Ons natuurbehoud geeft misleidende informatie over de Oostvaardersplassen

OVP 4magesCECCENTY

Over de verdienste voor het natuurbehoud van de Oostvaardersplassen gesproken:

De OVP is zeker geen voorbeeld voor een Holland zoals zich dat tot op heden ontwikkeld zou hebben als de mens niet ons land was binnengekomen, als er dus geen menselijke invloed was geweest. Natuurbehoud doet voorkomen alsof dit wel zo is.

Het drooggelegde stukje IJsselmeer waaruit de OVP is ontstaan -en voorheen golfde er de nog meer oorspronkelijke, brakke Zuiderzee-, is geen kopie van de oernatuur, ook niet van een voorbeeld zoals dat elders in een oer-Holland had bestaan, of nog zou hebben bestaan.

De grote verdediger van het huidige gebied en zijn beheer, de bioloog  dr. Frans Vera, kwam in 1997 met een dik proefschrift voor de dag, ‘’Metaforen van de Wildernis’’. Daarin poneert  hij dat de niet door de mens beïnvloede natuur in Noordwest-Europa bestond uit grote kuddes grazende zoogdieren die de bossen een zeer open karakter verleend zouden  hebben, een soort parkbossen. Zijn theorie is door palynologen , archeologen en ecologen onderuitgehaald.

Ons land kende van oorsprong maar weinig wilde runderen en paarden; de laatste werden vrijwel niet gevonden in oude kampplaatsen uit de prehistorie.  Wel lagen er relatief veel botten van het Edelhert. Paarden konden  moeilijk vooruitkomen in een land dat doorsneden was met rivieren en beken, overdekt met vele  moerassen. De zeer uitgestrekte, onbegaanbare hoogvenen boden al helemaal geen paardenbiotoop.

Er is ook geen enkel bewijs dat grote groepen ganzen de rietvelden in toom wisten te houden, zoals Vera en Staatsbosbeheer beweren. De vergelijking met Serengeti  Nationaal Park gaat mank, daar heerst een geheel ander klimaat en de set aan Afrikaanse zoogdieren is onvergelijkbaar anders, veel soortenrijker en mede daardoor andere ecologisch-functionele relaties. Maar steeds komen ze weer met Afrika aanzetten. Want dat is handige pr.
Safari! Spanning! Romantiek!

Voor de hand ligt daarentegen een vergelijking met Europa en Noord-Amerika, op beide continenten waar vrijwel dezelfde diersoorten voorkomen. Uit een omvangrijke, voornamelijk wetenschappelijke Amerikaanse literatuur komt het beeld naar voren van een (oer)natuur waar de aantallen hertachtigen flink laag worden gehouden door een gecombineerd predatie van Bruine beren, Wolven en Lynxen in Europa; in Noord Amerika bovendien de Poema. Top-down control overheerst Bottum-up.

Meer dan twee herten per honderd hectare, dat is één vierkante kilometer, kwamen in de meer oorspronkelijk natuur op het noordelijk halfrond waarschijnlijk niet voor. Voor de OVP, als een te herstellen natuur naar een meer oorspronkelijk aanzien, mogen we dan rekenen op iets van totaal veertig Edelherten; daarboven is kennelijk te makkelijke prooi voor de roofdieren.

Oerossen kwamen hier waarschijnlijk in kleine kuddes voor. De Wisent is nooit in Nederland vastgesteld; anderzijds stelt Vera wel zeer terecht dat de Wisent in de loop van de tijd zijn natuurlijke areaal mogelijk over Nederland had kunnen uitspreiden. Goed die Wisent loopt er nog niet. Maar het wilde zwijn ontbreekt in de OVP, voor mij is dat een compleet raadsel. Die moet je als oorspronkelijke omnivoor en belangrijke bodemwoeler juist uitzetten.

Doordat onderhand al het struweel en het bos in de OVP is weggevreten of de bast is geschild, en door de onnatuurlijke grote overpopulatie aan grazers, kun je hier niet spreken van een voorbeeld van oernatuur. Of zelfs iets wat er in de verte op lijkt.

Ook ontbreekt het aan de aanwezigheid van Bruine beren en Wolven, die voor een volwaardig ecologisch functioneren essentieel zijn. Zonder deze grote predatoren heeft de vegetatie een totaal ander karakter, er ontstaat een andere natuur dan oorspronkelijk van nature aanwezig. De grote predatoren hielden de stand van  Vossen en Dassen laag. Bij gebrek aan grote predatoren komen deze mesopredatoren al te overvloedig in onze natuur voor; de beheersjager kan anders iets rechtzetten.

Wat vrijwel een onzinnig voorstel is. In Nederland spelen de diersentimentalisten meer en meer de baas over het natuurbehoud.

Zelfs Natuurmonumenten is recent overstag gegaan. Deze vereniging heeft onlangs een taboe uitgesproken over het ‘pro-actief’ jagen. Daarmee is de toon gezet van  een onheilspellende ontwikkeling binnen het natuurbehoud. Het anti-jacht sentiment zal in de bossen van haar natuurmonument uitdraaien op overbegrazing, op het verdwijnen van de struik- en kruidlaag en de natuurlijke bosverjonging loopt groot gevaar. Als je slechts één facet van het beheer laat domineren over alle andere, waarmee ben je bezig? Met facetbeheer. Het foute voorbeeld van de OVP werkte bij de afweging van de argumenten kennelijk niet afschrikwekkend genoeg.

In de fatale beslissing om de stand van de herten niet langer op een meer-natuurlijk peil te houden, zal het vooruitzicht van een vertoornde toverkol uit Den Haag, Marianne Thieme, de grootste rol hebben gespeeld.  Dat moet gezegd, met vlag en wimpel slaagt haar partij, -die verder ook niets opheeft met natuurbescherming (alle invasieve exoten bereidt de Partij voor de Dieren een hartelijk welkom!)-,  erin om een leger stoere boswachters naar haar pijpen te laten dansen. De boswachter is overal in ons land van een streng toezichthouder afgezakt tot een bedenkelijk soort gastvrouw die voor alle gasten een even vriendelijk woord overheeft.

De Zeearend is hier komen aanvliegen vanwege de rust die er heerste. De waarde van deze zogenaamde Nieuwe Wildernis  is er volgens mij dan ook in gelegen dat er tot voor kort haast geen recreanten werden toegelaten, en dat is voor het natuurbehoud in Nederland onderhand werkelijk uniek en zéér opmerkelijk te noemen.

Eindelijk konden we wat dát betreft spreken van een ‘echt’ natuurreservaat! De Nederlandse natuurgebieden worden platgelopen en de natuurbeheerders doen er alles aan om  er nog meer mensen in te proppen. Het laatste is goed voor het Draagvlak van het natuurbehoud! (Echt natuurbehoud bestaat niet in Nederland, wél valse profeten.)

Voor een hoop Nederlanders vormen de OVP dé ongestoorde oorspronkelijke natuur. Dat valse beeld wordt door een onverantwoorde natuurbescherming keer op keer bevestigd. De sensationele propaganda- bioscoopfilm, de Nieuwe Wildernis, is daar ook debet aan.

Het gebied is inmiddels zo populair geworden dat de staatsboswachter de aandrang van de liefhebbers om in het gebied rond te mogen struinen niet langer schijnt te kunnen weerstaan, -een sussend woordje om die allerlaatste ontwikkeling, dat laatste zetje, tegen te houden, hielp hen niet meer-, en eerdaags zie ik de poorten ook voor het trailrunnen nog wel openvliegen. Dwars door de ontbindende lijken van de Konikpaarden de moerassige overkant zien te bereiken. Wow! Gaaf!

Je kan er al barbecues bestellen, al blijft dat nog beperkt tot een nieuw safari-achtig onderkomen. Verdorie, steeds meer Afrika. En echte landrovers!

Maar minder en minder oernatuur, en hoe langer hoe meer een pretpark. In een Flevopolder die oorspronkelijk voor het gewone boeren werd drooggelegd.

kp

Ps. Uitgebreider dan hierboven zijn de kritieken die verschenen in Woorden over de Wildernis, een uitgave van Natuurmedia uit Amsterdam, 2014.

Lees vooral de artikelen van Frits van Beusekom, ex-directeur bij Staatsbosbeheer, en Koos Dijksterhuis, schrijver, o.a. in dagblad Trouw.  Die heien het OVP-beleid voorgoed de drassige grond in.