Categorie archief: PvdD

Wie hebben het afschot van 5000 Damherten op hun geweten? De dierenbeschermers.

Protest op de Dam tegen het afschot van Damherten. Wil de PvdD er 5000 kruizen neerzetten, en een spandoek met vetgekakt een schuldbekentenis.
De Partij voor de Dieren protesteerde op de Dam tegen het afschot van Damherten. Wil de PvdD er 5000 kruizen neerzetten? En een spandoek met vetgekalkt een schuldbekentenis?

 

Wat bezielt de Partij voor de Dieren om politieke propagandapraatjes te verkopen ten gunste van hordes Damherten die moeten doorgroeien tot in de hemel?
De hertenplaag van bijna Bijbelse proporties heeft het rijkgeschakeerde duinlandschap al tot  op de bodem kaalgevreten.
Dat fraaie resultaat noemen de dierenbeschermers heel geleerd ‘zelfregulatie’.

Wat de sektarische dierenpartij ook niet deert: de onbelemmerde populatiegroei zal eens leiden tot ernstige voedseltekorten, ten koste van het dierenwelzijn. Eenmaal voedselgebrek, let op, dan achten de dierenbeschermers het weer op z’n plaats dat de verzwakte dieren een genadeschot krijgen toegediend,  om ze uit hun lijden te verlossen. Eerst verzwakken en vervolgens doodschieten.

Zieke dieren plegen zich echter terug te trekken in schuilhoekjes. Dat is het duinstruweel, waar je ze niet gauw terugvindt. De jager-boswachter die belast is met het afschot staat voor een schier hopeloze zaak. Die ene boswachter van dienst, die ene op duizenden hectare, hij zal  toevallig achter in het duin er zijn om het ondraaglijke lijden bijtijds een halt toe te roepen? Het beleid van ‘reactief afschieten’ zal jammerlijk falen.

Door het verzet van de dierenbeschermers tegen elke vorm van jacht, ook beheersjacht, tellen de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) nu zo’n 3800 Damherten. Deze exoten hebben alle inheemse Reeën verdrongen.
In het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) telde men voorjaar 2015: 734 Damherten. Daar slaagden de dierenbeschermers door procederen er steeds in de jachtvergunningen op te schorten. De beheerder hield vroeger de stand vrij netjes op 200 dieren.

Om toch te voldoen aan de ‘gunstige staat van instandhouding’, een eis van de natuurbeschermingswet, heeft de provincie na lang treuzelen erin toegestemd om in dit Natura 2000-gebied, Kennemerland-Zuid, waartoe NPZK en AWD behoren, de herten door middel van bejaging te reguleren.

De natuurbeheerders kregen wel van de provinciale handhaver ruim de tijd om de herten tot een voor de natuur hanteerbare balans terug te brengen. Het afschotplan is uitgespreid over liefst vijf jaar; de Damherten zullen hierdoor maar langzaam in tal en last afnemen, te langzaam, want hoog blijft voorlopig de jaarlijkse aanwas, en ook dat surplus moet worden afgeschoten.

Door niet in één keer de aantallen terug te willen brengen naar de gewenste doelstanden zullen er uiteindelijk véél meer dieren moeten worden afgeschoten . Weliswaar levert dat extra biologisch keurvlees op. Maar de keuze voor een trage uitvoering van een hoe dan ook noodzakelijk afschotplan is bepaald geen overwinning te noemen voor de dierenbeschermers. Die willen uiteraard dat er zo min mogelijk herten worden gedood, liefst helemaal geen.

Omdat de dierenbescherming drommels goed weet dat aan afschot niet valt te ontkomen -omwille van de dwang die uitgaat van de natuurbeschermingswet, waarvan ze terdege op de hoogte zijn-, hebben zij nu heel wat te verantwoorden.

Hoe verantwoorden dierenbeschermers hun ‘massamoord’?

Waren zij immers jaren geleden, toen de stand zich nog op een laag peil bevond, akkoord gegaan met een afschot dat overeenkwam met de jaarlijkse aanwas, dan hoefde er thans niet zoveel afgeschoten te worden. Hoeveel?

Laten we dat eens uitrekenen. We gaan een som maken die voor de heer Bram van Liere, provinciaal statenlid van Noord-Holland en de heer Johnas van Lammeren, raadslid te Amsterdam, beide van de Partij voor de Dieren en strijders voor de dierenrechten, te behappen is en stof tot nadenken moge geven.

In de AWD bedroeg de stand bij de telling in voorjaar 2015: 3000 Damherten . Elk jaar worden er dieren geboren en sterven er dieren; dat resulteert in een jaarlijks netto aanwas van 27 procent. Thans, februari 2016, zullen in de AWD ongeveer 3800 Damherten rondlopen. Nu voorziet het Faunabeheerplan hier in een totaal afschot van circa 3870 exemplaren, teneinde na vijf jaar de doelstand te bereiken van 700 Damherten (Faunabeheerplan, Damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied, 2016-2020, blz. 91).
In het NPZK worden in deze vijf jaar 1950 dieren geschoten om op een doelstand van 200 te komen.
Totaal worden in AWD en NPZK geschoten 3870+1950=5820 Damherten.

Omdat de dierenbeschermers aankondigden te gaan procederen, kon de eerste afschotronde, deze winter, al meteen afgeblazen worden. Dat betekent dat de reeds omvangrijke kuddes bambies zich nog een jaar langer kunnen uitbreiden aleer het eerste schot in een stille duinvallei weerklinkt. Het betekent dat er nog veel méér moet worden afgeschoten dan het voorliggende plan wil.

Laat de dierenbescherming daarom niet klagen dat er sprake is van ‘massamoord’. De massadoding hebben ze door hun irrationele, louter ideologisch bewogen en starre opstelling aan zichzelf te danken. Huichelarij kent zijn grenzen. Ook politici moeten het niet al te bont maken, al zijn we veel van ze gewend.

Als de dierenliefhebber de natuurbeheerder gewoon zijn vakwerk liet doen, was er nu geen sprake geweest van uit de hand gelopen populaties Damherten die de natuur kaalvreten en vertrappen. Als de natuurbeheerders het voor het zeggen hadden gehad, dan bedroeg het afschot sinds jaar en dag enkel de netto jaarlijkse aanwas. Die trouwens amper genoeg vlees oplevert om een arme stadswijk van voldoende voedselbankvoedsel te voorzien (en we brengen de lezer in herinnering: al heel lang bestaat er vraag naar overheerlijk damhertenbiefstukkenvlees; ook de hogere standen worden geconfronteerd  met schrijnend maatschappelijke tekorten).

Bij de doelstanden van het door de provincie onlangs goedgekeurde Faunabeheerplan 2016-2020 bedraagt het jaarlijks afschot in de toekomst voor de NPZK 45 dieren, bij de AWD 156, zegge totaal 200 dieren. In vijf jaar regulier beheer is dat opgeteld 1000 dieren. Nogmaals, dat is het afschot bij een gunstige staat van instandhouding. Maar nu moeten wegens achterstallig onderhoud eerst nog bijna zes keer zoveel beesten worden doodgeschoten, -alleen maar om die doelstanden te halen.

Jawel, dankzij het verzet van de bambiidolaten worden er onnodig 5820-1000=bijna 5000 Damherten doodgeschoten! Dat lijkt, gezien hun eigen opvatting daarover, meer dierenbeularij dan dierenliefde. Want: doodschieten=dierenleed. (Echter, als de kogel welgemikt is dan wordt er toch niet geleden?)

Volgens onze stichting is de provinciale doelstand evenwel nóg te hoog. Zie onze zienswijze, enige berichten terug te lezen op dit blog.
Die luidt kort samengevat: pas bij een doelstand van 160 Damherten, voor AWD en NPZK sámen, zal het duinbos zich kunnen herstellen.

En volgens het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (CBD) dient het Damhert als invasieve exoot ‘indien passend en mogelijk’ te worden uitgeroeid. kp

 

 

Stichting Duinbehoud, Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, KNNV Haarlem, het IVN: welke club komt nog op voor het natuurbehoud?

 

aantal_damherten_28_04_639x382 awd

De rijke natuur van de Amsterdamse waterleidingduinen dreigt te bezwijken onder tal en last van de toenemende populatie Damherten. Onderzoeken tonen aan dat de biodiversiteit ernstig achtergaat en de conclusie van het laatste rapport Parels van de Duinen 2014,  vorig jaar september verschenen, luidde dan ook: begin op korte termijn met de aantalsreductie van de Damherten!

De oplettende natuurliefhebber die het gebied regelmatig bezoekt zal de veranderingen al langer zijn opgevallen. De wandelaar zag een verbazingwekkende verarming van de ondergroei in de bossen. De duinbossen worden hol, en de kaarsrechte vraatlijn op borsthoogte is zelfs niet meer te zien doordat ook de jongere bomen worden geschild en doodgaan, met de onderste takken die die vraatlijn aangaven.

’Bloemrijke graslanden zijn volledig kaalgevreten’’, liet hoofd Bronnen en Natuur Eduard Cousin op 5 september 2013 weten in een Amsterdamse commissievergadering.
Overigens pas nadat de toenmalige wethouder Carolien Gehrels  (PvdA) door de CDA-er Diederik Boomsma onder druk werd gezet om eens eindelijk voor de dag te komen met de reeds verkregen cijfers en om verdergaand onderzoek te plegen.

Ook kon je met eigen ogen zien, dat de kruidenrijke graslanden steeds meer veranderden in een kort geschoren grasmat. De aparte duinnatuur verandert in een hertenkamp.

foto 37-2 copy
De gaaskooi even opgelicht om te laten zien dat kruidengroei zonder bambie mogelijk is.

Wat deed de beheerder in het verleden fout dat het zover mocht komen? Nu ja, ambtelijke laksheid, desinteresse en vooral niet luisteren naar die paar ecologen die ooit in dienst waren genomen om duurzaam wetenschappelijk advies te geven.

Maar waarom houden de volgende ‘maatschappelijke organisaties’ die zich op het terrein van het natuurbehoud bewegen zich zo angstvallig op de vlakte: de KNNV- afdeling Haarlem & omgeving, het IVN Nederland en de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland?
De stichting Duinbehoud sprak zich wel uit, maar bagatelliseert de hertenschade.

Het cynisme ten aanzien van het natuurbeheer heeft mpgelijk te maken met de bambificatie van de maatschappij. Het dier mag geen haar worden gekrenkt. Diersentimentaliteit zit een nuchtere beoordeling van de ecologische staat waarin onze natuurterreinen verkeren danig in de weg.

Natuurbeheer is een heus vak en wordt zelfs op universitair niveau onderwezen. Daarom moet men wantrouwig staan tegenover lieden die zo stellig weten hoe een natuurgebied beheerd moet worden. Vooral de mensen van de Partij voor de Dieren munten uit in een roeptoeterij waar een ezel in nog geen eeuwen tegen opbalkt.

Bij de dierenbeschermer staat het dier hoog aangeschreven
Het dier is al bijna verheven boven de menselijke existentie.  Heiligdommen gewijd aan dieren stonden tot nu toe alleen in India en Bhutan. Het zal niet lang duren of ze worden ook in ons  voormalig calvinistische landje plechtig geopend.

Het besef dat eerst het plantenleven dierenleven mogelijk maakt en niet andersom, speelt voor de dierenbeschermer geen grote rol, behalve bij het natuurbeheer.  Daar, zeggen ze, stelt het voedselaanbod grenzen aan de grazende dieren.
De hoofdrol is onder meer natuurlijke omstandigheden echter weggelegd voor de roofdieren. Maar dat deze het zijn die de hertenpopulaties intomen en niet de voorraad voedsel, wordt steevast ontkend. Anders zou dat tot jacht noodzaken, wil je althans de natuurlijke vegetatiestructuren zoveel mogelijk recht doen die passen bij een natuurlijke matige stand van herbivoren .
En als er één taboe is, is het de jacht.

Zo beweerde Johnas van Lammeren van de PvdD in de Amsterdamse raad dat prooidieren de aantallen predatoren bepalen. Een leugentje voor bestwil, het gaat werkelijk niet op voor de bambies in de Amsterdamse waterleidingduinen, wanneer we tenminste weer een natuurlijke situatie met natuurlijke predatoren onder ogen zien; dan was er geen sprake van een bijna kaal gegeten gebied.

Maar het laatste waar de dierenbescherming zich mee bezig wil houden is het behoud van vegetatietypen, zoals de landelijk vrij unieke wilde ligusterstruwelen. Die worden door vraat ernstig in hun voortbestaan bedreigd, lees het rapport ‘Parels van de Duinen 2014′.

Wat is nou het belang van struwelen en die paar vlindertje die daar nectar zoeken!
Het gaat verdorie om het doden van weerloze dieren!
Wat een prachtige vacht!
Ontroerende ogen en kijk die mooie geweien!
-merkt de diersentimentalist verontwaardigd op.

Blinde geloofsijver staat het de dierenbescherming in de weg om nog langer een goed woordje te doen voor het natuurbeheer.

De duinen raken vergeven van de sullige hertjes. Wat natuurlijk is dit toch, roepen alle natuurorganisaties uit.
De duinen raken vergeven van de sullige hertjes. Wat natuurlijk is dit toch, roepen alle natuurorganisaties verblind uit.

Ik vrees dat de bambificatie bij genoemde organisaties al zover is voortgeschreden dat het hun niet mogelijk is om het natuurbehoud nog langer te steunen, men niet langer de werkzaamheden van de beheerder beoordeeld naar wat goed of slecht is voor een verantwoord natuurbeheer.

Zo kwam de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, VWZK, ertoe een petitie te laten tekenen die de stichting Faunabescherming organiseerde tegen het afschieten van damherten in de AWD (door 1984 mensen ondertekend, -eerlijk gezegd is dat weinig).
De oproep om te tekenen staat niet meer op hun website, maar dat kan te maken hebben met de einddatum die voor die petitie is verstreken.
Op de VWZK-website vind je helemaal geen standpuntbepaling. Wat treurig stemt: men laat de AWD aan zijn lot over.
Over de teruggang van de zangvogels die in het duinstruweel zo welig broedden is mij van de Vogelwerkgroep geen inventarisatie bekend. VWZK-ers hebben kennelijk geen behoefte op te komen voor de Nachtegaal, als daarmee de zaak van het Damhert gevaar loopt.  Dan verdwijnen de struwelen van Ligusters, Kruipwilgen, Kardinaalsmutsen, Vlieren, Lijsterbessen, Gelderse rozen, allerlei klimrozensoorten, en Inheemse vogelkersen maar. Wij zijn geen Struikwerkgroep.

De stichting Duinbehoud beweert op zijn website dat ‘er geen overtuigend bewijs is voor ecologische schade aan het duingebied als gevolg van begrazing door damherten’.
Die schade is er zeker voor het duinbos. Zo kwam het OBN-deskundigenteam in zijn rapportage in mei 2013 tot de gevolgtrekking dat al vele jaren daarvoor schade aan de struiklaag was aangericht, gezien de afwezigheid van dood hout. Dat aangevroten struikhout was na al die jaren vergaan, terwijl in de exclosures, de met gaas afgescheiden proefvakken, de struiken volop groeiden.

In het blad DUIN, orgaan van de stichting Duinbehoud, waren ecologen in het septembernummer van 2000 reeds van mening dat er niet veel heil te verwachten viel van de damherten, ze schreven:
’Gezien het feit dat de ruigere grassen bovendien weinig voorkomen in het dieet , is er nauwelijks een terugdringend effect te verwachten op het proces van vergrassing. Op enkele sterk geprefereerde soorten zoals Wilde kardinaalsmuts, Meidoorn en (jonge) Zomereik zal de invloed echter wel groot zijn! Dit zijn soorten die nu in zekere mate beeldbepalend zijn voor de AWD en de kalkrijke duinen in het algemeen.”

De Kardinaalsmuts is nu door het bast schillen over grote oppervlakten bijna verdwenen en elke jong opkomend kiemplantje  wordt (zolang de zaadvoorraad strekt!) opgepeuzeld. De sterke aantasting van de Liguster had men destijds niet voorzien, evenals een rits andere soorten.
Tegen de verruiging van het duin -door Duinriet en Zandzegge- moet men evengoed nog steeds schapen en runderen inzetten.

En welke voortschrijdend inzicht nemen we sinds 2000 waar bij de stichting Duinbehoud, eens vermaard om zijn kritische houding? Arnoud van der Meulen schrijft in DUIN, juli 2011:
‘’Duinbehoud heeft grote bezwaren tegen populatiebeheer. In natuurgebieden moeten natuurlijke processen zoveel mogelijk de vrije hand krijgen.’’

Beter bewijs dat deze natuurvereniging bemand is door goedwillende amateurs is er niet. In een natuurlijk Europa kom je uit op zeer lage dichtheden van herten. Wolven, Lynxen maar misschien nog meer Bruine beren, hielden ––en wanneer we opnieuw natuurlijkheid nastreven óf biodiversiteit: hóuden— de aantallen hertachtigen zeer laag.  Omvangrijke literatuur toont dit ten overvloede aan.
Mogelijk een paar herten per honderd hectare, en dan geldt voor de hele AWD: 140 Damherten.

Dat is ook wat deskundigen van Vereniging het Edelhert de duinbeheerders aanbevelen. Vier Damherten per 100 ha. Echt natuurbehoud treffen we dus aan bij een aan ‘n jagersgilde gelieerd wetenschappelijk instituut. En nergens anders.

Op het moment van schrijven staat op de website van Duinbehoud de roep te lezen om méér onderzoek naar de hertenschade.
Verzoeken om meer onderzoek tref je aan bij organisaties die uitstel van hen niet welgevallige ontwikkelingen wensen, ook al mag de stapel reeds gedane onderzoeken zo hoog zijn geworden dat omvallen dreigt.

Met alle hun slechte aanbevelingen, zoals het tekenen van een petitie die de ondergang van belangrijke natuurwaarden in de AWD alleen maar naderbij brengt en het verwrongen idee van het begrip ‘natuurlijkheid’, bevorderen die natuurclubs bepaald niet het besef van een verantwoord natuurbehoud en natuurbeheer. En wat een beroerde natuureducatie voert hetInstituut voor Natuurbeschermingseducatie, IVN.

Steunt u dus voortaan van harte Stichting Herstel Inheems Duin, HID. We hebben uw steun hard nodig om een eventueel juridische actie te ondernemen tegen natuurbeheerders die aarzelen om aan redelijke aantalsregulatie te doen. kp

Allerlei rapporten, waaronder ‘Parels van de Duinen 2014′, zie downloads onder:
https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

Stichting Duinbehoud:
http://duinbehoud.nl/nieuws/standpunt-actief-beheer-damhertenpopulatie/

 

 

Een paar geringde bomen mogen blijven staan, maar Damherten vreten alles kaal.

 

Links in de tuin (achter het raster) forse groeie en bloei van voorjaarsplanten. In de AWD rewchts komt geen peenkruid meer tot ontwikkeling. door de hertenvraat.
Links in de tuin (achter het raster) forse groei en bloei van voorjaarsplanten. In de AWD rechts komt zelfs geen Speenkruid meer tot ontwikkeling. Hertenvraat!

 

Het beloofde in de middag mooi weer te worden en daarom besloot ik gisteren inspectie te houden langs de noordoostgrens van de Waterleidingduinen. Wilde kijken of de in februari gefotografeerde geringde prunusbomen er nog stonden (zie voor de foto’s en het verhaal, het ‘bericht’ van 12 februari).

Gelukkig, ze stonden er nog! Althans de bomen die niet heel lang geleden waren geringd Hier zie je zo’n stukje bos:

DSC_0149 AWD 4 4 15
Bijna dezelfde foto als die in het bericht van 12 februari. Dit dode bomen-reservaatje houd ik nauwlettend in de gaten. Gisteren geschoten.

Op hun twitteraccount @beheerAWD beloven de beheerders braafjes: ‘’uiteraard streven wij naar veel dood hout’’, -in de praktijk blijkt juist dat de heren hun eigen voornemen, -dat overigens niet meer is dan een normale bereidheid uitvoering te geven aan de vereisten van de Nbwet-, met een korreltje zout nemen.

En dan nu een niet eerder vertoonde foto uit het Bos van Oase, het duinbos dat vlak bij de gelijknamige ingang te vinden is, ten oosten van de Oranjekom . Alle ringbomen van de prunus werden door de ‘natuurbeheerder’ omgezaagd, het zijn er honderden.

DSC_0210
Dit is een van de honderden gevelde prunusbomen in het Bos van Oase. De ring is nog goed zien, net even boven het zaagvlak. De boom zal mogelijk in 2011 zijn doodgegaan.

De heer E.F.H.M. Cousin, Hoofd Bronnen- en Natuurbeheer, schreef mij op 18 maart jongstleden een brief. Hij schrijft:
”Bij de werkzaamheden rondom de Oranjekom zijn iets meer bomen weggehaald dan eigenlijk de bedoeling was maar daarmee is geen sprake van gewijzigde inzichten m.b.t. de waarde van dood hout’’.

Ik zou ten eerste van hem willen weten waarom er überhaupt dode bomen weggehaald moeten worden. Want dat is, zo schrijft hij, ’eigenlijk de bedoeling’. Maar om dát te weten te komen dient er opnieuw een brief geschreven te worden aan de wethouder, de heer Udo Kock van D66 in Amsterdam. Hij zal hem vermoedelijk ter beantwoording weer doorsturen naar de dienstdoende plaatselijke chef, casu quo Hoofd Bronnen- en Natuurbeheer, dezelfde heer E.F.H.M. Cousin.

En wat verstaat de laatste onder ‘’iets meer bomen weggehaald’’?Ietsje? Alle in december 2010 geringde en nadien afgestorven prunussen werden in de afgelopen herfst door Waternet omgezaagd. Ik herhaal: álle bomen. Er is geen sprake van dat er maar ‘’iets meer bomen’’ zijn weggehaald. Cousin lijkt op Gerrit Zalm die een bonus van 100 duizend euro presenteert als ware het een nivellering: dat bedrag is eigenlijk zo weinig, och het stelt niets voor! En voor Cousin staat álles weghalen gelijk aan ietsje meer weghalen.

Als een gemeenteambtenaar iets vrooms te berde brengt over de ‘’ecologische waarden van staand en liggend dood hout’’ en intussen een prachtig dode bomen-bos dat tot in de verre omtrek nergens te vinden is zonder pardon omhaalt, wees dan op je hoede.

Ik hoop maar dat ze die honderden ten onrechte omgehaalde dode prunusbomen, -die nu dienst doen als ’liggend dood hout’-, niet alsnog het bos uitslepen. Je bent geneigd dat te geloven, daar waar Hoofd Natuurbeheer in zijn brief immers schrijft over ‘weggehaald’ . Gaat dat soms nog gebeuren? Ook dat moet weer via de wethouder, vrees ik.

Nu over de  stuk of zes eiken, die ooit door Waternet in dit bos werden geringd. Waarschijnlijk gebeurde dat in de tijd dat er nog subsidie werd gegeven aan terreineigenaren die mee wilden werken om de staande dode hout-massa van het biologisch armtierig Nederlandse bosbestand te vergroten. Op de foto zie je ook eiken, wat smallere exemplaren, maar die zijn uit zichzelf doodgegaan, als gevolg van zelfdunning van het bos. Al die eiken mochten blijven staan!

DSC_0211 AWd 4 4 15 eens geringde eiken door waternet nabij ruiter[ad
Op de voorgrond de dode eik, destijds geringd door Waternet -ha! gierige vrekken, misschien uitsluitend voor de subsidiecenten!- De dode stam staat nog steeds fier overeind. Spechten blij, vogelaar gelukkig. Meer naar achteren nog een ‘spontaan’ dode eikestam.
Vanwaar de behoedzaamheid de geringde eiken wél te laten staan, terwijl de vele geringde prunussen moesten worden omgezaagd? Dit lijkt een groot raadsel; alleen de arme prunusstammen de klos laten zijn.

Is het soms een consequentie van de onheilspellende woorden die de heer André Immerzeel, ook een soort chef, in het Haarlems Dagblad van 11 maart 2011 uitsprak:
‘’Het oog wil ook wat. Een bos van geringde bomen ziet er niet uit. Recreatie is ook belangrijk in het duingebied.’’

Had Immerzeel geen besef van de status als Habitat Richtlijngebied, waar prioritaire (!) eisen wordt gesteld aan de biologisch rijkdom van de afzonderlijke habitats zoals het duinbos? Diepe schande hoor, vorige wethouder Gehrels! Lette toch op je personeel! En stond niet  in Struinen in de toekomst, een vorige beheersvisie, dat ‘recreatiebeheer ondergeschikt is aan het natuurbeheer’?

Dat dit bos door het grote aantal staande dode bomen vrij uniek is in het overigens kale Nederlandse productiebosareaal, dat kan ook al niet tot hem zijn doorgedrongen. Als dode bomenreservaat stond het bos heus wel zijn mannetje. Maar een ander mannetje staat het echte mannetje in de weg. En natuurvoorlichting hierover geven, mijnheer Immerzeel? Dacht u daar aan? Ho maar, te veel gevraagd.

Natuur bewaren is helemaal niets voor een industriële waterproducent. Die past zich liever aan aan de smaak van het publiek voor wie elke dode stam dor hout is, rijp voor de kap. En het zou me niet verbazen dat iemand die geen cursus natuurbeheer heeft gevolgd (Immerzeel is van de sociale academie afkomstig) er zo over denkt: brandhout. In plaats van spechtenbomen.

Dan een foto van een recent omgezaagde levende prunusboom. Die werd zo te zien in mootjes gehakt en meegenomen voor de kachel thuis; er is geen spoor van de boom te bekennen. Wederom een bewijs dat de uitroep door de AWD-beheerders: ‘’streven naar staand of liggend dood hout’’, weinig anders voorstelt dan volksverlakkende propagandapraat.

DSC_0185 AWD 4 4 15
Foto genomen aan de dienstweg, tussen ingang Oase en ingang Zandvoorstelaan. Omdat klaarblijkelijk een spechtenboom niet op prijs wordt gesteld in een natuurreservaat, mocht deze prunusboom -die nog wel in leven was- niet worden geringd, hij moest direct óm. In mootjes gezaagd en afgevoerd naar huis, voor de kachel. Per abuis behandelt Waternet het natuurreservaat als een productiebos

 

Tot slot graag uw bijzondere aandacht voor het verschil tussen de situatie van de  grootste overpopulatie Damherten ter wereld en die van een  situatie zonder al te veel spoorzoekende herten zoals in het natuurlijke bos het geval is.
Met de totstandkoming van een communistisch aandoend  IJzeren Gordijn van 12 km lengte (de linksige gemeente Amsterdam die dit toestond echter niet onwaardig), getrokken langs de grenzen van beschermd natuurmonument  ‘’de duinen bij Vogelenzang’’, -waarvan drie km dwars door het beschermd natuurmonument zélf- ging een paar jaar geleden een vurige wens van de stedelijke dierenbeschermers in vervulling.

DSC_0193 AWD 4 4 15
Links is het Naaldenveld, rechts de Awd. Links weinig of geen Damherten, rechts volop Bambie. Links Speenkruid, rechts een kaal zooitje. Door de hertenkaalvraat komen kruiden niet meer tot ontwikkeling. Zowel links als rechts is onderdeel van hetzelfde beschermd natuurmonument.

Zo leren we de diersentimentalisten kennen als bewezen tegenstanders van de natuurbescherming. Een Partij voor de Planten als tegenhanger van de Partij voor de Dieren is nog niet van de grond gekomen en voorlopig zitten we dus met de gebakken peren.

Het wel of niet beheren is het verschil tussen een groene bosbodem van voorjaarsplanten en een kaalgegraasd -en op de hellingen vaak volkomen- kaalgetrapte bosbodem.

DSC_0203 AWD 4 4 15
Het is op deze foto’s misschien niet zó heel duidelijk te zien, maar de bodem van de helling is door het vele hoefgetrappel omgewoeld, dat zelfs geen blaadje te zien is. Plaatselijk kan de invloed van dieren groot en natuurlijk zijn, evenwel wordt een steeds groter deel van het duinbos onder de voet gelopen, en dat is niet natuurlijk meer te noemen.

DSC_0147 AWD 4 4 15 nabij raster

Het is het verschil van een door dierenliefde hysterisch geworden gemeenteraad die door een historisch ongelukkige samenloop van omstandigheden de zeggenschap heeft verworven over een wettelijk beschermd natuurgebied en een onafhankelijk van de politiek opererend instituut waar opgeleide natuurbeheerders vakmatig een zeker ecologische evenwicht willen bewaren.

De tere Bambiegevoelens vieren thans hoogtij. De Teddybeer op vier pootjes hoort van nature thuis in de speelgoedwinkel, maar mag in een Natura 2000-gebied zomaar de toeristische hoofdrol spelen.

Naar verwachting zal in de nabije toekomst een miljoen extra Chinese vakantiegangers Europa een bezoek brengen.
Onze AW duinen zijn er in ieder geval ruimschoots op voorbereid. Made in Mokum. Komt goed uit. Ook bij Chinezen is aaibaarheid de norm; de Pandabeer is daar de enige beschermde soort.
K. Piël

Ps 1.  Gisteren zag ik voor het eerst dit jaar de ontluikende blaadjes van de Amerikaanse vogelkers. Ziehier de foto die ik nam met een splinternieuwe  Nikon 1 J 3:

DSC_0169 AWD 4 4 15 eerste blad serotina dit jaar, nabij raster naaldenveld
Onder de ring loopt deze prunusstruik al uit. Er lopen nu zoveel damherten rond, dat het opschot van uitlopers niet meer hoeft te worden weggehaald. Deed je dat voorheen niet zelf, dan groeide er zo weer een nieuwe struik. Maar dat ‘ontloten’ neemt Bambie tegenwoordig helemaal voor zijn rekening.

 

Ps 2.  Heeft Bambie soms besef wat ie de duinen aandoet, en pleegt het dier uit wroeging soms ook een goed werkje, als tegenprestatie zogezegd, zoals hierboven, zie het onderschrift? Voor de rest is het een en al ellende, niet alleen de kruiden moeten het ontgelden, ook van de struiklaag laat het invasieve Damhert geen spaan heel:

DSC_0204
De inheemse Vogelkers loopt een paar weken eerder uit dan zijn Noord-Amerikaanse pestneef. Aan deze omgevallen inheemse struik neem je de kaalvraat aan de onderkant waar. Die onderste takken sterven af, ze verteren, verdwijnen; de Nachtegaal vindt geen dekking en vertrekt voorgoed; de vogelaar ligt van verdriet snachts hardop te janken in zijn bed, de buurvrouw hoort hem aan. Dank u wel dierenvrienden!

 

Partij voor de Dieren beledigt jagers en vleeseters

Een stukje van het artikel in Het Parool van de Partij voor de ieren, maandag 9 maart j.l.
Het opinieartikel in Het Parool van de Partij voor de Dieren, maandag 9 maart j.l.

 

De heren Bram van Liere, lid van de Provinciale Staten Noord-Holland  en Niko Koffeman, lid van de Eerste Kamer, schreven namens de Partij voor de Dieren in Het Parool  van 9 maart het opinieverhaal ”Dieren afknallen met PvdA en D66”.

Vandaag donderdag 12 maart verscheen een weerwoord van Nico Papineau Salm, Statenlid PvdA Noord-Holland, alsmede, en met grote dank aan de redactie, de bijdrage van onze stichting (die wellicht, als het juridisch tij niet al te zeer tegenzit, het liefst de hoofdstad voor de rechter wenst te slepen wegens de OVP-achtige veehouderij van Damherten in de Awd).

Hieronder volgt onze bijdrage.

”Partij voor de Dieren beledigt jagers en vleeseters” [titel]
 
Hoog in het vaandel van de Partij voor de Dieren staat geschreven dat ‘plezierjagers knallen op weerloze dieren’.
Deze verkiezingskreet verkettert niet alleen de jager, het is ook een forse belediging voor de medewerkers van de abattoirs die –hopelijk toch met enig plezier in hun zware werk- dieren slachten. En ook voor de 95 procent van de Nederlanders die -hopelijk met enig genot- hun vlees verorberen. Zij allen worden in hun genoegen geschoffeerd door een intolerant partijtje. Vijf procent van de Nederlanders eet geen vlees, groter kan de PvdD logischerwijs niet worden.

Het niet-jagen in stiltegebieden is hun recente, gesneefde streven. Jagen gebeurt daar een paar keer per jaar, maar de boer zal er vaker met zijn lawaaiige traktor het land bewerken. Het boerenland is altijd bedoeld om van te oogsten. Waarom dan geen wild?

 

De Partij voor de Dieren verkondigt tal van groene standpunten. Voor menig kiezer zal de partij overkomen als natuurbeschermer eerste klasse. Ik zeg: het is wat dat betreft de slechts denkbare partij. De schade van een half miljoen ganzen die onze laatste echt voedselarme, maar daardoor soortenrijke natuurgebieden onderpoepen, vormt een grote zorg voor de terreinbeheerders. Die zijn die beesten liever kwijt dan rijk.
De jacht op kraaien en vossen betekent minder predatie (het doden en als voedsel gebruiken van dieren) op de geliefde weidevogels, en die hebben het al zo moeilijk.

Het door Van Liere en Koffeman bekritiseerde D66 was eerst tegen de jacht op de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, maar komt daar langzaam van terug. Aanleiding zijn drie onderzoeken die grote schade aan struiken en bloemplanten aantonen.
De biodiversiteit gaat daar hollend achteruit, nu al door drieduizend herten. De duinbossen verloren al jaren geleden hun kruid- en struiklaag. De PvdD wil hier zeker een tam hertenkamp? Dat is leuk voor een nepsafari. Hoog tijd dat de jagers komen om het evenwicht in de natuur terug te brengen.

Kees Piël,  St. Herstel Inheems Duin

Ps. Voor de liefhebbers van tweets:
https://twitter.com/Prunusjager/with_replies

 

 

 

 

 

Inspreken, continuing story Amsteldamhert

 

Inspreken, voor de raadscommissie Financiën, stadhuis Amsterdam, 5 februari 2015,

Geachte voorzitter, vergadering,

In de cie.-vergadering van 15 januari werd de brief van wethouder Kock over de Damherten in de AW duinen besproken. Dat is een merkwaardige brief. Door vijf rapporten is nu al ondubbelzinnig schade aan de struiklaag van het duinbos, aan de struiken daarbuiten, aan bloemplanten en afhankelijke insecten vastgesteld. De wethouder deed er het zwijgen toe. Waartoe dienen die onderzoeken?

Elk stemvee telt zijn bambieliefhebbers. De partij die voor beheersjacht kiest, verliest stemmen. Fracties hebben niet de moed te kiezen voor een principieel, verantwoord natuurbeheer, uitgezonderd CDA en VVD.

PvdA, SP en GroenLinks vroegen de wethouder steeds om een ‘onderbouwing’ van zijn brief maar lieten wijselijk na de wethouder te wijzen op die rapporten. Mevr. Van Heijningen, Partij voor de Dieren, zei over een Nieuwsbrief (dec. 2014) van Waternet, ik citeer : ‘’een jubelstuk over de fantastische insectenzomer’’, en: ‘’een exploderende vlinderpopulatie.’’

Neen, die Nieuwsbrief stelt juist: ”Bloemrijke zomen zijn inmiddels vrijwel uit de AWD verdwenen.’’

Rapport Effect van damhertenbegrazing 2013 stelt dat ‘’de damhertenbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk […] negatief beïnvloed.”

Rapport Parels van de Duinen 2014 raadt aan: “op korte termijn te beginnen met de uitvoering van [….] aantalsreductie van de damherten’’.

OBN-rapport mei 2013 stelt: ”Zeer lage dichtheden zouden juist positief kunnen werken op de habitatkwaliteit.”

Waternet neemt voorin het rapport, afstand van Parels van de duinen. Dit moet wel het werk van de wethouder zijn: hij wil politiek handig voor zich uitschuiven.

Ik rekende u vorige keer voor: als u niet snel zorgt voor een nieuw faunabeheersplan -het kan een jaar schelen-, betekent dat afschot van een extra aanwas van 1400 dieren. Uw verdriet over het doden van damherten valt door de mand, -als u niets doet.

De wethouder schrijft in de brief: ”ondraaglijk lijden adequaat voorkomen”. Dat ‘adequaat’ is lachwekkend. Zieke herten trekken zich terug in het uitgestrekte duinstruweel, verreweg de meeste van de ‘ondraaglijk lijdende dieren’ vind je niet terug. Reactief afschot is een hypocriet doordachte maatregel. Het enige wat partijen vrezen is het verlies van stemmen.

Liever laat u de provincie een aanwijzing geven tot aantalsregulatie. Overmacht roept u dan uit! U kunt vervolgens uw handen in onschuld wassen. Maar wel in het bloed van een onnodig hoog aantal te schieten dieren, -uw eigen keuze.

Dank u voorzitter.

K. Piël, Herstel Inheems Duin

Ps.  -Zie voor de verklaring van het getal 1400  -die ”extra aanwas”- mijn bericht van 16 januari Inspreken en daarna verdoofd naar huis. Aldaar punt 1 van Noten.

 

Protestbrief in Haarlems Dagblad tegen Amsterdams Damhertenbeleid

Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?
Begint in Haarlem de victorie van een verantwoord natuurbeleid in de AWD?

 

Vandaag, dinsdag 27 januari 2015, verscheen de volgende brief in het Haarlems Dagblad,

(Aan de redactie: Met dank voor plaatsing!)

”Damherten
De Amsterdamse raadscommissie
heeft deze maand gesproken over
de damherten in de Amsterdamse
Waterleidingduinen. Wéér ging het
niet over de aantasting van het
landschap door de herten. Niemand
sprak over de kruiden die
door de hertenvraat haast niet
meer tot bloei komen en de slechte
vooruitzichten van de insectenstand,
in het bijzonder de vlinders.
De uitermate verontrustende conclusies
in het rapport Parels van de
Duinen 2014 vormde geen aanleiding
om de discussie eens op
scherp te zetten. Terwijl dit rapport
alsmede het tijdschrift Natuurberichten
van Waternet van
december 2014 melden dat ’bloemrijke
zones inmiddels vrijwel uit de
AWD zijn verdwenen’. De commissie
sprak er niet over. De Partij voor
de Dieren had het zelfs over ’een
jubelstuk over de insectenpopulatie’.
Ook wethouder Udo Kock heeft
geen boodschap aan natuuronderhoud.
Toch moet hij zich schrap
zetten voor het beheersplan dat in
het kader van Natura 2000 door de
provincie thans wordt voorbereid.
Regulatie van de stand zit er levensgroot
in.
Ondertussen roert niemand zich.
Geen Natuurmonumenten, geen
Staatsbosbeheer, geen PWN, geen
KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde
stichting Duinbehoud, die
geacht wordt toe te zien op het
behoud van de ‘natuurwaarden’ in
onze duinenrij. Ik wil een stichting
oprichten om Amsterdam voor de
rechter te slepen. U kunt zich aanmelden.
Kees Piël
Herstel Inheems Duin”

[Opm.: De allerlaatste zin is er per ongeluk ingeslopen!]

Weer is hoogst noodzakelijk beheer op de lange baan geschoven….

 

 

Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam
Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam

 

 

Op 15 januari jongstleden is het onderwerp ‘Damherten’ in de Amsterdamse raadscommissie aan de orde gekomen. Wederom. Het onderwerp ‘’Damherten’’ lijkt daar een eigen leven te lijden.

Wéér ging het niet om de duizenden soorten die in de Amsterdamse Waterleidingduinen voorkomen. Wéér niet over een zorgvuldig beheren om tot een bepaald evenwicht te komen. De levende natuur als fenomeen waar meerdere soorten naast elkaar voorkomen, het lijkt een taboe in de afzichtelijke steenkolos van de Stopera.

Neen, het ging enkel om de aaibare Bambie. Weer. Geen van de raadsleden sprak zich uit over de zorgelijke vooruitzichten van de kruiden die door de hertenvraat haast niet meer tot bloei komen, en over de bar slechte vooruitzichten van de insectenstand, in het bijzonder de vlinders.

De uitermate verontrustende conclusies in het rapport Parels van de Duinen 2014 vormde geen aanleiding om de discussie eens op scherp te zetten. Terwijl dit rapport alsmede het periodiek van Waternet, Natuurberichten (december 2014), weten te melden dat ‘’bloemrijke zones inmiddels vrijwel uit de AWD zijn verdwenen’’, waardoor onder andere het ‘’leefgebied van de Keizersmantel sterk aan kwaliteit inboet’’.

De oppervlakkigheid van degenen die de scepter mogen zwaaien over een belangrijk natuurgebied is stuitend. Een half uur lang werd door platitudes afgerekend met het natuurbeheer.
Verst in politieke leugens gaat de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Heijningen beweert glashard dat de documenten spreken van een ’’jubelstuk over de insectenpopulatie’’.

Insecten zijn niet genoeg aaibaar. Haar verschrikkelijke leugen camoufleerde zij met een ware bewering, dat het in een brief van de wethouder ontbrak aan ‘’onderbouwing’’.

Ook de wethouder heeft namelijk geen boodschap aan natuuronderhoud. Hij noemde namen van planten die hij oplepelde van het papier dat voor hem lag, maar die hem, zo zegt hij koketterend, ‘niets zeggen’

Deze Udo Kock zegt met valse bescheidenheid niet te weten hoeveel hectare groot de Awd is. De wethouder van financiën met overigens duizend en één cijfers in zijn bolleboos wist van gekkigheid niet hoe hij zijn verholen minachting voor de natuur en zijn prikkebenen het best naar buiten kon brengen. Hij zou in de grachtengordel anders eens uit de boot vallen.

Verschillende raadsleden lieten het woord ‘’natuurwaarde’’ vallen. Dat is een term die hoogst interessant klinkt. Bovendien gewichtig aan het normen- en waardendebat appelleert. O zo politiek correct. Maar wat een goedkope humbug uit de woorden van een politieke festivalganger die een paar jaar lang het raadslid uithangt om zijn of haar cv aan te vullen.

Wel is waar is dat D66 de mogelijkheid dient open te laten van een actieve damhertenregulatie. De wethouder van D66-huize moet zich schrap zetten voor het beheersplan dat in het kader van Natura 2000 door de provincie thans wordt voorbereid. En enige regulatie van de stand zit er levensgroot in.

Ons natuurbehoud, zo dood als een pier

Zij die meer dan gewone belangstelling hebben voor de manier waarop met het beheer van een groot en en biologisch divers natuurgebied door een gemeente wordt gesol, hieronder treft u een schriftelijk verslag aan, zie download onder Algemeen, punt 4, Conceptverslag cie. Fin 15.01.2015:

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/agenda.cgi/action=view/id=3150

en hier een beeld en geluidverslag:

http://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/136733/

Voor citaten uit Parels van de Duinen 2014, raadpleeg mijn weblog van 11 december:

http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Ondertussen roert niemand zich. Geen Natuurmonumenten, geen Staatsbosbeheer, geen PWN, geen KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde stichting Duinbehoud die geacht wordt toe te zien op het behoud van de ‘natuurwaarden’ in onze duinenrij.
Geen van allen voelen zich geroepen Amsterdam te waarschuwen voor een immer toenemende degradatie van het bejubelde natuurgebied; de Waterleidingduinen, ooit door hoofd Bronnen en Natuurbeheer van Waternet in de raadszaal uitgeroepen tot Europese Topnatuur.

Die stichting die ik wilde oprichten om Amsterdam wegens een ongunstige staat van instandhouding- not done volgens de Nbwet-, voor de rechter te slepen, moet er nog komen. U kunt zich aanmelden.

Als getuige á decharge vrezen we wel de stichting Duinbehoud. Die geeft de voorkeur aan ‘natuurlijke processen’, daaronder verstaat het de abusievelijk doorgroei van de populatie bambies tot in de hemel.

Waar zijn de wolven die de lafhartige schapen in Amsterdam verscheuren?

K. Piël,
Herstel Inheems Duin

De duinherten in De Telegraaf

In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.
In het voorjaar van 2015 zijn er volgens wethouder Udo Kock liefst 2800 duinherten. Dat is op basis van de telling in 2014. In werkelijkheid lopen er al meer rond.

Vorige week schreef Hans Vermaak in zijn column Tegenpool in De Telegraaf over de sportvisserij. Naar aanleiding van een opmerkelijke uitspraak van de heer Johnas van Lammeren, die namens de Partij voor de Dieren een zetel bezet houdt in de Amsterdamse gemeenteraad, schreef ik de columnist aan.

Met onderstaand resultaat. Het spreekt vanzelf dat ik hem en de Telegraaf dank verschuldigd ben voor alle aandacht. Want welke andere krant brengt het schandaal van de hertenpopulatie eens voor het voetlicht?

uit De Telegraaf van 20 januari 2015:

door Hans Vermaak

Natuur
De reacties op het stukje van vrijdag over sportvissen zijn voor het grootste deel voorspelbaar: Van ‘mag ik nu ook al niet meer rustig hengelen?’ tot ‘blijf met je poten van mijn sport en ontspanning af!’.

Een lezer wond zich op over een opmerkelijke uitspraak van Johnas van Lammeren (Partij voor de Dieren): “De diervriendelijkheid van beleid mag niet afhankelijk zijn van de aaibaarheid van de diersoort.” Hij voert naar eigen zeggen ‘een soort van privé-oppositie tegen de opstelling van de Amsterdamse raad inzake het beheer van de damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, waar de overpopulatie echt groot is’.

Dat is weer eens wat anders dan vissen. De discussie over het wel of niet afschieten van de duinherten speelt al jaren. De provincie wil de populatie via afschot verkleinen, de omringende gemeenten ook en de omwonenden helemaal. Tuinen worden kaalgevreten en menig automobilist kreeg zo’n beest bijna onder de wielen. Amsterdam, eigenaresse van het gebied, weigert toestemming. Een gemeenteraad vol stadsmensen kan geen zinnig natuurbeheer uitvoeren, constateerde CDA-wethouder Hester Maij al jaren geleden.

“Gevolg: een groot duingebied dat achteruit keldert in zijn biodiversiteit”, stelt de mailer. Hij wijst op het rapport ‘Parels van de duinen’, dat te vinden is op zijn website herstelinheemsduin.nl.
De Amsterdammers maken zich druk over de schattige Bambies, maar vergeten dat door het wegvreten van bloeiplanten de vlinders in het nauw komen, want zij leven net als andere insecten van de nectar.
Vlinders zijn mooi, maar blijkbaar niet aaibaar.
hvermaak@telegraaf.nl

Tot zover De Telegraaf. Het rapport Parels van de Duinen 2014 kunt u downloaden, u dient even deze webpagina te doorzoeken:

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

Inspreken en daarna verdoofd naar huis

amsterdab naamloos

‘Namens het natuurbehoud’ houd ik vaak voor de raadscommissie die de Amsterdamse Waterduinen onder zijn hoede heeft genomen, een kort voordrachtje over het onderwerp Damhert in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dat is het zogenaamde ‘inspreken’. Drie minuten krijg je de tijd om je visie naar voren te brengen.

Afgezien van de heer Diederik Boomsma van het CDA, die ik daarom zo hogelijk prijs, heb ik nooit onder de raadsleden iemand aangetroffen die de ballen verstand heeft van de natuur, niet eentje die ook maar één greintje gevoel heeft voor verantwoord natuurbeheer.

Door het aanhoudend vragen stellen van de heer Boomsma was uiteindelijk Carolien Gehrels, de vorige wethouder, gedwongen opdracht te geven een onderzoek in te stellen naar de natuurschade van de overpopulatie Damherten in de Awd. Er ligt inmiddels, sinds voorjaar 2013, een heus stapeltje belastend bewijsmateriaal tegen de invasieve exoot Bambie. De AIVD zou hiermee al lang naar de officier van justitie zijn gegaan om de verdachte met succes te laten opknopen.

Niet zo met Bambie. De raadsleden zijn niet voor een gat te vangen, zij zien alle wandaden van Bambie vergoelijkend door de vinger, zij lezen niet eens de onderzoeksrapporten. Lezen zij toevallig wél die rapporten? Ze gooien die in grote verontwaardiging met een even grote boog in de kringloopbak van GroenLinks. Die is daar dolblij mee.

Bambie mag geen haar worden gekrenkt, want volgens de Amsterdamse raadsleden bestaat de natuur aan de kust uit maar één soort. En dat is ons geliefde aaibare Amsteldamhert. Waar bovendien zovele toeristen op af komen. Om de lieflijke wonderen van de natuur met eigen ogen te aanschouwen, de toegang bedraagt slechts twee euro per persoon.
Leven en laten leven, die leefregel doet opgeld in Mokum. En een natuurgebied veertig kilometer verderop zal daarvan de geduchte gevolgen ondervinden.

Om het kort te houden. Ik heb ingesproken, donderdag 15 januari 2015. De anderen waren drie dierenbeschermers. Een van de Faunabescherming, een mooie dame van de afdeling Dierenbescherming Amsterdam, en dan de onafscheidelijke heer Vossestein, mijn favoriete twitteraar, de lelijkerd is er helemaal voor uit de Veluwe gekomen. Hulde. Aan twee van hen werden door de raadsleden vragen gesteld, zodat zij het nog eens zeer uitvoerig konden opnemen voor de met plezierjacht bedreigde, dood- en doodzielige Bambie. De reeds jarenlang door dierenliefhebbers gehersenspoelde commissieleden kregen er zodoende een gratis opfriscursus bij. En zij genoten ervan. Zij leefden helemaal op! Hun neuzen gingen krullen van plezier! Wat een mooi natuurdier toch, dat Damhert.

De heer Boomsma is een tijdje elders, uit de politiek. Zodat de enige die voor de natuur opkwam geen enkel vraag kon worden gesteld, en moederziel moest aanzien hoe het debatje naar aanleiding van de brief van de nieuwe wethouder, de heer Udo Kock (D66), nergens anders overging dan uitstel van het afschot. Er moest nog maar eens ‘n onderzoekje gedaan worden, verzuchtte de raad. Terwijl de onderzoeken die er liggen verontrustend genoeg zijn. Na afloop maakte ik in de wandelgang, aangedreven door diepe frustratie, vernietigende woede en oudtestamentische wraakzucht, een luidruchte scene met de heer Poot. Dat is de woordvoerder van de op alle fronten beginselloze PvdA.

Of hij niet het gebied aan mij wilde verkopen, dan kan ik met crowdfunding wel geld bijeen brengen; of hij niet met zijn botte hersens kon inzien dat natuurbeheer zelfs universitair gedoceerd wordt; hoe hij de arrogantie bezat om een natuurgebied naar de knoppen te helpen terwijl hij nog geen letter gelezen heeft van natuurvorser dr Jac. P. Thijsse! Of hij niet wist dat die bambies van hem ontzettende schijtbakken van beesten zijn!

En zo ging het door. Maar zegt u zelf, absolute politieke stoethaspels mogen een Natura 2000-gebied in domme heerzucht naar de filistijnen helpen; u weet dat net zo goed als ik. En de enige die vanuit de burgerij de kastanjes uit het vuur haalde, een poging ondernam iets recht zetten, was degene die na afloop vrijwel uitgedoofd en bekaf de metro naar huis nam.

Zo weinig tegenstand is er, zo weinig kritisch vermogen, zoveel zijn er ingedommeld, dat een enge sekte als de partij voor dieren, de macht in Amsterdam al vrijwel heeft kunnen overnemen.

Hieronder de tekst zoals ik die mocht inleveren bij de griffier, die zou het uitdelen aan de aanwezige raadlieden. Die leveren het netjes ongelezen in bij de heer Groen van Groenlinks zodat het keurig verantwoord milieuvriendelijk in zijn milieubak beland.

Inspreken, 15 januari 2015, agendapunt Damhertenbeheer in de AWD, stadhuis te Amsterdam

Geachte voorzitter, commissie, wethouder,

In zijn brief, 10 december, stelt wethouder Kock, dat in de Awd door de vele damherten ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’. De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan, die staat al véle jaren onder druk.

Vorig jaar werden 2200 damherten geteld, ruim 5 keer meer dan de 400 Damherten in 2004 toen wethouder Hester Maij van het CDA reeds aantalregulatie voorstelde. Tóen stond de biodiversiteit al onder druk. Tien jaar geleden!

Vier damherten per honderd hectare is het getal waarbij het bos zijn boskarakter behoudt, boomverjonging mogelijk is, en de struiklaag, voor broedvogels van groot belang, denk aan de nachtegaal, behouden blijft. Wie kennis neemt van de literatuur weet, dat maximaal 4 damherten per honderd hectare, ofwel 140 Damherten acceptabel is.

Herstel het zwaar beschadigde bos in deelgebied Vinkenveld!
Daar zijn 200 herten per honderd hectare geteld! In een eerder jaar 270 exemplaren.

De biodiversiteit kómt niet onder druk te staan. In 2013 constateerde het OBN deskundigenteam dat het verschil tussen de ontwikkelde struiklaag binnen de exclosures en het ontbreken daarbuiten te maken heeft met een ”langjarige” aanwezigheid van damherten, daarbuiten. ”Dit betekent”, stelt het team, ”dat de bosverjonging en de struiklaag waarschijnlijk al bij veel lagere dichtheden van damherten verdwijnen.”

Het recente rapport Parels voor de Duinen 2014 bevat alarmerende conclusies; citaat: ”Andere belangrijke nectarplanten zoals slangekruid, gewone ossetong en distels komen onder de huidige begrazingsdruk van damherten nauwelijks tot bloei.”

Twee zeldzame vlindersoorten dreigen te verdwijnen uit uw bar slecht beheerd natuurgebied. De Duinparelmoervlinder verliest het nectar van de wilde ligusterstruiken omdat de herten in hoog tempo bezig zijn de bast van deze kenmerkende duinsoort te schillen.

Pas aanstaande zomer is een nieuw Faunabeheerplan gereed, zegt de wethouder. Dan volgen nog de verweren van de dierenbescherming. Op zijn vroegst in 2016 kan tot aantalsreductie worden overgegaan.

Om de Nbwet na te leven moet de wethouder de aantallen wel reduceren.
Niemand wil meer doden dan noodzakelijk. Wacht daarom niet lijdzaam dat Faunabeheerplan af, zoals de wethouder wil. Zet er zeer grote spoed achter, zodat in de herfst van 2015 met afschot wordt begonnen. Dat is mijn dringende vraag aan u.
Dat ene jaar scheelt het nodeloos afschieten van ongeveer 1400 herten!

K.Piël, Herstel Inheems Duin

Noten:

1. Wethouder Kock stelt in zijn brief van 10 december 2014 dat voorjaar 2014 er 2200 Damherten zijn geteld. Door geboortes kwamen er 1000 dieren bij. De aanwas bedraagt 45 procent.
Deze winter zullen volgens hem ongeveer 400 dieren sterven. De populatie groeit dan aan tot een voorjaarsstand in 2015 van 2800 exemplaren. Van 2200 naar 2800 is een jaarlijkse groei van 27,3 procent (600 : 22= 27,3).

Voorjaar 2015 begint populatie met 2800 damherten (stelt wethouder).
Voorjaar 2016 begint populatie met 2800+764 (27,3%)=3564.
Zomer 2016 is (bruto)aanwas 45% of 45×35,64=1603.
Herfst 2016 is de populatie groot: 3564+1603=5167.
”1400 herten”: 5167-3564=1603 (sterfte in 2015 en 2016 niet meegerekend), vandaar arbitrair 1400 herten.

2. De wethouder schrijft in de brief van 10 december 2014, dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

Verstand op nul. Natuurlijk proces op oneindig

In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr geworden.
In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr…..

 

Gezien de zorgelijke toestand waarin de Amsterdamse Waterleidingduinen met het Damhert kwam te verkeren nam de Amsterdamse gemeenteraad op 11 september 2013 de motie Jager (PvdA) aan.

De motie stelt dat: ‘’Waternet overgaat tot duurzaam beheer van de kudde, gericht op stabilisatie van de populatie waarbij natuurlijke processen zoveel mogelijk een beloop krijgen.’’

Volgens de motie mocht er ook niet worden bejaagd. Ogenblikkelijk rijst de vraag of een jachtverbod niet in conflict komt met de doelstelling van een ‘’stabiele populatie’’.

Want alleen beheersjacht garandeert de nodige stabiliteit, althans in de aantallen. Nu de motie de jacht uitsluit zal de populatie doorgroeien tot ‘aan het plafond’, tot het moment dat de voedselvoorraden voor de Damherten zijn uitgeput. Dan is de hertenpopulatie inmiddels tot fabelachtige dichtheden aangezwollen, in een mate zoals die onder meer natuurlijke omstandigheden niet zal voorkomen.

Jager wil evenmin de Wolf introduceren. Ik bedoel hier meneer Jager, het raadslid. De hoge aantallen herten die nu al jarenlang de Awd onveilig maken tot schade van flora en fauna staan in geen enkele reële verhouding met de natuurlijk processen zoals de motie die beoogt. De vraag staat hier centraal: wat is een ‘natuurlijk proces’.

De beheerder slaat geen acht op de co-evolutie

De door Amsterdam gewilde natuurlijk processen kunnen het niet stellen buiten de natuurlijke predatoren. Zoals de Wolf, die in staat is onder natuurlijke omstandigheden de aantallen herten drastisch binnen de perken te houden.

Maar eerst iets over de invloed van de Wolven, en mogelijk andere roofdieren, op de vorm en functie van het Damhert. Wat gebeurt als de Wolf er niet meer is; treedt er bij herten geen domesticatieproces op? Inderdaad, de Damherten dreigen eigenschappen te verliezen die ze in een langdurige co-evolutie met hun roofvijanden hebben verworven .

Over enkele eigenschappen die de waarnemer opvallen. Bij herten valt de sprint op. De aanvallige dieren bezitten tevens een goed gehoor. Die eigenschappen stellen de herten in staat een snel heenkomen te zoeken wanneer roofdieren, Bruine beren en Wolven en in mindere mate de Lynxen, in de buurt komen.

Beide kenmerken, gehoor en loopvermogen, versterken elkaar, ze vergroten de voorsprong .Toch vallen er dieren ten prooi. Maar zonder de ver ontwikkelde zintuigen -en de loopspieren en het ranke gestel- stierf het hert uit, werd het door zijn predatoren nét wel uitgeroeid. Het natuurlijk evenwicht bestaat wel.

De oren zijn er niet op gespitst om het gras te horen groeien, zoals de heer Jager aan het Waterlooplein misschien denkt. Neen, het gras vinden ze op het zicht, waarbij herten wellicht verder selecteren met het reukvermogen. De viervoeter heeft zeer waarschijnlijk ook niet zulke snelle poten gekregen om voor de hete zomerzon uit het bos in te vluchten, voor koelte en schaduw. De bosrand haalt hij voor dat doel evengoed.

De motie hield geen rekening met deze co-evolutionaire kant van het Damhert. In de uur durende beraadslaging in de Amsterdamse raad, die in zijn geheel was gewijd aan leven en dood van bambie, miste ik node een snuggere opmerking hierover.

Maar als je niet bereid bent om voor jezelf een voorstelling te maken van het natuurlijke habitat van het hert, spreek dan liever niet van natuurlijk processen. Dat is een te dure term voor raadsleden, die in de regel weinig op hebben met natuurbeheer.

Predatoren bepaalden voor een deel tijdens een langdurige evolutionaire interactie anatomie, fysiologie en ecologische functie van herbivoren, inzonderheid de herten. In het geval van een wegvallen van dat ene aspect -dat miljoenen jaren omvattende natuurlijke proces van predatie-, zijn die verworvenheden van het Damhert onherroepelijk aan erosie onderhevig. De alertheid neemt af: er zijn geen roofdieren die op herten loeren en de laatsten hoeven niets meer in de gaten houden. Gevolg: bambie wordt aartslui. Verworven karakteristieke biologische eigenschappen worden aldus danig op de proef gesteld, het resultaat is verandering van fysiologie en anatomie. Als gevolg van een niét langer verlopend natuurlijk proces verminderen reuk en gehoor, deze veranderen hoe dan ook; het proces is niet langer een natuurlijk proces. Wel een spontaan proces, de mens grijpt niet in.

De grote roofdieren keren waarschijnlijk niet gauw terug in de AW duinen. Voor de Wolf is het gebied te klein om een roedel te bevatten die een effectieve wolvenjacht mogelijk maakt. Zelfs is het de vraag of een behoorlijke roedel een onnatuurlijke overpopulatie qua aantal weet terug te brengen tot meer natuurlijke proporties. In de literatuur lees je van schaarse voorvallen waar een dergelijke aantalsreductie achterwege blijft.

Afgezien van de getalsmatige kwestie ziet de toekomst er voor het Damhert in de Awd er dus weinig rooskleurig uit. Dat het hert in ons land wegens het ontbreken van natuurlijke predatoren een domesticatieproces tegemoet gaat, -we kunnen het Amsterdam niet euvel duiden. Jager gaat wat dat betreft vrijuit. Maar niet de jagers als groep.

Hun hulp roepen we in om de aantallen herbivoren te limiteren, zoals de natuurlijke predatoren dat in het verleden deden.

Geen topnatuur zolang de begrazing óver de top is.

Omwille het oplosbare vraagstuk der aantallen zou de van de natuurbeheer vervreemde stadsmens niet langer de baas moeten willen spelen over de natuurbeheerder. De raadsleden moeten een kloek besluit nemen en het beheer overlaten aan de vakmensen: de natuurbeschermers. Die zijn overal ter wereld gewend te beheren, ook met het geweer. Waarom zou je de  ‘Topnatuur’ van de Awd uitzonderen?  De directeur van de Awd, de heer Cousin, liet de handige pr-kreet Topnatuur ongegeneerd knallen tijdens een commissievergadering. Zijn onderzoekrapporten, die elke keer weer meer hertenschade melden, spreken geenszins van Topnatuur.

Welke vegetatie zal onder begrazing van herten ontstaan? Een belangrijke vraag voor de instandhouding van de biodiversiteit. Bij een natuurlijke lage dichtheid (deze wordt uitgedrukt in aantal herten per 100 hectare), behoudt het bos zijn typische kruid- en struiklaag en de boomverjonging blijft overeind. Hoge dichtheden, met meer dan twee Edelherten per 100 hectare, brengen het bos in verval, verjonging door opgroeiende bomen blijft achterwege, en het bos veranderd op den duur in open terrein.

De vegetatiestructuur is voorts bepalend voor de plantensoorten die er voorkomen. Typische bosplanten vestigen zich  waar bos voor lange tijd kan voortbestaan. Op open terrein planten die horen bij open terrein. En planten bepalen op hun beurt het voorkomen van diersoorten. Vaak zijn dieren gespecialiseerd op bepaalde planten: de vlinder die een bepaalde plant voor nectarbezoek uitkiest en mogelijk weer een ander plant als waardplant voor zijn rups. Paddenstoelen voor het bos, of soorten die aangepast zijn aan het open grasland, enzovoort.

Predator als bemiddelaar tussen herbivoren en vegetatie

Van de 47 hertensoorten die de wereld kent, zijn er 11 die hoge dichtheden kunnen bereiken (McShea, 2005). Een van de elf is de in de Randstad veelbesproken Damhert, alias Bambie. Deze bereikt in de Awd in het binnenduinbos van het Vinkenveld inmiddels het recordaantal van 190 dieren per honderd hectare (Parels van de duinen 2014).

De motie die stelt dat de damherten, de lievelingen van het grote publiek, niet mogen worden afgeschoten, behalve de dieren die ondraaglijk lijden (en die zich dan schielijk in een verborgen struweelhoekje terugtrekken waar ze nooit door de boswachter worden gevonden; de motie is op dit punt wat aan de hypocriete kant), die motie zal niet de natuurlijk processen op gang brengen. Integendeel, in natuurgebieden waar alle oorspronkelijke ecologische relaties intact zijn, c.q. de functionele relatie predatoren-herbivoren, halen de herten in de gematigde luchtstreken zelden hogere aantallen dan twee Edelherten per honderd hectare (wat overeenkomt met vier Damherten, althans als je kijkt naar de voedselopname; overigens is de Damhert een exoot).

Dat natuurlijke aantal stemt overeen met de lage aantallen van 1 á 2 Edelherten die de bosbouwers op de Veluwe claimen om de bosverjonging voor overbegrazing te behoeden . Nu lopen in het Awd-duinbos van het Vinkenveld dus 190 damherten per 100 ha. Hoe durven de Amsterdammers een dergelijk uit elk zinnig verband getrokken aantal een natuurlijk proces noemen?

Dat was dus het tweede punt, de aantallen, waarop eens de aandacht gevestigd mag worden, niet dan na even hierboven te hebben stilgestaan bij de deformatie van een oorspronkelijk wilde soort wanneer de wilde roofdieren ophouden te bestaan.

Al met al had Jager en zijn PvdA, en in zijn kielzog de hele Mokumse gemeenteraad, er beter aan gedaan de kaken stijf op elkaar te houden in plaats van de wijsneuzen uit te hangen.

De zaak op zijn beloop laten, – bij afwezigheid van die grote vormende en limiterende factor, de natuurlijke predatie-, en het tegelijkertijd wél toestaan van onnatuurlijk hoge aantallen herbivoren doordat er een jachtverbod is op aantalsregulatie-, het betekent dat er hooguit sprake kan zijn van een spontaan proces. De les die hieruit volgt:

elk natuurlijk proces is spontaan, maar niet elk spontaan proces mag je onder die van de natuurlijke rangschikken.

De man die in de vorige eeuw de Wolf op de Veluwe wilde herintroduceren, de charismatische natuurbeschermer dr Harm van de Veen sprak eens over ’de natuur van de dakgoot’. Natuur die zich spontaan ontwikkeld kan interessant en waardevol zijn, maar correspondeert niet noodzakelijkerwijze met de natuur zoals die buiten de historische invloed van de mens om zou hebben bestaan, zo hield hij ons voor. Het ging Van de Veen vooral om een reconstructie van de meer oorspronkelijke natuur.

Met genoegen presenteer ik enige uitspraken van personen die in hun jeugdjaren met weinig aandacht het debat over de begrippen spontane versus natuurlijke natuur hebben gevolgd. Aanstonds zal blijken dat zij in de collegebanken van de vakgroep natuurbeheer hun nachtelijke roes hebben zitten uitslapen.

In het blad Duin, van de stichting Duinbehoud, poneert Arnoud van der Meulen de stelling dat populatiebeheer de ‘natuurlijke processen’ in de weg zit. Hij stelt: “Als het aantal damherten de draagkracht van het gebied nadert, remt de groei vanzelf af door beperkende factoren’’.

De uitgebreide literatuur laat er echter geen twijfel over bestaan: een van die ‘beperkende factoren’ tijdens de natuurlijke processen is de predatie. Die oefent zijn werking uit lang voordat genoemde  ‘draagkracht’ is bereikt, dat wil zeggen, lang voordat al het voor herten in voldoende mate aanwezige voedsel op is.

Het eerste slachtoffer dat in de Awd ten prooi viel aan de kaalvraat van het Damhert is het duinbos. De bast van de struiken werden geschild, de bladeren opgepeuzeld; er is daar geen ondergroei meer aanwezig. Dat was al het geval in 2011, toen  Duinbehoud het artikel schreef. Er werd gewoon geen melding van gemaakt.

Hij schrijft dat het punt van de draagkracht ‘waarschijnlijk’ al is bereikt. Toen, in 2011 waren er 1500 herten geteld. Maar voorjaar 2014 2200.  Liefst 47 procent erbij.  Kende Duinbehoud zijn literatuur, dan kon het weten dat elders in Europa voorbeelden waren van 6000 Damherten, en daar kan het naar toe gaan.

In de grond van de zaak heerst er diepgaande onkunde over het verschil tussen spontaan en natuurlijk. ‘Afschot is een kunstmatige  ingreep die al deze natuurlijke processen verstoort’, schrijft Van der Meulen onbekommerd. Elke natuurbeheerder weet dat een ingreep de natuurlijkheid kan bevorderen en nergens gaat dat zo goed op als bij het beheer van herten. Zonder die kunstmatige ingreep verliest het duin veel van zijn natuurwaarden. Hoe kan een stichting die het duinbehoud in zijn vaandel heeft staan dergelijke onzinnige dingen beweren, maar de vermeldenswaardige verzwijgen.

De uitglijers van Alterra

Groot Bruinderink is jaren onze grote nationale wildbioloog geweest, in dienst van Alterra. Onlangs ging hij  met pensioen. Hij stelt dat als gevolg van de toename van de Damherten de lagere dichtheden van de Ree ‘’als natuurlijk moet worden beschouwd’’ (Groot Bruinderink et al, 2009)

Als voorbeeld noemt hij een zeer hoge stand van 180 Damherten per honderd ha. Zulke hoge aantallen Damherten verjagen de Ree, ja logisch, maar dan hebben we het over duidelijk kunstmatige hoge aantallen. Is dat natuurlijk te noemen? Een blunder van Alterra, die bovendien de banvloek slaat met elke vorm van wildbeheer.

Bruinderink citeert zichzelf in onderhavig Alterra-rapport getiteld Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, beoordeling Damhert. Het werd vervaardigd ’In opdracht van Statenfractie Partij voor de Dieren, Noord-Holland’.  Daar komt de aap uit de mouw.

Alterra is met andere woorden niet objectief geweest. Hoe gewillig buigt een onafhankelijk geachte onderzoeksinstituut voor de wens van een politieke partij. Die maar één dogma koestert in zijn semi-religieuze vervoering, dat met vette letters in zijn catechismus staat gepend : de jager hel en verdoemenis toewensen. Pardon dierenvrienden: de plezierjager.

Groot Bruinderink en co-auteur Lammertsma merken op: ‘’gehanteerde begrippen als duurzaamheid en een natuurlijke populatiestructuur worden daarmee inflatoir: dat is immers een doel dat door de feitelijke gang van zaken [d.w.z. het afschot –kp] wordt gefrustreerd.’’

De jacht frustreert duurzaamheid? Dat is de omgekeerde wereld. Buiten Nederland wordt de jacht beschouwd als middel bij uitstek om, waar nodig, de natuurlijke vegetatie te herstellen. Zonder dat er sprake is van natuurlijke predatie -want over dat laatste hebben ze het niet-, suggereren Groot Bruinderink et al. de mogelijkheid van een ‘natuurlijke populatiestructuur’. Dan gaat Alterra er kennelijk vanuit dat de natuurlijke predatoren geen wezenlijke invloed hebben op die natuurlijke populatiestructuur? Hoe nu. Als de natuurlijk jager dan toch niet zoveel verschil uitmaakt, dan leidt menselijke bejaging wellicht tot een even natuurlijke populatiestructuur, of een die daar in de buurt komt. Als je maar onder de juiste leeftijden de juiste aantallen afschiet. Zo zie je maar wat drank aanricht in de collegebanken.

Inflatoir is het begrip natuurlijkheid, zeker op de manier waarop Alterra dat  opvat.  Misverstaan, omdat het rapport voorbijgaat aan de meer natuurlijke dichtheden.

De dichtheden van de herten zijn bepalend voor een al of niet natuurlijk te noemen vegetatie (met name het duinbos), of bepalend bij de instandhouding van overige biodiversiteitswaarden (zoals het open duinlandschap dat deels een artefact is). De jacht is het enige middel van beheer, en uitgerekend dat middel noemt Alterra ‘frustrerend’. Alterra kan onderafdeling van Duinbehoud worden.

De Totale Bambie is geen Natuurlijk Proces.

Een andere grootheid in de geweldige Nederlandse natuurbehoudswereld is de bekende Frans Vera. Nederland mag hem dankbaar zijn voor de totstandkoming van het oostelijke deel van de Oostvaarderplassen. Daar was oorspronkelijk een spoorlijn geprojecteerd. De man weet als geen ander politicus in de lage landen de publiciteit  flink naar zijn hand te zetten. Door zijn publicaties werd de spoorlijn, die er al bijna lag, naar het oosten op geschoven.

Voor het overige is de man een leger des heils soldaat, vooral verveelt hij met zijn niet aflatende propaganda voor zijn theorieën over het natuurbeheer, inzonderheid het karakter van de bossen zoals die hier van nature volgens hem zouden voorkomen.

Zijn fundamentele preken over de Nieuwe Wildernis trekken al decennia lang volle zalen en oogsten veel bijval. De volksmisleiding resulteerde in overbegrazing en afbraak van het Nederlandse bosareaal, de natuurontwikkelingsgebieden kregen niet de kans uit te groeien tot  biologisch interessant en veelzijdig natuurterrein.

De OVP is een door veredeld huisvee kaalgegraasde kleivlakte. Het is de natuurlijke metafoor van een plat gebombardeerde stad in oorlogstijd. Vanuit de trein is het elke keer een spektakel om naar te kijken, daar niet van. Gelukkig is zijn theorie die hij goedgelovig liet steunen op hulpwetenschappen als palynologie en archeologie door de vakspecialisten in de prullenbak gegooid. Voor sommigen was zijn proefschrift Metaforen voor de Wildernis aanleiding om gericht naar antwoorden te zoeken op concrete vragen die het opriep. Om vervolgens zijn bostheorie nog een knauw na te geven.

Frans Vera kan je met gemak de Messias van de Oernatuur noemen, de Verlosser van het naar Authentieke NatuurErvaringen smachtende volk. Iemand die iets bijzonders weet te verkondigen over de afstamming van de wereld, kan altijd rekenen op een sekte die voor hem door het vuur gaat.

Over de Oostvaardersplassen verscheen, zoals dat toegaat, een oud-testamentisch aandoend beeldverslag, een film. De Nieuwe Wildernis. Velen waren ontroerd, sommige verlieten de bioscoop onder het plengen van stromen tranen. Dat zielige veulentje, en toch zo echt Op en Top Wildernis.

Maar een religie of een socialistische dwangstaat kan het niet lang volhouden zonder inquisitie of concentratiekamp. Het OVP-vee mag daarom periodiek massaal doodhongeren. Het is de prijs voor de afwezigheid van Wolven en Bruine beren. Die hadden de aantallen herbivoren anders op hun gulzige manier al verslindend gedecimeerd. Maar dan was de ‘ecologische draagkracht’, die helaas ten onrechte als norm is gaan gelden, in de vorm van hongeroedeem met bijbelse proporties, nooit bereikt.

De Oostvaardersplassen liggen in een droogmakerij. De Amerikanen zijn gek op Holland. Eenkennig lopen de yanks weg met onze klompen, dijken en polders. Des te bewonderenswaardig dat Vera, de om zijn betrouwbare nieuwsvoorziening geroemde The New York Times op 18 september 2013 zover wist te krijgen de door hem in het leven geroepen mythe zonder enig kritisch commentaar te laten afdrukken; ”This gave a window into what large parts of the Netherlands looked like in the past’’

Waarmee Vera weer een staaltje te beste gaf van zijn grote overredingskracht. Bij ons thuis lezen we in het boek Wildernis in Nederland-het verhaal van bossen en beesten, zijn evangelie er nog eens goed op na. We lezen de blijde boodschap van een ‘nagenoeg ongerept oerlandschap’. Het is een echt kerstverhaal. De film werd ook in de kerst op de tv vertoond.

De kracht van Vera zit niet zozeer in zijn argumentatie. Die snijdt geen hout, het is meer orakeltaal á la Lou de Palingboer. Als begaafd pr-man is hij desalniettemin razend populair onder de journalisten van de Nederlandse kwaliteitskranten. Die zijn tuk op de laatste berichten uit de kersverse Oernatuur. Ik lees die verhalen altijd met genoegen, wat is leuker dan je tot op het bot ergeren, het maakt het leven met zijn opflakkerende momenten van saaiheid  de moeite waard.

De laatste jaren lijkt Sinterklaas op zijn retour. Hij zoekt steun en toeverlaat bij het kader van de PvdD. Dat de diersentimentalisten fel opponeren tegen de beheersjacht, moet Vera wel bevallen. Zijn afgodsbeeldje van de oernatuur is die van enorme kuddes herbivoren die permanent de bossen door kaalvraat een zeer open karakter verlenen, terwijl hij kranig volhoudt dat de predatoren een ondergeschikte rol spelen bij het reguleren van de aantallen herten. Zware boekenkasten van de wetenschappelijke instituten die bijna unaniem het tegengestelde verkondigen, hoeft de grootste illusionist die het Nederlands natuurbehoud voortbracht niet weg te toveren. In ons land heb je die boekenkasten niet. Anders zou hem dat met het grootste gemak lukken. Niet nodig ook. Geen natuurbeheerder leest immers die boeken.

De Awd is op weg naar een tweede Oostvaardersplassen en het grote publiek vindt het prachtig. De nieuwe duinwildernis van de Awd zal op den duur ook een oerrrr spannende Serengetivlakte opleveren. Dat zomaar in eigen land. En je hoeft er geen dure reis voor te betalen. En de jager zetten we neer als een buitengewone schoft, een barbaar. In een land waar 95 procent van de bevolking met smaak en plezier vlees naar binnen werkt – zo vlak na kerst ligt men onder de uitvallende dennenaalden nog bij te komen van de tonnen wildbraad en kalkoen-, is het ironisch genoeg populairder dan ooit om met zijn allen mee te doen aan de hetze tegen de plezierjacht.

Natuurbeheerders doen er angstvallig het zwijgen toe. De kale biologisch verarmde vlakten waren nimmer hun oorspronkelijk doelstelling geweest. Maar niemand interesseert het zolang die vlakten goed zijn voor het draagvlak van het natuurbehoud en de ledenadministratie.

Mij komt het voor dat er een diepe tegenstelling is ontstaan tussen de dierenbeschermers enerzijds en de natuurbeschermers anderzijds. De laatste zijn voorlopig aan de verliezende hand. Of het is al veel erger, ze gingen er massaal met de staart tussen de benen vandoor om een holletje te zoeken onder de welriekende rokken van toverkol met bezem, M. Thieme in Den Haag, dat andere fenomeen. kp

Literatuur

Groot Bruinderink, G.W.T.A en D.R. Lammertsma. Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, Beoordeling damhert. Alterra-rapport 1930, Wageningen.

McShea, William J. 2005. Forest ecosystems without carnivores: When ungulates rule the world. Bladzijden 138-153 in: Large Carnivores and the Conservation of Biodiversity. 2005. Island Press, Washington, Covelo, London

Vera, F.W.M., Buissink, F en Weidema. 2001. Wildernis in Nederland –het verhaal van bossen en beesten. Trion, Baarn

Vermeulen, Arnoud van der. 2011. Damherten in de duinen. Een grazende attractie. Julinummer DUIN

Parels van de duinen 2014, -download: https://www.waternet.nl/media/721965/parels_van_de_duinen_2014.pdf