Categorie archief: Amsterdam

Inspreken over dood hout, maar desinteresse wethouder compleet

 

 

De holle woorden van de wethouder vullen hooguit zijn gaatjes, de spechten en marters bewonen de holtes van de dode boomstammen. waar hij geen woord aan wenste vuil te maken.
De holle woorden van de wethouder vullen hooguit zijn gaatjes, de spechten en marters bewonen de holtes van de dode boomstammen. Maar mogen die wel overeind blijven staan?

 

Waternet, de beheerder van de Amsterdamse Waterleidingduinen, heeft deze winter honderden dode bomen- zo kenmerkend voor het natuurlijke bos- plompverloren omgezaagd. Daarover informeerde ik half februari per email álle 45 Amsterdamse raadsleden, alsmede de verantwoordelijke wethouder de heer Udo Kock. Aan de zaak is in het Haarlems Dagblad van 18 februari gelukkig uitvoerig aandacht besteed. Verschillende personen en stichtingen hebben toen klachten geuit over het foute beheer, het vernielen van spechtenbomen, -dat hoort niet thuis in een natuurbos.

Vorige week 5 maart sprak ik in voor de raadscommissie Financiën. Ik verweet de leden dat er niet één raadslid was die zich verwaardigde mijn kritiek te beantwoorden. Stichting Natuurbelang had vooraf de Partij voor de Dieren hierover telefonisch gealarmeerd en na mij sprak nog de heer Niko Buiten van Stichting Natuurwerkgroepen. Behalve de aantasting door het omzagen van dode bomen sneed Buiten het gevoelige onderwerp aan dat hij als vrijwilliger op onheuse wijze buiten het vrijwilligersverband was gezet en dat de wijze van communiceren van Waternet ernstig te kort schoot.

De enige die vragen stelde aan de wethouder  -geheel tegen mijn verwachting in, ik rekende echter buiten de interventie van Buiten en anderen- over het dode hout was mevrouw Joyce van Heijningen, duo-raadslid van de Partij voor de Dieren. (Aldus neemt die partij op adequate wijze zijn speciale verantwoording voor het duinbeheer, maar dat werd tijd.)

Wethouder Kock (D66) wist niet te vertellen wat de ‘norm’ voor dood staand hout was. Hij verzuimde dit te vragen aan de directeur Bronnen en Natuur, de heer Cousin, die in de zaal aanwezig was. De wethouder wenste voorts met kracht tegen te spreken dat er desinteresse was voor het gebied. Letterlijk zei hij: ‘’Er wordt ontzettend zorgvuldig met het gebied omgegaan , er wordt heel zorgvuldig beheerd en er wordt ontzettend veel capaciteit door Waternet eraan besteed.’’

Wethouder, wat heeft pure vernielzucht van het al weinig voorkomende, staand dood hout met uw ‘ontzettend zorgvuldig beheer’ uit te staan? Die retorische vraag kon ik toen niet stellen, je zit tussen het publiek.
De wethouder van financiën beweert ‘zeer geïnteresseerd’ te zijn. Het zou wat. De interesse blijkt niet  bepaald uit zijn achteloze antwoorden. Het ontbrak hem aan ’capaciteit’ de hem toegezonden brief en het inspreekverhaal op een ‘zorgvuldige’ wijze te beantwoorden.

Verder ging het over de vrijwilligers. De wethouder verklaarde dat hij mocht aannemen dat er niets ‘geks’ gebeurd was met die vrijwilligers. Niks aan de hand, wethouder. Het is verkiezingstijd trouwens. Maar je moet niks pikken, dus zal ik hem de volgende keer vragen of hij de woorden ‘zorgvuldig’ en ‘interesse’ zou willen terugnemen.

Hetgeen ik oplas van een blaadje, volgt hierna:

Inspreken, cie. Financiën, stadhuis Amsterdam, 5 maart 2015

Geachte voorzitter, raadsleden, wethouder,

Deze klacht betreft uw Waterleidingduinen.
Dood hout wordt wel de ‘’rijkste habitat in een gezond bos’’ genoemd. Het bevat één derde van alle biodiversiteit van het bos. Naar schatting 40 á 50 procent van de dieren in het bos is afhankelijk van dood hout. De meeste houtpaddenstoelen leven van dood hout (saprofyten). Dode bomen vormen een voedselbron voor een groot aantal soorten houtverterende en schimmeletende geleedpotigen én hun predatoren .Denk aan de spechten.

Nu zijn zowel staande dode bomen als omgevallen exemplaren ecologisch van even grote waarde. Staand dood hout is in de Awd gering aanwezig.

Waarom werden dus honderden dode bomen -geringde en dode prunusbomen-onlangs omgezaagd?

Ik heb alle raadsleden en de wethouder over deze kwestie rond 16 februari mails verstuurd. In het Haarlems Dagblad verscheen een groot artikel . Niemand van de 45 raadsleden nam de moeite te antwoorden. Het tekent uw desinteresse in het grootste natuurgebied van de Randstad.

De beheerder verklaarde op 9 februari [zie twitter @beheerAWD], ik citeer: “Alle levende prunussen worden omgezaagd conform het beleid. Er wordt geen prunus geringd.’’

Dom. Juist door ringen verkrijg je staand dood hout. Amsterdam moet ringen verplicht stellen. Zaagt men toch een boom om, dan is de beheerder in overtreding. Er wordt immers niet voldaan aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding die de Nbwet voorschrijft

De beheerder van de AWD komt voort uit een plantsoenendienst. Hoe lang kan dat nog duren? Dat een mooie holle boom met een marter kon worden omgezaagd, deed zelfs bij de Partij voor de Dieren geen alarmbellen rinkelen. Van de natuur vervreemd en de kop in het duinzand.

K. Piël,
Namens Stichting Herstel Inheems Duin

Voor een uitgebreid verhaaltje, zie http://herstelinheemsduin.nl/spechtenbomen-halen-ze-neer-wat-is-beschermd-duinbos-nog-waard/

 

Heden Oprichting Stichting Herstel Inheems Duin

Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?

Amsterdam, 12 februari 2015

Persbericht

Hedenmiddag is de werkgroep Herstel Inheems Duin als Stichting heropgericht. Het voornaamste doel van de stichting is het drastisch reguleren van de overpopulatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Aanleiding voor de oprichting vormt het aanhoudend onvermogen van de gemeente Amsterdam om zijn bezit, een Natura 2000-gebied, in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen, zoals dat vereist is in de Nbwet. De stichting wil gaan procederen teneinde bij de rechter een goed populatiebeheer af te dwingen.

Er lopen nu in het duingebied minimaal 3100 Damherten en de populatie groeit nog. Vier rapporten constateren zeer aanzienlijke schade aan de bloemplanten en de afhankelijke insectenfauna. Door grote vraatschade aan de struiken verliezen struweelvogels hun broedgelegenheid, zoals de Nachtegaal. Actueel is het verdwijnen van de Wilde liguster door het bast schillen, waardoor vlinders een belangrijk nectarbron verliezen.

Het beheer in de AW duinen volgt de motie van Amsterdams raadslid Ger Jager (PvdA) uit september 2013. Die laat geen actief beheer toe, wel een genadeschot dat ‘ondraaglijk lijden’ moet voorkomen. De stichting laakt de hypocrisie van dit beheer. Juist verzwakte en zieke dieren houden zich schuil in het uitgestrekte duindoornstruweel, waar zij slechts bij uitzondering vanaf de paden door de boswachters worden waargenomen. Het lijden duurt tot aan het stervensuur.

De stichting wil niet toestaan dat het natuurgebied een kopie wordt van de Oostvaarderplassen; de hoefdieren hebben daar periodiek te kampen met ernstig voedseltekort en massaal hongeren. De stichting ontmaskert de dierenbescherming die dit beheer voorstaat als in wezen dieronvriendelijk en barbaars.

Beter is de stand op vier damherten per honderd hectare te houden, overeenkomstig een beleidsnota van Vereniging Het Edelhert. Dit aantal komt overeen met de natuurlijke gebieden waar wolven en beren de stand zeer laag houden. De biologische variatie en rijkdom vaart wel bij een lage hertenstand. Voor de 3500 ha grote AW duinen betekent dit een stand van 140 damherten. De jaarlijkse aanwas van circa 40 gezonde dieren dient te worden afgeschoten.

Stichting Herstel Inheems Duin,

voor deze Kees Piël, voorzitter,

Amsterdam

 

Spechtenbomen halen ze neer. Wat is beschermd duinbos nog waard?

 

 

 

dood imagesTWEKVG3G
In een natuurlijk bos zie je naast liggend dood hout ook staand. In de Awd worden de staande dode bomen omgehaald. Dat gaat recht in tegen het reguliere natuurbeheer

 

Wat bezielt Waternet om een belangrijk natuurlijk kenmerk van het bos, het staand dood hout, tot de grond toe af te breken? Gisteren deed ik tot mijn schrik die ontdekking, in het duinbos ten noorden van ingang Oase.

Dit bos vond ik lange tijd een van de prachtigste binnenduinbossen. Met veel Zomereiken in de kroonlaag, ook inheemse Vogelkersen en enige Lijsterbessen in de struiklaag. Door overmatige hertenvraat is  inmiddels heel veel van de inheemse Vogelkers en vrijwel alle Lijsterbes verdwenen. Ja, de Damherten schilden de bast van decimeter dikke Vogelkersstammen en daardoor gingen zelfs  hoge boomvormige exemplaren dood. Aan de onderkant ziet het bos door het verdwijnen van de struiklaag er tegenwoordig kaal uit, je kijkt er dwars doorheen. De bewoonde wereld blijkt dichtbij.

In het duinbos stonden ook veel Amerikaanse vogelkersen. Die moeten uitgeroeid worden, aangezien ze door hun makkelijk zaadverspreiding en dominantie de inheemse biodiversiteit te gronde richten. Waternet is al enige jaren met een grootscheeps programma verdienstelijk bezig om de ‘prunus’ uit het duinlandschap te verdrijven. Dat doen ze letterlijk grondig. Met grijpers trekken ze grote struiken uit de grond. In het duin dat weer open landschap moet worden, voeren ze stammen en takken en hele wortelstelsels af, en die werkwijze leidt dan tevens  tot enige verschraling. Ook wordt wat kalk, samen met de wortels, uit de ondergrond naar boven gesleurd. In het aldus opgekalefaterde duin keert naar verwachting de rijke pioniersvegetatie van weleer terug. En dat soort duin is zo typerend voor de Nederlandse kust.

In december 2010 heb ik het Bos van Oase mogen opschonen van prunus. Dat wil zeggen, ik was er bijna. Evengoed heb ik er nog honderden Amerikaanse vogelkersen mogen ringen. De zomer daarop zag ik hoe de meeste bomen afstierven. Dit leidde tot een enorme toename van het gewenste staande dode hout. Dus twee vliegen in één klap.

Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al jaren dood. Mos begroeit het 'staand dood hout'
Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al een tijdje dood. Mosgroei op het ‘staand dood hout’. Let op de ring. Foto: H. Hobo

 

Dood hout wordt wel de ”rijkste habitat in een gezond bos genoemd. Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50 procent van de totale bosfauna is afhankelijk van dood hout”, zo vermeldt het boek Bosbeheer en Biodiversiteit.

Dus vroeg ik me af, wat bracht de beheerder er in godsnaam toe om in een wettelijk beschermd natuurmonument, tevens Natura 2000-gebied -onderdeel van ‘n stelsel door Europa waardevolle geachte natuurgebieden- al het staande dode hout te vellen? Dat dode hout blijft weliswaar op de grond achter, -als dood hout. Maar is dit gezien de natuurbehoudsdoelstelling wel in de haak?

Deze boom is vroeger geringd. Een dode stam is ook de bestaansvoorwaarde voor dood hout- afhankelijke insecten. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Zinloos en schadelijk bosbeheer.
De oude ring van deze later afgezaagde boom is nog goed te zien. Zo’n dode stam is van groot belang voor insecten die gespecialiseerd zijn op staand dood hout. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Een foute vorm van  bosbeheer. Foto: H. Hobo

 

Zeker niet! Hier volgen veelzeggende citaten uit het wetenschappelijke werk Bosecologie en Bosbeheer:

”Voor het optimaal functioneren van het bosecosysteem is het van belang dat zowel staand als liggend dood hout in verschillende verteringsstadia min of meer permanent beschikbaar is in ruimte en tijd.” -p. 429

“Een staande dode boom heeft als bijkomend voordeel dat deze geschikt kan zijn voor holenbroeders.”  -p. 432

En uit een ander boek, Bosbeheer en biodiversiteit: 

”De ideale situatie voor spechten wordt geschat op 8 m3/hectare liggend dood hout, 8 m3/ha staand dood hout en nog eens 14 m3/ha levende bomen met takken. Zeer kwetsbare dood-houtsoorten hebben naar schatting 70 m3/ha nodig. In veel omringende landen wordt 30 m3 /ha dood hout geadviseerd, of 5 tot 10 procent van de het aantal bomen of staande houtvoorraad per hectare. Het Gelders Landschap streeft […] de komende decennia naar een hoeveelheid van 30m3/ha en in bosreservaten van 70 m3/ha.” -p. 97

Kennelijk streeft de Awd-beheerder naar NUL m3/ha staande dood houtvoorraad en bepaald geen 70 kubieke meter!

Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteert de KNNV daar niet tegen?
Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteren de KNNV, de Vogelwerkgroep Zuid Kennemerland of Vereniging Natuurmonumenten daartegen? Helaas niet.

 

En heeft de boswachter soms een hekel aan spechten? Toen ik na dagen werken bijna die Oaseklus geklaard had, verscheen opeens in het bos vanuit het niets boswachter Heeremans. Dat was volgens mijn notitieboekje op 30 december. Daarvoor is de boswachter: om midden in het bos overtreders onverhoeds in de kraag te vatten. Maar ik had een vergunning. Nee, op een andere manier kreeg ie me te pakken. Hij was zei hij helemaal niet gediend van ringen. Hij zei niet langer ‘tegen de rommel’ te willen aankijken; ik had ook kleine struiken ongeveer op een meter hoogte afgezaagd en de takken her en der neergegooid (de uitlopers zou ik later in de zomer afhakken, de stam sterft dan uiteindelijk af. Hetgeen hier niet nodig bleek; er kwamen zoveel herten bij dat dié de klus klaarden. De les: bambie is nog ergens goed voor).

Hier - in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden , een overtreding van de Nbwet!
Hier – in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden. Is dat geen overtreding van de Nbwet! Foto: Henk Jan Koning

 

Verder kondigde hij aan mijn activiteiten in een vergadering te zullen bespreken. Hij adviseerde mij me aan te sluiten bij de groep vrijwilligers. Die groep zaagt in het open duin van de prunusstruiken in de rondte takken weg, zodat de kraan makkelijk om het zo ontstane takkenskelet heen kan grijpen. De zwaarste struiken trekken ze aldus uit de grond. Nu, daar is het de bedoeling om het kale open duin terug te krijgen.

Maar liever houd ik mijn eigen werkwijze, en mijn eigen projecten moeten gewoon af. Al vele jaren behandel ik een groot deel van de oostrand van de AWD, een kilometer of zeven lang. Veel was toentertijd gereed gekomen; prunusloos geworden!

Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat.
Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat. Foto: H. Hobo

 

De boswachter kwam me opeens angstaanjagend voor. Zou ik na jaren gratis gewerkt te hebben aan hun achterstallig onderhoud, zomaar aan de kant worden gezet? Des te erger zou dat wezen, daar deze boswachter voorstellen koestert die bosbouwkundig geen hout snijden.

Hij wreef me onder de neus dat er voor het volgende jaar voor mij een werkverbod inzat. En nogmaals, of ik die ‘rommel’ niet uit het bos wilde slepen? Dood hout hoort thuis in het bos, dacht ik, maar dat zei ik maar niet hardop. Hoezo iemand iets wijsmaken die laat zien weinig verstand te hebben van natuurbosbeheer? Bovendien zou ik met een opsporingsambtenaar in discussie treden over wat hij kennelijk als een overtreding beschouwt. Ten principale onjuist.

Op 16 februari 2011 werkte ik in een ander bosdeel, -mijn activiteiten zijn dan hier dan daar, ik verspreid ze voor de afwisseling, ook om de boel een beetje in de gaten te houden. Had ik het bos van Oase nu maar eerst afgemaakt!

Daar kwam hij al naar me toe. Ik kreeg te horen dat het nu afgelopen was. Mijn vergunning was per direct ingetrokken. Een week later zat ik in Leyduin rond de tafel met de heren Immerzeel en Olijhoek, respectievelijk teamleider en hoofd terreinbeheer van Waternet. Ik kreeg een vel papier mee naar huis. Daarop stond dat het ringen van bomen niet is toegestaan, verder dat bomen hoger dan vier meter niet mochten worden omgezaagd. Ze verboden me niets. Maar feitelijk waren mijn handen gebonden; ik kon effectiefs niks meer doen.

De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken omstrengeld.
De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken liefdevol omstrengeld. Foto: H. Hobo

 

’Bomen met holen, spleten, rottingsgaten’’, -dienden gespaard te blijven! Dat stond óók op dat velletje. Nota bene houden geringde prunusbomen hun holen en spleten. Of je schept, door nieuwe bomen te ringen nieuwe dode stammen, die geschikt zijn voor spechtensmidse. Drong dat niet door tot het Awd-natuurbeheer? En bovendien, de waardevolle, staande dode bomen konden gezien de recente kapactiviteiten, opeens wél gemist worden?

Voor dergelijke ergerlijke nonsens wenste ik niet te tekenen. Ik stapte met mijn verhaal naar het Haarlems Dagblad. En zo kon ik mijn gram halen. Immerzeel verklaarde in het artikel  (HD, 11 maart 2011) te zijner verdediging: ‘’Een bos vol geringde bomen ziet er niet uit. Recreatie is ook belangrijk in het duingebied.”

Is de Grote bonte specht niet welkom? De recreant stoort zich aan dood hout, zo beweert de beheerder in de krant.
Is de Grote bonte specht niet meer welkom? De recreant stoort zich immers aan dood hout, zo beweert de beheerder in het Haarlems Dagblad.

 

Recreantensentiment stellen boven verantwoord natuurbeheer in een beschermd natuurmonument. Dat is toch de omgekeerde wereld. En in het bos bij Oase komen maar weinig mensen ; het bos ligt buiten de drukkere wandelroutes. Waar gaat het over.

Echter, door dit vrij stille bos mag volgens dezelfde beheerder wél een nieuwe menselijke infrastructuur van een fietspad worden aangelegd. De drukte die dat met zich meebrengt deert alleen die ene rustzoekende wandelaar. Wat zou het, we zullen hem klein krijgen. Hij ook! En de natuur, telt die soms? En ach, de natuurbeschermingswet, meneer Immerzeel!

Immerzeel’s weinig verheven opvatting zien we terug in de Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022. De tekst beslaat amper twee kantjes. De beheervisie lijkt een manifest die de Awd uitroept tot randstedelijk pretpark. ‘’Bezoekers kunnen kiezen of ze willen wandelen, sporten, paardrijden, huifkar rijden, spoorzoeken, dieren en planten spotten of gewoon luieren. Alles kan.”

Dat is de schamele visie van en van de natuur vervreemde hoofdstad, die elk stukje groen kennelijk wil inlijven bij het Vondelpark. Douw de toeristen er maar in.

‘’Alles kan’’ luidt het devies. Zaag dus gerust de dode bomen om,  hoe noodzakelijk ze ook mogen zijn voor de spechten. Zaag ook levende bomen om, in plaats van ze te ringen. Zaag de stammen in stukken en sleep die het bos uit. En dat laatste gebeurt, levende bomen vellen, zoals ik gisteren aan de sporen kon waarnemen. En zo vervalt een beschermd natuurmonumenten tot ordinair productiebos.

Alles kan. Ook een stuk beschermd Duinbos kaalslaan, de boom in mootjes zagen en mee naar huis nemen. De vervuilende houtkachel moet zeker branden. Daar waar een gewetensvol natuurbeheerder de prunusbomen zou ringen en laten staan! Foto: H. Hobo

 

Bij welk raadslid zou je kunnen klagen. Dat er verkeerde dingen gebeuren in een onder zijn of haar verantwoordelijkheid ressorterend beschermd Natura 2000-duinbos nummer H2180? Niet één raadslid zal reageren, dat weet ik uit ervaring al te goed.

Amsterdam is links en links houdt niet meer van natuurbehoud, i.t.t wat velen denken. Puur uit een behoefte om getuigenis af te leggen zal ik over deze  kwestie drie minuten inspreken voor de commissie. Puur uit behoefte, want zodra je daar het woord neemt staren de raadsleden als bij toverslag gebiologeerd naar hun laptopje. Kunnen ze drie minuten van de vergadering even aan belangrijkere dingen wijden. Maar het moet gezegd.

K. Piël,  Amsterdam

Literatuur:

Bosbeheer en biodiversiteit, door Patrick Jansen en Mark van Benthem. Stichting Probos. Utrecht 2008.  215 blz.

Bosecologie en bosbeheer, door Jan den Ouden, Bart Muys, Frits Mohren en Kris Verheyden (red.) Leuven, 1e druk 2010. 674 blz.

Kevers van dood hout, door Kris vande Kerkhove, Luc Crêvecoeur, Arno Thomaes & Frank Köhler. De Levende Natuur. Blz. 182-186. Sep. nr. 2013

 

 

Inspreken, continuing story Amsteldamhert

 

Inspreken, voor de raadscommissie Financiën, stadhuis Amsterdam, 5 februari 2015,

Geachte voorzitter, vergadering,

In de cie.-vergadering van 15 januari werd de brief van wethouder Kock over de Damherten in de AW duinen besproken. Dat is een merkwaardige brief. Door vijf rapporten is nu al ondubbelzinnig schade aan de struiklaag van het duinbos, aan de struiken daarbuiten, aan bloemplanten en afhankelijke insecten vastgesteld. De wethouder deed er het zwijgen toe. Waartoe dienen die onderzoeken?

Elk stemvee telt zijn bambieliefhebbers. De partij die voor beheersjacht kiest, verliest stemmen. Fracties hebben niet de moed te kiezen voor een principieel, verantwoord natuurbeheer, uitgezonderd CDA en VVD.

PvdA, SP en GroenLinks vroegen de wethouder steeds om een ‘onderbouwing’ van zijn brief maar lieten wijselijk na de wethouder te wijzen op die rapporten. Mevr. Van Heijningen, Partij voor de Dieren, zei over een Nieuwsbrief (dec. 2014) van Waternet, ik citeer : ‘’een jubelstuk over de fantastische insectenzomer’’, en: ‘’een exploderende vlinderpopulatie.’’

Neen, die Nieuwsbrief stelt juist: ”Bloemrijke zomen zijn inmiddels vrijwel uit de AWD verdwenen.’’

Rapport Effect van damhertenbegrazing 2013 stelt dat ‘’de damhertenbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk […] negatief beïnvloed.”

Rapport Parels van de Duinen 2014 raadt aan: “op korte termijn te beginnen met de uitvoering van [….] aantalsreductie van de damherten’’.

OBN-rapport mei 2013 stelt: ”Zeer lage dichtheden zouden juist positief kunnen werken op de habitatkwaliteit.”

Waternet neemt voorin het rapport, afstand van Parels van de duinen. Dit moet wel het werk van de wethouder zijn: hij wil politiek handig voor zich uitschuiven.

Ik rekende u vorige keer voor: als u niet snel zorgt voor een nieuw faunabeheersplan -het kan een jaar schelen-, betekent dat afschot van een extra aanwas van 1400 dieren. Uw verdriet over het doden van damherten valt door de mand, -als u niets doet.

De wethouder schrijft in de brief: ”ondraaglijk lijden adequaat voorkomen”. Dat ‘adequaat’ is lachwekkend. Zieke herten trekken zich terug in het uitgestrekte duinstruweel, verreweg de meeste van de ‘ondraaglijk lijdende dieren’ vind je niet terug. Reactief afschot is een hypocriet doordachte maatregel. Het enige wat partijen vrezen is het verlies van stemmen.

Liever laat u de provincie een aanwijzing geven tot aantalsregulatie. Overmacht roept u dan uit! U kunt vervolgens uw handen in onschuld wassen. Maar wel in het bloed van een onnodig hoog aantal te schieten dieren, -uw eigen keuze.

Dank u voorzitter.

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Ps.  -Zie voor de verklaring van het getal 1400  -die ”extra aanwas”- mijn bericht van 16 januari Inspreken en daarna verdoofd naar huis. Aldaar punt 1 van Noten.

 

Natuurmonumenten weet niet wat natuurlijk is.

 

Het Deelerwoud moet van Natuurmonumenten 'nagenoeg natuurlijk worden'. Mooi, maar dan zijn zoveel herten, die alleen varens in leven laten maar verdere struik- en kruidenlaag niet, onnatuurlijk.
Het Deelerwoud moet van Natuurmonumenten ‘nagenoeg natuurlijk worden’. Mooi. Maar dan zijn zoveel herten, die alleen varens in leven laten maar de verdere struik- en kruidenlaag niet, onnatuurlijk.

 

 

Onderstaand verhaal was mijn reactie op een reactie van Natuurmonumenten (dié te vinden: 29 januari 2015 12:49) op Paul Bouwmeester’s essay ‘Dierenvrienden zijn destructiever voor de natuur dan alle stropers bij elkaar’ . Nu krijg ik mijn bijdrage maar niet geplaatst op Joop.nl en een goede link leggen lukt ook al niet, maar zoek http://www.joop.nl/opinies/

Hier volgt mijn niet geplaatste ingezonden stukje:

Natuurmonumenten zegt: ‘’we zijn een natuurbeschermingsorganisatie die een rijke biodiversiteit als doel heeft’’. De vraag is waarom de vereniging niet álle natuurlijke kenmerken, zoals rust en ruimte, ongestoordheid en aaneengesloten natuur tot haar natuurbehoudsobject rekent?

Het lijkt nu nergens naar: deze week maakt NM op zijn website druk reclame voor het trailrunnen. Dat stoere uitputtende gesjouw gaat dwars door sloot, beek, moeras, duin en bos. Rennen maar jongens en meisjes! En help met z’n allen gezellig de natuur naar de klote. Nou ja, dat laatste zeggen ze er niet bij, -het is een inkeurige vereniging.

In steeds meer natuurmonumenten duiken de mountainbikers op. Een knappe kop die kan uitleggen wat dat met natuurbehoud van doen heeft. Nee, Natuurmonumenten is wel de laatste die kan zeggen dat ze nog voor het natuurbehoud opkomt. Onder de nieuwe directeur Van den Tweel vindt tegenwoordig een versnelde verbouwing plaats van ‘natuurmonument’ naar sportterrein. Zelf is hij fietsfanaat en doet niets liever dan met een burgemeester een lintje doorknippen. Knip, daar gaat ie, alweer een track gerealiseerd! Ja, Thijsse, je opvolger is geen suffe prikkebeen die uren stilstaat bij een parelmoervlindertje, maar een oergezonde zwetende kilometervreter met biefstuk onder z’n reet, eentje die genoeg heeft aan een voorbijrazend decor van wazig groen.

Het afschaffen van de beheersjacht is de volgende stap. Waarmee de vereniging opnieuw blijk geeft niets te snappen van het natuurbehoud.

NM ziet liever helemaal geen jacht, de vereniging vreest tegenwoordig ledenverlies, en bemoeit zich daarom met de hobbyjacht op de agrarische gronden, zijnde 60 procent van Nederland. NM’s kersverse moderne inzichten in het natuurbehoud moeten ook gaan gelden buiten het eigen hobbysportterrein.

Maar overal in de wereld is de beheersjacht een middel van de natuurbeheerder. Dat moet opeens overboord? NM beweert in haar reactie dat ze in de “grote gebieden” via ‘’natuurlijk begrazing’’ tot een “hoge biodiversiteit” wil komen. Het Deelerwoud is zo’n gebied. Volgens de nota “Meer natuurlijk landschappen bij Natuurmonumenten’’ uit 1996, moet het Deelerwoud zich gaan ontwikkelen naar een ‘’nagenoeg natuurlijk boslandschap’’.

Daar hoort uiteraard een wildstand bij die overeenkomt met dat natuurlijke boslandschap. Voor de wetenschap staat wel vast dat de dichtheid van herten zeer laag is als de roofdierenfauna van Bruine beren, Wolven en Lynxen intact is. Zolang de natuurlijke predatoren afwezig zijn dient de natuurbeheerder zélf de hertenstand laag te houden, om te voorkomen dat de vegetatie door een onnatuurlijk hoge hertenstand gaat afwijken van het na te streven natuurlijke boslandschap. En zonder beheer zal de soortensamenstelling van de dierenwereld (die van de eerste afhankelijk is) eveneens gaan afwijken van de meer oorspronkelijke na te streven natuur.

Dat laatste heeft zich al voltrokken in de Oostvaardersplassen. Bij uitstek is dat géén gebied dat overeenkomsten vertoont met een ‘pleistoceen landschap’, zoals het laatst in een euforische stemming een langs het moeras rijdende WNF directeur in een tweet liet weten. De manager-filosoof is een domoor. Ook voor hem geldt een popie jopie natuurbehoud en een gelikte mediagerichte organisatie.

Hertenpopulatie zónder predatie exploderen tot wel het vijfvoudige van de meer natuurlijke toestand. De dichtheid kan kennelijk nog groter zijn, zoals bewezen in de Waterleidingduinen, waar soms al 200 Damherten per honderd hectare zijn geteld! Terwijl in een natuurlijk Europa een dichtheid van 1 of 2 herten normaal is.

Natuurmonumenten heeft geen idee wat ‘’natuurlijke begrazing’’ inhoudt. Ze weet het begrip niet te duiden, ze geeft geen definitie van het begrip, ze is onbeholpen in de weer. Je vraag je af waarom daar geen natuurbehoudsecologen in dienst zijn. Pr-deskundigen zat. Maar die kletsen er wat oplos.

Als het NM menens is met die biodiversiteit, waarom klaagt het als deelnemer van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid  Amsterdam niet eens aan? Klagen en voorschrijven over de eigen grens heen vinden de leden immers zo geschikt? En de hoofdstad voert al tijden een volstrekt onverantwoord natuurbeheer in de Waterleidingduinen, het grootst aaneengesloten natuurgebied in het westen van het land.

Paul Bouwmeester slaat de spijker op de kop. Natuurmonumenten is niet langer de natuurbehoudsorganisatie van weleer. Het laat zich leiden door wat het volk wil, de eigen doelstelling van de statuten worden vergeten. NM is geïnfecteerd door de in zwang zijnde zogenaamde transparantie, door de medezeggenschap van Jan en alleman, door een soort vrijwillig gedwongen polderoverleg met mevrouw douairière Thieme van de dierenpartij. Ze zitten gezellig bij elkaar op schoot. En maar kroelen mensen, wat doen de dieren het zo goed. Aaibare, zorgzame aandacht voor elk individueel diertje, drukt dat niet prachtig onze hoogste ethische medegevoelens voor de natuur uit?

Dus als het beschermen van de laatste stukken rustige natuur in Nederland u bijzonder ter harte gaan, -natuur die góed beheerd en niét kaalgevreten wordt door idioot hoge aantallen herten, dan wel omgeploegd door hordes mountainbikers: zeg dan gerust uw lidmaatschap van Natuurmonumenten op. Uw geld is daar averechts besteed.

Groet,

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Ps. Over de kaalvraat van de AWD en de schuld van de stadsyuppen: http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Protestbrief in Haarlems Dagblad tegen Amsterdams Damhertenbeleid

Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?
Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?

 

Vandaag, dinsdag 27 januari 2015, verscheen de volgende brief in het Haarlems Dagblad,

(Aan de redactie: Met dank voor plaatsing!)

”Damherten
De Amsterdamse raadscommissie
heeft deze maand gesproken over
de damherten in de Amsterdamse
Waterleidingduinen. Wéér ging het
niet over de aantasting van het
landschap door de herten. Niemand
sprak over de kruiden die
door de hertenvraat haast niet
meer tot bloei komen en de slechte
vooruitzichten van de insectenstand,
in het bijzonder de vlinders.
De uitermate verontrustende conclusies
in het rapport Parels van de
Duinen 2014 vormde geen aanleiding
om de discussie eens op
scherp te zetten. Terwijl dit rapport
alsmede het tijdschrift Natuurberichten
van Waternet van
december 2014 melden dat ’bloemrijke
zones inmiddels vrijwel uit de
AWD zijn verdwenen’. De commissie
sprak er niet over. De Partij voor
de Dieren had het zelfs over ’een
jubelstuk over de insectenpopulatie’.
Ook wethouder Udo Kock heeft
geen boodschap aan natuuronderhoud.
Toch moet hij zich schrap
zetten voor het beheersplan dat in
het kader van Natura 2000 door de
provincie thans wordt voorbereid.
Regulatie van de stand zit er levensgroot
in.
Ondertussen roert niemand zich.
Geen Natuurmonumenten, geen
Staatsbosbeheer, geen PWN, geen
KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde
stichting Duinbehoud, die
geacht wordt toe te zien op het
behoud van de ‘natuurwaarden’ in
onze duinenrij. Ik wil een stichting
oprichten om Amsterdam voor de
rechter te slepen. U kunt zich aanmelden.
Kees Piël
Herstel Inheems Duin”

[Opm.: De allerlaatste zin is er per ongeluk ingeslopen!]

Weer is hoogst noodzakelijk beheer op de lange baan geschoven….

 

 

Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam
Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam

 

 

Op 15 januari jongstleden is het onderwerp ‘Damherten’ in de Amsterdamse raadscommissie aan de orde gekomen. Wederom. Het onderwerp ‘’Damherten’’ lijkt daar een eigen leven te lijden.

Wéér ging het niet om de duizenden soorten die in de Amsterdamse Waterleidingduinen voorkomen. Wéér niet over een zorgvuldig beheren om tot een bepaald evenwicht te komen. De levende natuur als fenomeen waar meerdere soorten naast elkaar voorkomen, het lijkt een taboe in de afzichtelijke steenkolos van de Stopera.

Neen, het ging enkel om de aaibare Bambie. Weer. Geen van de raadsleden sprak zich uit over de zorgelijke vooruitzichten van de kruiden die door de hertenvraat haast niet meer tot bloei komen, en over de bar slechte vooruitzichten van de insectenstand, in het bijzonder de vlinders.

De uitermate verontrustende conclusies in het rapport Parels van de Duinen 2014 vormde geen aanleiding om de discussie eens op scherp te zetten. Terwijl dit rapport alsmede het periodiek van Waternet, Natuurberichten (december 2014), weten te melden dat ‘’bloemrijke zones inmiddels vrijwel uit de AWD zijn verdwenen’’, waardoor onder andere het ‘’leefgebied van de Keizersmantel sterk aan kwaliteit inboet’’.

De oppervlakkigheid van degenen die de scepter mogen zwaaien over een belangrijk natuurgebied is stuitend. Een half uur lang werd door platitudes afgerekend met het natuurbeheer.
Verst in politieke leugens gaat de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Heijningen beweert glashard dat de documenten spreken van een ’’jubelstuk over de insectenpopulatie’’.

Insecten zijn niet genoeg aaibaar. Haar verschrikkelijke leugen camoufleerde zij met een ware bewering, dat het in een brief van de wethouder ontbrak aan ‘’onderbouwing’’.

Ook de wethouder heeft namelijk geen boodschap aan natuuronderhoud. Hij noemde namen van planten die hij oplepelde van het papier dat voor hem lag, maar die hem, zo zegt hij koketterend, ‘niets zeggen’

Deze Udo Kock zegt met valse bescheidenheid niet te weten hoeveel hectare groot de Awd is. De wethouder van financiën met overigens duizend en één cijfers in zijn bolleboos wist van gekkigheid niet hoe hij zijn verholen minachting voor de natuur en zijn prikkebenen het best naar buiten kon brengen. Hij zou in de grachtengordel anders eens uit de boot vallen.

Verschillende raadsleden lieten het woord ‘’natuurwaarde’’ vallen. Dat is een term die hoogst interessant klinkt. Bovendien gewichtig aan het normen- en waardendebat appelleert. O zo politiek correct. Maar wat een goedkope humbug uit de woorden van een politieke festivalganger die een paar jaar lang het raadslid uithangt om zijn of haar cv aan te vullen.

Wel is waar is dat D66 de mogelijkheid dient open te laten van een actieve damhertenregulatie. De wethouder van D66-huize moet zich schrap zetten voor het beheersplan dat in het kader van Natura 2000 door de provincie thans wordt voorbereid. En enige regulatie van de stand zit er levensgroot in.

Ons natuurbehoud, zo dood als een pier

Zij die meer dan gewone belangstelling hebben voor de manier waarop met het beheer van een groot en en biologisch divers natuurgebied door een gemeente wordt gesol, hieronder treft u een schriftelijk verslag aan, zie download onder Algemeen, punt 4, Conceptverslag cie. Fin 15.01.2015:

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/agenda.cgi/action=view/id=3150

en hier een beeld en geluidverslag:

http://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/136733/

Voor citaten uit Parels van de Duinen 2014, raadpleeg mijn weblog van 11 december:

http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Ondertussen roert niemand zich. Geen Natuurmonumenten, geen Staatsbosbeheer, geen PWN, geen KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde stichting Duinbehoud die geacht wordt toe te zien op het behoud van de ‘natuurwaarden’ in onze duinenrij.
Geen van allen voelen zich geroepen Amsterdam te waarschuwen voor een immer toenemende degradatie van het bejubelde natuurgebied; de Waterleidingduinen, ooit door hoofd Bronnen en Natuurbeheer van Waternet in de raadszaal uitgeroepen tot Europese Topnatuur.

Die stichting die ik wilde oprichten om Amsterdam wegens een ongunstige staat van instandhouding- not done volgens de Nbwet-, voor de rechter te slepen, moet er nog komen. U kunt zich aanmelden.

Als getuige á decharge vrezen we wel de stichting Duinbehoud. Die geeft de voorkeur aan ‘natuurlijke processen’, daaronder verstaat het de abusievelijk doorgroei van de populatie bambies tot in de hemel.

Waar zijn de wolven die de lafhartige schapen in Amsterdam verscheuren?

K. Piël,
Herstel Inheems Duin

De duinherten in De Telegraaf

In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.
In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.

Vorige week schreef Hans Vermaak in zijn column Tegenpool in De Telegraaf over de sportvisserij. Naar aanleiding van een opmerkelijke uitspraak van de heer Johnas van Lammeren, die namens de Partij voor de Dieren een zetel bezet houdt in de Amsterdamse gemeenteraad, schreef ik de columnist aan.

Met onderstaand resultaat. Het spreekt vanzelf dat ik hem en de Telegraaf dank verschuldigd ben voor alle aandacht. Want welke andere krant brengt het schandaal van de hertenpopulatie eens voor het voetlicht?

uit De Telegraaf van 20 januari 2015:

door Hans Vermaak

Natuur
De reacties op het stukje van vrijdag over sportvissen zijn voor het grootste deel voorspelbaar: Van ‘mag ik nu ook al niet meer rustig hengelen?’ tot ‘blijf met je poten van mijn sport en ontspanning af!’.

Een lezer wond zich op over een opmerkelijke uitspraak van Johnas van Lammeren (Partij voor de Dieren): “De diervriendelijkheid van beleid mag niet afhankelijk zijn van de aaibaarheid van de diersoort.” Hij voert naar eigen zeggen ‘een soort van privé-oppositie tegen de opstelling van de Amsterdamse raad inzake het beheer van de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar de overpopulatie echt groot is’.

Dat is weer eens wat anders dan vissen. De discussie over het wel of niet afschieten van de duinherten speelt al jaren. De provincie wil de populatie via afschot verkleinen, de omringende gemeenten ook en de omwonenden helemaal. Tuinen worden kaalgevreten en menig automobilist kreeg zo’n beest bijna onder de wielen. Amsterdam, eigenaresse van het gebied, weigert toestemming. Een gemeenteraad vol stadsmensen kan geen zinnig natuurbeheer uitvoeren, constateerde CDA-wethouder Hester Maij al jaren geleden.

“Gevolg: een groot duingebied dat achteruit keldert in zijn biodiversiteit”, stelt de mailer. Hij wijst op het rapport ‘Parels van de duinen’, dat te vinden is op zijn website herstelinheemsduin.nl.
De Amsterdammers maken zich druk over de schattige Bambies, maar vergeten dat door het wegvreten van bloeiplanten de vlinders in het nauw komen, want zij leven net als andere insecten van de nectar.
Vlinders zijn mooi, maar blijkbaar niet aaibaar.
hvermaak@telegraaf.nl

Tot zover De Telegraaf. Het rapport Parels van de Duinen 2014 kunt u downloaden, u dient even deze webpagina te doorzoeken:

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

Inspreken en daarna verdoofd naar huis

amsterdab naamloos

‘Namens het natuurbehoud’ houd ik vaak voor de raadscommissie die de Amsterdamse Waterduinen onder zijn hoede heeft genomen, een kort voordrachtje over het onderwerp Damhert in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dat is het zogenaamde ‘inspreken’. Drie minuten krijg je de tijd om je visie naar voren te brengen.

Afgezien van de heer Diederik Boomsma van het CDA, die ik daarom zo hogelijk prijs, heb ik nooit onder de raadsleden iemand aangetroffen die de ballen verstand heeft van de natuur, niet eentje die ook maar één greintje gevoel heeft voor verantwoord natuurbeheer.

Door het aanhoudend vragen stellen van de heer Boomsma was uiteindelijk Carolien Gehrels, de vorige wethouder, gedwongen opdracht te geven een onderzoek in te stellen naar de natuurschade van de overpopulatie Damherten in de Awd. Er ligt inmiddels, sinds voorjaar 2013, een heus stapeltje belastend bewijsmateriaal tegen de invasieve exoot Bambie. De AIVD zou hiermee al lang naar de officier van justitie zijn gegaan om de verdachte met succes te laten opknopen.

Niet zo met Bambie. De raadsleden zijn niet voor een gat te vangen, zij zien alle wandaden van Bambie vergoelijkend door de vinger, zij lezen niet eens de onderzoeksrapporten. Lezen zij toevallig wél die rapporten? Ze gooien die in grote verontwaardiging met een even grote boog in de kringloopbak van GroenLinks. Die is daar dolblij mee.

Bambie mag geen haar worden gekrenkt, want volgens de Amsterdamse raadsleden bestaat de natuur aan de kust uit maar één soort. En dat is ons geliefde aaibare Amsteldamhert. Waar bovendien zovele toeristen op af komen. Om de lieflijke wonderen van de natuur met eigen ogen te aanschouwen, de toegang bedraagt slechts twee euro per persoon.
Leven en laten leven, die leefregel doet opgeld in Mokum. En een natuurgebied veertig kilometer verderop zal daarvan de geduchte gevolgen ondervinden.

Om het kort te houden. Ik heb ingesproken, donderdag 15 januari 2015. De anderen waren drie dierenbeschermers. Een van de Faunabescherming, een mooie dame van de afdeling Dierenbescherming Amsterdam, en dan de onafscheidelijke heer Vossestein, mijn favoriete twitteraar, de lelijkerd is er helemaal voor uit de Veluwe gekomen. Hulde. Aan twee van hen werden door de raadsleden vragen gesteld, zodat zij het nog eens zeer uitvoerig konden opnemen voor de met plezierjacht bedreigde, dood- en doodzielige Bambie. De reeds jarenlang door dierenliefhebbers gehersenspoelde commissieleden kregen er zodoende een gratis opfriscursus bij. En zij genoten ervan. Zij leefden helemaal op! Hun neuzen gingen krullen van plezier! Wat een mooi natuurdier toch, dat Damhert.

De heer Boomsma is een tijdje elders, uit de politiek. Zodat de enige die voor de natuur opkwam geen enkel vraag kon worden gesteld, en moederziel moest aanzien hoe het debatje naar aanleiding van de brief van de nieuwe wethouder, de heer Udo Kock (D66), nergens anders overging dan uitstel van het afschot. Er moest nog maar eens ‘n onderzoekje gedaan worden, verzuchtte de raad. Terwijl de onderzoeken die er liggen verontrustend genoeg zijn. Na afloop maakte ik in de wandelgang, aangedreven door diepe frustratie, vernietigende woede en oudtestamentische wraakzucht, een luidruchte scene met de heer Poot. Dat is de woordvoerder van de op alle fronten beginselloze PvdA.

Of hij niet het gebied aan mij wilde verkopen, dan kan ik met crowdfunding wel geld bijeen brengen; of hij niet met zijn botte hersens kon inzien dat natuurbeheer zelfs universitair gedoceerd wordt; hoe hij de arrogantie bezat om een natuurgebied naar de knoppen te helpen terwijl hij nog geen letter gelezen heeft van natuurvorser dr Jac. P. Thijsse! Of hij niet wist dat die bambies van hem ontzettende schijtbakken van beesten zijn!

En zo ging het door. Maar zegt u zelf, absolute politieke stoethaspels mogen een Natura 2000-gebied in domme heerzucht naar de filistijnen helpen; u weet dat net zo goed als ik. En de enige die vanuit de burgerij de kastanjes uit het vuur haalde, een poging ondernam iets recht zetten, was degene die na afloop vrijwel uitgedoofd en bekaf de metro naar huis nam.

Zo weinig tegenstand is er, zo weinig kritisch vermogen, zoveel zijn er ingedommeld, dat een enge sekte als de partij voor dieren, de macht in Amsterdam al vrijwel heeft kunnen overnemen.

Hieronder de tekst zoals ik die mocht inleveren bij de griffier, die zou het uitdelen aan de aanwezige raadlieden. Die leveren het netjes ongelezen in bij de heer Groen van Groenlinks zodat het keurig verantwoord milieuvriendelijk in zijn milieubak beland.

Inspreken, 15 januari 2015, agendapunt Damhertenbeheer in de AWD, stadhuis te Amsterdam

Geachte voorzitter, commissie, wethouder,

In zijn brief, 10 december, stelt wethouder Kock, dat in de Awd door de vele damherten ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’. De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan, die staat al véle jaren onder druk.

Vorig jaar werden 2200 damherten geteld, ruim 5 keer meer dan de 400 Damherten in 2004 toen wethouder Hester Maij van het CDA reeds aantalregulatie voorstelde. Tóen stond de biodiversiteit al onder druk. Tien jaar geleden!

Vier damherten per honderd hectare is het getal waarbij het bos zijn boskarakter behoudt, boomverjonging mogelijk is, en de struiklaag, voor broedvogels van groot belang, denk aan de nachtegaal, behouden blijft. Wie kennis neemt van de literatuur weet, dat maximaal 4 damherten per honderd hectare, ofwel 140 Damherten acceptabel is.

Herstel het zwaar beschadigde bos in deelgebied Vinkenveld!
Daar zijn 200 herten per honderd hectare geteld! In een eerder jaar 270 exemplaren.

De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan. In 2013 constateerde het OBN deskundigenteam dat het verschil tussen de ontwikkelde struiklaag binnen de exclosures en het ontbreken daarbuiten te maken heeft met een ”langjarige” aanwezigheid van damherten, daarbuiten. ”Dit betekent”, stelt het team, ”dat de bosverjonging en de struiklaag waarschijnlijk al bij veel lagere dichtheden van damherten verdwijnen.”

Het recente rapport Parels voor de Duinen 2014 bevat alarmerende conclusies; citaat: ”Andere belangrijke nectarplanten zoals slangekruid, gewone ossetong en distels komen onder de huidige begrazingsdruk van damherten nauwelijks tot bloei.”

Twee zeldzame vlindersoorten dreigen te verdwijnen uit uw bar slecht beheerd natuurgebied. De Duinparelmoervlinder verliest het nectar van de wilde ligusterstruiken omdat de herten in hoog tempo bezig zijn de bast van deze kenmerkende duinsoort te schillen.

Pas aanstaande zomer is een nieuw Faunabeheerplan gereed, zegt de wethouder. Dan volgen nog de verweren van de dierenbescherming. Op zijn vroegst in 2016 kan tot aantalsreductie worden overgegaan.

Om de Nbwet na te leven moet de wethouder de aantallen wel reduceren.
Niemand wil meer doden dan noodzakelijk. Wacht daarom niet lijdzaam dat Faunabeheerplan af, zoals de wethouder wil. Zet er zeer grote spoed achter, zodat in de herfst van 2015 met afschot wordt begonnen. Dat is mijn dringende vraag aan u.
Dat ene jaar scheelt het nodeloos afschieten van ongeveer 1400 herten!

K.Piël, Herstel Inheems Duin

Noten:

1. Wethouder Kock stelt in zijn brief van 10 december 2014 dat voorjaar 2014 er 2200 Damherten zijn geteld. Door geboortes kwamen er 1000 dieren bij. De aanwas bedraagt 45 procent.
Deze winter zullen volgens hem ongeveer 400 dieren sterven. De populatie groeit dan aan tot een voorjaarsstand in 2015 van 2800 exemplaren. Van 2200 naar 2800 is een jaarlijkse groei van 27,3 procent (600 : 22= 27,3).

Voorjaar 2015 begint populatie met 2800 damherten (stelt wethouder).
Voorjaar 2016 begint populatie met 2800+764 (27,3%)=3564.
Zomer 2016 is (bruto)aanwas 45% of 45×35,64=1603.
Herfst 2016 is de populatie groot: 3564+1603=5167.
”1400 herten”: 5167-3564=1603 (sterfte in 2015 en 2016 niet meegerekend), vandaar arbitrair 1400 herten.

2. De wethouder schrijft in de brief van 10 december 2014, dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

Lopen er meer hoefdieren in de AWD dan in de OVP?

De populatie Damherten in de Aw duinen. Tel gerust bij de kolommen een stukje op. Figuur beeldt minimum-aantallen af
De kolommen geven de getelde, waargenomen Damherten weer. Plaats hier gerust nog een stukje kolom boven op, en je hebt een voorstelling van de werkelijk aantallen. Maar hoeveel kolom, dat is de vraag…..

 

Er bestaan zoveel uiteenlopende tellingen van de Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, dat het mij soms begint te duizelen. Waarom hebben we geen nauwkeurige opgave?

Van de enorme Nederlandse bevolkingsmassa is op de kop af bekend hoeveel mensen hier wonen, maar omdat het vak demografie geen bijvak natuurbeheer kent zitten we opgescheept met boswachters die de kluts kwijtraken zodra zij meer dan 30 Damherten moeten tellen.

Het gaat eigenlijk niet om de aantallen. Veel meer om wat al die grazers betekenen voor het behoud van de soortenrijkdom, voor het behoud van een meer-natuurlijke situatie, voor het behoud van een cultuurlandschap waarvan je niet zou willen dat het zijn biologische rijkdommen verliest, voor het behoud van de verschillende kenmerkende landschapstypen, zoals duingrasland of bepaalde bostypen.

De echte natuurbeschermer is zoals bekend in ons land met een lantaarntje te zoeken. Maar die weinigen zijn wel van een zwaarder kaliber dan de kartonnen doos met watjes waaruit de verzamelde dierenvriendengemeenschap is opgebouwd. Die mensen die geen enkel begrip kunnen opbrengen voor het behoud van de natuur en zijn soortenrijkdommen. Soort zoek soort, de poezelige wat komt in de natuur om de aaibare vacht te aaien. Uit louter enthousiasme plaatsten de dierenvrienden op internet welgeteld 7.887.665.042 foto’s van hun geliefde bambies.

De taak van de natuurbeheerder bestaat eruit in te grijpen als de natuur door kaalvraat tot dorre vlakte dreigt te degraderen. Afschieten, luidt in de wereld het devies wanneer de aantallen hoefdieren de pan uitswingen. In het buitenland bestaan geen bezwaren tegen het benutten van natuurvlees. Maar in het gulzig vlees verorberende Nederland wendt menigeen voor half of heel vegetariër te zijn en is doden opeens taboe zodra het natuurbeheer ter sprake komt. De dubbele moraal viert hier hoogtij.

Een bijna Babylonische vertelling

Volgens de telling van april 2014 waren er in de Awd 2200 Damherten. Dat is dus een minimumaantal, namelijk de dieren die zijn waargenomen.

Maar hoeveel herten bleven op de teldagen dan wel niet verborgen voor de telploeg?  Om die werkelijk aantallen te benaderen wordt soms gerekend met een vermenigvuldigingsfactor.

In het Faunabeheerplan Noord- en Zuid-Holland 2010 staat een  grafiek  waarin de minimaal aanwezige populatie (=de telling) is afgezet tegen de waarden van de totaalschattingen. De laatsten zijn volgens een vaste rekenmethode verkregen. Een ding wordt duidelijk, namelijk dat beide waarden aldus sterk gecorreleerd zijn. Zelf rekende ik aan de hand van de verstrekte getallen uit dat door de jaren heen gemiddeld de vermenigvuldigingsfactor 2,6 bedraagt.

In april 2014, -nog vóór de geboortegolf van juni en juli- zouden totaal aanwezig zijn 2,6×2200=5720 Damherten.

Op de vermenigvuldigingsfactor 2,6 kreeg ik in een tweet ernstig kritiek te verduren van het Kenniscentrum Reeën, @KcReeen. Die zegt dat de rekenfactor aan verandering onderhevig is, dat het een oude fout betreft, kortom die 2,6 was niet meer waard dan een #dikkeduim.

Met welk getal mag je wél verantwoord optellen? Is het bout te veronderstellen dat achter het struikgewas zich dertig procent van de hele populatie voor de ogen van de tellers schuilhoudt? Mijn gevoel zegt dat het kán. De omrekenfactor is dan 100:70=1,43. Ruim onder die van 2,6!

In dit hypothetische geval (30 procent/1,43) is 2200 Damherten zeventig procent van de gehele aanwezige populatie. In totaal zijn er in het gebied 3142 herten.

Wethouder Kock laat in een brief van 10 december 2104 aan de Amsterdamse raadscommissie weten dat bij de getelde voorjaarsstand van 2200 nog de geboortes van juni opgeteld moeten worden. Zo komt hij aan de minimumpopulatie die de winter ingaat. Hij telt er 1000 geboortes bij. Dat is dacht ik een traditioneel aanname van een jaarlijkse brutto aanwas van 45,5 procent. In de herfst van 2014 waren er dan totaal 3200 dieren, let wel: dit is weer minimumschatting!

Op grond van het eerder berekende totaal in het voorjaar van 2014, de bovengenoemde 3142 (inclusief de gefantaseerde dertig procent, zijnde de herten uit het zicht van de waarnemers), is de toename door geboorte in 2014:  45,5 procent van 3142=1430. Samen 3142+1430=4572 Damherten, die gaan de winter 2014/15 in.

Van substantiële sterfte in de zomermaanden zien we hier nog af. Of zijn die soms wel beduidend in deze periode? Ik ben geen expert, dit verhaal is een eenvoudige opteloefening, ook om mijn L.O. niveau bij te spijkeren. Dus reken me nergens op af!

Door sterfte van 400 dieren deze winter houden we volgens de wethouder in het voorjaar van 2015 2800 dieren over. De toename in een jaar, 2014/2015 –maar voordat in 2015 de nieuwe geboorte in juni en juli op gang komen-, bedraagt netto 2800-2200=600 dieren ofwel 27,3 procent.

27,3 is ongetwijfeld een erkend gemiddelde jaarlijkse toename, en om die reden gehanteerd. Wat let ons om de totale hertenstanden uit te rekenen op basis van dit jaarlijkse toenamecijfer? Niets.

De heer Immerzeel, hoofdboswachter van Waternet verklapte in het Haarlems Dagblad van 23 augustus 2012 dat er toen ‘minstens 4000 Damherten’ waren. Hij zal wel een totaalschatting bedoeld hebben. Goed, dat betekent dat twee jaar verder en op grond van 27,3 procent jaarlijkse toename, er minimaal in augustus 2014 7451 damherten zijn. Totaalschatting.

Dat is in elk geval correct berekend. Anderzijds zou de grens van de bestaansmogelijkheden van het Damhert met dit getal 7451 reeds lang gepasseerd zijn, als we tenminste de maximum populatie in aanmerking nemen die buitenlandse voorbeelden te zien geven . 7451 Damherten lopen in het vroeg voorjaar, als de vetreserves opraken, tegen ernstige voedseltekorten aan. Voorwaar, een spectaculaire crash staat voor de deur, mensen.  Daar mogen de halfgod van de begrazingshysterie Frans Vera en de directie van Staatsbosbeheer in hun modderige OVP stinkend jaloers op wezen.

De Oostvaardersplassen ingehaald

Tevens is de OVP niet langer de grote Europese Serengeti waar altijd reclame mee is bedreven. Die eer schijnt thans de Amsterdamse Waterleidingduinen toe te komen. Daar leven op dit moment, althans berekend op basis van de ‘minstens’-schatting van de vorige hoofdboswachter, meer dan 7400 Damherten. Veel meer dan het totaal aan Edelherten, Konikpaarden en Heckrunderen, die alreeds de oorspronkelijke biodiverse Oostvaardersplassen tot een woestijnsteppe hebben afgegraasd.

Eind oktober 2014 werden daar tellingen verricht vanuit een helicopter, die werden gevalideerd aan de hand van foto’s die tijdens de helicoptervlucht van grote groepen werden gemaakt. De hoogste telling voor de drie hoefdieren samen was 4855.

Hoe dan ook, het getal van 7451 wijkt erg af van wethouder Kock’s getallenreeks. Die zijn cijfers trouwens óók aangereikt kreeg van hetzelfde Waternet waar boswachter Immerzeel zit (of zat).

In de zomer van 2014 was er dus volgens de wethouder een minimum van 3200 dieren aanwezig. Immerzeel noemde een geschat totaal, Kock een minimum. De verhouding André Immerzeel staat tot Udo Kock is als 7451:3200=2,3

In verband met de omrekenfactor 2,6 (getal dat van het Kenniscentrum Reeën spontaan een #dikkeduim kreeg toebedeeld), merken we op dat 2,3 niet bar veel afwijkt van de verdoemde 2,6.

Mijn eigen, met een natte vinger gekozen omrekenfactor bedroeg een 100:70=1,4

1,4 is 54 procent van 2,6. Niemand kan beweren dat ik onbescheiden ben geweest door slechts iets meer dan de helft van een toch redelijk betrouwbare 2,6 omrekenfactor te hanteren teneinde mijn kwantitatieve zorgen over de bambiepopulatie uit te drukken.

Overigens wijzen alle cijfers qua normering voor verantwoord bosbeleid richting 4 Damherten per honderd hectare, ofwel er passen in de hele Awd 140 Damherten. Vier per honderd is het advies van Vereniging Het Edelhert. Maar het cijfer 4 (zij het als het equivalent voor Edelherten, 2) vind je overal terug in de literatuur. De echte natuur met gevaarlijke roofdieren als wolven en beren en lynxen is zeer spaarzaam bevolkt met herten. We mogen heus niet denken dat de Oostvaardersplassen symbool  staan voor het ongerepte vroege Nederland zoals de autoriteiten ten onrechte ons willen doen geloven.

Of neem de AWD, dat speeltuinachtig hertenkamp van onverschillige raadslieden en huilebalkende dierenbeschermers. Zou Topnatuur zijn volgens de Waternetdirectie! Uniek, om zijn vele herten, komt dat zien! -roept een statenlid van een dierenpartij.

Hoeveel damherten er nu rondlopen lijkt me van minder belang dan de stand waarbij de biologische verscheidenheid van bos en duin gewaarborgd is, zoals de wetgever vereist.

Schiet net zoveel dieren af totdat het door Natura 2000-regels beschermde, maar aan graaserosie onderhevige duinlandschap, zich heeft kunnen herstellen, vertrouwde me een voorzitter van een natuurvereniging toe. Helaas brengt hij die mening niet in de openbaarheid. Zo heeft de dierenactivist vrij schieten in een land waar de natuurbescherming volledig op z’n gat ligt. kp