Wie hebben het afschot van 5000 Damherten op hun geweten? De dierenbeschermers.

Protest op de Dam tegen het afschot van Damherten. Wil de PvdD er 5000 kruizen neerzetten, en een spandoek met vetgekakt een schuldbekentenis.
De Partij voor de Dieren protesteerde op de Dam tegen het afschot van Damherten. Wil de PvdD er 5000 kruizen neerzetten? En een spandoek met vetgekalkt een schuldbekentenis?

 

Wat bezielt de Partij voor de Dieren om politieke propagandapraatjes te verkopen ten gunste van hordes Damherten die moeten doorgroeien tot in de hemel?
De hertenplaag van bijna Bijbelse proporties heeft het rijkgeschakeerde duinlandschap al tot  op de bodem kaalgevreten.
Dat fraaie resultaat noemen de dierenbeschermers heel geleerd ‘zelfregulatie’.

Wat de sektarische dierenpartij ook niet deert: de onbelemmerde populatiegroei zal eens leiden tot ernstige voedseltekorten, ten koste van het dierenwelzijn. Eenmaal voedselgebrek, let op, dan achten de dierenbeschermers het weer op z’n plaats dat de verzwakte dieren een genadeschot krijgen toegediend,  om ze uit hun lijden te verlossen. Eerst verzwakken en vervolgens doodschieten.

Zieke dieren plegen zich echter terug te trekken in schuilhoekjes. Dat is het duinstruweel, waar je ze niet gauw terugvindt. De jager-boswachter die belast is met het afschot staat voor een schier hopeloze zaak. Die ene boswachter van dienst, die ene op duizenden hectare, hij zal  toevallig achter in het duin er zijn om het ondraaglijke lijden bijtijds een halt toe te roepen? Het beleid van ‘reactief afschieten’ zal jammerlijk falen.

Door het verzet van de dierenbeschermers tegen elke vorm van jacht, ook beheersjacht, tellen de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) nu zo’n 3800 Damherten. Deze exoten hebben alle inheemse Reeën verdrongen.
In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) telde men voorjaar 2015: 734 Damherten. Daar slaagden de dierenbeschermers door procederen er steeds in de jachtvergunningen op te schorten. De beheerder hield vroeger de stand vrij netjes op 200 dieren.

Om toch te voldoen aan de ‘gunstige staat van instandhouding’, een eis van de natuurbeschermingswet, heeft de provincie na lang treuzelen erin toegestemd om in dit Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid, waartoe NPZK en AWD behoren, de herten door middel van bejaging te reguleren.

De natuurbeheerders kregen wel van de provinciale handhaver ruim de tijd om de herten tot een voor de natuur hanteerbare balans terug te brengen. Het afschotplan is uitgespreid over liefst vijf jaar; de Damherten zullen hierdoor maar langzaam in tal en last afnemen, te langzaam, want hoog blijft voorlopig de jaarlijkse aanwas, en ook dat surplus moet worden afgeschoten.

Door niet in één keer de aantallen terug te willen brengen naar de gewenste doelstanden zullen er uiteindelijk véél meer dieren moeten worden afgeschoten . Weliswaar levert dat extra biologisch keurvlees op. Maar de keuze voor een trage uitvoering van een hoe dan ook noodzakelijk afschotplan is bepaald geen overwinning te noemen voor de dierenbeschermers. Die willen uiteraard dat er zo min mogelijk herten worden gedood, liefst helemaal geen.

Omdat de dierenbescherming drommels goed weet dat aan afschot niet valt te ontkomen -omwille van de dwang die uitgaat van de natuurbeschermingswet, waarvan ze terdege op de hoogte zijn-, hebben zij nu heel wat te verantwoorden.

Hoe verantwoorden dierenbeschermers hun ‘massamoord’?

Waren zij immers jaren geleden, toen de stand zich nog op een laag peil bevond, akkoord gegaan met een afschot dat overeenkwam met de jaarlijkse aanwas, dan hoefde er thans niet zoveel afgeschoten te worden. Hoeveel?

Laten we dat eens uitrekenen. We gaan een som maken die voor de heer Bram van Liere, provinciaal statenlid van Noord-Holland en de heer Johnas van Lammeren, raadslid te Amsterdam, beide van de Partij voor de Dieren en strijders voor de dierenrechten, te behappen is en stof tot nadenken moge geven.

In de AWD bedroeg de stand bij de telling in voorjaar 2015: 3000 Damherten . Elk jaar worden er dieren geboren en sterven er dieren; dat resulteert in een jaarlijks netto aanwas van 27 procent. Thans, februari 2016, zullen in de AWD ongeveer 3800 Damherten rondlopen. Nu voorziet het Faunabeheerplan hier in een totaal afschot van circa 3870 exemplaren, teneinde na vijf jaar de doelstand te bereiken van 700 Damherten (Faunabeheerplan, Damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied, 2016-2020, blz. 91).
In het NPZK worden in deze vijf jaar 1950 dieren geschoten om op een doelstand van 200 te komen.
Totaal worden in AWD en NPZK geschoten 3870+1950=5820 Damherten.

Omdat de dierenbeschermers aankondigden te gaan procederen, kon de eerste afschotronde, deze winter, al meteen afgeblazen worden. Dat betekent dat de reeds omvangrijke kuddes bambies zich nog een jaar langer kunnen uitbreiden aleer het eerste schot in een stille duinvallei weerklinkt. Het betekent dat er nog veel méér moet worden afgeschoten dan het voorliggende plan wil.

Laat de dierenbescherming daarom niet klagen dat er sprake is van ‘massamoord’. De massadoding hebben ze door hun irrationele, louter ideologisch bewogen en starre opstelling aan zichzelf te danken. Huichelarij kent zijn grenzen. Ook politici moeten het niet al te bont maken, al zijn we veel van ze gewend.

Als de dierenliefhebber de natuurbeheerder gewoon zijn vakwerk liet doen, was er nu geen sprake geweest van uit de hand gelopen populaties Damherten die de natuur kaalvreten en vertrappen. Als de natuurbeheerders het voor het zeggen hadden gehad, dan bedroeg het afschot sinds jaar en dag enkel de netto jaarlijkse aanwas. Die trouwens amper genoeg vlees oplevert om een arme stadswijk van voldoende voedselbankvoedsel te voorzien (en we brengen de lezer in herinnering: al heel lang bestaat er vraag naar overheerlijk damhertenbiefstukkenvlees; ook de hogere standen worden geconfronteerd  met schrijnend maatschappelijke tekorten).

Bij de doelstanden van het door de provincie onlangs goedgekeurde Faunabeheerplan 2016-2020 bedraagt het jaarlijks afschot in de toekomst voor de NPZK 45 dieren, bij de AWD 156, zegge totaal 200 dieren. In vijf jaar regulier beheer is dat opgeteld 1000 dieren. Nogmaals, dat is het afschot bij een gunstige staat van instandhouding. Maar nu moeten wegens achterstallig onderhoud eerst nog bijna zes keer zoveel beesten worden doodgeschoten, -alleen maar om die doelstanden te halen.

Jawel, dankzij het verzet van de bambiidolaten worden er onnodig 5820-1000=bijna 5000 Damherten doodgeschoten! Dat lijkt, gezien hun eigen opvatting daarover, meer dierenbeularij dan dierenliefde. Want: doodschieten=dierenleed. (Echter, als de kogel welgemikt is dan wordt er toch niet geleden?)

Volgens onze stichting is de provinciale doelstand evenwel nóg te hoog. Zie onze zienswijze, enige berichten terug te lezen op dit blog.
Die luidt kort samengevat: pas bij een doelstand van 160 Damherten, voor AWD en NPZK sámen, zal het duinbos zich kunnen herstellen.

En volgens het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (CBD) dient het Damhert als invasieve exoot ‘indien passend en mogelijk’ te worden uitgeroeid. kp