Verstand op nul. Natuurlijk proces op oneindig

In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr geworden.
In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr…..

 

Gezien de zorgelijke toestand waarin de Amsterdamse Waterleidingduinen met het Damhert kwam te verkeren nam de Amsterdamse gemeenteraad op 11 september 2013 de motie Jager (PvdA) aan.

De motie stelt dat: ‘’Waternet overgaat tot duurzaam beheer van de kudde, gericht op stabilisatie van de populatie waarbij natuurlijke processen zoveel mogelijk een beloop krijgen.’’

Volgens de motie mocht er ook niet worden bejaagd. Ogenblikkelijk rijst de vraag of een jachtverbod niet in conflict komt met de doelstelling van een ‘’stabiele populatie’’.

Want alleen beheersjacht garandeert de nodige stabiliteit, althans in de aantallen. Nu de motie de jacht uitsluit zal de populatie doorgroeien tot ‘aan het plafond’, tot het moment dat de voedselvoorraden voor de Damherten zijn uitgeput. Dan is de hertenpopulatie inmiddels tot fabelachtige dichtheden aangezwollen, in een mate zoals die onder meer natuurlijke omstandigheden niet zal voorkomen.

Jager wil evenmin de Wolf introduceren. Ik bedoel hier meneer Jager, het raadslid. De hoge aantallen herten die nu al jarenlang de Awd onveilig maken tot schade van flora en fauna staan in geen enkele reële verhouding met de natuurlijk processen zoals de motie die beoogt. De vraag staat hier centraal: wat is een ‘natuurlijk proces’.

De beheerder slaat geen acht op de co-evolutie

De door Amsterdam gewilde natuurlijk processen kunnen het niet stellen buiten de natuurlijke predatoren. Zoals de Wolf, die in staat is onder natuurlijke omstandigheden de aantallen herten drastisch binnen de perken te houden.

Maar eerst iets over de invloed van de Wolven, en mogelijk andere roofdieren, op de vorm en functie van het Damhert. Wat gebeurt als de Wolf er niet meer is; treedt er bij herten geen domesticatieproces op? Inderdaad, de Damherten dreigen eigenschappen te verliezen die ze in een langdurige co-evolutie met hun roofvijanden hebben verworven .

Over enkele eigenschappen die de waarnemer opvallen. Bij herten valt de sprint op. De aanvallige dieren bezitten tevens een goed gehoor. Die eigenschappen stellen de herten in staat een snel heenkomen te zoeken wanneer roofdieren, Bruine beren en Wolven en in mindere mate de Lynxen, in de buurt komen.

Beide kenmerken, gehoor en loopvermogen, versterken elkaar, ze vergroten de voorsprong .Toch vallen er dieren ten prooi. Maar zonder de ver ontwikkelde zintuigen -en de loopspieren en het ranke gestel- stierf het hert uit, werd het door zijn predatoren nét wel uitgeroeid. Het natuurlijk evenwicht bestaat wel.

De oren zijn er niet op gespitst om het gras te horen groeien, zoals de heer Jager aan het Waterlooplein misschien denkt. Neen, het gras vinden ze op het zicht, waarbij herten wellicht verder selecteren met het reukvermogen. De viervoeter heeft zeer waarschijnlijk ook niet zulke snelle poten gekregen om voor de hete zomerzon uit het bos in te vluchten, voor koelte en schaduw. De bosrand haalt hij voor dat doel evengoed.

De motie hield geen rekening met deze co-evolutionaire kant van het Damhert. In de uur durende beraadslaging in de Amsterdamse raad, die in zijn geheel was gewijd aan leven en dood van bambie, miste ik node een snuggere opmerking hierover.

Maar als je niet bereid bent om voor jezelf een voorstelling te maken van het natuurlijke habitat van het hert, spreek dan liever niet van natuurlijk processen. Dat is een te dure term voor raadsleden, die in de regel weinig op hebben met natuurbeheer.

Predatoren bepaalden voor een deel tijdens een langdurige evolutionaire interactie anatomie, fysiologie en ecologische functie van herbivoren, inzonderheid de herten. In het geval van een wegvallen van dat ene aspect -dat miljoenen jaren omvattende natuurlijke proces van predatie-, zijn die verworvenheden van het Damhert onherroepelijk aan erosie onderhevig. De alertheid neemt af: er zijn geen roofdieren die op herten loeren en de laatsten hoeven niets meer in de gaten houden. Gevolg: bambie wordt aartslui. Verworven karakteristieke biologische eigenschappen worden aldus danig op de proef gesteld, het resultaat is verandering van fysiologie en anatomie. Als gevolg van een niét langer verlopend natuurlijk proces verminderen reuk en gehoor, deze veranderen hoe dan ook; het proces is niet langer een natuurlijk proces. Wel een spontaan proces, de mens grijpt niet in.

De grote roofdieren keren waarschijnlijk niet gauw terug in de AW duinen. Voor de Wolf is het gebied te klein om een roedel te bevatten die een effectieve wolvenjacht mogelijk maakt. Zelfs is het de vraag of een behoorlijke roedel een onnatuurlijke overpopulatie qua aantal weet terug te brengen tot meer natuurlijke proporties. In de literatuur lees je van schaarse voorvallen waar een dergelijke aantalsreductie achterwege blijft.

Afgezien van de getalsmatige kwestie ziet de toekomst er voor het Damhert in de Awd er dus weinig rooskleurig uit. Dat het hert in ons land wegens het ontbreken van natuurlijke predatoren een domesticatieproces tegemoet gaat, -we kunnen het Amsterdam niet euvel duiden. Jager gaat wat dat betreft vrijuit. Maar niet de jagers als groep.

Hun hulp roepen we in om de aantallen herbivoren te limiteren, zoals de natuurlijke predatoren dat in het verleden deden.

Geen topnatuur zolang de begrazing óver de top is.

Omwille het oplosbare vraagstuk der aantallen zou de van de natuurbeheer vervreemde stadsmens niet langer de baas moeten willen spelen over de natuurbeheerder. De raadsleden moeten een kloek besluit nemen en het beheer overlaten aan de vakmensen: de natuurbeschermers. Die zijn overal ter wereld gewend te beheren, ook met het geweer. Waarom zou je de  ‘Topnatuur’ van de Awd uitzonderen?  De directeur van de Awd, de heer Cousin, liet de handige pr-kreet Topnatuur ongegeneerd knallen tijdens een commissievergadering. Zijn onderzoekrapporten, die elke keer weer meer hertenschade melden, spreken geenszins van Topnatuur.

Welke vegetatie zal onder begrazing van herten ontstaan? Een belangrijke vraag voor de instandhouding van de biodiversiteit. Bij een natuurlijke lage dichtheid (deze wordt uitgedrukt in aantal herten per 100 hectare), behoudt het bos zijn typische kruid- en struiklaag en de boomverjonging blijft overeind. Hoge dichtheden, met meer dan twee Edelherten per 100 hectare, brengen het bos in verval, verjonging door opgroeiende bomen blijft achterwege, en het bos veranderd op den duur in open terrein.

De vegetatiestructuur is voorts bepalend voor de plantensoorten die er voorkomen. Typische bosplanten vestigen zich  waar bos voor lange tijd kan voortbestaan. Op open terrein planten die horen bij open terrein. En planten bepalen op hun beurt het voorkomen van diersoorten. Vaak zijn dieren gespecialiseerd op bepaalde planten: de vlinder die een bepaalde plant voor nectarbezoek uitkiest en mogelijk weer een ander plant als waardplant voor zijn rups. Paddenstoelen voor het bos, of soorten die aangepast zijn aan het open grasland, enzovoort.

Predator als bemiddelaar tussen herbivoren en vegetatie

Van de 47 hertensoorten die de wereld kent, zijn er 11 die hoge dichtheden kunnen bereiken (McShea, 2005). Een van de elf is de in de Randstad veelbesproken Damhert, alias Bambie. Deze bereikt in de Awd in het binnenduinbos van het Vinkenveld inmiddels het recordaantal van 190 dieren per honderd hectare (Parels van de duinen 2014).

De motie die stelt dat de damherten, de lievelingen van het grote publiek, niet mogen worden afgeschoten, behalve de dieren die ondraaglijk lijden (en die zich dan schielijk in een verborgen struweelhoekje terugtrekken waar ze nooit door de boswachter worden gevonden; de motie is op dit punt wat aan de hypocriete kant), die motie zal niet de natuurlijk processen op gang brengen. Integendeel, in natuurgebieden waar alle oorspronkelijke ecologische relaties intact zijn, c.q. de functionele relatie predatoren-herbivoren, halen de herten in de gematigde luchtstreken zelden hogere aantallen dan twee Edelherten per honderd hectare (wat overeenkomt met vier Damherten, althans als je kijkt naar de voedselopname; overigens is de Damhert een exoot).

Dat natuurlijke aantal stemt overeen met de lage aantallen van 1 á 2 Edelherten die de bosbouwers op de Veluwe claimen om de bosverjonging voor overbegrazing te behoeden . Nu lopen in het Awd-duinbos van het Vinkenveld dus 190 damherten per 100 ha. Hoe durven de Amsterdammers een dergelijk uit elk zinnig verband getrokken aantal een natuurlijk proces noemen?

Dat was dus het tweede punt, de aantallen, waarop eens de aandacht gevestigd mag worden, niet dan na even hierboven te hebben stilgestaan bij de deformatie van een oorspronkelijk wilde soort wanneer de wilde roofdieren ophouden te bestaan.

Al met al had Jager en zijn PvdA, en in zijn kielzog de hele Mokumse gemeenteraad, er beter aan gedaan de kaken stijf op elkaar te houden in plaats van de wijsneuzen uit te hangen.

De zaak op zijn beloop laten, – bij afwezigheid van die grote vormende en limiterende factor, de natuurlijke predatie-, en het tegelijkertijd wél toestaan van onnatuurlijk hoge aantallen herbivoren doordat er een jachtverbod is op aantalsregulatie-, het betekent dat er hooguit sprake kan zijn van een spontaan proces. De les die hieruit volgt:

elk natuurlijk proces is spontaan, maar niet elk spontaan proces mag je onder die van de natuurlijke rangschikken.

De man die in de vorige eeuw de Wolf op de Veluwe wilde herintroduceren, de charismatische natuurbeschermer dr Harm van de Veen sprak eens over ’de natuur van de dakgoot’. Natuur die zich spontaan ontwikkeld kan interessant en waardevol zijn, maar correspondeert niet noodzakelijkerwijze met de natuur zoals die buiten de historische invloed van de mens om zou hebben bestaan, zo hield hij ons voor. Het ging Van de Veen vooral om een reconstructie van de meer oorspronkelijke natuur.

Met genoegen presenteer ik enige uitspraken van personen die in hun jeugdjaren met weinig aandacht het debat over de begrippen spontane versus natuurlijke natuur hebben gevolgd. Aanstonds zal blijken dat zij in de collegebanken van de vakgroep natuurbeheer hun nachtelijke roes hebben zitten uitslapen.

In het blad Duin, van de stichting Duinbehoud, poneert Arnoud van der Meulen de stelling dat populatiebeheer de ‘natuurlijke processen’ in de weg zit. Hij stelt: “Als het aantal damherten de draagkracht van het gebied nadert, remt de groei vanzelf af door beperkende factoren’’.

De uitgebreide literatuur laat er echter geen twijfel over bestaan: een van die ‘beperkende factoren’ tijdens de natuurlijke processen is de predatie. Die oefent zijn werking uit lang voordat genoemde  ‘draagkracht’ is bereikt, dat wil zeggen, lang voordat al het voor herten in voldoende mate aanwezige voedsel op is.

Het eerste slachtoffer dat in de Awd ten prooi viel aan de kaalvraat van het Damhert is het duinbos. De bast van de struiken werden geschild, de bladeren opgepeuzeld; er is daar geen ondergroei meer aanwezig. Dat was al het geval in 2011, toen  Duinbehoud het artikel schreef. Er werd gewoon geen melding van gemaakt.

Hij schrijft dat het punt van de draagkracht ‘waarschijnlijk’ al is bereikt. Toen, in 2011 waren er 1500 herten geteld. Maar voorjaar 2014 2200.  Liefst 47 procent erbij.  Kende Duinbehoud zijn literatuur, dan kon het weten dat elders in Europa voorbeelden waren van 6000 Damherten, en daar kan het naar toe gaan.

In de grond van de zaak heerst er diepgaande onkunde over het verschil tussen spontaan en natuurlijk. ‘Afschot is een kunstmatige  ingreep die al deze natuurlijke processen verstoort’, schrijft Van der Meulen onbekommerd. Elke natuurbeheerder weet dat een ingreep de natuurlijkheid kan bevorderen en nergens gaat dat zo goed op als bij het beheer van herten. Zonder die kunstmatige ingreep verliest het duin veel van zijn natuurwaarden. Hoe kan een stichting die het duinbehoud in zijn vaandel heeft staan dergelijke onzinnige dingen beweren, maar de vermeldenswaardige verzwijgen.

De uitglijers van Alterra

Groot Bruinderink is jaren onze grote nationale wildbioloog geweest, in dienst van Alterra. Onlangs ging hij  met pensioen. Hij stelt dat als gevolg van de toename van de Damherten de lagere dichtheden van de Ree ‘’als natuurlijk moet worden beschouwd’’ (Groot Bruinderink et al, 2009)

Als voorbeeld noemt hij een zeer hoge stand van 180 Damherten per honderd ha. Zulke hoge aantallen Damherten verjagen de Ree, ja logisch, maar dan hebben we het over duidelijk kunstmatige hoge aantallen. Is dat natuurlijk te noemen? Een blunder van Alterra, die bovendien de banvloek slaat met elke vorm van wildbeheer.

Bruinderink citeert zichzelf in onderhavig Alterra-rapport getiteld Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, beoordeling Damhert. Het werd vervaardigd ’In opdracht van Statenfractie Partij voor de Dieren, Noord-Holland’.  Daar komt de aap uit de mouw.

Alterra is met andere woorden niet objectief geweest. Hoe gewillig buigt een onafhankelijk geachte onderzoeksinstituut voor de wens van een politieke partij. Die maar één dogma koestert in zijn semi-religieuze vervoering, dat met vette letters in zijn catechismus staat gepend : de jager hel en verdoemenis toewensen. Pardon dierenvrienden: de plezierjager.

Groot Bruinderink en co-auteur Lammertsma merken op: ‘’gehanteerde begrippen als duurzaamheid en een natuurlijke populatiestructuur worden daarmee inflatoir: dat is immers een doel dat door de feitelijke gang van zaken [d.w.z. het afschot –kp] wordt gefrustreerd.’’

De jacht frustreert duurzaamheid? Dat is de omgekeerde wereld. Buiten Nederland wordt de jacht beschouwd als middel bij uitstek om, waar nodig, de natuurlijke vegetatie te herstellen. Zonder dat er sprake is van natuurlijke predatie -want over dat laatste hebben ze het niet-, suggereren Groot Bruinderink et al. de mogelijkheid van een ‘natuurlijke populatiestructuur’. Dan gaat Alterra er kennelijk vanuit dat de natuurlijke predatoren geen wezenlijke invloed hebben op die natuurlijke populatiestructuur? Hoe nu. Als de natuurlijk jager dan toch niet zoveel verschil uitmaakt, dan leidt menselijke bejaging wellicht tot een even natuurlijke populatiestructuur, of een die daar in de buurt komt. Als je maar onder de juiste leeftijden de juiste aantallen afschiet. Zo zie je maar wat drank aanricht in de collegebanken.

Inflatoir is het begrip natuurlijkheid, zeker op de manier waarop Alterra dat  opvat.  Misverstaan, omdat het rapport voorbijgaat aan de meer natuurlijke dichtheden.

De dichtheden van de herten zijn bepalend voor een al of niet natuurlijk te noemen vegetatie (met name het duinbos), of bepalend bij de instandhouding van overige biodiversiteitswaarden (zoals het open duinlandschap dat deels een artefact is). De jacht is het enige middel van beheer, en uitgerekend dat middel noemt Alterra ‘frustrerend’. Alterra kan onderafdeling van Duinbehoud worden.

De Totale Bambie is geen Natuurlijk Proces.

Een andere grootheid in de geweldige Nederlandse natuurbehoudswereld is de bekende Frans Vera. Nederland mag hem dankbaar zijn voor de totstandkoming van het oostelijke deel van de Oostvaarderplassen. Daar was oorspronkelijk een spoorlijn geprojecteerd. De man weet als geen ander politicus in de lage landen de publiciteit  flink naar zijn hand te zetten. Door zijn publicaties werd de spoorlijn, die er al bijna lag, naar het oosten op geschoven.

Voor het overige is de man een leger des heils soldaat, vooral verveelt hij met zijn niet aflatende propaganda voor zijn theorieën over het natuurbeheer, inzonderheid het karakter van de bossen zoals die hier van nature volgens hem zouden voorkomen.

Zijn fundamentele preken over de Nieuwe Wildernis trekken al decennia lang volle zalen en oogsten veel bijval. De volksmisleiding resulteerde in overbegrazing en afbraak van het Nederlandse bosareaal, de natuurontwikkelingsgebieden kregen niet de kans uit te groeien tot  biologisch interessant en veelzijdig natuurterrein.

De OVP is een door veredeld huisvee kaalgegraasde kleivlakte. Het is de natuurlijke metafoor van een plat gebombardeerde stad in oorlogstijd. Vanuit de trein is het elke keer een spektakel om naar te kijken, daar niet van. Gelukkig is zijn theorie die hij goedgelovig liet steunen op hulpwetenschappen als palynologie en archeologie door de vakspecialisten in de prullenbak gegooid. Voor sommigen was zijn proefschrift Metaforen voor de Wildernis aanleiding om gericht naar antwoorden te zoeken op concrete vragen die het opriep. Om vervolgens zijn bostheorie nog een knauw na te geven.

Frans Vera kan je met gemak de Messias van de Oernatuur noemen, de Verlosser van het naar Authentieke NatuurErvaringen smachtende volk. Iemand die iets bijzonders weet te verkondigen over de afstamming van de wereld, kan altijd rekenen op een sekte die voor hem door het vuur gaat.

Over de Oostvaardersplassen verscheen, zoals dat toegaat, een oud-testamentisch aandoend beeldverslag, een film. De Nieuwe Wildernis. Velen waren ontroerd, sommige verlieten de bioscoop onder het plengen van stromen tranen. Dat zielige veulentje, en toch zo echt Op en Top Wildernis.

Maar een religie of een socialistische dwangstaat kan het niet lang volhouden zonder inquisitie of concentratiekamp. Het OVP-vee mag daarom periodiek massaal doodhongeren. Het is de prijs voor de afwezigheid van Wolven en Bruine beren. Die hadden de aantallen herbivoren anders op hun gulzige manier al verslindend gedecimeerd. Maar dan was de ‘ecologische draagkracht’, die helaas ten onrechte als norm is gaan gelden, in de vorm van hongeroedeem met bijbelse proporties, nooit bereikt.

De Oostvaardersplassen liggen in een droogmakerij. De Amerikanen zijn gek op Holland. Eenkennig lopen de yanks weg met onze klompen, dijken en polders. Des te bewonderenswaardig dat Vera, de om zijn betrouwbare nieuwsvoorziening geroemde The New York Times op 18 september 2013 zover wist te krijgen de door hem in het leven geroepen mythe zonder enig kritisch commentaar te laten afdrukken; ”This gave a window into what large parts of the Netherlands looked like in the past’’

Waarmee Vera weer een staaltje te beste gaf van zijn grote overredingskracht. Bij ons thuis lezen we in het boek Wildernis in Nederland-het verhaal van bossen en beesten, zijn evangelie er nog eens goed op na. We lezen de blijde boodschap van een ‘nagenoeg ongerept oerlandschap’. Het is een echt kerstverhaal. De film werd ook in de kerst op de tv vertoond.

De kracht van Vera zit niet zozeer in zijn argumentatie. Die snijdt geen hout, het is meer orakeltaal á la Lou de Palingboer. Als begaafd pr-man is hij desalniettemin razend populair onder de journalisten van de Nederlandse kwaliteitskranten. Die zijn tuk op de laatste berichten uit de kersverse Oernatuur. Ik lees die verhalen altijd met genoegen, wat is leuker dan je tot op het bot ergeren, het maakt het leven met zijn opflakkerende momenten van saaiheid  de moeite waard.

De laatste jaren lijkt Sinterklaas op zijn retour. Hij zoekt steun en toeverlaat bij het kader van de PvdD. Dat de diersentimentalisten fel opponeren tegen de beheersjacht, moet Vera wel bevallen. Zijn afgodsbeeldje van de oernatuur is die van enorme kuddes herbivoren die permanent de bossen door kaalvraat een zeer open karakter verlenen, terwijl hij kranig volhoudt dat de predatoren een ondergeschikte rol spelen bij het reguleren van de aantallen herten. Zware boekenkasten van de wetenschappelijke instituten die bijna unaniem het tegengestelde verkondigen, hoeft de grootste illusionist die het Nederlands natuurbehoud voortbracht niet weg te toveren. In ons land heb je die boekenkasten niet. Anders zou hem dat met het grootste gemak lukken. Niet nodig ook. Geen natuurbeheerder leest immers die boeken.

De Awd is op weg naar een tweede Oostvaardersplassen en het grote publiek vindt het prachtig. De nieuwe duinwildernis van de Awd zal op den duur ook een oerrrr spannende Serengetivlakte opleveren. Dat zomaar in eigen land. En je hoeft er geen dure reis voor te betalen. En de jager zetten we neer als een buitengewone schoft, een barbaar. In een land waar 95 procent van de bevolking met smaak en plezier vlees naar binnen werkt – zo vlak na kerst ligt men onder de uitvallende dennenaalden nog bij te komen van de tonnen wildbraad en kalkoen-, is het ironisch genoeg populairder dan ooit om met zijn allen mee te doen aan de hetze tegen de plezierjacht.

Natuurbeheerders doen er angstvallig het zwijgen toe. De kale biologisch verarmde vlakten waren nimmer hun oorspronkelijk doelstelling geweest. Maar niemand interesseert het zolang die vlakten goed zijn voor het draagvlak van het natuurbehoud en de ledenadministratie.

Mij komt het voor dat er een diepe tegenstelling is ontstaan tussen de dierenbeschermers enerzijds en de natuurbeschermers anderzijds. De laatste zijn voorlopig aan de verliezende hand. Of het is al veel erger, ze gingen er massaal met de staart tussen de benen vandoor om een holletje te zoeken onder de welriekende rokken van toverkol met bezem, M. Thieme in Den Haag, dat andere fenomeen. kp

Literatuur

Groot Bruinderink, G.W.T.A en D.R. Lammertsma. Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, Beoordeling damhert. Alterra-rapport 1930, Wageningen.

McShea, William J. 2005. Forest ecosystems without carnivores: When ungulates rule the world. Bladzijden 138-153 in: Large Carnivores and the Conservation of Biodiversity. 2005. Island Press, Washington, Covelo, London

Vera, F.W.M., Buissink, F en Weidema. 2001. Wildernis in Nederland –het verhaal van bossen en beesten. Trion, Baarn

Vermeulen, Arnoud van der. 2011. Damherten in de duinen. Een grazende attractie. Julinummer DUIN

Parels van de duinen 2014, -download: https://www.waternet.nl/media/721965/parels_van_de_duinen_2014.pdf

 

 

 

 

 

In de Awd gaan ze actief beheren!

Nog tot 2016 zal de populatie zich mogen uitbreiden ten koste van de natuurwaarden
Nog tot 2016 zal de populatie zich mogen uitbreiden ten koste van de natuurwaarden

 

Is er heus vooruitgang in het beheer van de Amsteldamherten?

Op de website van gemeente Amsterdam is een brief geplaatst van wethouder Udo Kock, datum 10 december. Daarin lees je dat men over wil gaan tot Actief beheer in plaats van louter Reactief beheer.

Eindelijk! De jacht werd door de linkse partijen altijd met groot succes tegengehouden, doden  was immers niet beschaafd. Is de kogel door de linkse kerk? De brief kwam me gisteren onder ogen, 12 december. Juist een dag eerder ontdekte ik dat er een onthullend rapport was verschenen. Uit dit rapport Parels voor de Duinen 2014 heb ik uitvoerig de belangrijke schadegevallen die men constateerde geciteerd, alsook een gewichtige aanbeveling die de onderzoekers zelf deden maar waarvan in een zwevend tekstkadertje door Waternet direct afstand werd genomen.  Als zelfs de natuurbeheerder die er met zijn neus boven opzit, de enorme schade door de overpopulatie in twijfel trekt, hoewel het rapport klare wijn schenkt, hoe diep mag niet de moed van de vrijwillige natuurbeschermer zinken.

Ik raad u aan de serie bevindingen uit dat mooie rapport Parels van de Duinen te lezen, zie vorige bericht Parels voor de Zwijnen.

Naar aanleiding van mijn herleefde belangstelling voor de hertenproblematiek, teweeg gebracht door dat pareltje van duinonderzoek, meende ik gisteren een email met mijn bezwaren en commentaren apart te moeten opstellen en deze op te sturen naar personen die lukraak gekozen waren uit een lijst met namen, duinbehouders en zo. Ik kreeg prompt een reactie binnen van de heer Jasper Groen van GroenLinks uit Amsterdam. Hij wees mij op die kersverse brief van 10 december, waarvan ik het bestaan nog niet kende. Dank.

In zijn brief stelt wethouder financiën Udo Kock dat ‘’de zorg over de toestand van de natuurwaarden toeneemt’’ en dat ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’.

Onder druk KOMT te staan?  Die biodiversiteit staat al héél lang onder druk. Al in 2004 toen er iets van 400 herten waren wilde toenmalig wethouder Hester Maij van het CDA al aantalsbeperking, en beheerder Rik Schoon stelde in een NRC Handelsblad van 2001 dat een theoretische stand van 700 herten ‘’eigenlijk al te veel’’ was.

Daarmee ben ik het eens. 140 Damherten -het officiële getal mijn inziens-zijn voorlopig nog te veel, gezien de herstelopgave in sommige duingraslanden en struwelen. En wat te denken van Damherten die neigen tot samenscholen in de reeds zwaar aangetaste duinbossen en die elk herstel zullen belemmeren? Zo’n 200 herten per honderd hectare telt deelgebied Vinkenveld! Terwijl maximaal 4 Damherten zijn toegestaan wil althans de ontwikkeling van bosverjonging, struiken en kruiden mogelijk zijn.

Wilde wethouder Kock beweren dat de getelde stand van 2200 exemplaren in 2014, die vijf en half keer groter is dan de officieel getelde 400 Damherten in 2004, nu pas de natuurwaarden onder druk zetten? Ecologisch rekenen is wat anders dan economisch.

OBN-deskundigen stelden vorig jaar vast, dat de schade aan de duinbossen vele jaren geleden al tot stand moet zijn gekomen, gezien het verschil in de ouderdom van de weelderige struik-vegetaties in de exclosures en de kale toestand in de omgeving daarbuiten, waar de herten komen. Van onderhout was in de omgeving geen spoor meer te vinden, en vele jaren gaan erover heen voordat het dode hout van kaalgevroten struiken  is verteerd.

Wethouder Kock (D66) heeft gelukkig besloten dat er iets moet gebeuren. De oorzaak is de houding van de beheerders in het omringende deel van Natura 2000 Kennemerland Zuid. Met hen moeten afspraken worden gemaakt en er moet een beheersplan voor de dag komen waar de provincies, die een leidende rol hebben, tevreden mee zijn. Kock schrijft dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

Met deze overstap is overigens bewezen dat het ernstig door diersentimenten geplaagde Amsterdam door andere natuurbeheerders moet worden gedwongen tot een realistisch wildbeheer. De hoofdstad leidt niet.

De wethouder stelt vast dat het huidige Faunabeheerplan niet toereikend is om de natuurwaarden te beschermen. Onheilspellend is, hij verwacht dat het nieuwe Faunabeheerplan én het Natura 2000-beheerplan pas rond de zomer van volgend jaar gereed zijn.

Volgens zijn brief neemt de stand dit jaar al toe met netto 600 dieren, en dat is bijna het totaal aantal dat Schoon dertien jaar geleden al te veel vond! Dan zal bovendien naar verwachting de stichting Faunabescherming een bezwaar- en beroepsprocedure starten. Dat kan dus al met al een jaar gaan duren. Dan is er pas eerst in 2016 aantalsregulatie! Dan is er een extra toename van komend jaar netto circa 750 dieren (jaarlijkse groei 27 % ) en die komen bovenop het aantal van 600. Samen netto 1350 bambies erbij, en dat alles doordat er geen haast schijnt te zijn, doordat de ambtelijke molens traag draaien. En daar draait alles om: voortgaande  degradatie van de natuurwaarden is in het geding.

De dierenbescherming kan nu weten dat de aantallen door regulatie onherroepelijk naar beneden bijgesteld zullen worden. Ze zou beter met afschot nú kunnen toestemmen. Afschot nu uit de weg gaan betekent in een later stadium alleen maar méér afschot, veel meer. Is dat moreel in overeenstemming te brengen?

Het zal niet gauw gebeuren. Het doden van dieren is in hun ogen barbaars, en daardoor kan je als leek wel denken dat zo min mogelijk doden de voorkeur verdient, maar principes zullen voorgaan.

En nu de heer Jasper Groen van GroenLink. Zijn partij stond altijd vooraan om de hertenschade in twijfel te trekken, elk jaar was het motto: eerst nog maar eens een jaartje de ontwikkelingen in onze kostelijke natuur aanzien.
Mevrouw Van Roemburg, GL, liet in de raadszaal september vorig jaar weten dat er na het ‘prachtige college van collega Van Lammeren aan het debat niet veel meer valt toe te voegen’. Samen met de PvdD (Van Lammeren), SP en D66 diende haar partij een motie in om alleen zieke, zwakke en hongerige dieren af te schieten.

(De motie Jager werd echter aangenomen, maar dat is een klassiek glibberig politiek geval die alle opties open laat behalve de enige juiste en waar ik nog steeds niet op ben afgestudeerd, maar het kwam dus waarschijnlijk neer op reactief beheer.)

Groen pocht op zijn website te streven naar ‘’eerste klas natuurgebieden’’. Bij hem geldt een kaalgevreten duinlandschap als eerste klas natuur. Een nadere toelichting op een eventuele beleidswijziging van jaren volgehouden star GL-beleid geeft hij niet, zodat we mogen concluderen dat GL op de oude voet doorgaat.

Maar de goede Nbwet is dwingend en trekt zich niets aan van modieuze politieke prietpraat.
kp

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/action=view/id=229157/type=pdf/brief_10-12-14_weth_Waterbeheer_Kock_uitvoering_motie_725_van_2013_over_beheer_damherten_in_AWD.pdf

Parels voor de zwijnen

 

Maar dit is ook leegte. Protest op Dam in Amsterdam, tegen het beheren van damherten in Awd.
Maar dit is ook leegte. Protest op de Dam in Amsterdam, tegen het beheren van de Damherten in de Awd.

 

Vorig jaar verscheen het onderzoeksrapport Effect van damhertbegrazing op nectar- en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen.  Uit dit onderzoek werd duidelijk dat de damhertenbegrazing ‘’de groei en bloei van nectarplanten sterk en in mindere mate van waardplanten in duingraslanden negatief beïnvloed.’’
Het rapport constateert dat grote nectarbronnen als ruwbladigen erg te lijden hebben van damhertenbegrazing. Welsprekend is de opmerking: “Waar binnen de graaskooien honderden bloemen van deze planten bloeiden waren de bloemen vrijwel onvindbaar buiten de graaskooien.’’

Laat honderden bloemen bloeien, een uitspraak van Mao tse toeng waar de linksige gemeenteraad van Mokum zich niks meer van schijnt aan te trekken. Alleen zieke en gebrekkige damherten, die evenwel vrijwel nooit te vinden zijn in het uitgestrekte en met struiken begroeide duinlandschap, die moeten ’reactief’ worden afgeschoten.  Het overgrote deel, de gezonde Damherten, fokt aan bij het leven. De toename is ongeveer 30 procent per jaar. Zelfs de konijnen kijken daar verbijsterd van op.

Voorjaar 2014 telde men in de AWD officieel 2200 damherten. Let wel, dat is een minimum.

Bambie lijkt heilig verklaard. Het Damhert mag een invasieve exoot wezen en de inheemse Ree verdringen,  een toeristische trekpleister is die zonder meer.

Nu verschenen dit najaar twee nieuwe rapporten. We bespreken hier Parels van de Duinen 2014, de weerslag van een onderzoek dat in het afgelopen groeiseizoen uitgevoerd is door S. Olk van HBO Bos en Natuurbeheer en begeleid werd door ir. M. van Til, senior ecoloog en adviseur natuurbeheer Waternet .

Het onderzoek gaat over het voorkomen en de ecologie van de Keizersmantel en de Duinparelmoervlinder. Beide zijn zeldzame vlindersoorten, maar ze komen voor in de AWD. Hieronder enige citaten uit het rapport:

‘’De keizersmantel kan gezien worden als een indicator van structuurrijke open bossen met viooltjes en bloemrijke boszomen.

”De enige bramen die een bijdrage hebben geleverd als nectarbron voor de keizersmantel groeien in een (meestal stekelige) boom of struik als een soort klimplant. De invloed van damhertenbegrazing is hierin duidelijk herkenbaar. De delen binnen bereik van damherten worden opgegeten en alleenstaande bramen blijven klein en komen niet in bloei (eigen waarneming). Uit de eind vorige eeuw nog in het oostelijke deel van de AWD aanwezige goed ontwikkelde boszomen blijkt de bosbraam helemaal verdwenen te zijn.

‘’Gedurende het onderzoek is de soort [keizersmantel -kp] daar nog wel waargenomen, maar net als de akkerdistel kwam het koninginnekruid niet in bloei als gevolg van vraat door damherten (eigen waarnemingen).

‘’Damherten hebben een grote invloed op het huidige nectaraanbod voor de keizersmantel.”

Over de Duinparelmoervlinder merkt het rapport op:

‘’Twee nectarplanten zijn met grote voorsprong het meest bezocht: wilde liguster (Ligustrum vulgare) met 79 % en dauwbraam (Rubus caesius) met 20 % van alle bloembezoeken.

‘’Op termijn lijkt de (toenemende) druk van damhertenbegrazing een negatief effect op het aanbod van bloeiende liguster te kunnen hebben door het voorkomen van verjonging (eigen waarneming) en het schillen van bestaande struwelen. Dit proces is op het Rozenwaterveld al enkele jaren duidelijk aan de gang. Ligusterstruwelen die een paar jaar geleden nog vitaal waren en een grote bijdrage aan de nectarvoorziening leverden staan er daar nu weinig vitaal bij (persoonlijke mededeling M. Eggenkamp & M. van Til).

‘’Als de aftakeling van de ligusterstruwelen in dit tempo doorgaat is het aannemelijk dat deze tot voor kort zo belangrijke bron van nectar binnen een aantal jaren geen rol van betekenis meer speelt op het Rozenwaterveld.

‘’Als de aantallen damherten op het Zeeveld blijven toenemen kan dit in de nabije toekomst voor een belangrijk knelpunt in het aanbod van nectar zorgen.

‘’Andere belangrijke nectarplanten zoals slangekruid, gewone ossetong en distels komen onder de huidige begrazingsdruk van damherten nauwelijks tot bloei.

De algemene conclusie luidt:

”Het duurzaam voortbestaan van de populaties van de keizersmantel en de duinparelmoervlinder in de AWD is sterk afhankelijk van het nectaraanbod en staat onder grote druk van het nog steeds groeiende aantal damherten. Het succes van maatregelen om het nectaraanbod te vergroten en te verbreden staat of valt met de uitvoering op korte termijn van het ingezette beleid voor reductie van de populatie damherten.

Kortom: ‘’Actief beheer van de damhertenpopulatie wordt aangeraden.’’

Deze laatste aanbevelingen zijn door de onderzoeker onderstreept. Maar wie al enige jaren de strapatsen van Waternet en zijn superieur de gemeente Amsterdam volgt is dit eerder de roep van een eenzame in de woestijn. Ze luisteren niet. Al staan er dertigduizend strepen onder. Al worden alle rapporten die nu verschenen zijn en in de toekomst nog zullen verschijnen op grote stapels op de Dam ten toon gespreid. Al worden alle kruisen ter ere van heilige Bambie in brand gestoken en de stapels voor niemendal geschreven onderzoeksrapporten erbij.

Al vele jaren is er schade aan de natuur en aan de soortenrijkdom.
En hoe reageert Waternet op de dure wetenschappelijke raad eens actief te gaan beheren? Dat leest u voorin in het rapport:

‘’De meningen, conclusies en aanbevelingen in dit rapport zijn de verantwoordelijk van de auteur en reflecteren niet zonder meer het standpunt van Waternet.’’

De directie natuurbeheer bestaat het zijn twijfel ten aanzien van een wetenschappelijk onderzoek uit te drukken. Des te groter de vertwijfeling van de wat meer geïnteresseerde natuurliefhebber.

Vele jaren geleden had directeur natuurbeheer, de heer Ed Cousin, de noodklok moeten luiden. Als hij kennelijk niets voelt voor verantwoord natuurbeheer, wat zoekt hij daar nog?

Een prachtig soortenrijk duinlandschap valt ten onrechte onder het beheer van stadspolitici. Parelen voor de zwijnen, ook dit mooie rapport, onderstreept of niet.

Parels van de duinen legt de vinger op de wond, maar niet erg waarschijnlijk dat het door een gemeenteraadslid wordt gelezen.
Het raadslid legt liever een lui oor te luisteren bij de dierenbeschermer. Een aaibare diersoort casu quo Bambie is voor een politicus die aan zijn achterban moet denken stukken belangrijker dan ingewikkeld onderhoud van een stuk  natuur daar helemaal aan de kust.

Waarom komt er geen wet, die natuurgebieden verplicht laat beheren door vakmensen natuurbeheer, door een ware natuurbeschermer als opperbaas. kp

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/terugblik/