Freewheelen met grootveehouder Free Nature

 

Deze herbivoren wil Free Nature graag terug, dat is een heel loffelijk streven. Maar is dat alles?

Geef de natuurgebieden een forse recreatieve impuls en zie daar: het ‘draagvlak’ voor het natuurbehoud groeit als kool.

Van dit loepzuivere waanidee, ‘hoe meer recreatie hoe beter voor de natuur’, is het vaderlandse natuurbehoud bezeten geraakt.
Het Wereld Natuur Fonds, Vereniging Natuurmonumenten, het Staatsbosbeheer, niemand wil achterblijven om van de daken te schreeuwen dat veel méér mensen de natuur in moeten gaan om er flink van te genieten. Koste wat het kost!

Hoe meer mensen je op de schaarse natuur afstuurt, hoe groter het draagvlak voor het behoud ervan. Recreatie is voor de
moderne natuurbeschermer kennelijk dé oplossing om dat verondersteld zwak draagvermogen te vergroten.
Maar het lijkt er thans op, dat de recreatie als enige motief voor natuurbehoud is overgebleven. Recreatie, genieten en beleven van het buiten-zijn, sluit het niet naadloos aan bij het hedonistische tijdperk waarin we leven? Jawel.

‘Beleving’ in al zijn facetten als motief tot het beschermen van de natuur verdient heden schijnbaar verre de voorkeur boven het doen van een beroep op ethische motieven. Die worden al gauw vaag bevonden. ‘Natuur behouden om haar zelve.’ Ze klinken ouderwets, zal het de twitterende jeugd nog wel aanspreken? Wat is ‘duurzaam’ natuurbehoud, en hoe motiveer je de mensen. In elk geval:

Leve de natuurbeleving!
Dus mountainbiken, -dat is met een tweewielertje een beetje stoer, een beetje jongensachtig, een beetje infantiel wat mij betreft, met veel lawaai en jolijt crossen door het meest afgelegen en stille bos dat in ons armzalige Holtland nog te vinden is. Met de zege van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.
Of avontuurlijk op stap gaan met de boswachter die een echte breedgerande donkergroene hoed op de kop heeft getikt die sprekend lijkt op die van een vooroorlogse Zuid-Afrikaanse blanke wildwachter, heel apart.
Een spannend stelsel van knuppelbruggen aanleggen kris en kras door het teloorgegane ‘oerbos’, het moerassige Beekbergerwoud, dat als een feniks uit de as zal herrijzen, zij het met beheermatig kunst- en vliegwerk.
Drieduizend rustieke vogelkijkhutten neerzetten zodat elk plasje en elk moerasje overzichtelijk wordt gepresenteerd aan een steeds grotere schare birdwatchers (waartegen de vleesberg van soepganzen die de weilanden bevolken het getalsmatig afleggen).

Zeg niet dat het postmoderne natuurbehoud niet minstens zo goed voor zijn ledenbestand zorgt als voor de natuur zelf. Die clubs houden bij hoog en laag mooi vol allereerst de natuur te beschermen, tegen de opdringende mens.
Ik koester mijn zeer gegronde twijfel.

Onder het mom van het vergroten van het draagvlak organiseren Staatsbosbeheer en PWN-Noord Holland heuse ‘safari’s’. Kenia uit de gratie geraakt, of juist heel erg in, maar nu op eigen bodem. Op die safari’s wordt het publiek meegenomen naar de Oostvaarderplassen met zijn Heckrunderen en kreupele Koniks, respectievelijk naar het Kraansvlak met zijn kudde bijna aan inteelt bezweken Wisenten.
Recreatie is beregoed voor het draagvlak, en het gestruin levert in financiële zin wat op. Ligt het voor de hand dat de safari’s in de toekomst intensiever zullen plaatsvinden? Het zal met onze huidige ‘grondhouding’ van pretparken- en centencultuur, zolang die grondhouding maar ‘duurzaam’ is, logischerwijze uitlopen op een massaverschijnsel.

In de Nieuwste Wildernissen gaan straks drommen mensenbezoek eveneens wedijveren met de overpopulatie Grote Grazers. De natuurgebieden, gekenmerkt door rust en uitgestrektheid, en eens zeldzame ‘oorden van onthouding’, veranderen sluipenderwijze in drukke stadsparken. Iedereen zal wennen aan het drukke gedoe, aan de sporten en spellen waarvoor de poorten wagenwijd worden opengezet. De ‘oude’ generatie van hele echte stadsparken, die in de stad zelf, blijft nog immer bezoek trekken. Waarom dan niet de nieuwe, die nu ijverig door de beheerder uitgebeend wordt in onze resterende natuur?

Free Nature en z’n eenzijdige voorstelling van zaken.

Een der jongste loten aan de stam van de recreatie-business is de stichting Free Nature.
Free’s vondst om het recreanten naar de zin te maken bestaat eruit zoveel mogelijk runderen en paarden alsmede de terdege aaibare bever uit te zetten. Geen gouden vondst overigens, het is imitatie van voorgangers. Het schrille contrast van verwilderde kuddes op verwilderde terreinen (voormalige baggerdepots en droogmakerijen) midden in een overbevolkte verstedelijkt land, het heeft wel iets. Onmiskenbaar. Het oog wordt gestreeld en we zien eens geen asfalt, alleen verruigde wildheid. (De spoorlijn en de megagrote windmolens aan de horizon mogen  het blikveld niet al te zeer vernauwen.)

De Nieuwe Wildernis kent als landschap heus wel zijn bekoring en het is een opsteker voor het ‘draagvlak’.
Vrij zijn in een relatief nog schaarse ruimte! Eindelijk eventjes Freewheelen in de nieuwe natuur. Dat kan een volkje van miljoenen dat bij elkaar op de lippen zit heel goed gebruiken.

Free Nature doet met zijn ecologische smoel helaas tevens voorkomen dat begrazing zowat het voornaamste proces was in een meer-natuurlijk Europa. De stichting bouwt voort op de wetenschappelijke vondsten van dr Frans Vera; hij is gepromoveerd op een proefschrift dat het natuurlijke parkachtige oerbos verdedigd, -titel ‘’Metaforen van de Wildernis’’, uit 1997.

Dat proefschrift is voor een beetje geïnteresseerde best nog aantrekkelijke kost. Daar was nog geen charlatan opzichtig aan het werk. Wel degene is het die al 18 jaar lang koppig volhoudt dat ten gevolge van de begrazing door grote kuddes hoefdieren het voormalige oerbos van Noordwest Europa een zeer open karakter bezat, met natuurlijke weilanden hier en daar en waar het stierf van de grazende hoefdieren. De wetenschap is echter algemeen van opvatting dat de prehistorische bossen dicht en gesloten waren, waar de grazers slechts in lage dichtheden voorkwamen. Zijn proefschrift zette andere wetenschappers ertoe aan Vera’s argumenten nog eens aan een grondig onderzoek te onderwerpen. De oude opvatting van gesloten bos, dat Vera heftig bestreed en dat hij onverdroten blijft bestrijden, kon daardoor eens te meer worden bevestigd.

Een eenling kan groot gelijk hebben, maar dan gaat het meestal om geloofszaken. De wetenschap heeft Vera’s argumenten voor het open bostype danig  onderuitgehaald. Dat hij desalniettemin een vrij grote en zelfs dominerende aanhang onder natuurliefhebbers en natuurbeschermers heeft gevonden, is te danken aan het feit dat mensen graag geloof hechten aan heilsgedachten en aan de onbedwingbare menselijke behoefte een profeet in het zadel te helpen. Kan er tenminste één mens heilig worden verklaard, een voorbeeld voor ons allen. Waarschijnlijk speelt ook het underdog-effect waarvan profeet Vera wetenschappelijk gezien het slachtoffer is geworden een rol in de idolatrie van zijn adepten. Alternatief heeft een broertje dood aan Wetenschap, en daarom:
dr Vera is de dr Vogel van het Nederlands natuurbeheer. Zullen hun recepten helpen? Voor wie gelovig is wel.

Free Nature stelt vast dat grazers zijn gecoëvolueerd. Ja natuurlijk, allerlei natuurlijke milieufactoren bepaalden vorm en overige eigenschappen van de verschillende diersoorten en vanzelfsprekend zijn hun specifieke graasactiviteiten van invloed geweest op de natuurlijke omgeving. Waar het echter de aantallen herbivoren betreft, die evenzeer bepalend zijn geweest voor de (lager dan door Vera cum suis gedachte) effecten van die invloeden, daar overdrijft ook de stichting schromelijk. De oorzaak is gelegen in de wetenschappelijke onbevestigde hypothese dat de Oude Wildernis voornamelijk bevolkt was met grote aantallen herbivoren.  De onderzoeken van de verschillende disciplines tonen daarentegen aan dat de echte natuur van het noorden maar weinig grote dieren per oppervlakte-eenheid kende. Die situatie tref je nog steeds aan in enkele relatief schaarse ongerepte delen van Noord-Amerika en het noorden van Oost-Azië.

Helaas voor Free Nature!
In die ongereptheden is het geen prijsschieten zoals (theoretisch!) het geval op de ontelbare Damhertjes in de Amsterdamse Waterleidingduinen of op de duizenden Edelherten die de Oostvaardersplassen bevolken.

Deze herbivoren wil Free Nature graag terug, dat is een heel loffelijk streven. Maar is dat alles?
Maar is dat alles?  Free Nature vertelt niet wat waar is. Dat de predatoren de hertachtigen op een lage stand houden. Van hun voorspelde open graslanden komt weinig tot niets terecht. Alles groeit van nature dicht tot bos. De  recreatieve claim van een arcadisch open landschap met allemaal aaibare diertjes in de verte valt door de mand. En daarmee ook Free Nature’s integriteit als natuurbehoudsorganisatie


Mag je Free Nature
vooringenomenheid verwijten waar het zijn natuurdoelstelling betreft? Als je doel is gegrondvest op het werk van slechts één profeet-ecoloog (die in historische anticipatie zijn baardje heeft laten staan; maar zijn sik is gelukkig niet zo lang als de profeet van de moslims, er moet natuurlijk verschil wezen) wiens bevindingen door de wetenschap alom worden verguisd, wat rest er anders dan te denken dat Free Nature louter uit is op een ‘nieuwe natuur’ die prettig in de smaak valt bij een groot publiek? En hoe moet je trouwens anders aan de weg timmeren om groot te worden!

In het Vakblad Natuur Bos Landschap, nummer januari 2015, kreeg Free Nature liefst vier van de 28 tekstpagina’s tot zijn beschikking om in een wollig getint verhaal ‘onze grondhoudingen’ ten aanzien van de natuurbescherming toe te lichten. Hierna in de link is Free Nature’s jongste evangelie te lezen. Het leest als de Apocalyps van Johannes. Het is vrijwel even duister. Het wordt nog eens canon.

http://www.freenature.nl/free/download/common/vnbl_jan2015_cbraat-1.pdf

Iets anders tussendoor: Ons kleine land heeft gebrek aan bladen waarin discussie gevoerd kan worden over de natuurbescherming, inbegrepen allerlei kwesties van concrete aard. Er bestaan hier te lande maar een paar natuurbladen, maar daarin kan je zelden terecht met je kritiek. Een fietspad dat Natuurmonumenten dwars door de laatste ongebaande duinstrook van mogelijk heel Europa wil aanleggen (onder IJmuiden), is volgens mij een bijzonder schelle aanfluiting voor het internationale natuurbehoud. Is  over deze misstap ergens geschreven? Neen. Waar o waar kan je terecht?

In de redacties van die weinige bladen heeft Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer onveranderd zitting. Ze roeren met een dikke vette vinger in de pap. Deze terreinbeheerders leggen altoos nadruk op de recreatieve aspecten, meer dan op het beschermen van de wezenlijke aspecten van de natuur. Zoals de rust en de ruimte: de gave uitgestrektheid van een relatief eindeloze natuur, hetgeen je juist in een drukbevolkt land als een kostbare parel aan de boezem zou willen drukken.
Het verpatsen ervan is in historisch perspectief de omgekeerde gang van zaken. Waar o waar is Jac. P. Thijsse?

Te veel aandacht in die natuurbladen voor de nieuwste natuur. Ook zij draaien zich dol op aaibare diersoorten, in plaats van het koesteren van de wezenlijke natuuraspecten. Ze zijn verzot op het harig spul waar vroeger alleen kleuters mee speelden. De infantiliteit van de postmoderne tijd.
Geen folder zonder de ontroerende (maar lege) blik van poedelachtige Schotse Hooglanders. En juist die slomerds leveren, vraag niet hoe volwassen mensen!, draagvlak en nog eens draagvlak op. Waar voor Natuurmonumenten in het bijzonder geldt: hoe meer leden, hoe geriefelijker de staat van de Kassa.

Helaas, discussies over natuurzaken vinden noodgedwongen plaats op weinig bezochte websites (dit blog wordt bij voorbeeld door hooguit enige tientallen personen gevolgd, maar: het is misschien ook niet erg leesbaar), verder op facebooks die niemand weet te vinden of in kortademige tweetlijntjes waarvan het er krioelt. Het tekent de bloedarmoede waaraan ons natuurbehoud lijdt.
Het debatmonopolie van de erkende natuurbehoudsorganisaties is verstikkend. Dat wil zeggen, over bepaalde kwestie wordt dat debat in de kiem gesmoord. En online valt er niet veel eer aan te behalen. Een blad valt op de vloermat en iedereen neemt het wel door, en dan heb je een goed debatforum. In principe dus.
Het is alles zorgwekkend, dacht ik. Of vindt u soms van niet?

In de grote kranten is maar weinig ruimte beschikbaar gesteld voor de natuur, laat staan debat. Trouw wel, maar dat dagblad volgt al te getrouw de geijkte meningen van het WNF, NM en SBB. Dat is één pot nat.

Diep was mijn verwondering dan ook dat een protestbrief die ik inzond, geschreven n.a.v. Free Nature’s stuk in het Vakblad NBL, zomaar werd geplaatst. Desondanks!
Die vergissing zal de redactie niet snel weer maken, vrees ik hevig. Ja, een lot in de loterij en de kans van mijn leven om enige anti-aaibare dierenzaken in een officieel natuurblad uiteen te mogen zetten. Deze week verscheen mijn  ‘weerwoord’. Weliswaar helemaal achterin. Het luidt aldus;

[titel:] Laat het streven de Oude Wildernis zijn!

Cris Braat noemt in het januarinummer van Vakblad NBL een paar grondhoudingen voor onze verhouding tot de natuur. Zoals: ‘’We moeten de natuur van ons cultuurlandschap koesteren’’. Deze grondhouding boort hij meteen met kracht de grond in. Want dat cultuurlandschap was een ‘’gedegradeerd, kaal en schraal landschap’’. Prof. dr Victor Westhoff heeft onze natuurbescherming bewust gemaakt van de vele gradiënten die de oude boeren onbedoeld in het landschap aanbrachten en de daarmee samenhangende grote biologische variatie, ook ten gevolge van die schraalheid!

Westhoff kon nog spreken van ‘botanische schatkamers’, de heer Braat kent misprijzen: ‘’Grote delen van de zandgronden waren arm aan voedsel, begroeiing en dieren. Geschikt voor schapen en korhoenders’’. Na deze wijze opmerking mag ik wel mijn ‘Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland’ in vijf delen, benevens andere vegetatiekundige naslawerken die over antieke schatkamers handelen, de vuilnisbak inkieperen. Wist Braat niet dat de korhoenders uitstierven door het verdwijnen van de ouderwetse overgangen met de bijhorende rijkdommen aan kruiden en insecten? De ondergang bleek fataal voor de kuikenoverleving.

Op een diepere ‘grondhouding’ stoelt Braats voorliefde voor Nieuwe Wildernis. Alfa en omega is voor hem de natuur die ’weer op eigen benen kan staan’. Voorafgaande menselijke invloeden en bestaande vervuiling ziet hij gemakshalve over het hoofd. Het hele concept NW is daarom te vrijblijvend.

Het concept deugt principieel van geen kant, als men wél de relatie herbivoren versus vegetatie in alle toonaarden, als een kostbaar wildernis-achtig fenomeen, bezingt, maar een andere invloedrijke relatie doodzwijgt: die van predatoren vs. herbivoren Een vloed van (buitenlandse) literatuur leert, dat de predatoren een wezenlijke invloed uitoefenen op de aantallen herbivoren, met alle gevolgen van dien voor de voedselketen en de voorkomende plantengemeenschappen. De grazers kwamen in zéér lage dichtheden voor.

De overheersend kracht van ‘Top Down’ doet opgeld in de internationale literatuur, ’Bottum Up’ bij de ongeïnformeerde adepten van de Nieuwe Wildernis. Ons natuurbehoud weet zich bijna niet meer te ontworstelen aan de zucht naar safariparken. Deze moeten de pretparktoeristen overmatige aantallen verwilderd huisvee voorschotelen. Het concept Nieuwe Wildernis is louter een recreatief concept, en de grondhouding berust bij het recreatieschap.

Predatoren ontbreken, en jagers wordt verboden naar die lage maar functionele aantallen te herstellen. Ruïneuze kaalvraat door kunstmatig grote kuddes doet niettemin wild, woest en ledig aan.

Eén grondhouding, die alles met het écht natuurbeschermen van doen heeft, noemt Braat schandelijk genoeg niet. Dat is het benaderend reconstrueren van de verdwenen oernatuur, de natuur zónder historisch menselijke invloed: de natuurlijkheid van bossen, hoogvenen, beekdalen etc. zoveel mogelijk herstellen, met inheemse soorten Maar dat vergt stuurmanskunst. En aan beheren heeft Braats Free Nature een broertje dood. Het past niet zo bij hun ‘beleven en genieten’ van doelloosheid, die meer dan welkome afleiding in een strakke cultuur. Maak van de natuur geen drug.

K.Piël, Herstel Inheems Duin, kpil@xs4all.nl

 

Spechtbomen omgehakt

 

 

 

De specht heeft baat bij dode bomen. (Foto: Henk Bos).
De specht heeft baat bij dode bomen. (Foto: Henk Bos).

De Heemsteedse Courant -26.100 huishoudens ontvangen het blad wekelijks in de bus en daar komt nog de losse verspreiding via benzinestations e.d. bij-,  is voor mij een zeer belangrijk medium om de bewoners in de buurt van de Waterleidingduinen te informeren.

Bij deze wil ik gaarne de redactie dank zeggen. Die is altijd welwillend geweest ruimte te geven aan HID’s grieven over het natuurbeheer in de Awd.

De tekst hieronder verscheen als artikel in het nummer van 11 februari. Henk Bos is een bijna te vermaard waterleidingduin-bezoeker, fotograaf en tevens wat mij betreft een enigszins al te groot bambieliefhebber. Hij was wel zo bereidwillig om een foto bij m’n artikeltje te leveren. Dus echt een karakter mannetje, alias awdbossie! Te zien op foto is een vrouw Kleine bonte specht. Het artikel:

Spechtbomen omgehakt

Vogelenzang  – Ingezonden brief door amateurbioloog Kees Piël over verwijdering van dode bomen in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

Pal ten noorden van ingang Oase, Amsterdamse Waterleidingduinen, ligt een mooi binnenduinbos. In de kroonlaag zie je zomereiken, esdoorns én inheemse vogelkers. Ja, de vogelkers kan uitgroeien tot heuse bosboom. Net zoals zijn neef trouwens, de Amerikaanse vogelkers. Waternet is druk doende deze woekerende exoot, de ‘prunus’, uit het duinlandschap te verwijderen. Ik mocht als vrijwilliger de prunus te bestrijden. Voordat om duistere redenen die vergunning werd ingetrokken, begin 2011, was ik er in geslaagd om bijna alle Amerikaanse prunus in het ‘Bos van Oase’ te ringen. Je verwijdert met de bijl een strook bast, de boom gaat dood. Zo is niet alleen een lastige exoot bestreden, bovendien is het bos rijker aan ‘staand dood hout’.

Dood hout wordt wel de ‘rijkste habitat in een gezond bos’ genoemd. Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50 procent van de totale bosfauna is afhankelijk van dood hout! Voor spechten is het staande dood hout precies even belangrijk als liggend dood hout. Dat hebben de bosecologen uitgevogeld. Nu ontdekte ik onlangs dat Waternet al ‘mijn’ geringde dode bomen heeft omgezaagd. Een belangrijk natuurlijk kenmerk van het bos is letterlijk onderuitgehaald. En daarmee is de natuurbeschermingswet ernstig overtreden. Wat bezielt Amsterdam toch?

K. Piël, Amsterdam, Herstel Inheems Duin

Heden Oprichting Stichting Herstel Inheems Duin

Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?

Amsterdam, 12 februari 2015

Persbericht

Hedenmiddag is de werkgroep Herstel Inheems Duin als Stichting heropgericht. Het voornaamste doel van de stichting is het drastisch reguleren van de overpopulatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Aanleiding voor de oprichting vormt het aanhoudend onvermogen van de gemeente Amsterdam om zijn bezit, een Natura 2000-gebied, in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen, zoals dat vereist is in de Nbwet. De stichting wil gaan procederen teneinde bij de rechter een goed populatiebeheer af te dwingen.

Er lopen nu in het duingebied minimaal 3100 Damherten en de populatie groeit nog. Vier rapporten constateren zeer aanzienlijke schade aan de bloemplanten en de afhankelijke insectenfauna. Door grote vraatschade aan de struiken verliezen struweelvogels hun broedgelegenheid, zoals de Nachtegaal. Actueel is het verdwijnen van de Wilde liguster door het bast schillen, waardoor vlinders een belangrijk nectarbron verliezen.

Het beheer in de AW duinen volgt de motie van Amsterdams raadslid Ger Jager (PvdA) uit september 2013. Die laat geen actief beheer toe, wel een genadeschot dat ‘ondraaglijk lijden’ moet voorkomen. De stichting laakt de hypocrisie van dit beheer. Juist verzwakte en zieke dieren houden zich schuil in het uitgestrekte duindoornstruweel, waar zij slechts bij uitzondering vanaf de paden door de boswachters worden waargenomen. Het lijden duurt tot aan het stervensuur.

De stichting wil niet toestaan dat het natuurgebied een kopie wordt van de Oostvaarderplassen; de hoefdieren hebben daar periodiek te kampen met ernstig voedseltekort en massaal hongeren. De stichting ontmaskert de dierenbescherming die dit beheer voorstaat als in wezen dieronvriendelijk en barbaars.

Beter is de stand op vier damherten per honderd hectare te houden, overeenkomstig een beleidsnota van Vereniging Het Edelhert. Dit aantal komt overeen met de natuurlijke gebieden waar wolven en beren de stand zeer laag houden. De biologische variatie en rijkdom vaart wel bij een lage hertenstand. Voor de 3500 ha grote AW duinen betekent dit een stand van 140 damherten. De jaarlijkse aanwas van circa 40 gezonde dieren dient te worden afgeschoten.

Stichting Herstel Inheems Duin,

voor deze Kees Piël, voorzitter,

Amsterdam

 

Spechtenbomen halen ze neer. Wat is beschermd duinbos nog waard?

 

 

 

dood imagesTWEKVG3G
In een natuurlijk bos zie je naast liggend dood hout ook staand. In de Awd worden de staande dode bomen omgehaald. Dat gaat recht in tegen het reguliere natuurbeheer

 

Wat bezielt Waternet om een belangrijk natuurlijk kenmerk van het bos, het staand dood hout, tot de grond toe af te breken? Gisteren deed ik tot mijn schrik die ontdekking, in het duinbos ten noorden van ingang Oase.

Dit bos vond ik lange tijd een van de prachtigste binnenduinbossen. Met veel Zomereiken in de kroonlaag, ook inheemse Vogelkersen en enige Lijsterbessen in de struiklaag. Door overmatige hertenvraat is  inmiddels heel veel van de inheemse Vogelkers en vrijwel alle Lijsterbes verdwenen. Ja, de Damherten schilden de bast van decimeter dikke Vogelkersstammen en daardoor gingen zelfs  hoge boomvormige exemplaren dood. Aan de onderkant ziet het bos door het verdwijnen van de struiklaag er tegenwoordig kaal uit, je kijkt er dwars doorheen. De bewoonde wereld blijkt dichtbij.

In het duinbos stonden ook veel Amerikaanse vogelkersen. Die moeten uitgeroeid worden, aangezien ze door hun makkelijk zaadverspreiding en dominantie de inheemse biodiversiteit te gronde richten. Waternet is al enige jaren met een grootscheeps programma verdienstelijk bezig om de ‘prunus’ uit het duinlandschap te verdrijven. Dat doen ze letterlijk grondig. Met grijpers trekken ze grote struiken uit de grond. In het duin dat weer open landschap moet worden, voeren ze stammen en takken en hele wortelstelsels af, en die werkwijze leidt dan tevens  tot enige verschraling. Ook wordt wat kalk, samen met de wortels, uit de ondergrond naar boven gesleurd. In het aldus opgekalefaterde duin keert naar verwachting de rijke pioniersvegetatie van weleer terug. En dat soort duin is zo typerend voor de Nederlandse kust.

In december 2010 heb ik het Bos van Oase mogen opschonen van prunus. Dat wil zeggen, ik was er bijna. Evengoed heb ik er nog honderden Amerikaanse vogelkersen mogen ringen. De zomer daarop zag ik hoe de meeste bomen afstierven. Dit leidde tot een enorme toename van het gewenste staande dode hout. Dus twee vliegen in één klap.

Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al jaren dood. Mos begroeit het 'staand dood hout'
Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al een tijdje dood. Mosgroei op het ‘staand dood hout’. Let op de ring. Foto: H. Hobo

 

Dood hout wordt wel de ”rijkste habitat in een gezond bos genoemd. Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50 procent van de totale bosfauna is afhankelijk van dood hout”, zo vermeldt het boek Bosbeheer en Biodiversiteit.

Dus vroeg ik me af, wat bracht de beheerder er in godsnaam toe om in een wettelijk beschermd natuurmonument, tevens Natura 2000-gebied -onderdeel van ‘n stelsel door Europa waardevolle geachte natuurgebieden- al het staande dode hout te vellen? Dat dode hout blijft weliswaar op de grond achter, -als dood hout. Maar is dit gezien de natuurbehoudsdoelstelling wel in de haak?

Deze boom is vroeger geringd. Een dode stam is ook de bestaansvoorwaarde voor dood hout- afhankelijke insecten. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Zinloos en schadelijk bosbeheer.
De oude ring van deze later afgezaagde boom is nog goed te zien. Zo’n dode stam is van groot belang voor insecten die gespecialiseerd zijn op staand dood hout. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Een foute vorm van  bosbeheer. Foto: H. Hobo

 

Zeker niet! Hier volgen veelzeggende citaten uit het wetenschappelijke werk Bosecologie en Bosbeheer:

”Voor het optimaal functioneren van het bosecosysteem is het van belang dat zowel staand als liggend dood hout in verschillende verteringsstadia min of meer permanent beschikbaar is in ruimte en tijd.” -p. 429

“Een staande dode boom heeft als bijkomend voordeel dat deze geschikt kan zijn voor holenbroeders.”  -p. 432

En uit een ander boek, Bosbeheer en biodiversiteit: 

”De ideale situatie voor spechten wordt geschat op 8 m3/hectare liggend dood hout, 8 m3/ha staand dood hout en nog eens 14 m3/ha levende bomen met takken. Zeer kwetsbare dood-houtsoorten hebben naar schatting 70 m3/ha nodig. In veel omringende landen wordt 30 m3 /ha dood hout geadviseerd, of 5 tot 10 procent van de het aantal bomen of staande houtvoorraad per hectare. Het Gelders Landschap streeft […] de komende decennia naar een hoeveelheid van 30m3/ha en in bosreservaten van 70 m3/ha.” -p. 97

Kennelijk streeft de Awd-beheerder naar NUL m3/ha staande dood houtvoorraad en bepaald geen 70 kubieke meter!

Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteert de KNNV daar niet tegen?
Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteren de KNNV, de Vogelwerkgroep Zuid Kennemerland of Vereniging Natuurmonumenten daartegen? Helaas niet.

 

En heeft de boswachter soms een hekel aan spechten? Toen ik na dagen werken bijna die Oaseklus geklaard had, verscheen opeens in het bos vanuit het niets boswachter Heeremans. Dat was volgens mijn notitieboekje op 30 december. Daarvoor is de boswachter: om midden in het bos overtreders onverhoeds in de kraag te vatten. Maar ik had een vergunning. Nee, op een andere manier kreeg ie me te pakken. Hij was zei hij helemaal niet gediend van ringen. Hij zei niet langer ‘tegen de rommel’ te willen aankijken; ik had ook kleine struiken ongeveer op een meter hoogte afgezaagd en de takken her en der neergegooid (de uitlopers zou ik later in de zomer afhakken, de stam sterft dan uiteindelijk af. Hetgeen hier niet nodig bleek; er kwamen zoveel herten bij dat dié de klus klaarden. De les: bambie is nog ergens goed voor).

Hier - in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden , een overtreding van de Nbwet!
Hier – in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden. Is dat geen overtreding van de Nbwet! Foto: Henk Jan Koning

 

Verder kondigde hij aan mijn activiteiten in een vergadering te zullen bespreken. Hij adviseerde mij me aan te sluiten bij de groep vrijwilligers. Die groep zaagt in het open duin van de prunusstruiken in de rondte takken weg, zodat de kraan makkelijk om het zo ontstane takkenskelet heen kan grijpen. De zwaarste struiken trekken ze aldus uit de grond. Nu, daar is het de bedoeling om het kale open duin terug te krijgen.

Maar liever houd ik mijn eigen werkwijze, en mijn eigen projecten moeten gewoon af. Al vele jaren behandel ik een groot deel van de oostrand van de AWD, een kilometer of zeven lang. Veel was toentertijd gereed gekomen; prunusloos geworden!

Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat.
Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat. Foto: H. Hobo

 

De boswachter kwam me opeens angstaanjagend voor. Zou ik na jaren gratis gewerkt te hebben aan hun achterstallig onderhoud, zomaar aan de kant worden gezet? Des te erger zou dat wezen, daar deze boswachter voorstellen koestert die bosbouwkundig geen hout snijden.

Hij wreef me onder de neus dat er voor het volgende jaar voor mij een werkverbod inzat. En nogmaals, of ik die ‘rommel’ niet uit het bos wilde slepen? Dood hout hoort thuis in het bos, dacht ik, maar dat zei ik maar niet hardop. Hoezo iemand iets wijsmaken die laat zien weinig verstand te hebben van natuurbosbeheer? Bovendien zou ik met een opsporingsambtenaar in discussie treden over wat hij kennelijk als een overtreding beschouwt. Ten principale onjuist.

Op 16 februari 2011 werkte ik in een ander bosdeel, -mijn activiteiten zijn dan hier dan daar, ik verspreid ze voor de afwisseling, ook om de boel een beetje in de gaten te houden. Had ik het bos van Oase nu maar eerst afgemaakt!

Daar kwam hij al naar me toe. Ik kreeg te horen dat het nu afgelopen was. Mijn vergunning was per direct ingetrokken. Een week later zat ik in Leyduin rond de tafel met de heren Immerzeel en Olijhoek, respectievelijk teamleider en hoofd terreinbeheer van Waternet. Ik kreeg een vel papier mee naar huis. Daarop stond dat het ringen van bomen niet is toegestaan, verder dat bomen hoger dan vier meter niet mochten worden omgezaagd. Ze verboden me niets. Maar feitelijk waren mijn handen gebonden; ik kon effectiefs niks meer doen.

De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken omstrengeld.
De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken liefdevol omstrengeld. Foto: H. Hobo

 

’Bomen met holen, spleten, rottingsgaten’’, -dienden gespaard te blijven! Dat stond óók op dat velletje. Nota bene houden geringde prunusbomen hun holen en spleten. Of je schept, door nieuwe bomen te ringen nieuwe dode stammen, die geschikt zijn voor spechtensmidse. Drong dat niet door tot het Awd-natuurbeheer? En bovendien, de waardevolle, staande dode bomen konden gezien de recente kapactiviteiten, opeens wél gemist worden?

Voor dergelijke ergerlijke nonsens wenste ik niet te tekenen. Ik stapte met mijn verhaal naar het Haarlems Dagblad. En zo kon ik mijn gram halen. Immerzeel verklaarde in het artikel  (HD, 11 maart 2011) te zijner verdediging: ‘’Een bos vol geringde bomen ziet er niet uit. Recreatie is ook belangrijk in het duingebied.”

Is de Grote bonte specht niet welkom? De recreant stoort zich aan dood hout, zo beweert de beheerder in de krant.
Is de Grote bonte specht niet meer welkom? De recreant stoort zich immers aan dood hout, zo beweert de beheerder in het Haarlems Dagblad.

 

Recreantensentiment stellen boven verantwoord natuurbeheer in een beschermd natuurmonument. Dat is toch de omgekeerde wereld. En in het bos bij Oase komen maar weinig mensen ; het bos ligt buiten de drukkere wandelroutes. Waar gaat het over.

Echter, door dit vrij stille bos mag volgens dezelfde beheerder wél een nieuwe menselijke infrastructuur van een fietspad worden aangelegd. De drukte die dat met zich meebrengt deert alleen die ene rustzoekende wandelaar. Wat zou het, we zullen hem klein krijgen. Hij ook! En de natuur, telt die soms? En ach, de natuurbeschermingswet, meneer Immerzeel!

Immerzeel’s weinig verheven opvatting zien we terug in de Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022. De tekst beslaat amper twee kantjes. De beheervisie lijkt een manifest die de Awd uitroept tot randstedelijk pretpark. ‘’Bezoekers kunnen kiezen of ze willen wandelen, sporten, paardrijden, huifkar rijden, spoorzoeken, dieren en planten spotten of gewoon luieren. Alles kan.”

Dat is de schamele visie van en van de natuur vervreemde hoofdstad, die elk stukje groen kennelijk wil inlijven bij het Vondelpark. Douw de toeristen er maar in.

‘’Alles kan’’ luidt het devies. Zaag dus gerust de dode bomen om,  hoe noodzakelijk ze ook mogen zijn voor de spechten. Zaag ook levende bomen om, in plaats van ze te ringen. Zaag de stammen in stukken en sleep die het bos uit. En dat laatste gebeurt, levende bomen vellen, zoals ik gisteren aan de sporen kon waarnemen. En zo vervalt een beschermd natuurmonumenten tot ordinair productiebos.

Alles kan. Ook een stuk beschermd Duinbos kaalslaan, de boom in mootjes zagen en mee naar huis nemen. De vervuilende houtkachel moet zeker branden. Daar waar een gewetensvol natuurbeheerder de prunusbomen zou ringen en laten staan! Foto: H. Hobo

 

Bij welk raadslid zou je kunnen klagen. Dat er verkeerde dingen gebeuren in een onder zijn of haar verantwoordelijkheid ressorterend beschermd Natura 2000-duinbos nummer H2180? Niet één raadslid zal reageren, dat weet ik uit ervaring al te goed.

Amsterdam is links en links houdt niet meer van natuurbehoud, i.t.t wat velen denken. Puur uit een behoefte om getuigenis af te leggen zal ik over deze  kwestie drie minuten inspreken voor de commissie. Puur uit behoefte, want zodra je daar het woord neemt staren de raadsleden als bij toverslag gebiologeerd naar hun laptopje. Kunnen ze drie minuten van de vergadering even aan belangrijkere dingen wijden. Maar het moet gezegd.

K. Piël,  Amsterdam

Literatuur:

Bosbeheer en biodiversiteit, door Patrick Jansen en Mark van Benthem. Stichting Probos. Utrecht 2008.  215 blz.

Bosecologie en bosbeheer, door Jan den Ouden, Bart Muys, Frits Mohren en Kris Verheyden (red.) Leuven, 1e druk 2010. 674 blz.

Kevers van dood hout, door Kris vande Kerkhove, Luc Crêvecoeur, Arno Thomaes & Frank Köhler. De Levende Natuur. Blz. 182-186. Sep. nr. 2013

 

 

Inspreken, continuing story Amsteldamhert

 

Inspreken, voor de raadscommissie Financiën, stadhuis Amsterdam, 5 februari 2015,

Geachte voorzitter, vergadering,

In de cie.-vergadering van 15 januari werd de brief van wethouder Kock over de Damherten in de AW duinen besproken. Dat is een merkwaardige brief. Door vijf rapporten is nu al ondubbelzinnig schade aan de struiklaag van het duinbos, aan de struiken daarbuiten, aan bloemplanten en afhankelijke insecten vastgesteld. De wethouder deed er het zwijgen toe. Waartoe dienen die onderzoeken?

Elk stemvee telt zijn bambieliefhebbers. De partij die voor beheersjacht kiest, verliest stemmen. Fracties hebben niet de moed te kiezen voor een principieel, verantwoord natuurbeheer, uitgezonderd CDA en VVD.

PvdA, SP en GroenLinks vroegen de wethouder steeds om een ‘onderbouwing’ van zijn brief maar lieten wijselijk na de wethouder te wijzen op die rapporten. Mevr. Van Heijningen, Partij voor de Dieren, zei over een Nieuwsbrief (dec. 2014) van Waternet, ik citeer : ‘’een jubelstuk over de fantastische insectenzomer’’, en: ‘’een exploderende vlinderpopulatie.’’

Neen, die Nieuwsbrief stelt juist: ”Bloemrijke zomen zijn inmiddels vrijwel uit de AWD verdwenen.’’

Rapport Effect van damhertenbegrazing 2013 stelt dat ‘’de damhertenbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk […] negatief beïnvloed.”

Rapport Parels van de Duinen 2014 raadt aan: “op korte termijn te beginnen met de uitvoering van [….] aantalsreductie van de damherten’’.

OBN-rapport mei 2013 stelt: ”Zeer lage dichtheden zouden juist positief kunnen werken op de habitatkwaliteit.”

Waternet neemt voorin het rapport, afstand van Parels van de duinen. Dit moet wel het werk van de wethouder zijn: hij wil politiek handig voor zich uitschuiven.

Ik rekende u vorige keer voor: als u niet snel zorgt voor een nieuw faunabeheersplan -het kan een jaar schelen-, betekent dat afschot van een extra aanwas van 1400 dieren. Uw verdriet over het doden van damherten valt door de mand, -als u niets doet.

De wethouder schrijft in de brief: ”ondraaglijk lijden adequaat voorkomen”. Dat ‘adequaat’ is lachwekkend. Zieke herten trekken zich terug in het uitgestrekte duinstruweel, verreweg de meeste van de ‘ondraaglijk lijdende dieren’ vind je niet terug. Reactief afschot is een hypocriet doordachte maatregel. Het enige wat partijen vrezen is het verlies van stemmen.

Liever laat u de provincie een aanwijzing geven tot aantalsregulatie. Overmacht roept u dan uit! U kunt vervolgens uw handen in onschuld wassen. Maar wel in het bloed van een onnodig hoog aantal te schieten dieren, -uw eigen keuze.

Dank u voorzitter.

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Ps.  -Zie voor de verklaring van het getal 1400  -die ”extra aanwas”- mijn bericht van 16 januari Inspreken en daarna verdoofd naar huis. Aldaar punt 1 van Noten.