Als het kalf verdronken is…

 

 

Dagblad Trouw.1 september 2015. Aandacht voor de natuur in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
Dagblad Trouw, 1 september 2015. Aandacht voor de natuur in de Amsterdamse Waterleidingduinen.

 

Het dagblad Trouw besteedt veel aandacht aan de natuur, buitenproportioneel zelfs voor een Nederlandse krant.
Op 1 september wordt uitvoerig verslag  gedaan van de schade die de talrijke Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen de laatste jaren hebben veroorzaakt.

Het is bij mijn weten niet eerder voorgekomen dat een landelijk dagblad daar zo uitvoerig op inging, terwijl de problematiek van de natuurschade toch al vele jaren bestaat.

Aan de basis van de reportage in Trouw staat vast en zeker het excellente artikel dat biochemicus en doctor in de biologie Joop Mourik schreef voor het gezaghebbende natuurtijdschrift De Levende Natuur ( 116e jaargang alweer).

Zijn bevindingen stemmen niet vrolijk. Mourik stelde ze op aan de hand van talloze waarnemingen die systematisch door hem en vele andere natuuronderzoekers zijn bijgehouden en op grond van de verschillende onderzoekpublicaties die de laatste jaren het licht zagen. Mourik eindigt zijn wetenschappelijke verslag in De Levende Natuur over de AW-duinen met de aanbeveling:

‘’Aan een snelle en forse reductie van de begrazing en dus de dichtheid is niet te ontkomen, ook voor het welzijn van de Damherten zelf.’’

En Monica Wesseling tekende gisteren in haar reportage voor Trouw uit de mond van Mourik op:

‘’Het is vijf voor Twaalf. Als er nu niet wordt ingegrepen, is er geen weg terug. Dan raak je planten en insecten definitief kwijt.’’

Helaas, voor Mourik en eenieder die de natuur van de duinen onder de rook van Haarlem een warm hart toedraagt, voor een natuurherstel is een sta in de weg de heer Leo van Breukelen, beleidsmaker bij Waternet. Terwijl Mourik het heeft over ‘vijf voor twaalf’, verklaart van Breukelen in Trouw doodgemoedereerd:

’’Al te bruusk ingrijpen is niet nodig en bovendien voor hert en maatschappelijk draagvlak niet best. Dus trekken we er vijf jaar voor uit.’’

Het doemscenario dat ecoloog Mourik schetst, zal dus bewaarheid worden. In die vijf minuten die Mourik voor de redding van de natuur geeft, daar wil Van Breukelen vijf lange trage jaren over doen.

Van Breukelen redeneert: Langzaam aan dan breek het lijntje niet, denk vooral toch aan het maatschappelijk draagvlak!

Tijdens een bijeenkomst dit voorjaar van vrijwilligers bij Waternet koos echter vrijwel iedereen voor afschot. De meeste Nederlanders hebben alle begrip voor aantalsregulatie als dat goed is voor de natuur. Dat zwakke draagvlak, waar Van Breukelen zo vreselijk over inzit, is gezocht, vergezocht.
Het valt reuze mee.
Ik denk eerder dat er veel maatschappelijk draagvlak is om een onheilspellende beleidsmaker als Leo van Breukelen met een reuzezwaai over het stalen hekwerk dat langs de Aw duinen loopt te gooien, met een papieren gebiedsverbod voor het leven er achteraan.

Deze man weet drommels goed, dat de zaadvoorraad van de nu vele al verdwenen bloemen niet lang houdbaar is. De kiemkracht neemt af, verdwijnt. Naar het tamelijk geïsoleerde natuurgebied keren de insecten die afhankelijk zijn van deze bloemen ook slechts moeizaam terug, -als het niet allemaal te laat is. Duurzaamheid is ver te zoeken bij Waternet.

Het herstel van het wettelijk beschermde duinbos, van de kruid- en struiklaag daarin, vergt het bereiken van zeer lage aantallen Damherten, en dat duldt geen uitstel.

Damherten neigen de bossen in te trekken; ook bij algemeen laag aangehouden aantallen tref je in de bossen relatief hógere aantallen aan. Mourik noemt in zijn artikel bestaande dichtheden van liefst 200 dieren per vierkante kilometer bos en struweel. Dat is écht een hertenkamp.

Ik begreep van Mourik al eerder, dat hij liefst de dichtheid zó veel wil verlagen totdat het herstel in alle habitats is opgetreden. Maar dat lijkt me logisch. De gemeentelijke opzet  is de populatie terug te brengen naar 600 tot 800 dieren. Nog te veel.

In 2001 verscheen een artikel in het blad DUIN. Toen al werd een grote invloed verwacht van de hertenbegrazing op jonge eik en verschillende struiksoorten. Die verwachting is ruimschoots waargemaakt; Kardinaalsmuts en Lijsterbes en Vlier en Liguster en Kruipwilg zijn al bijna verdwenen.
Maar het officiële onderzoek naar de schade door het Damhert begon pas vele jaren nadien op gang te komen: in 2013, bij een stand die vér boven de duizend Damherten lag. Lieten de beheerders steken vallen door in een te laat stadium onderzoek te doen naar de schade aan de flora en de fauna?

Ik haal die oude berichten even aan om aan te tonen dat de beheerders niet kunnen zeggen dat de hertenramp als een onverwachte tsunami over hen heen is gekomen. Er was registratieapparatuur beschikbaar, maar deze werd gewoon niet ingezet.

Natura 2000 gebied, vakkundig door politici gesloopt
De AW duinen worden op een vreemde manier aangestuurd. Neem alleen weer Van Breukelen. Dit is wat ik noem een ‘spontanist’; hij wenst de natuur haar gang te laten gaan, dat wil zeggen: niet ingrijpen. Maar dát moet we juist net niet hebben, daar waar de druk van de diersentimentalisten om niét in te grijpen al immens groot is.

Zij houden iedereen voor dat de natuurlijke kwaliteiten van dit Natura 2000-gebied, dat nu eenmaal door middel van regulier onderhoud in stand moet worden gehouden (wat zelfs bij de wet is geregeld), niet opwegen tegen het principe van niet-ingrijpen: de ‘zelfregulatie’. Wie gelooft niet dat die opstelling een rationalisatie is van hun hardgrondige afkeer van de jager met zijn ‘moordlust’?
De natuur spontaan laten verlopen houdt immers in dat geen jacht kan worden toegestaan. Jager exit.

Dierenbeschermers betrap je zelden op wat diepere interesse in de natuur dan de gemiddelde burger; hun aandacht is geconcentreerd op de aaibare diersoorten, de vachtdragers, de bambies.
Vlinders zijn wel mooi, maar minder aaibaar; over insecten hebben ze eigenlijk geen mening. Bijgevolg: de insecten van de Aw duinen hebben het zwaar te verduren.

Hun wens naar zelfregulatie lijkt oppervlakkig tot stand te zijn gekomen en is in elk geval niet gefundeerd op principes van het natuurbehoud. Zelfregulatie, volgens mij is het zelfbedrog.

Wat is overpopulatie?
In NRC-Handelsblad van 11 augustus 2001 verklaarde Van Breukelen:
“Wat is overpopulatie? Het is een term die alleen buiten de duinen opgaat. In de duinen storen de herten elkaar niet in het minst.’’

Wat bij hem hier ontbrak, is ‘n woordje over de hertenschade. Maar in hetzelfde NRC artikel liet toenmalige hoofd natuurbeheer, Rik Schoon, zich al ontvallen:
’Zevenhonderd herten is eigenlijk al te veel’’.
Naar Schoons maatstaven gerekend zou het huidige streven van 600 á 800 dus al een hoge stand wezen. En dat is het ook.

In het AWD’s voorlichtingsblad Struinen, herfst 2001, schreef Van Breukelen:

‘’Moeten we overgaan tot afschot? In theorie zou dat wel kunnen maar dat strookt niet met het vigerende Amsterdamse faunabeleid en ook niet met onze wens om spontane processen een kans te geven.’’

Cruciaal is dat ‘onze wens’. Dat is dus niet meer of minder dan de wens van Waternet. Wat de vraag doet rijzen of Waternet een invloed ten goede op de Amsterdamse raad had kunnen uitoefenen, -in de zin van aantalsregulatie-, als die spontaan gewilde natuur bij de beheerder zelf geen rol had gespeeld . Misschien was bij de Amsterdamse politici beheersjacht een aanvaardbaarder onderwerp van gesprek geweest wanneer Waternet overtuigender had aangedrongen op ingrijpen, op regulatie.

Anderzijds kan je Van Breukelen als vakmatig natuurbeheerder niets verwijten, áls het zo is dat hij in de functie van pion namens de Amsterdamse politiek bij Waternet zou zijn geparachuteerd. In dat geval is hij niets anders dan een woordvoerder van de gemeenteraad, een stroman.

Binnen de politieke grachtengordel heerst het anti-jachtsentiment. Er is  weinig belangstelling voor het buitenleven. Laat staan het natuurbeheer, laat staan verantwoord natuur, laat staan het toelaten van het primaat van de natuurbeheerder als vakman.
De jonge politieke carrièremaker wil daarentegen wel volop genieten van zijn zeggenschap over wat ver buiten zijn normale bereik valt. Hij laat zich kiezen voor de stad en zijn problematiek, maar een snufje zeewind in het natuurgebied onder aanvoering van de natuurbeheerder, haha dat is mijnheer Van Breukelen, doet ‘m op zijn tijd geen kwaad.

Zo komt het dat in ons hoogontwikkelde kennisland een internationaal belangrijk natuurgebied, van hoogstaand Natura 2000-gehalte, ‘vakkundig’ naar de biologische ondergang wordt geholpen. Keurig op democratische wijze. Maar overigens volkomen illegaal. Immers de regel uit de Nbwet, de ’gunstige staat van instandhouding’, is er ernstig overtreden.

Geen fabrieksdirecteur hoeft te accepteren dat een gemeenteraad voorschrijft welke onderdelen van zijn machines aan vervanging toe zijn. Maar de Amsterdamse Waterleidingduinen moeten voor lief nemen dat de kostbare natuurlijke inboedel vrijwel in zijn geheel bij het hoofdstedelijk gemeentelijk huisvuil werd gezet.

Ervoor in de plaats kwam niets anders dan een invasieve exoot, het Damhert. Dat laatste is op zichzelf een ernstige schending van het Verdrag inzake Biologische Diversiteit, artikel 8h.
Ga dat eens in Amsterdam uitleggen. Je bent kansloos. kp