Natuurmonumenten weet niet wat natuurlijk is.

 

Het Deelerwoud moet van Natuurmonumenten 'nagenoeg natuurlijk worden'. Mooi, maar dan zijn zoveel herten, die alleen varens in leven laten maar verdere struik- en kruidenlaag niet, onnatuurlijk.
Het Deelerwoud moet van Natuurmonumenten ‘nagenoeg natuurlijk worden’. Mooi. Maar dan zijn zoveel herten, die alleen varens in leven laten maar de verdere struik- en kruidenlaag niet, onnatuurlijk.

 

 

Onderstaand verhaal was mijn reactie op een reactie van Natuurmonumenten (dié te vinden: 29 januari 2015 12:49) op Paul Bouwmeester’s essay ‘Dierenvrienden zijn destructiever voor de natuur dan alle stropers bij elkaar’ . Nu krijg ik mijn bijdrage maar niet geplaatst op Joop.nl en een goede link leggen lukt ook al niet, maar zoek http://www.joop.nl/opinies/

Hier volgt mijn niet geplaatste ingezonden stukje:

Natuurmonumenten zegt: ‘’we zijn een natuurbeschermingsorganisatie die een rijke biodiversiteit als doel heeft’’. De vraag is waarom de vereniging niet álle natuurlijke kenmerken, zoals rust en ruimte, ongestoordheid en aaneengesloten natuur tot haar natuurbehoudsobject rekent?

Het lijkt nu nergens naar: deze week maakt NM op zijn website druk reclame voor het trailrunnen. Dat stoere uitputtende gesjouw gaat dwars door sloot, beek, moeras, duin en bos. Rennen maar jongens en meisjes! En help met z’n allen gezellig de natuur naar de klote. Nou ja, dat laatste zeggen ze er niet bij, -het is een inkeurige vereniging.

In steeds meer natuurmonumenten duiken de mountainbikers op. Een knappe kop die kan uitleggen wat dat met natuurbehoud van doen heeft. Nee, Natuurmonumenten is wel de laatste die kan zeggen dat ze nog voor het natuurbehoud opkomt. Onder de nieuwe directeur Van den Tweel vindt tegenwoordig een versnelde verbouwing plaats van ‘natuurmonument’ naar sportterrein. Zelf is hij fietsfanaat en doet niets liever dan met een burgemeester een lintje doorknippen. Knip, daar gaat ie, alweer een track gerealiseerd! Ja, Thijsse, je opvolger is geen suffe prikkebeen die uren stilstaat bij een parelmoervlindertje, maar een oergezonde zwetende kilometervreter met biefstuk onder z’n reet, eentje die genoeg heeft aan een voorbijrazend decor van wazig groen.

Het afschaffen van de beheersjacht is de volgende stap. Waarmee de vereniging opnieuw blijk geeft niets te snappen van het natuurbehoud.

NM ziet liever helemaal geen jacht, de vereniging vreest tegenwoordig ledenverlies, en bemoeit zich daarom met de hobbyjacht op de agrarische gronden, zijnde 60 procent van Nederland. NM’s kersverse moderne inzichten in het natuurbehoud moeten ook gaan gelden buiten het eigen hobbysportterrein.

Maar overal in de wereld is de beheersjacht een middel van de natuurbeheerder. Dat moet opeens overboord? NM beweert in haar reactie dat ze in de “grote gebieden” via ‘’natuurlijk begrazing’’ tot een “hoge biodiversiteit” wil komen. Het Deelerwoud is zo’n gebied. Volgens de nota “Meer natuurlijk landschappen bij Natuurmonumenten’’ uit 1996, moet het Deelerwoud zich gaan ontwikkelen naar een ‘’nagenoeg natuurlijk boslandschap’’.

Daar hoort uiteraard een wildstand bij die overeenkomt met dat natuurlijke boslandschap. Voor de wetenschap staat wel vast dat de dichtheid van herten zeer laag is als de roofdierenfauna van Bruine beren, Wolven en Lynxen intact is. Zolang de natuurlijke predatoren afwezig zijn dient de natuurbeheerder zélf de hertenstand laag te houden, om te voorkomen dat de vegetatie door een onnatuurlijk hoge hertenstand gaat afwijken van het na te streven natuurlijke boslandschap. En zonder beheer zal de soortensamenstelling van de dierenwereld (die van de eerste afhankelijk is) eveneens gaan afwijken van de meer oorspronkelijke na te streven natuur.

Dat laatste heeft zich al voltrokken in de Oostvaardersplassen. Bij uitstek is dat géén gebied dat overeenkomsten vertoont met een ‘pleistoceen landschap’, zoals het laatst in een euforische stemming een langs het moeras rijdende WNF directeur in een tweet liet weten. De manager-filosoof is een domoor. Ook voor hem geldt een popie jopie natuurbehoud en een gelikte mediagerichte organisatie.

Hertenpopulatie zónder predatie exploderen tot wel het vijfvoudige van de meer natuurlijke toestand. De dichtheid kan kennelijk nog groter zijn, zoals bewezen in de Waterleidingduinen, waar soms al 200 Damherten per honderd hectare zijn geteld! Terwijl in een natuurlijk Europa een dichtheid van 1 of 2 herten normaal is.

Natuurmonumenten heeft geen idee wat ‘’natuurlijke begrazing’’ inhoudt. Ze weet het begrip niet te duiden, ze geeft geen definitie van het begrip, ze is onbeholpen in de weer. Je vraag je af waarom daar geen natuurbehoudsecologen in dienst zijn. Pr-deskundigen zat. Maar die kletsen er wat oplos.

Als het NM menens is met die biodiversiteit, waarom klaagt het als deelnemer van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid  Amsterdam niet eens aan? Klagen en voorschrijven over de eigen grens heen vinden de leden immers zo geschikt? En de hoofdstad voert al tijden een volstrekt onverantwoord natuurbeheer in de Waterleidingduinen, het grootst aaneengesloten natuurgebied in het westen van het land.

Paul Bouwmeester slaat de spijker op de kop. Natuurmonumenten is niet langer de natuurbehoudsorganisatie van weleer. Het laat zich leiden door wat het volk wil, de eigen doelstelling van de statuten worden vergeten. NM is geïnfecteerd door de in zwang zijnde zogenaamde transparantie, door de medezeggenschap van Jan en alleman, door een soort vrijwillig gedwongen polderoverleg met mevrouw douairière Thieme van de dierenpartij. Ze zitten gezellig bij elkaar op schoot. En maar kroelen mensen, wat doen de dieren het zo goed. Aaibare, zorgzame aandacht voor elk individueel diertje, drukt dat niet prachtig onze hoogste ethische medegevoelens voor de natuur uit?

Dus als het beschermen van de laatste stukken rustige natuur in Nederland u bijzonder ter harte gaan, -natuur die góed beheerd en niét kaalgevreten wordt door idioot hoge aantallen herten, dan wel omgeploegd door hordes mountainbikers: zeg dan gerust uw lidmaatschap van Natuurmonumenten op. Uw geld is daar averechts besteed.

Groet,

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Ps. Over de kaalvraat van de AWD en de schuld van de stadsyuppen: http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Protestbrief in Haarlems Dagblad tegen Amsterdams Damhertenbeleid

Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?
Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?

 

Vandaag, dinsdag 27 januari 2015, verscheen de volgende brief in het Haarlems Dagblad,

(Aan de redactie: Met dank voor plaatsing!)

”Damherten
De Amsterdamse raadscommissie
heeft deze maand gesproken over
de damherten in de Amsterdamse
Waterleidingduinen. Wéér ging het
niet over de aantasting van het
landschap door de herten. Niemand
sprak over de kruiden die
door de hertenvraat haast niet
meer tot bloei komen en de slechte
vooruitzichten van de insectenstand,
in het bijzonder de vlinders.
De uitermate verontrustende conclusies
in het rapport Parels van de
Duinen 2014 vormde geen aanleiding
om de discussie eens op
scherp te zetten. Terwijl dit rapport
alsmede het tijdschrift Natuurberichten
van Waternet van
december 2014 melden dat ’bloemrijke
zones inmiddels vrijwel uit de
AWD zijn verdwenen’. De commissie
sprak er niet over. De Partij voor
de Dieren had het zelfs over ’een
jubelstuk over de insectenpopulatie’.
Ook wethouder Udo Kock heeft
geen boodschap aan natuuronderhoud.
Toch moet hij zich schrap
zetten voor het beheersplan dat in
het kader van Natura 2000 door de
provincie thans wordt voorbereid.
Regulatie van de stand zit er levensgroot
in.
Ondertussen roert niemand zich.
Geen Natuurmonumenten, geen
Staatsbosbeheer, geen PWN, geen
KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde
stichting Duinbehoud, die
geacht wordt toe te zien op het
behoud van de ‘natuurwaarden’ in
onze duinenrij. Ik wil een stichting
oprichten om Amsterdam voor de
rechter te slepen. U kunt zich aanmelden.
Kees Piël
Herstel Inheems Duin”

[Opm.: De allerlaatste zin is er per ongeluk ingeslopen!]

Weer is hoogst noodzakelijk beheer op de lange baan geschoven….

 

 

Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam
Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam

 

 

Op 15 januari jongstleden is het onderwerp ‘Damherten’ in de Amsterdamse raadscommissie aan de orde gekomen. Wederom. Het onderwerp ‘’Damherten’’ lijkt daar een eigen leven te lijden.

Wéér ging het niet om de duizenden soorten die in de Amsterdamse Waterleidingduinen voorkomen. Wéér niet over een zorgvuldig beheren om tot een bepaald evenwicht te komen. De levende natuur als fenomeen waar meerdere soorten naast elkaar voorkomen, het lijkt een taboe in de afzichtelijke steenkolos van de Stopera.

Neen, het ging enkel om de aaibare Bambie. Weer. Geen van de raadsleden sprak zich uit over de zorgelijke vooruitzichten van de kruiden die door de hertenvraat haast niet meer tot bloei komen, en over de bar slechte vooruitzichten van de insectenstand, in het bijzonder de vlinders.

De uitermate verontrustende conclusies in het rapport Parels van de Duinen 2014 vormde geen aanleiding om de discussie eens op scherp te zetten. Terwijl dit rapport alsmede het periodiek van Waternet, Natuurberichten (december 2014), weten te melden dat ‘’bloemrijke zones inmiddels vrijwel uit de AWD zijn verdwenen’’, waardoor onder andere het ‘’leefgebied van de Keizersmantel sterk aan kwaliteit inboet’’.

De oppervlakkigheid van degenen die de scepter mogen zwaaien over een belangrijk natuurgebied is stuitend. Een half uur lang werd door platitudes afgerekend met het natuurbeheer.
Verst in politieke leugens gaat de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Heijningen beweert glashard dat de documenten spreken van een ’’jubelstuk over de insectenpopulatie’’.

Insecten zijn niet genoeg aaibaar. Haar verschrikkelijke leugen camoufleerde zij met een ware bewering, dat het in een brief van de wethouder ontbrak aan ‘’onderbouwing’’.

Ook de wethouder heeft namelijk geen boodschap aan natuuronderhoud. Hij noemde namen van planten die hij oplepelde van het papier dat voor hem lag, maar die hem, zo zegt hij koketterend, ‘niets zeggen’

Deze Udo Kock zegt met valse bescheidenheid niet te weten hoeveel hectare groot de Awd is. De wethouder van financiën met overigens duizend en één cijfers in zijn bolleboos wist van gekkigheid niet hoe hij zijn verholen minachting voor de natuur en zijn prikkebenen het best naar buiten kon brengen. Hij zou in de grachtengordel anders eens uit de boot vallen.

Verschillende raadsleden lieten het woord ‘’natuurwaarde’’ vallen. Dat is een term die hoogst interessant klinkt. Bovendien gewichtig aan het normen- en waardendebat appelleert. O zo politiek correct. Maar wat een goedkope humbug uit de woorden van een politieke festivalganger die een paar jaar lang het raadslid uithangt om zijn of haar cv aan te vullen.

Wel is waar is dat D66 de mogelijkheid dient open te laten van een actieve damhertenregulatie. De wethouder van D66-huize moet zich schrap zetten voor het beheersplan dat in het kader van Natura 2000 door de provincie thans wordt voorbereid. En enige regulatie van de stand zit er levensgroot in.

Ons natuurbehoud, zo dood als een pier

Zij die meer dan gewone belangstelling hebben voor de manier waarop met het beheer van een groot en en biologisch divers natuurgebied door een gemeente wordt gesol, hieronder treft u een schriftelijk verslag aan, zie download onder Algemeen, punt 4, Conceptverslag cie. Fin 15.01.2015:

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/agenda.cgi/action=view/id=3150

en hier een beeld en geluidverslag:

http://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/136733/

Voor citaten uit Parels van de Duinen 2014, raadpleeg mijn weblog van 11 december:

http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Ondertussen roert niemand zich. Geen Natuurmonumenten, geen Staatsbosbeheer, geen PWN, geen KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde stichting Duinbehoud die geacht wordt toe te zien op het behoud van de ‘natuurwaarden’ in onze duinenrij.
Geen van allen voelen zich geroepen Amsterdam te waarschuwen voor een immer toenemende degradatie van het bejubelde natuurgebied; de Waterleidingduinen, ooit door hoofd Bronnen en Natuurbeheer van Waternet in de raadszaal uitgeroepen tot Europese Topnatuur.

Die stichting die ik wilde oprichten om Amsterdam wegens een ongunstige staat van instandhouding- not done volgens de Nbwet-, voor de rechter te slepen, moet er nog komen. U kunt zich aanmelden.

Als getuige á decharge vrezen we wel de stichting Duinbehoud. Die geeft de voorkeur aan ‘natuurlijke processen’, daaronder verstaat het de abusievelijk doorgroei van de populatie bambies tot in de hemel.

Waar zijn de wolven die de lafhartige schapen in Amsterdam verscheuren?

K. Piël,
Herstel Inheems Duin

De duinherten in De Telegraaf

In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.
In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.

Vorige week schreef Hans Vermaak in zijn column Tegenpool in De Telegraaf over de sportvisserij. Naar aanleiding van een opmerkelijke uitspraak van de heer Johnas van Lammeren, die namens de Partij voor de Dieren een zetel bezet houdt in de Amsterdamse gemeenteraad, schreef ik de columnist aan.

Met onderstaand resultaat. Het spreekt vanzelf dat ik hem en de Telegraaf dank verschuldigd ben voor alle aandacht. Want welke andere krant brengt het schandaal van de hertenpopulatie eens voor het voetlicht?

uit De Telegraaf van 20 januari 2015:

door Hans Vermaak

Natuur
De reacties op het stukje van vrijdag over sportvissen zijn voor het grootste deel voorspelbaar: Van ‘mag ik nu ook al niet meer rustig hengelen?’ tot ‘blijf met je poten van mijn sport en ontspanning af!’.

Een lezer wond zich op over een opmerkelijke uitspraak van Johnas van Lammeren (Partij voor de Dieren): “De diervriendelijkheid van beleid mag niet afhankelijk zijn van de aaibaarheid van de diersoort.” Hij voert naar eigen zeggen ‘een soort van privé-oppositie tegen de opstelling van de Amsterdamse raad inzake het beheer van de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar de overpopulatie echt groot is’.

Dat is weer eens wat anders dan vissen. De discussie over het wel of niet afschieten van de duinherten speelt al jaren. De provincie wil de populatie via afschot verkleinen, de omringende gemeenten ook en de omwonenden helemaal. Tuinen worden kaalgevreten en menig automobilist kreeg zo’n beest bijna onder de wielen. Amsterdam, eigenaresse van het gebied, weigert toestemming. Een gemeenteraad vol stadsmensen kan geen zinnig natuurbeheer uitvoeren, constateerde CDA-wethouder Hester Maij al jaren geleden.

“Gevolg: een groot duingebied dat achteruit keldert in zijn biodiversiteit”, stelt de mailer. Hij wijst op het rapport ‘Parels van de duinen’, dat te vinden is op zijn website herstelinheemsduin.nl.
De Amsterdammers maken zich druk over de schattige Bambies, maar vergeten dat door het wegvreten van bloeiplanten de vlinders in het nauw komen, want zij leven net als andere insecten van de nectar.
Vlinders zijn mooi, maar blijkbaar niet aaibaar.
hvermaak@telegraaf.nl

Tot zover De Telegraaf. Het rapport Parels van de Duinen 2014 kunt u downloaden, u dient even deze webpagina te doorzoeken:

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

Inspreken en daarna verdoofd naar huis

amsterdab naamloos

‘Namens het natuurbehoud’ houd ik vaak voor de raadscommissie die de Amsterdamse Waterduinen onder zijn hoede heeft genomen, een kort voordrachtje over het onderwerp Damhert in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dat is het zogenaamde ‘inspreken’. Drie minuten krijg je de tijd om je visie naar voren te brengen.

Afgezien van de heer Diederik Boomsma van het CDA, die ik daarom zo hogelijk prijs, heb ik nooit onder de raadsleden iemand aangetroffen die de ballen verstand heeft van de natuur, niet eentje die ook maar één greintje gevoel heeft voor verantwoord natuurbeheer.

Door het aanhoudend vragen stellen van de heer Boomsma was uiteindelijk Carolien Gehrels, de vorige wethouder, gedwongen opdracht te geven een onderzoek in te stellen naar de natuurschade van de overpopulatie Damherten in de Awd. Er ligt inmiddels, sinds voorjaar 2013, een heus stapeltje belastend bewijsmateriaal tegen de invasieve exoot Bambie. De AIVD zou hiermee al lang naar de officier van justitie zijn gegaan om de verdachte met succes te laten opknopen.

Niet zo met Bambie. De raadsleden zijn niet voor een gat te vangen, zij zien alle wandaden van Bambie vergoelijkend door de vinger, zij lezen niet eens de onderzoeksrapporten. Lezen zij toevallig wél die rapporten? Ze gooien die in grote verontwaardiging met een even grote boog in de kringloopbak van GroenLinks. Die is daar dolblij mee.

Bambie mag geen haar worden gekrenkt, want volgens de Amsterdamse raadsleden bestaat de natuur aan de kust uit maar één soort. En dat is ons geliefde aaibare Amsteldamhert. Waar bovendien zovele toeristen op af komen. Om de lieflijke wonderen van de natuur met eigen ogen te aanschouwen, de toegang bedraagt slechts twee euro per persoon.
Leven en laten leven, die leefregel doet opgeld in Mokum. En een natuurgebied veertig kilometer verderop zal daarvan de geduchte gevolgen ondervinden.

Om het kort te houden. Ik heb ingesproken, donderdag 15 januari 2015. De anderen waren drie dierenbeschermers. Een van de Faunabescherming, een mooie dame van de afdeling Dierenbescherming Amsterdam, en dan de onafscheidelijke heer Vossestein, mijn favoriete twitteraar, de lelijkerd is er helemaal voor uit de Veluwe gekomen. Hulde. Aan twee van hen werden door de raadsleden vragen gesteld, zodat zij het nog eens zeer uitvoerig konden opnemen voor de met plezierjacht bedreigde, dood- en doodzielige Bambie. De reeds jarenlang door dierenliefhebbers gehersenspoelde commissieleden kregen er zodoende een gratis opfriscursus bij. En zij genoten ervan. Zij leefden helemaal op! Hun neuzen gingen krullen van plezier! Wat een mooi natuurdier toch, dat Damhert.

De heer Boomsma is een tijdje elders, uit de politiek. Zodat de enige die voor de natuur opkwam geen enkel vraag kon worden gesteld, en moederziel moest aanzien hoe het debatje naar aanleiding van de brief van de nieuwe wethouder, de heer Udo Kock (D66), nergens anders overging dan uitstel van het afschot. Er moest nog maar eens ‘n onderzoekje gedaan worden, verzuchtte de raad. Terwijl de onderzoeken die er liggen verontrustend genoeg zijn. Na afloop maakte ik in de wandelgang, aangedreven door diepe frustratie, vernietigende woede en oudtestamentische wraakzucht, een luidruchte scene met de heer Poot. Dat is de woordvoerder van de op alle fronten beginselloze PvdA.

Of hij niet het gebied aan mij wilde verkopen, dan kan ik met crowdfunding wel geld bijeen brengen; of hij niet met zijn botte hersens kon inzien dat natuurbeheer zelfs universitair gedoceerd wordt; hoe hij de arrogantie bezat om een natuurgebied naar de knoppen te helpen terwijl hij nog geen letter gelezen heeft van natuurvorser dr Jac. P. Thijsse! Of hij niet wist dat die bambies van hem ontzettende schijtbakken van beesten zijn!

En zo ging het door. Maar zegt u zelf, absolute politieke stoethaspels mogen een Natura 2000-gebied in domme heerzucht naar de filistijnen helpen; u weet dat net zo goed als ik. En de enige die vanuit de burgerij de kastanjes uit het vuur haalde, een poging ondernam iets recht zetten, was degene die na afloop vrijwel uitgedoofd en bekaf de metro naar huis nam.

Zo weinig tegenstand is er, zo weinig kritisch vermogen, zoveel zijn er ingedommeld, dat een enge sekte als de partij voor dieren, de macht in Amsterdam al vrijwel heeft kunnen overnemen.

Hieronder de tekst zoals ik die mocht inleveren bij de griffier, die zou het uitdelen aan de aanwezige raadlieden. Die leveren het netjes ongelezen in bij de heer Groen van Groenlinks zodat het keurig verantwoord milieuvriendelijk in zijn milieubak beland.

Inspreken, 15 januari 2015, agendapunt Damhertenbeheer in de AWD, stadhuis te Amsterdam

Geachte voorzitter, commissie, wethouder,

In zijn brief, 10 december, stelt wethouder Kock, dat in de Awd door de vele damherten ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’. De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan, die staat al véle jaren onder druk.

Vorig jaar werden 2200 damherten geteld, ruim 5 keer meer dan de 400 Damherten in 2004 toen wethouder Hester Maij van het CDA reeds aantalregulatie voorstelde. Tóen stond de biodiversiteit al onder druk. Tien jaar geleden!

Vier damherten per honderd hectare is het getal waarbij het bos zijn boskarakter behoudt, boomverjonging mogelijk is, en de struiklaag, voor broedvogels van groot belang, denk aan de nachtegaal, behouden blijft. Wie kennis neemt van de literatuur weet, dat maximaal 4 damherten per honderd hectare, ofwel 140 Damherten acceptabel is.

Herstel het zwaar beschadigde bos in deelgebied Vinkenveld!
Daar zijn 200 herten per honderd hectare geteld! In een eerder jaar 270 exemplaren.

De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan. In 2013 constateerde het OBN deskundigenteam dat het verschil tussen de ontwikkelde struiklaag binnen de exclosures en het ontbreken daarbuiten te maken heeft met een ”langjarige” aanwezigheid van damherten, daarbuiten. ”Dit betekent”, stelt het team, ”dat de bosverjonging en de struiklaag waarschijnlijk al bij veel lagere dichtheden van damherten verdwijnen.”

Het recente rapport Parels voor de Duinen 2014 bevat alarmerende conclusies; citaat: ”Andere belangrijke nectarplanten zoals slangekruid, gewone ossetong en distels komen onder de huidige begrazingsdruk van damherten nauwelijks tot bloei.”

Twee zeldzame vlindersoorten dreigen te verdwijnen uit uw bar slecht beheerd natuurgebied. De Duinparelmoervlinder verliest het nectar van de wilde ligusterstruiken omdat de herten in hoog tempo bezig zijn de bast van deze kenmerkende duinsoort te schillen.

Pas aanstaande zomer is een nieuw Faunabeheerplan gereed, zegt de wethouder. Dan volgen nog de verweren van de dierenbescherming. Op zijn vroegst in 2016 kan tot aantalsreductie worden overgegaan.

Om de Nbwet na te leven moet de wethouder de aantallen wel reduceren.
Niemand wil meer doden dan noodzakelijk. Wacht daarom niet lijdzaam dat Faunabeheerplan af, zoals de wethouder wil. Zet er zeer grote spoed achter, zodat in de herfst van 2015 met afschot wordt begonnen. Dat is mijn dringende vraag aan u.
Dat ene jaar scheelt het nodeloos afschieten van ongeveer 1400 herten!

K.Piël, Herstel Inheems Duin

Noten:

1. Wethouder Kock stelt in zijn brief van 10 december 2014 dat voorjaar 2014 er 2200 Damherten zijn geteld. Door geboortes kwamen er 1000 dieren bij. De aanwas bedraagt 45 procent.
Deze winter zullen volgens hem ongeveer 400 dieren sterven. De populatie groeit dan aan tot een voorjaarsstand in 2015 van 2800 exemplaren. Van 2200 naar 2800 is een jaarlijkse groei van 27,3 procent (600 : 22= 27,3).

Voorjaar 2015 begint populatie met 2800 damherten (stelt wethouder).
Voorjaar 2016 begint populatie met 2800+764 (27,3%)=3564.
Zomer 2016 is (bruto)aanwas 45% of 45×35,64=1603.
Herfst 2016 is de populatie groot: 3564+1603=5167.
”1400 herten”: 5167-3564=1603 (sterfte in 2015 en 2016 niet meegerekend), vandaar arbitrair 1400 herten.

2. De wethouder schrijft in de brief van 10 december 2014, dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

Lopen er meer hoefdieren in de AWD dan in de OVP?

De populatie Damherten in de Aw duinen. Tel gerust bij de kolommen een stukje op. Figuur beeldt minimum-aantallen af
De kolommen geven de getelde, waargenomen Damherten weer. Plaats hier gerust nog een stukje kolom boven op, en je hebt een voorstelling van de werkelijk aantallen. Maar hoeveel kolom, dat is de vraag…..

 

Er bestaan zoveel uiteenlopende tellingen van de Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, dat het mij soms begint te duizelen. Waarom hebben we geen nauwkeurige opgave?

Van de enorme Nederlandse bevolkingsmassa is op de kop af bekend hoeveel mensen hier wonen, maar omdat het vak demografie geen bijvak natuurbeheer kent zitten we opgescheept met boswachters die de kluts kwijtraken zodra zij meer dan 30 Damherten moeten tellen.

Het gaat eigenlijk niet om de aantallen. Veel meer om wat al die grazers betekenen voor het behoud van de soortenrijkdom, voor het behoud van een meer-natuurlijke situatie, voor het behoud van een cultuurlandschap waarvan je niet zou willen dat het zijn biologische rijkdommen verliest, voor het behoud van de verschillende kenmerkende landschapstypen, zoals duingrasland of bepaalde bostypen.

De echte natuurbeschermer is zoals bekend in ons land met een lantaarntje te zoeken. Maar die weinigen zijn wel van een zwaarder kaliber dan de kartonnen doos met watjes waaruit de verzamelde dierenvriendengemeenschap is opgebouwd. Die mensen die geen enkel begrip kunnen opbrengen voor het behoud van de natuur en zijn soortenrijkdommen. Soort zoek soort, de poezelige wat komt in de natuur om de aaibare vacht te aaien. Uit louter enthousiasme plaatsten de dierenvrienden op internet welgeteld 7.887.665.042 foto’s van hun geliefde bambies.

De taak van de natuurbeheerder bestaat eruit in te grijpen als de natuur door kaalvraat tot dorre vlakte dreigt te degraderen. Afschieten, luidt in de wereld het devies wanneer de aantallen hoefdieren de pan uitswingen. In het buitenland bestaan geen bezwaren tegen het benutten van natuurvlees. Maar in het gulzig vlees verorberende Nederland wendt menigeen voor half of heel vegetariër te zijn en is doden opeens taboe zodra het natuurbeheer ter sprake komt. De dubbele moraal viert hier hoogtij.

Een bijna Babylonische vertelling

Volgens de telling van april 2014 waren er in de Awd 2200 Damherten. Dat is dus een minimumaantal, namelijk de dieren die zijn waargenomen.

Maar hoeveel herten bleven op de teldagen dan wel niet verborgen voor de telploeg?  Om die werkelijk aantallen te benaderen wordt soms gerekend met een vermenigvuldigingsfactor.

In het Faunabeheerplan Noord- en Zuid-Holland 2010 staat een  grafiek  waarin de minimaal aanwezige populatie (=de telling) is afgezet tegen de waarden van de totaalschattingen. De laatsten zijn volgens een vaste rekenmethode verkregen. Een ding wordt duidelijk, namelijk dat beide waarden aldus sterk gecorreleerd zijn. Zelf rekende ik aan de hand van de verstrekte getallen uit dat door de jaren heen gemiddeld de vermenigvuldigingsfactor 2,6 bedraagt.

In april 2014, -nog vóór de geboortegolf van juni en juli- zouden totaal aanwezig zijn 2,6×2200=5720 Damherten.

Op de vermenigvuldigingsfactor 2,6 kreeg ik in een tweet ernstig kritiek te verduren van het Kenniscentrum Reeën, @KcReeen. Die zegt dat de rekenfactor aan verandering onderhevig is, dat het een oude fout betreft, kortom die 2,6 was niet meer waard dan een #dikkeduim.

Met welk getal mag je wél verantwoord optellen? Is het bout te veronderstellen dat achter het struikgewas zich dertig procent van de hele populatie voor de ogen van de tellers schuilhoudt? Mijn gevoel zegt dat het kán. De omrekenfactor is dan 100:70=1,43. Ruim onder die van 2,6!

In dit hypothetische geval (30 procent/1,43) is 2200 Damherten zeventig procent van de gehele aanwezige populatie. In totaal zijn er in het gebied 3142 herten.

Wethouder Kock laat in een brief van 10 december 2104 aan de Amsterdamse raadscommissie weten dat bij de getelde voorjaarsstand van 2200 nog de geboortes van juni opgeteld moeten worden. Zo komt hij aan de minimumpopulatie die de winter ingaat. Hij telt er 1000 geboortes bij. Dat is dacht ik een traditioneel aanname van een jaarlijkse brutto aanwas van 45,5 procent. In de herfst van 2014 waren er dan totaal 3200 dieren, let wel: dit is weer minimumschatting!

Op grond van het eerder berekende totaal in het voorjaar van 2014, de bovengenoemde 3142 (inclusief de gefantaseerde dertig procent, zijnde de herten uit het zicht van de waarnemers), is de toename door geboorte in 2014:  45,5 procent van 3142=1430. Samen 3142+1430=4572 Damherten, die gaan de winter 2014/15 in.

Van substantiële sterfte in de zomermaanden zien we hier nog af. Of zijn die soms wel beduidend in deze periode? Ik ben geen expert, dit verhaal is een eenvoudige opteloefening, ook om mijn L.O. niveau bij te spijkeren. Dus reken me nergens op af!

Door sterfte van 400 dieren deze winter houden we volgens de wethouder in het voorjaar van 2015 2800 dieren over. De toename in een jaar, 2014/2015 –maar voordat in 2015 de nieuwe geboorte in juni en juli op gang komen-, bedraagt netto 2800-2200=600 dieren ofwel 27,3 procent.

27,3 is ongetwijfeld een erkend gemiddelde jaarlijkse toename, en om die reden gehanteerd. Wat let ons om de totale hertenstanden uit te rekenen op basis van dit jaarlijkse toenamecijfer? Niets.

De heer Immerzeel, hoofdboswachter van Waternet verklapte in het Haarlems Dagblad van 23 augustus 2012 dat er toen ‘minstens 4000 Damherten’ waren. Hij zal wel een totaalschatting bedoeld hebben. Goed, dat betekent dat twee jaar verder en op grond van 27,3 procent jaarlijkse toename, er minimaal in augustus 2014 7451 damherten zijn. Totaalschatting.

Dat is in elk geval correct berekend. Anderzijds zou de grens van de bestaansmogelijkheden van het Damhert met dit getal 7451 reeds lang gepasseerd zijn, als we tenminste de maximum populatie in aanmerking nemen die buitenlandse voorbeelden te zien geven . 7451 Damherten lopen in het vroeg voorjaar, als de vetreserves opraken, tegen ernstige voedseltekorten aan. Voorwaar, een spectaculaire crash staat voor de deur, mensen.  Daar mogen de halfgod van de begrazingshysterie Frans Vera en de directie van Staatsbosbeheer in hun modderige OVP stinkend jaloers op wezen.

De Oostvaardersplassen ingehaald

Tevens is de OVP niet langer de grote Europese Serengeti waar altijd reclame mee is bedreven. Die eer schijnt thans de Amsterdamse Waterleidingduinen toe te komen. Daar leven op dit moment, althans berekend op basis van de ‘minstens’-schatting van de vorige hoofdboswachter, meer dan 7400 Damherten. Veel meer dan het totaal aan Edelherten, Konikpaarden en Heckrunderen, die alreeds de oorspronkelijke biodiverse Oostvaardersplassen tot een woestijnsteppe hebben afgegraasd.

Eind oktober 2014 werden daar tellingen verricht vanuit een helicopter, die werden gevalideerd aan de hand van foto’s die tijdens de helicoptervlucht van grote groepen werden gemaakt. De hoogste telling voor de drie hoefdieren samen was 4855.

Hoe dan ook, het getal van 7451 wijkt erg af van wethouder Kock’s getallenreeks. Die zijn cijfers trouwens óók aangereikt kreeg van hetzelfde Waternet waar boswachter Immerzeel zit (of zat).

In de zomer van 2014 was er dus volgens de wethouder een minimum van 3200 dieren aanwezig. Immerzeel noemde een geschat totaal, Kock een minimum. De verhouding André Immerzeel staat tot Udo Kock is als 7451:3200=2,3

In verband met de omrekenfactor 2,6 (getal dat van het Kenniscentrum Reeën spontaan een #dikkeduim kreeg toebedeeld), merken we op dat 2,3 niet bar veel afwijkt van de verdoemde 2,6.

Mijn eigen, met een natte vinger gekozen omrekenfactor bedroeg een 100:70=1,4

1,4 is 54 procent van 2,6. Niemand kan beweren dat ik onbescheiden ben geweest door slechts iets meer dan de helft van een toch redelijk betrouwbare 2,6 omrekenfactor te hanteren teneinde mijn kwantitatieve zorgen over de bambiepopulatie uit te drukken.

Overigens wijzen alle cijfers qua normering voor verantwoord bosbeleid richting 4 Damherten per honderd hectare, ofwel er passen in de hele Awd 140 Damherten. Vier per honderd is het advies van Vereniging Het Edelhert. Maar het cijfer 4 (zij het als het equivalent voor Edelherten, 2) vind je overal terug in de literatuur. De echte natuur met gevaarlijke roofdieren als wolven en beren en lynxen is zeer spaarzaam bevolkt met herten. We mogen heus niet denken dat de Oostvaardersplassen symbool  staan voor het ongerepte vroege Nederland zoals de autoriteiten ten onrechte ons willen doen geloven.

Of neem de AWD, dat speeltuinachtig hertenkamp van onverschillige raadslieden en huilebalkende dierenbeschermers. Zou Topnatuur zijn volgens de Waternetdirectie! Uniek, om zijn vele herten, komt dat zien! -roept een statenlid van een dierenpartij.

Hoeveel damherten er nu rondlopen lijkt me van minder belang dan de stand waarbij de biologische verscheidenheid van bos en duin gewaarborgd is, zoals de wetgever vereist.

Schiet net zoveel dieren af totdat het door Natura 2000-regels beschermde, maar aan graaserosie onderhevige duinlandschap, zich heeft kunnen herstellen, vertrouwde me een voorzitter van een natuurvereniging toe. Helaas brengt hij die mening niet in de openbaarheid. Zo heeft de dierenactivist vrij schieten in een land waar de natuurbescherming volledig op z’n gat ligt. kp

 

 

Weer ‘ns Inspreken in Amsterdam over Damherten

Duinparelmoervlinder vindt bijna geen bloemen meer, en geen nectar. Bambie!
Duinparelmoervlinder vindt bijna geen bloemen meer, en geen nectar. Bambie!

 

Geachte commissielid Financiën,

Ik hoop dat u kennis wilt nemen van onderstaand commentaar, dat wil ik voorlezen donderdag 15 januari aanstaande. Het gaat over het Damhert in uw Amsterdamse Waterleidingduinen.

Inspreken, 15 januari 2015, agendapunt damhertenbeheer in de AWD, stadhuis te Amsterdam

Geachte voorzitter, commissie, wethouder,

In zijn brief d.d. 10 december 2014 stelt wethouder Kock dat door de Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’.

Commissie, de biodiversiteit kómt niet onder druk te staan, die staat al vele jaren onder druk. Voorjaar 2014 werden er 2200 Damherten geteld. Dat is 5 keer meer dan de 400 getelde Damherten in 2004, toen wethouder Hester Maij van het CDA al aantalregulatie voorstond. Toen stond de biodiversiteit kennelijk al onder druk.

Vier damherten per honderd hectare is het getal waarbij het bos zijn boskarakter behoudt, boomverjonging mogelijk is, en de struiklaag, -voor broedvogels van belang, denk aan de Nachtegaal-, behouden blijft. 140 damherten in de Awd is de juiste wildstand.

Damherten scholen samen in het bos, dus herstel van het zwaar beschadigde bos zit er niet: zo’n 200 herten per honderd hectare telt duinbos Vinkenveld! Terwijl maximaal 4 dammen zijn toegestaan, vertelt ons vooral buitenlandse literatuur.

De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan. In 2013 constateerde het OBN-deskundigenteam dat het verschil tussen de ontwikkelde struiklaag binnen de exclosures en het ontbreken daarbuiten ”waarschijnlijk” te maken heeft met een ”langjarige aanwezigheid van damherten’’. Dit betekent, zo stelt het team, ”dat de bosverjonging en de struiklaag waarschijnlijk al bij veel lagere dichtheden van damherten verdwijnen.”

Het recente onderzoeksrapport Parels voor de Duinen 2014 bevat alarmerende conclusies, zoals: ”Andere belangrijke nectarplanten zoals slangekruid, gewone ossetong en distels komen onder de huidige begrazingsdruk van damherten nauwelijks tot bloei.”

Twee zeldzame vlindersoorten dreigen te verdwijnen uit het bar slecht beheerde natuurgebied. De Duinparelmoervlinder verliest het nectar van o.a. de bloeiende Wilde ligusterstruiken omdat de herten bezig zijn de bast van de laatste struiken te schillen.

Pas rond deze zomer is een nieuw Faunabeheerplan gereed. Dan volgen naar stellige verwachting de procedures van de dierenbescherming. Op zijn vroegst midden 2016 kan dan tot aantalsreductie worden overgegaan.

Hoeveel herten hebben we dan? April 2014 telde men 2200 herten. In de herfst van 2016 lopen er 5167 (zie het rekenstaatje onder). Dat zijn er bijna 3000 méér.

De wethouder ziet zich gedwongen tot aantalsreductie over te gaan teneinde de Nbwet na te leven.

Wil men echter uit bezorgdheid omtrent het doden van grote aantallen liever niet wachten tot najaar 2016, dan is grote haast geboden met het versneld uitwerken van het nieuwe faunabeheersplan. Doet u dat niet, ga dan niet jeremiëren zoals in de raad september 2013, hoe zielig het is om dieren te doden. Zonder die haast dreigen geheel onnodig duizenden dieren extra te worden gedood. Wat is moreel verantwoord faunabeheer?

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Amsterdam,

Noten:
1.
Wethouder Kock stelt in zijn brief van 10 december 2014 dat voorjaar 2014 er 2200 Damherten zijn geteld, er door geboorte later 1000 dieren zijn bijgekomen (aanwas 45 procent, van 2200) , en dat ongeveer deze winter door sterfte 400 dieren zullen doodgaan. De populatie groeit netto dus aan tot een voorjaarsstand in 2015 van 2800 exemplaren. De jaarlijkse groei bedraagt derhalve 27,3 procent.

Voorjaar 2015 begint de populatie met 2800 damherten.
Voorjaar 2016 begint de populatie met 2800+764 (27,3% van 2800)=3564.
Zomer 2016 is de aanwas 45 procent, ofwel 45×35,64=1603.
Herfst 2016 is populatie groot: 3564+1603=5167.
5167 is 184 procent van de berekende 2800 damherten in voorjaar 2015!

2.
De wethouder schrijft dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

3.
Zie groene letters ergens onder aan, download Parels van de Duinen 2014 in https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/