nog lagere stand? Omdat hooguit vier Damherten per honderd hectare in het duinbos boomverjonging toelaat alsmede een kruid- en struiklaag. Voor de Awd betekent dat dan 140 dieren totaal, hooguit. Dus zijn er nog 460 Damherten teveel.

Wethouder Gehrels, doe het dan in één keer goed! Haar verbouwing van het Stedelijk Museum duurde ook te veel jaren, het ziet er daarom niet zo best uit, nee, snel zal het afschot niet gaan. Maar goedkoper dan het Stedelijk is deze herstellingsverbouwing naar een waardevoller duinlandschap zeker, voor vlees uit de natuur is vraag .

Beheer de duinen als een natuurgebied

Predatoren oefenen een grote invloed uit op de natuur, ze zorgen voor een cascade aan gebeurtenissen in de voedselketen. In het Yellowstone National Park liepen 17 jaar na de herintroductie van de Grijze wolf het aantal Wapitiherten terug van 18.000 naar ca. 4000, een afname van 78 procent. Verjonging van populieren en wilgen werd weer mogelijk, nadat tientallen jaren elke opslag werd opgepeuzeld door onnatuurlijk hoge aantallen herten, alles te danken aan de afwezigheid van wolven. Die waren uitgeroeid.

Ook werd na het verschijnen van de Grijze wolf een toename geconstateerd van allerlei besdragende struiken, waardoor de zeldzame Grizzlyberen in staat waren hun vetlaag voor de winter aan te spekken. Het gevolg was: nog méér Grizzlyberen, het gevolg daarvan: extra jachtdruk op vooral kalveren van de Wapiti, -een nauwe verwant van ons Edelhert.

En Europa? In het beroemde Bos van Bialowieza in Polen kan aan de doodsoorzaken voor het Edelhert in 46 procent van de gevallen de Wolf aangewezen worden, in 35 procent de Lynx. Dat verklaart de hoge reproductiecapaciteit van hertachtigen; het is een evolutionair verworven eigenschap om het grote verlies door roofdieren te compenseren. Onze dierenliefhebbers moeten er verder op bedacht zijn, dat de rovers in de natuur het vooral voorzien hebben op schattige kalfjes, ze vormen een makkelijke prooi en smaken bovendien.

Een bepaald slag dierenbeschermer zal tegen elke prijs zijn aaibaarheidsfactor de kost willen geven. Maar in het genot van de egocentrische weldaad staat moeilijk te verteren kennis, c.q. ecologische kennis, niet op het menu. Hij of zij heeft op het hoogtepunt van zijn of haar aaibevrediging dan ook geen besef van de zeer lage aantallen Edelherten, van een luttele 0,2 tot 1 per 100 ha, zoals in de bossen van Bialowieza tijdens een periode van hoge wolfdichtheid rond de jaren dertig van de vorige eeuw. Daar viel niks te aaien.

Omdat in de meeste natuurgebieden van Europa de natuurlijke vijanden als Wolven, Bruine beren en Lynxen ontbreken, doet de mens er verstandig aan het oernatuurlijke evenwicht te bewaren, en wel door de hertenaantallen tenminste op een natuurlijk peil te houden, -die laag is. Hoe? Door steeds dieren aan de populatie te onttrekken. Gebeurt dit niet, dan treedt een keten van oorzaak en gevolg op die het oorspronkelijk natuurlijke evenwicht ernstig en voortdurend ontregelt. Duurzaam is een godsgruwelijk modewoord, daarom veelvuldig in gebruik bij een populistische natuurorganisatie zoals Natuurmonument, maar hier is het wel even op zijn plaats.

Ware gelovigen verzinnen maar wat

Wat nu beweert de voor jokkebrokken in de wieg gelegde Partij voor de Dieren? Dat de stand van de Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen zichzelf moet regelen. Wat zij ‘zelfregulatie’ plegen te noemen. Ook beweren ze, met de regelmaat van de klok, dat die spontaniteit volkomen natuurlijk is.

Deze laatste bewering is volstrekt onwaar; zeg maar gerust een vette leugen. Zoals verkondigd door de heer Bram van Liere, de lijsttrekker van de PvdD. Die houdt dat met droge ogen zijn goedgelovige electoraat telkens voor. Zonneklaar is evenwel, dat door het ontbreken van de oorspronkelijke roofdieren het essentiële evenwichtproces tussen prooi- en roofdieren uit balans raakt. Dat is een toestand die juist het tegendeel is van natuurlijkheid. Van Liere is de oppervlakkige partijman die niet wil nadenken over begrippen en definities. Met zijn simplistische voorstellingen van zaken zwalkt hij alle kanten op, met goedkoop geklets win hij naïeve zieltjes, voordat hij het zelf doorheeft zit hij weer een aantal jaren comfortabel op het rode pluche in de provinciale staten van Noord-Holland.

En waarom wordt dit oernatuurlijke fenomeen van prooidier-roofdier competitie zo hardnekkig verloochend? Ik denk dat de stadsyup gewoon niets heeft met dat natuurbeheer. Stel je aan die gasten voor om korte studie te doen van de natuurlijke processen, het is vragen om je gek te laten verklaren. Menig PvdD-er wilde ondergetekende al eens in een gesticht laten opsluiten, maar ik ben niet gek, ik ga gewoon niet, want die sovjettrucs zijn passé. Doodschieten kan natuurlijk altijd.

Zolang Teddybeer en Damhert maar geaaid en gepoezeld worden. En liever komt er naast de zeehondencrèche een crêche voor jonge damherten, een gezellig bambispeelplaatsje. Helaas wijst niets erop dat de infantiele vertroeteling van de natuur spoedig zal ophouden te bestaan. Het is een sluipend proces zonder dat pers, een goed gesprek, tv of literatuur noemenswaardig tegenstand bieden.

Leugentjes verkocht overste M. Thieme met haar Leger des Heils der Dieren in het Parool van 9 september 2013. Zij beweerde frigide dat de stand van herten in de Awd de laatste jaren niet meer was aangegroeid, verder dat de natuur niet was aangetast. Allebei pertinent niet waar. Een deskundig OBN-team (zoek maar op wat het is) stelde mei vorig jaar vast dat de hoge dichtheid van Damherten een negatieve invloed heeft op bloeiende nectarplanten en de insectenfauna die daar afhankelijk van was.

Vrijwel alle struiksoorten verdwenen uit het bos

De bast van alle Kardinaalsmutsen en Lijsterbessen werden de afgelopen jaren door de overpopulatie geschild, vrijwel alle struiken in het duinbos zijn dood. De kruidlaag van het bos is allang verdwenen. Iedereen kon dit al jaren geleden vaststellen.

Thieme stelt nu, dat het heus wel meevalt met de aantallen Damherten. Maar de OBN-vegetatiedeskundigen stelden voor het duinbos het volgende vast: ”zeer lage dichtheden zouden juist positief kunnen werken op de habitatkwaliteit.”

Het meest recente rapport, door onderzoeker Bas Reussien vervaardigd, kwam november jongstleden uit. Het is getiteld ”Effect van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen”. Dat laat er al helemaal geen gras over groeien. Binnen de graaskooien waarin Damherten niet en Konijnen wel kunnen grazen, zie je op de foto’s bloeiende kruiden, daarbuiten valt een door herten kaalgevreten korte grasmat op. Sprekend een hertenkamp, die de kleuter die er met zijn moeder langs loopt, zo in verrukking kan brengen.

Het rapport stelt vast: “Waarbinnen de graaskooien nog honderden bloemen van deze planten [ruwbladigen] bloeiden waren de bloemen vrijwel onvindbaar buiten de graaskooien.”

”Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat de damhertbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk en in mindere mate van waardplanten in duingraslanden negatief beïnvloed”.

Dit alles staat in schril contrast met wat ik Harm Niesen, de woordvoerder van de stichting Faunabescherming in de microfoon van een radioreporter hoorde verkondigen tijdens een pauze van de raadscommissievergadering te  Amsterdam. Kon stiekem afluisteren. Hoorde hem zeggen, dat er ‘helemaal niets aan de hand was’, ‘dat het duingebied in goede staat verkeert’, en  ‘de dieren in goede gezondheid’.

Ja, de dieren wel, daar ging het hem uitsluitend om. Teddybeertje.

Maar de duurzame opdracht van de natuurbeschermer is voor de gehele  levende have -dus ook de planten- zorg te dragen. Tegen deze belangrijke achtergrond doet de eenzijdig aandacht voor die overmaat aan bambies bijzonder onwaarachtig aan.

Als broodjes over de toonbank verkopen onze dierenbeschermers platte leugens als waarheid, kenmerk van de ware gelovigen. Het doden mag je barbaars vinden, dat is het eigenlijk ook, maar zeg dat dan gewoon. Blijf in elk geval weg uit de gruwelijke natuur, ik vind het er soms ook niks hoor, bij al die wetteloosheid heb je je bedenkingen, maar leer er mee leven.

De les: Laat de natuurbescherming van een natuurgebied over aan een hoofdstad en je maakt mee, dat de van natuur vervreemde stedeling onder zijn vergulde Keizerskroon aan de grachtengordel een hoogste noodzakelijk natuurbeheersmaatregel domweg taboe verklaart.

De moraal van dit verhaal:

  • vertrouw de natuurbescherming nooit toe aan stedelingen
  • geef het natuurbeheer zelfs niet in handen van democratische organen, welke dan ook, daar heerst de waan van de dag
  • laat de natuur beheren door mensen die hun natuurbehouds-ecologische literatuur kennen, die ervoor hebben gestudeerd
  • die bovendien als roeping hebben de natuur te beschermen tegen de menselijke exploitatiezucht, waaronder recreatieve uitbreidingen, c.q. hertenkampen in plaats van natuurgebied
  •  de grote massa wil pretbeleving; steeds een stukje van de natuur  afsnoepen voor weer een nieuw sportbeleving, wat houd je na  een eeuw nog over? Koop aan en beheer als natuur

Nog een dure raad: Ontdek de natuur zelf, maar houd u plekje stil. Want de natuur is geen uithangbord voor reclame.

K. Piël,

Literatuur

Waternet geeft het gedegen, geïllustreerde periodiek Natuuronderzoek uit. Nummer 3, december 2013, bevat een goed artikel over de hertenschade. Te downloaden, kijk op

https://www.waternet.nl/projecten/awdnatuurbeheer/onderzoeken/natuuronderzoeken-archief/

Het OBN-deskundigenteam Duin- en Kustlandschap bracht in mei 2013, in opdracht van de gemeente Amsterdam, het rapport uit Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, hun invloed op het duinlandschap en de kwaliteit van enkele habitats. Download dit rapport, zie onder de volgende link, let op de onderste vermelding:

http://www.natuurkennis.nl/index.php?actie=pdf_beheeradviezen&id=21

Maar dit rapport is in bepaalde opzichten  achterhaald, de toestand verergerde in de zomer van 2013. Planten groeiden niet mals op door het koude en droge voorjaar en bovendien konden de Damherten de weilanden niet meer bereiken door de oprichting van dat schandelijke ijzeren gordijn. Het onderzoek werd opnieuw gedaan in de zomer van 2013, door Bart Reussien. Het resulterende rapport Effecten van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, november 2013, is te downloaden, zie onder paragraafje ‘Onderzoek’ op deze webpagina:

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/