Status Boogkanaal onzeker, de beheersvisie is een vod

000 Boogkanaal look a like 233

 

 

Toen de Amsterdamse gemeenteraad op 19 september 2012 akkoord ging met haar voorstel voor de aanleg van drie kilometer fietspad dwars door de Amsterdamse Waterleidingduinen sprak  wethouder Gehrels trots van een ‘historisch moment’. Dat betrof de -nog niet gerealiseerde- fietsroute van ingang Oase naar het nieuwe recroduct.

Misschien vond de wethouder het een afknapper dat een ander fietspad slechts tijdelijk bedoeld was, niet voor vast! En dat ze daarom niet wilde ingaan op de vragen die we haar daarover stelde: waarom dat tijdelijke fietspad zo onnodig lang moest blijven liggen, daar zat een verdacht geurtje aan.

Het gaat om het fietspad dat door een van de laatste rustgebieden van de Awd liep, het Boogkanaal.  Het moest dienst doen als omleidingsroute voor de fietsverbinding die op de plaats van het recroduct, door de bouw, onbruikbaar was geworden.

Dat wethouder Gehrels liever niets van dit ‘mislukt’ fietspad wil weten en daarom geen antwoord wil geven, het is volkomen begrijpelijk. Op mislukkingen ben je niet trots, dat zou een afwijking wezen. Laat dan maar de directie van Waternet, de Awd-beheerder, het antwoord geven.

En zo trof ik vanavond een brief aan in mijn brievenbus, van de heer E.F.H.M. Cousin, hoofd Bron en Natuurbeheer bij de Awd. De brief blijkt het antwoord te zijn op de twee brieven aan de wethouder (zie Berichten van 13 maart en 10 april).

We schreven de wethouder aan, omdat het tijdelijke fietspad langs het Boogkanaal pas na onze aanhoudende klachten werd opgeheven. Het ernstige vermoeden bestond dat men de openstelling van het rustgebied gewoon zou laten voortbestaan om tegemoet te komen aan de wensen van de gemeente Zandvoort, die dit fietspad immers al lang in de planning heeft zitten. En hoogstwaarschijnlijk ook omdat de wethouder nu eenmaal dol is op bevordering van de recreatie.

Even over Zandvoort. In het Haarlems Dagblad van 3 november 2011 sprak wethouder Andor Sandbergen van Zandvoort over de geweldige voordelen van het recroduct. ‘’Je trekt andere mensen naar Zandvoort, mensen die ook naar de Veluwe gaan om van de natuur te genieten. Zandvoort ligt tussen prachtige natuurgebieden maar te weinig toeristen weten dit nog.’’ ‘’Voor Zandvoort verwacht ik een boost voor toerisme.’’

Het zijn overigens uitspraken die een direkteur van Natuurmonument hem prompt zou willen nazeggen. Pomp de natuur vol met toeristen en recreanten, het is o zo goed voor onze horeca! -zegt een gemeente. Het is prima voor een eventuele nieuw lid en denk eens aan het draagvlak voor het natuurbehoud! -zegt Natuurmonumenten, of het Landschap.

Ga weg wethouder! Laat de mensen die de natuur zo mooi vinden dat zelf ontdekken. Onthoud je van commerciële praat: bijna overal kunnen mensen, als ze willen, de duinnatuur bekijken, al is het te voet. Houd dat wettelijk beschermd natuurmonument zo rustig mogelijk, het is niet uw gemeentelijk pretpark.

Het omvangrijke fietsenverkeersplein dat rond de zogenaamde natuurbrug is verrezen lijkt sprekend op een nieuw stuk bebouwde kom, het splijt de natuur dwars doormidden. Boswachters van PWN en Natuurmonumenten prezen het gedrocht op tv en promotiefilm aan als een ‘duurzame’ aanwinst.

Het fietspad langs het Boogkanaal zou als extra verbindingsroute goed van pas komen en het fietsplaatsje komt er perfect uit te zien. Ook daarvoor vind je wel een boswachter om het toe te juichen.

Maar nu het korte antwoord van het Hoofd Natuurbeheer:

‘’Indien in de toekomst wederom een verzoek zou worden ingediend voor een tijdelijke openstelling van het pad langs het Boogkanaal, vindt een zorgvuldige beoordeling en afweging plaats van de belangen.’’

De hoogmoed! De directeur heeft bewezen niet de zorgvuldigheid in acht te nemen om direct na de totstandkoming van het recroduct het Boogkanaal weer als rustgebied in te stellen, door simpelweg het fietspad te sluiten zoals de wethouder ons had beloofd.

Die afweging van belangen zal plaatsvinden binnen het krachtenveld van de Metropoolregio Amsterdam, een van de grotere toeristensteden in Europa. De toeristische belangen vormen haar sterkste krachten en Zandvoort is haar badplaats aan Zee. Wethouder Sandbergen, je bent eigenlijk een onderwethouder van Amsterdam aan Zee, en je praat naar de woorden van je broodvrouw Carolien Gehrels in de hoofdstad.

Het zoethoudertje van hoofd Natuurbeheer Cousin doet het ernstigste vermoeden. Wij vroegen herhaaldelijk naar een bevestiging van de status van het Boogkanaal als rustgebied en wezen er bovendien op dat deze status in het recente beheerplan geenszins is gewijzigd. Maar op die vragen hebben we vandaag geen geruststellend antwoord gekregen.

Het Hoofd Natuurbeheer heeft weinig op met natuurbeheer. Hij lijkt wel getrouwd met de PvdA-wethouder, die er trots op zou wezen weer een volgende stukje natuur plat te leggen ten behoeve van de massarecreatie.

Hoe krijgen we de Amsterdamse Waterleidingduinen ooit in handen van een natuurbeschermingsvereniging, een echte?

kp

Ps.  Eerdaags op deze plaats mijn oproep om te komen tot een Vereniging van Vrienden voor de Amsterdamse Waterleidingduinen. Die maar één doel voor ogen heeft: het natuurgebied exclusief en blijvend bestemmen voor de wandelrecreatie door druk fietsverkeer buiten de deur te houden.

 

 

Natuurmonumenten wil niet langer deskundig beheren

knik
Waar gaat dat naar toe paardje? Lok jij de natuurbeheerder niet op een vals spoor? Het lukt je wel aardig hoor!

 

Onvoorstelbaar. Hoe in korte tijd onze vaderlandse natuurbescherming afscheid neemt van de beheersjacht. En dat onder valse vlag. Door het simpelweg negeren van de wetenschappelijke kennis over de ecologische verhoudingen in de natuur.

Natuurmonumenten blaast onder zijn nieuwe dirigent Marc Van den Tweel een vals deuntje met de Partij voor de Dieren. De partij die zo allergisch is voor het doden van onschuldige dieren, die bambies aait om het gevoel van het zuivere aaien.

Marc van den Tweel voelde aan waar de sympathie bij de meeste Nederlanders ligt, en deze door de wol geverfde public relation-manager weet dus waar de meeste ledenwinst te behalen valt. Hij wil ook niet dat zijn Natuurmonumenten bij de ANWB achterblijft.

De kern-opdracht van Vereniging Natuurmonumenten is het beschermen van de natuur. Dat is op zichzelf een vak.  Wat steekt er toch achter dat je als vakman opeens de hulp van het publiek inroept? Is dat niet vreemd?

In dagblad Trouw zegt Van den Tweel vandaag: “Via onze wild-enquête hebben we de Nederlanders gevraagd hoe zij denken over het voorkomen van wild en wildbeheer in Nederland. Dat beleid werd veelal bepaald door deskundigen.  Uit onderzoek blijkt dat de bevolking juist meer wild in de natuur wil zien, terwijl de overheid terughoudend is.”

Nou, dat laatste geldt niet voor de gemeentelijk overheid van Amsterdam. Die laat het damwild in zijn waterleidingduinen ongebreideld groeien. Maar duidelijk blijkt wel uit Tweel’s woorden: het gewone volk krijgt het bij Natuurmonumenten voor het zeggen. Adieu deskundige wildbeheerders, de groeten natuurbehoudsecologen!

En het wordt nog wat als Van den Tweel nu al een enquête aankondigt voor volgend jaar, naar de recreatievoorkeuren bij het grote publiek. Wat ik al eerder begrepen heb van zijn voorkeuren: dat wordt één groot pretpark met onbeperkte mountainbikeroutes, extra aanlegsteigertjes voor het kanovaren, en noem maar op: één groot gezellig Vondelpark, op landelijke schaal toegepast. In de resterende natuurgebieden. Tabé stille natuurmonumenten!

Terwijl iedereen weet dat de meeste Nederlanders meer gebaat zijn bij extra recreatiefaciliteiten dan bij meer natuurbehoud. Het is vragen naar de bekende weg , beste Marc, en iedereen weet dat.

De nu gehouden wild-enquête draait er in elk geval op uit dat de beheersjacht  wordt afgeschaft. Kaalvraat, zoals iedereen die al kent van de Amsterdamse Waterleidingduinen en de Oostvaardersplassen, dat is het lot en ontluisterend beeld in de natuurmonumenten van de nabije toekomst.

Graag had ik op deze plaats eerder willen berichten over het omvangrijke en fantastische proefschrift van Tjitze (‘Cis’) van Vuure, -februari dit jaar gepromoveerd tot doctor- met de titel Van kaikan tot konik, feiten en beeldvorming rond het Europese wilde paard en de Poolse konik.

Het kwam er niet van, want dit voor mij bijna heilige geschrift behelst (evenals zijn eerder verschenen boekwerk De Oeros, het spoor terug) -onder andere- een zeer fundamentele aanval op de theorie van Frans Vera, de grote succesrijke voorvechter van de Oostvaardersplassen.

Zoals u weet dienen Heilige geschriften net zo fundamenteel becommentarieerd te worden als de geschriften zelf zijn. Ik heb een heel bijbelinstituutje nodig alvorens ik mijn zegje verantwoord durf te doen, maar ook een koranschriftgeleerde is aan mij verloren gegaan. Daarom ben ik als de dood er iets over te zeggen.

Nu moet ik er toch wel iets over zeggen, om tenminste énige duidelijkheid te verschaffen over de onzin pas uitgekraamd op een Partij voor de Dieren-bijeenkomst, waarvan straks een verslag. Dus eerst een korte inleiding aan de hand van het jongste geschrift van Cis van Vuure:

Hij zocht uit hoe het zat met de aantallen grote graasdieren die hier van oorsprong in de natuur voorkwamen, en om welke soorten het precies ging.

Volgens Frans Vera namelijk bestonden de oerbossen in Noordwest Europa uit een mozaïeklandschap van open bosweiden afgewisseld met stukken gesloten bos. Enorme kuddes oerossen, paarden en herten hielden volgens zijn stellige overtuiging door begrazing de verjonging van het bos tegen. Daardoor verouderden de bossen, deze stierven na verloop van tijd af. Verjonging van bos vond wel plaats tussen de oneetbare en afschermende doornstruiken.

Maar, is de hamvraag, liepen er wel zoveel runderen rond in die voorbije natuurlijke bossen? Andere wetenschappen dan Vuure’s meer ecologisch getinte zoölogie ondermijnen al Vera’s geloof in het open bostype . Zo vindt de archeologie vrijwel geen botten van runderen en paarden in de kampen van meso- en neolithische jagers en verzamelaars, des te meer Edelherten en Wild zwijn. Vooral deze laatste soorten werden bejaagd, -omdat die toen wél aanwezig waren.  Paarden waren er vrijwel niet. Oerossen bevolkten zeer schaars de primitieve natuur, en hun invloed op de vegetatie lijkt daarmee uitgesloten. Welaan!

Een belangrijke ondersteuning zocht Vera ook in de gevonden stuifmeelkorrels. Maar de conclusies die Vera daaruit trekt blijken louter op drijfzand te berusten. Palynologen hebben zelfs gerichte onderzoeken gedaan, speciaal om bepaalde claims van Vera te weerleggen, claims die zouden aangeven dat het stuifmeel in oude bodemlagen het open boskarakter kunnen bevestigen. Volgens deze vakmensen is de theorie van het open boslandschap op hun terrein geenszins houdbaar.

Herten komen in de echte natuur alleen in lage aantallen voor

Op bladzijde 215 van zijn proefschrift haalt Van Vuure uitvoerige onderzoeken aan, die aantonen dat bij aanwezigheid van natuurlijke predatoren de aantallen hertachtigen altijd laag zijn. Enige citaten:

‘’Volgens Jêdrzejewska.& Jêdrzejewska (1998, pag. 348) neemt in het Bos van Bialowieza onder de natuurlijke doodsoorzaken voor edelherten predatie door de wolf 46 % in, en predatie door de lynx 35 %. In dit bosgebied bestaat er, historisch gezien, een duidelijke correlatie tussen de aantallen wolven en edelherten [Jêdrz…1997…]. Bij een geringe wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1980-1915) nam het aantal edelherten sterk toe (tot 5,5 herten per 100 ha). Bij een hoge wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1920-1950) was het aantal edelherten gering (0,2 tot 1 per 100 ha).

‘’In Slowakije deed afschot van wolven de edelhertenstand sterk stijgen (Pechacek 2000). Op eilanden voor de westkust van Canada had het wegvallen van predatie en/of bejaging door de mens een sterke toename van het aantal herten tot gevolg. Dit had desastreuze effecten op de vegetatie en de vogelbevolking (Martin et al. 2011).

‘’Sinds de introductie van de wolf in Yellowstone National Park in 1995 is het aantal wapitiherten in de Northen Range (het noordelijk deel van het nationale park) van ca. 18.000 (Beschta & Ripple 2010) afgenomen tot ca. 4.000 (Wyman 2013).

‘’Zie ook Van de Veen & Van Wieren 1980: ‘’….omdat bij aanwezigheid van predatoren de herten door predatie op een relatief lage dichtheid wordt gehouden’’.

Van Vuure brengt ook een zeer recent rapport onder de aandacht: ‘’Ripple & Beschta (2012) concludeerden in een uitgebreide studie van ecosystemen op het noordelijk halfrond: ‘’Wij vonden dat de dichtheden van herten in systemen zonder wolven gemiddeld ongeveer zes keer hoger waren dan die in systemen met wolven.’’

Zes keer meer herten zónder wolven!

Zes keer! En neem dan de Aw duinen. Deel de naar sommige schattingen al 2500 Damherten aldaar door zes! Kom je uit op 416 Damherten. Maar de Lynxen en Bruine beren eisten ook hun tol. Dat betekent nog minder herten. Let wel: een dergelijk laag aantal herten zou het gevolg zijn van een serieus streven naar meer natuurlijke omstandigheden.

De bobo’s die op verzoek van de Partij voor de Dieren eergisteren gezellig bijeenkwamen stelden onverdroten vast -met hardleerse oogkleppen op, geen kunst dus eigenlijk-, dat een niet door natuurlijke predatoren gereguleerde populatie niettemin natuurlijke gedragingen vertoont. Een sterk staaltje. De Trouw-journalist vroeg Van den Tweel niet om opheldering.

Hier volgt nu het letterlijk verslag zoals dat te vinden is op de website van de PvdD:

Bijeenkomst Tweede Kamer over beheer dieren in het wild: ‘Niet bijvoeren en ook niet afschieten’

10-04-2014

Wetenschappers en natuurbeheerders hebben woensdag hun visie gegeven op het beheer van dieren in het wild tijdens een bijeenkomst georganiseerd door de Partij voor de Dieren, naar aanleiding van de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten.  Natuurlijke populaties in plaats van bejaging van dieren: dat is wat de meerderheid van de mensen wil en wat volgens wetenschappers en natuurbeheerders het beste is voor de natuur.

Natuurlijke  populaties vergroten de zichtbaarheid van dieren en hebben positieve effecten op de natuur. “Mensen vinden het fantastisch om grote dieren te zien in de natuur. Het is zelfs een reden voor natuurbezoek”, aldus Teo Wams van Natuurmonumenten. Populaties passen zich aan aan hun omgeving”, zegt Hans Breeveld van Staatsbosbeheer.
Natuurfilosoof aan de Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit Jozef Keulartz legt uit: “Afschieten en bijvoeren zet natuurlijke mechanismen buiten spel. Door bejaging wordt de ontwikkeling van de natuur volledig om zeep geholpen”, aldus Keulartz. “Bij afschieten weet je niet of je de juiste selectie maakt. Er wordt ook op gezonde dieren geschoten”, geeft Femmie Kraaijveld van Staatsbosbeheer nog een argument tegen bejaging.

Er is brede steun voor het vergroten en verbinden van natuurgebieden om zo meer leefruimte te creëren voor grote hoefdieren. Voor overlast zijn volgens Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de wetenschappers  goede oplossingen, zoals wallen, hekken en roosters om akkers te beschermen.

De bijeenkomst werd gehouden om Kamerleden te infomeren over de mogelijkheden voor natuurlijk populatiebeheer, met het oog op het debat over wildbeheer op 16 april. Kamerleden werden geïnformeerd over beheer van dieren in het wild en stelden ook vragen aan de zeven aanwezige deskundigen.

Tot zover dat PvdD-verslag. Geen woord over de natuurlijke, dan wel bij ontstentenis van roofdieren, noodzakelijke menselijke aantalsregulatie. Want, beweert men koeltjes, dat wil de wetenschap niet, en de beheerders ook niet langer. Natuurlijke predatoren zijn zeker natuurlijk maar menselijke bejaging brengt althans de aantallen op een natuurlijker niveau, en dat is weer van belang voor een meer-natuurlijke vegetatiestructuur, die heeft invloed op de voorkomende planten en dieren. Wil men allemaal niets van weten. Daar zaten deskundigen bijeen.

Alle evidente feiten die Van Vuure aandroeg in zijn proefschrift  (dat eigenlijk een omvangrijk onderzoek is naar de vermeende ‘oorspronkelijke’ afstamming van de Konikpaard, de beeldvorming die het wilderige dier heeft veroorzaakt en de gevolgen voor het natuurbeheer, de ‘natuurontwikkeling’ ) werden niet alleen door de geleerden op deze PvdD-bijeenkomst doodgezwegen (noodgedwongen, dat óók wel: de gestrenge mevrouw dikke douairière M. Thieme zat immers straf voor), eveneens zwijgt de Nederlandse journalistiek het voor het natuurbeheer zo belangwekkende proefschrift van Van Vuure dood. Afgezien van de (positieve) woorden die Koos Dijksterhuis er in Trouw aan heeft gewijd.

Natuurmonumenten is een heilig huisje. Dit instituut heeft veel weg van de Hema, die wordt ook door iedereen op prijs gesteld. Echter, oude gebouwen val je niet lastig. Maar een grondig warenonderzoek moet bij Natuurmonumenten liever wel op gang komen.

Door de jacht ondervindt de natuur slechte gevolgen, zo beweert milieufilosoof Jozef Keulartz. Dat zegt hij zonder blikken en blozen waar mensen van het natuurbeheer bijzaten! Waarom brachten deze Keulartz niet de nadelige gevolgen onder ogen die de ongereguleerde megapopulatie Damherten had en nog heeft op de biodiversiteit van de duinen bij Haarlem? En heeft filosoof Keulartz nooit een verslagje gelezen over de kruiden-,  knaagdier- en vogelloze kaalvlakten die Oostvaardersplassen heet?

Anderzijds geldt natuurlijk en dat weet ik ook wel, mag je van een abstract denkende mens verlangen dat hij zich met aardse zaken bemoeit? De kamergeleerde zou in dat geval moeten bukken, hij loopt de kans  met de punt van zijn fijngevoelige filosofenneus  in de stinkende zompige moerasvlakte terecht te komen. Maar viezer zijn de smoesjes die Frans Vera de arme milieufilosoof op de mouw heeft gespeld.

Die Vera beweert over de Wapitiherten in Yellowstone National Park, in zijn Ontwikkelingsvisie Oostvaardersplassen uit 2008:  ”Het aantal wapiti’s werd niet door de wolven omlaag gebracht”.  Terwijl door de herintroductie van wolven, in 1995, in het Yellowstone N. P. het aantal wapitiherten daar met bijna 80 procent is verminderd!

Cis van Vuure trapte de klemzittende nooddeur open, en journalisten lopen gehaast verder. Die schenken geen aandacht aan hem, de verlosser, wel aan de valse natuurgoeroe Vera. Die met propagandistische kletspraat zijn kaalgevreten vlakten als onvervalste oernatuur aan de man weet te brengen. Al tientallen jaren lang, de stapels krantenartikelen puilen mijn werkkamertje uit.

Over fraudeurs valt smakelijk te vertellen en haleluja geloof is opwindender dan wetenschap. Laat de mythe van de oernatuur toch eens overwinnen! Praatzieke oplichters worden altijd het voordeel van de twijfel gegund, want de wetenschap is oersaai.  De Partij voor de Dieren is de sekte die dat laatste als eerste volmondig zal beamen.

kp

 

 

Opnieuw de vraag aan wethouder Gehrels over de status van het Boogkanaal

000 Boogkanaal look a like 2,a
Foto Henk Bos (awd-bossie), opschrift HID

 

Al eerder besteedden wij aandacht aan de kwestie van het Boogkanaal. Dat mooie stukje natuur behoort tot de zeer schaarse rustgebieden die de Amsterdamse waterleidingduinen kent. Maar Waternet vond het wel passend  om het bijna een jaar lang open te stellen voor hondenuitlaters en fietsers. Toen was het gedaan met de rust. Zie de berichten van 9 en 13 maart.

De vraag van HID, in een brief d.d. 13 maart jongstleden aan de wethouder gesteld, wat nu eigenlijk de status is van het Boogkanaal, bleef tot op heden onbeantwoord.

Was het soms zo’n moeilijke vraag?

Daarom schreef ik opnieuw, per email toegestuurd en voor de zekerheid ook op papier via de post, de volgend brief:

Amsterdam, 7 april 2014

Aan de Wethouder Water van de gemeente Amsterdam, t.a.v. mevrouw Carolien Gehrels,

Onderwerp: Status Boogkanaal te Zandvoort

Uw kenmerk: WN 13.48800

Geachte wethouder,

In een brief aan de raadscommissie EZP, d.d. 9 juli 2013 stelt u: ‘’Een bestaand pad nabij het Boogkanaal wordt daarom tijdelijk (naar verwachting tot eind 2013) als omleidingsroute gebruik.’’

Door de in aanbouw zijnde natuurbrug over de Zandvoortselaan moest aldaar namelijk tijdelijk een fietspad worden afgesloten. De tijdelijke omleiding en openstelling betreft het zuidelijke deel van het Boogkanaal. Dit natuurgebied werd door de gemeente Amsterdam altijd als rustgebied gerespecteerd. Ook in de jongste ‘’Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022’’,  is geenszins sprake van een andere bestemming dan die van rustgebied; voor de natuur, voor de fauna.

In strijd met uw belofte het gebied als rustgebied in ere te herstellen zodra het ecoduct was voltooid, bleven de toegangshekken open. Tot dat deze eind februari jongstleden alsnog werden gesloten.

Het ecoduct is reeds op 20 december 2013 opgeleverd. De beloofde sluiting liet dus onnodig maanden op zich wachten.

Dit voedt de gedachte dat Amsterdam en /of Waternet er eigenlijk op aansturen het Boogkanaal definitief open te stellen voor fietsers, wandelaar of hondenuitlaters. Echter, overal in en rond Zandvoort kan je al fietsen en voor de hondenuitlaat geldt vrijwel hetzelfde.

Amsterdam is regelmatig in overtreding met de natuurbeschermingswet. Twee verschillende ruiterpaden van ieder drie kilometer lengte werden de laatste jaren zonder vergunningaanvraag bij het bevoegd gezag -de provincie-, dwars door ongerept duinlandschap aangelegd, en tot twee keer toe heeft de stichting Natuurbelang AWD op grond van de Nbwet bewerkstelligd dat deze werden opgeheven.

Amsterdam beschouwd het natuurgebied tegenwoordig meer als een recreatief pretpark dan als een zorgvuldig te bewaken beschermd natuurmonument, wat het in de zin van de wet is.

Het Boogkanaal was dus tijdelijk opengesteld, maar te laat weer afgesloten. De vragen aan u, waar wij graag een antwoord op willen hebben: betreft de laatste sluiting van het Boogkanaal nu een definitieve, of is deze ook te zien als een tijdelijke maatregel? Blijft het Boogkanaal een rustgebied? Door de hele gang van zaken tasten we nu in het duister.

Amsterdam zou expliciet en zwart op wit kunnen bevestigen dat het Boogkanaal een rustgebied was, is en blijft in lijn met de beheersvisies waar geen veranderingen worden aangegeven.

Al eerder zonden wij per email op 13 maart u over dit onderwerp een brief, doch kregen geen antwoord.

Nogmaals, in afwachting van uw antwoord teken ik, hoogachtend,

K. Piël,

Herstel Inheems Duin,

 

 

Het angstige zwijgen van natuurbehoud

nm es
Wist u dat…door de veehouderij van wel 3000 Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen de Ree daar verdrongen is. Door bambi zijn schuld. Wist u dat Natuurmonumenten zich daar geen snars iets van aantrekt. Nm wou toch natuur beschermen. Onze vereniging durft uit angst voor ledenverlies zijn mond niet open te doen.

 

Het stilzwijgen van onze natuurbehoudsorganisaties inzake het schandaal van de overpopulatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen mag onderhand verbijsterend worden genoemd.

Waar blijft de verantwoordelijkheid van de collega’s natuurbeheerders, die in de krant toch wel gelezen zullen hebben dat er iets aan de hand is?

En waarom wordt er geen stelling genomen tegen al die maatschappelijke organisaties die zich luidruchtig over deze zaak uitlaten, die onvervaard opkomen voor de dierenrechten, die elk afschot als barbaars afdoen, maar die geen oog hebben voor de instorting van de bloemplanten in de duingraslanden en de afhankelijke insectenfauna?

De dierenorganisaties maken aan het verdwijnen van de diverse struiksoorten ook al geen woord vuil. Want dat zijn immers maar planten. Lijsterbessen en zo.

Stichting Faunabescherming, de Partij voor de Dieren, de Stichting Duinbehoud, zij allen willen niets weten van een verantwoord natuurbeheer. Zij hebben het niet over de schade aan de natuur. Zij ontkennen deze botweg wanneer hen de vraag wordt voorgelegd.

”Onderzoek toont aan dat de natuur op dit moment niet achteruitgaat door de damherten”, schrijft leugenaarster, PvdD kleuterleidster, mevrouw dikke douairière M. Thieme in Het Parool van maandag 9-9-2013. In de meimaand daarvoor kwam het eerste onderzoekrapport -dat van het OBN deskundigenteam-, al tot de conclusie: ”De hoge dichtheden van de damherten in de Duinbossen hebben daar een slechte ontwikkeling van de kruid- en struiklaag tot gevolg en leiden tot grootschalig schillen van bomen in bepaalde bostypen.” (blz. 4)  . De vertegenwoordiger van de stichting Faunabescherming, de stokoude bok Harm Niesen, beweert later zelfs dat het ‘uitstekend’ gaat met de Aw duinen.

En helemaal niemand betrekt stelling tegen hun bedrog in commissie, terwijl het natuurbehoud heel goed op de hoogte is van de grote invloed van de dierenlobby in de massamedia, in de Tweede Kamer, in de Amsterdamse Raadszaal . Geen enkel tegengeluid, niet één terreinbeheerder, niet één vakman, niet één vakvrouw laat van zich horen.

Zelfs PWN, dat toch alle belang heeft bij een communaal evenwichtsniveau in de Awd én het NPZK, dus belang bij soortgelijke aantallen die in het NPZK al langer worden aangehouden -200 damherten-; van deze natuurbeheerder verneem je niets.

Ook Natuurmonumenten, de eerste buur aan de noordkant van de nieuwe recroduct over de Zandvoortselaan, wil zijn landgoed Koningshof toch niet op dezelfde wijze kaalgevreten zien zoals gebeurd is in de Awd? Waarom zit die stil, waarom geeft die geen uitleg?

Natuurmonumenten beschikt over zoveel hypermoderne communicatiemogelijkheden, faceboeken, twitters, telegraaf en televisie. Alsof die alleen over koetjes en kalfjes mogen berichten, alleen over de hartelijke meizoentjes uit ’s Graveland die u allemaal zachtjes in het oor toefluisteren: word u alstublieft lid! wij zorgen o zo goed voor alle dieren des velds!

U snapt wel, ik houd me van de domme. Ik weet heus wel, net als u trouwens, dat het de wezenloze angst is dat menig natuurliefhebber hen liever uit de weg gaat. Liever nog eer betuigen aan de voorvechter van de dierenrechten dan deze in een open dialoog te wijzen op een verantwoord natuurbeheer. Dan ze te wijzen op de algemene zaak van het natuurbehoud, die rekening heeft te houden met alle soortengroepen, en niet enkel met een loslopende aaibare vacht, nota bene van exotische huize, het Amsterdamhert.

Ru vreest de dood maar springt dapper op de bres, -voor al het leven denkt hij abusievelijk

Directe aanleiding tot dit schrijven is de opmerking in een Opiniestukje van ene Ru (vast redacteur Wim Ruitenbeek) in het blad Tussen Duin& Dijk, dat ik vanavond uit de brievenbus mocht opvissen, wat een kostelijk tijdschriftje. Hij schrijft, en hij is de zoveelste, vergoelijkend over de bambi’s:

‘’Er zijn te veel vossen, damherten, ganzen, zeggen ze.’’[…] ‘’De reactie van overheden, en helaas ook regelmatig van natuurbeheerders, is steeds dezelfde: er moeten dieren dood. Wij hebben er last van, dus zijn er te veel en moeten ze dood.’’

Ru heeft duidelijk iets met de dood, angst voor de dood misschien. Maar waarom dan de flora en de fauna die in de duinen als gevolg van de kaalvraat door triljarden herten aan het afsterven is doodzwijgen? Wees consequent Ru, en noem alles op wat zoal dood gaat.

Maar het volgende is beslist een verkeerde voorstelling van zaken die Ru geeft, namelijk dat de reactie van de natuurbeheerders ‘steeds dezelfde’ is: ‘er moeten dieren dood’.

Beste Ru. Ze schijten tegenwoordig allemaal verschrikkelijk in hun broek om hun gewone plicht te doen: het geweer opnemen en een eind maken aan de overpopulaties. Dood gaan is juist een groot taboe bij onze natuurbeheerders.

Maar met de hete adem van Harm Niesen in de redactieraad in je nek kijk je wel uit iets anders op te schrijven. Dierenliefhebbers zijn tot moord in staat, zelfs beroemde politici treffen ‘regelmatig’ dit noodlot, dus heb alle begrip voor Ru’s precaire positie.

Wie ook het zwijgen inmiddels is opgelegd, Mark van Til, eveneens lid van de redactieraad. Al heel lang bestudeert hij de vegetatie van de Aw duinen, hij is daar werkzaam en schreef met Joop Mourik het informatieve, grondige boekwerk ‘’Hiëroglyfen van het zand, vegetatie en landschap van de Amsterdamse Waterleidingduinen’’.

Als Ru’s opinie nu maar niet de hele redactie vertegenwoordigt. Het is echter niet de eerste keer dat de rubriek Opinie een negatief oordeel velt over de beheersjacht.  Op Van Til rust nu eigenlijk de dure plicht de volgende keer het huidige standpunt van Waternet weer te geven. De boswachters die de ondankbare aantalsregulatie op zich nemen, kunnen wellicht best een maatschappelijk steuntje in de rug gebruiken. Wie kan dat beter doen dan de man die belang heeft bij een gunstige staat van instandhouding van de vegetatie, zoals de wet trouwens verlangt, de heer van Til, redactieraadslid van Tussen Duin& Dijk?

Al jarenlang worden de Aw duinen geteisterd door een overpopulatie Damherten. De Amsterdamse raad wilde jarenlang niets weten van afschot, het stadsyuppendom had tot vorig jaar geen notie van een evenwichtig natuurbeheer.

Op aandringen van het CDA-er Boomsma (links heeft niets met activistisch natuurbeheer) gaf PvdA-wethouder Gehrels Waternet uiteindelijk opdracht tot een onderzoek naar de schade die de Damherten aanrichten. Dat resulteerde in drie onderzoeksrapporten, waarvan de laatste, vorig jaar zomer vervaardigt, overduidelijk aantoont hoe groot de schade is die de bambies inmiddels aan de karakteristieke nectar houdende bloemplanten van het duin hebben aangericht inclusief de insektenfauna.

Zelfs de directeur natuurbeheer bij Waternet, de heer Ed Cousin, die zich jarenlang op de vlakte hield over de schade–hij is naar men zegt weinig natuurliefhebber-, en die kennelijk daarom de overpopulatie niet wenste te zien aankomen,  roerde zich op een geëigend moment in een commissievergadering te Amsterdam. Hij riep opeens vanuit het niets uit: ‘bloemrijke graslanden zijn volledig kaalgevreten’. Dit heugelijke feit werd door hem vastgesteld op 5 september 2013 en werd opgenomen in de vergadernotulen, die verder niemand leest. Wel konden de Mokumers een paar dagen later in Het Parool de leugens van Thieme lezen.

En geen hond die tegenwicht biedt. Het lijkt wel alsof onze natuurbeschermers welbewust  op massabiodiversiteit uit zijn.

kp

-zie bericht van 5 maart ”De Partij voor de Dieren tracht de Amsterdamse Waterleidingduinen om zeep te helpen”, voor linken naar de genoemde rapporten

-en volg alstublieft mijn twitter  Piël@Prunusjager -tevens ook voor incidentele aankondiging van nieuw blogwerk. Journalisten schrijven hier liever niet over, het is bij hen een en al bijtjes en bloempjes; de krant is op natuurbeheersgebied de dood in de pot

 

De echte wildernis bestond miljarden jaren vóór ons

han bouwmeester

Wildernis is menselijk’, zo luidt de titel die Koos Dijksterhuis gaf aan zijn column in Trouw van 25 maart.

Hij wil ermee zeggen, dat de wildernis louter een constructie van de menselijke geest is, de wildernis is een mythe. Maar hij wil het liefst zeggen, dat de zeer rijke natuur die in het verleden vorm kreeg door de primitieve landbouwende mens, van grotere waarde is dan die wildernis waar men tegenwoordig zo de mond vol van heeft.

En misschien is het wel waar, voor sommige soortengroepen, zoals kruiden. Maar is dat bewijs ook al ondubbelzinnig geleverd? Anderen houden vol dat in de ongestoorde natuur, in dát type wildernis, veel meer soorten te vinden waren.

Natuur en wildernis zijn vage begrippen waar je geen kant mee uit kan. Of dus juist alle kanten. Bij wildernis moet ik altijd denken aan mijn vader. Als kind gingen we vaak na het avondeten wandelen. Bij het passeren van een verwaarloosde tuin hoor ik hem nog  verzuchten: tjonge, wat een wildernis!  Het was er ook een rotzooitje.

Eigenlijk kan je er alles onder verstaan.

Zo is ook menig natuurgebied in ons land verwaarloosd. Het wordt niet meer beheerd zoals de ouderwetse boer dat deed door regelmatig maaien, weinig tot geen mest op het land gooien. Het is te duur geworden, daardoor verdween veel ‘boerennatuur’, zoals Natuurmonumenten dat tegenwoordig zo treffend placht uit te drukken. Uit te veel reservaten verdwenen de blauwgraslanden, de kruidenrijke en insectenrijke hooilanden. Net als in tuinen trad verwaarlozing op tot  ‘wildernissen’.  Heel goed dat Dijksterhuis zich hiertegen afzet.

Die wildernissen resulteren vaak genoeg in een eenzijdige verzuurde grazige situatie waar haast geen kruid meer te vinden is, en de koeien die men er klakkeloos laat rondlopen doen vaak meer kwaad dan goed.

Maar dat de natuur , zoals Dijksterhuizen beweert, als ‘mensvrije wildernis’ niet zou bestaan?

De oernatuur, de natuur zonder enige menselijke beïnvloeding –bestond enige miljarden jaren vóór de komst van de mens. Dé natuur was mensloos, was al die tijd mensvrije wildernis, dat was nu eens honderd procent natuur, natuur waarin de soorten zich ook hebben ontwikkeld. De mens is een recente verschijning in een lange aardse evolutie.

En wat wil Dijksterhuis overigens verstaan onder het begrip natuurbescherming? Moet die zich alleen richten op de natuur zoals die ontstond onder de verrijkende invloed van het ouderwetse boeren?

De natuurbescherming richt zich evengoed op behoud dan wel de ontwikkeling van ongestoorde natuurlijke landschappen. Denk aan de wadden, de hoogvenen, de beekbiologie, de duinen.

Nog steeds weten we vrij goed hoe de natuurlijke bossen van Europa eruit zagen, zowel qua structuur als soortensamenstelling. Vorm deze bossen terug. Door de autochtone soorten die in de houtwallen, oude bosrelicten en dergelijke nog te vinden zijn, opnieuw naar het te vormen natuurbos over te brengen. Houd de exoten buiten. Dan loop je op den duur rond in een vrij natuurlijk bos. Dat oogt weliswaar als een voormalig oerbos, maar het is niet het echte oerbos zoals dat er zou wezen als de mens Europa nimmer had betreden. Zo’n heel authentieke natuurbos is voorgoed verdwenen en een nauwkeurige reconstructie is helaas nimmer te maken; de evolutie is daarvoor te veel een toevallig proces.

Door de plotse aanwezigheid van de mens kwam het oerbos niet meer toe aan zijn verdere ontwikkeling, een mens-ongestoorde bosevolutie hield op te bestaan. Oerbos is strikt, een beetje zwanger gaat ook niet. Onzekerheid blijft dus altijd bestaan omtrent de precieze soortensamenstelling. Het is een bos waar we in elke geval van kunnen dromen, en was dat niet op en tot wildernis, meneer Koos?

Ga zo meteen dat reeds bestelde boek in de winkel ophalen, Woorden over de Wildernis, -dat Dijksterhuis ons toen aanraadde.

kp