Categorie archief: PvdD

In de Awd gaan ze actief beheren!

Nog tot 2016 zal de populatie zich mogen uitbreiden ten koste van de natuurwaarden
Nog tot 2016 zal de populatie zich mogen uitbreiden ten koste van de natuurwaarden

 

Is er heus vooruitgang in het beheer van de Amsteldamherten?

Op de website van gemeente Amsterdam is een brief geplaatst van wethouder Udo Kock, datum 10 december. Daarin lees je dat men over wil gaan tot Actief beheer in plaats van louter Reactief beheer.

Eindelijk! De jacht werd door de linkse partijen altijd met groot succes tegengehouden, doden  was immers niet beschaafd. Is de kogel door de linkse kerk? De brief kwam me gisteren onder ogen, 12 december. Juist een dag eerder ontdekte ik dat er een onthullend rapport was verschenen. Uit dit rapport Parels voor de Duinen 2014 heb ik uitvoerig de belangrijke schadegevallen die men constateerde geciteerd, alsook een gewichtige aanbeveling die de onderzoekers zelf deden maar waarvan in een zwevend tekstkadertje door Waternet direct afstand werd genomen.  Als zelfs de natuurbeheerder die er met zijn neus boven opzit, de enorme schade door de overpopulatie in twijfel trekt, hoewel het rapport klare wijn schenkt, hoe diep mag niet de moed van de vrijwillige natuurbeschermer zinken.

Ik raad u aan de serie bevindingen uit dat mooie rapport Parels van de Duinen te lezen, zie vorige bericht Parels voor de Zwijnen.

Naar aanleiding van mijn herleefde belangstelling voor de hertenproblematiek, teweeg gebracht door dat pareltje van duinonderzoek, meende ik gisteren een email met mijn bezwaren en commentaren apart te moeten opstellen en deze op te sturen naar personen die lukraak gekozen waren uit een lijst met namen, duinbehouders en zo. Ik kreeg prompt een reactie binnen van de heer Jasper Groen van GroenLinks uit Amsterdam. Hij wees mij op die kersverse brief van 10 december, waarvan ik het bestaan nog niet kende. Dank.

In zijn brief stelt wethouder financiën Udo Kock dat ‘’de zorg over de toestand van de natuurwaarden toeneemt’’ en dat ‘’de biodiversiteit onder druk komt te staan’’.

Onder druk KOMT te staan?  Die biodiversiteit staat al héél lang onder druk. Al in 2004 toen er iets van 400 herten waren wilde toenmalig wethouder Hester Maij van het CDA al aantalsbeperking, en beheerder Rik Schoon stelde in een NRC Handelsblad van 2001 dat een theoretische stand van 700 herten ‘’eigenlijk al te veel’’ was.

Daarmee ben ik het eens. 140 Damherten -het officiële getal mijn inziens-zijn voorlopig nog te veel, gezien de herstelopgave in sommige duingraslanden en struwelen. En wat te denken van Damherten die neigen tot samenscholen in de reeds zwaar aangetaste duinbossen en die elk herstel zullen belemmeren? Zo’n 200 herten per honderd hectare telt deelgebied Vinkenveld! Terwijl maximaal 4 Damherten zijn toegestaan wil althans de ontwikkeling van bosverjonging, struiken en kruiden mogelijk zijn.

Wilde wethouder Kock beweren dat de getelde stand van 2200 exemplaren in 2014, die vijf en half keer groter is dan de officieel getelde 400 Damherten in 2004, nu pas de natuurwaarden onder druk zetten? Ecologisch rekenen is wat anders dan economisch.

OBN-deskundigen stelden vorig jaar vast, dat de schade aan de duinbossen vele jaren geleden al tot stand moet zijn gekomen, gezien het verschil in de ouderdom van de weelderige struik-vegetaties in de exclosures en de kale toestand in de omgeving daarbuiten, waar de herten komen. Van onderhout was in de omgeving geen spoor meer te vinden, en vele jaren gaan erover heen voordat het dode hout van kaalgevroten struiken  is verteerd.

Wethouder Kock (D66) heeft gelukkig besloten dat er iets moet gebeuren. De oorzaak is de houding van de beheerders in het omringende deel van Natura 2000 Kennemerland Zuid. Met hen moeten afspraken worden gemaakt en er moet een beheersplan voor de dag komen waar de provincies, die een leidende rol hebben, tevreden mee zijn. Kock schrijft dat de ‘’gezamenlijke partijen’’ de noodzaak inzien om ‘’tot beperking van de populatie damherten door ‘Actief beheer’ (Art. 68) over te gaan.’’

Met deze overstap is overigens bewezen dat het ernstig door diersentimenten geplaagde Amsterdam door andere natuurbeheerders moet worden gedwongen tot een realistisch wildbeheer. De hoofdstad leidt niet.

De wethouder stelt vast dat het huidige Faunabeheerplan niet toereikend is om de natuurwaarden te beschermen. Onheilspellend is, hij verwacht dat het nieuwe Faunabeheerplan én het Natura 2000-beheerplan pas rond de zomer van volgend jaar gereed zijn.

Volgens zijn brief neemt de stand dit jaar al toe met netto 600 dieren, en dat is bijna het totaal aantal dat Schoon dertien jaar geleden al te veel vond! Dan zal bovendien naar verwachting de stichting Faunabescherming een bezwaar- en beroepsprocedure starten. Dat kan dus al met al een jaar gaan duren. Dan is er pas eerst in 2016 aantalsregulatie! Dan is er een extra toename van komend jaar netto circa 750 dieren (jaarlijkse groei 27 % ) en die komen bovenop het aantal van 600. Samen netto 1350 bambies erbij, en dat alles doordat er geen haast schijnt te zijn, doordat de ambtelijke molens traag draaien. En daar draait alles om: voortgaande  degradatie van de natuurwaarden is in het geding.

De dierenbescherming kan nu weten dat de aantallen door regulatie onherroepelijk naar beneden bijgesteld zullen worden. Ze zou beter met afschot nú kunnen toestemmen. Afschot nu uit de weg gaan betekent in een later stadium alleen maar méér afschot, veel meer. Is dat moreel in overeenstemming te brengen?

Het zal niet gauw gebeuren. Het doden van dieren is in hun ogen barbaars, en daardoor kan je als leek wel denken dat zo min mogelijk doden de voorkeur verdient, maar principes zullen voorgaan.

En nu de heer Jasper Groen van GroenLink. Zijn partij stond altijd vooraan om de hertenschade in twijfel te trekken, elk jaar was het motto: eerst nog maar eens een jaartje de ontwikkelingen in onze kostelijke natuur aanzien.
Mevrouw Van Roemburg, GL, liet in de raadszaal september vorig jaar weten dat er na het ‘prachtige college van collega Van Lammeren aan het debat niet veel meer valt toe te voegen’. Samen met de PvdD (Van Lammeren), SP en D66 diende haar partij een motie in om alleen zieke, zwakke en hongerige dieren af te schieten.

(De motie Jager werd echter aangenomen, maar dat is een klassiek glibberig politiek geval die alle opties open laat behalve de enige juiste en waar ik nog steeds niet op ben afgestudeerd, maar het kwam dus waarschijnlijk neer op reactief beheer.)

Groen pocht op zijn website te streven naar ‘’eerste klas natuurgebieden’’. Bij hem geldt een kaalgevreten duinlandschap als eerste klas natuur. Een nadere toelichting op een eventuele beleidswijziging van jaren volgehouden star GL-beleid geeft hij niet, zodat we mogen concluderen dat GL op de oude voet doorgaat.

Maar de goede Nbwet is dwingend en trekt zich niets aan van modieuze politieke prietpraat.
kp

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/action=view/id=229157/type=pdf/brief_10-12-14_weth_Waterbeheer_Kock_uitvoering_motie_725_van_2013_over_beheer_damherten_in_AWD.pdf

Ons natuurbehoud geeft misleidende informatie over de Oostvaardersplassen

OVP 4magesCECCENTY

Over de verdienste voor het natuurbehoud van de Oostvaardersplassen gesproken:

De OVP is zeker geen voorbeeld voor een Holland zoals zich dat tot op heden ontwikkeld zou hebben als de mens niet ons land was binnengekomen, als er dus geen menselijke invloed was geweest. Natuurbehoud doet voorkomen alsof dit wel zo is.

Het drooggelegde stukje IJsselmeer waaruit de OVP is ontstaan -en voorheen golfde er de nog meer oorspronkelijke, brakke Zuiderzee-, is geen kopie van de oernatuur, ook niet van een voorbeeld zoals dat elders in een oer-Holland had bestaan, of nog zou hebben bestaan.

De grote verdediger van het huidige gebied en zijn beheer, de bioloog  dr. Frans Vera, kwam in 1997 met een dik proefschrift voor de dag, ‘’Metaforen van de Wildernis’’. Daarin poneert  hij dat de niet door de mens beïnvloede natuur in Noordwest-Europa bestond uit grote kuddes grazende zoogdieren die de bossen een zeer open karakter verleend zouden  hebben, een soort parkbossen. Zijn theorie is door palynologen , archeologen en ecologen onderuitgehaald.

Ons land kende van oorsprong maar weinig wilde runderen en paarden; de laatste werden vrijwel niet gevonden in oude kampplaatsen uit de prehistorie.  Wel lagen er relatief veel botten van het Edelhert. Paarden konden  moeilijk vooruitkomen in een land dat doorsneden was met rivieren en beken, overdekt met vele  moerassen. De zeer uitgestrekte, onbegaanbare hoogvenen boden al helemaal geen paardenbiotoop.

Er is ook geen enkel bewijs dat grote groepen ganzen de rietvelden in toom wisten te houden, zoals Vera en Staatsbosbeheer beweren. De vergelijking met Serengeti  Nationaal Park gaat mank, daar heerst een geheel ander klimaat en de set aan Afrikaanse zoogdieren is onvergelijkbaar anders, veel soortenrijker en mede daardoor andere ecologisch-functionele relaties. Maar steeds komen ze weer met Afrika aanzetten. Want dat is handige pr.
Safari! Spanning! Romantiek!

Voor de hand ligt daarentegen een vergelijking met Europa en Noord-Amerika, op beide continenten waar vrijwel dezelfde diersoorten voorkomen. Uit een omvangrijke, voornamelijk wetenschappelijke Amerikaanse literatuur komt het beeld naar voren van een (oer)natuur waar de aantallen hertachtigen flink laag worden gehouden door een gecombineerd predatie van Bruine beren, Wolven en Lynxen in Europa; in Noord Amerika bovendien de Poema. Top-down control overheerst Bottum-up.

Meer dan twee herten per honderd hectare, dat is één vierkante kilometer, kwamen in de meer oorspronkelijk natuur op het noordelijk halfrond waarschijnlijk niet voor. Voor de OVP, als een te herstellen natuur naar een meer oorspronkelijk aanzien, mogen we dan rekenen op iets van totaal veertig Edelherten; daarboven is kennelijk te makkelijke prooi voor de roofdieren.

Oerossen kwamen hier waarschijnlijk in kleine kuddes voor. De Wisent is nooit in Nederland vastgesteld; anderzijds stelt Vera wel zeer terecht dat de Wisent in de loop van de tijd zijn natuurlijke areaal mogelijk over Nederland had kunnen uitspreiden. Goed die Wisent loopt er nog niet. Maar het wilde zwijn ontbreekt in de OVP, voor mij is dat een compleet raadsel. Die moet je als oorspronkelijke omnivoor en belangrijke bodemwoeler juist uitzetten.

Doordat onderhand al het struweel en het bos in de OVP is weggevreten of de bast is geschild, en door de onnatuurlijke grote overpopulatie aan grazers, kun je hier niet spreken van een voorbeeld van oernatuur. Of zelfs iets wat er in de verte op lijkt.

Ook ontbreekt het aan de aanwezigheid van Bruine beren en Wolven, die voor een volwaardig ecologisch functioneren essentieel zijn. Zonder deze grote predatoren heeft de vegetatie een totaal ander karakter, er ontstaat een andere natuur dan oorspronkelijk van nature aanwezig. De grote predatoren hielden de stand van  Vossen en Dassen laag. Bij gebrek aan grote predatoren komen deze mesopredatoren al te overvloedig in onze natuur voor; de beheersjager kan anders iets rechtzetten.

Wat vrijwel een onzinnig voorstel is. In Nederland spelen de diersentimentalisten meer en meer de baas over het natuurbehoud.

Zelfs Natuurmonumenten is recent overstag gegaan. Deze vereniging heeft onlangs een taboe uitgesproken over het ‘pro-actief’ jagen. Daarmee is de toon gezet van  een onheilspellende ontwikkeling binnen het natuurbehoud. Het anti-jacht sentiment zal in de bossen van haar natuurmonument uitdraaien op overbegrazing, op het verdwijnen van de struik- en kruidlaag en de natuurlijke bosverjonging loopt groot gevaar. Als je slechts één facet van het beheer laat domineren over alle andere, waarmee ben je bezig? Met facetbeheer. Het foute voorbeeld van de OVP werkte bij de afweging van de argumenten kennelijk niet afschrikwekkend genoeg.

In de fatale beslissing om de stand van de herten niet langer op een meer-natuurlijk peil te houden, zal het vooruitzicht van een vertoornde toverkol uit Den Haag, Marianne Thieme, de grootste rol hebben gespeeld.  Dat moet gezegd, met vlag en wimpel slaagt haar partij, -die verder ook niets opheeft met natuurbescherming (alle invasieve exoten bereidt de Partij voor de Dieren een hartelijk welkom!)-,  erin om een leger stoere boswachters naar haar pijpen te laten dansen. De boswachter is overal in ons land van een streng toezichthouder afgezakt tot een bedenkelijk soort gastvrouw die voor alle gasten een even vriendelijk woord overheeft.

De Zeearend is hier komen aanvliegen vanwege de rust die er heerste. De waarde van deze zogenaamde Nieuwe Wildernis  is er volgens mij dan ook in gelegen dat er tot voor kort haast geen recreanten werden toegelaten, en dat is voor het natuurbehoud in Nederland onderhand werkelijk uniek en zéér opmerkelijk te noemen.

Eindelijk konden we wat dát betreft spreken van een ‘echt’ natuurreservaat! De Nederlandse natuurgebieden worden platgelopen en de natuurbeheerders doen er alles aan om  er nog meer mensen in te proppen. Het laatste is goed voor het Draagvlak van het natuurbehoud! (Echt natuurbehoud bestaat niet in Nederland, wél valse profeten.)

Voor een hoop Nederlanders vormen de OVP dé ongestoorde oorspronkelijke natuur. Dat valse beeld wordt door een onverantwoorde natuurbescherming keer op keer bevestigd. De sensationele propaganda- bioscoopfilm, de Nieuwe Wildernis, is daar ook debet aan.

Het gebied is inmiddels zo populair geworden dat de staatsboswachter de aandrang van de liefhebbers om in het gebied rond te mogen struinen niet langer schijnt te kunnen weerstaan, -een sussend woordje om die allerlaatste ontwikkeling, dat laatste zetje, tegen te houden, hielp hen niet meer-, en eerdaags zie ik de poorten ook voor het trailrunnen nog wel openvliegen. Dwars door de ontbindende lijken van de Konikpaarden de moerassige overkant zien te bereiken. Wow! Gaaf!

Je kan er al barbecues bestellen, al blijft dat nog beperkt tot een nieuw safari-achtig onderkomen. Verdorie, steeds meer Afrika. En echte landrovers!

Maar minder en minder oernatuur, en hoe langer hoe meer een pretpark. In een Flevopolder die oorspronkelijk voor het gewone boeren werd drooggelegd.

kp

Ps. Uitgebreider dan hierboven zijn de kritieken die verschenen in Woorden over de Wildernis, een uitgave van Natuurmedia uit Amsterdam, 2014.

Lees vooral de artikelen van Frits van Beusekom, ex-directeur bij Staatsbosbeheer, en Koos Dijksterhuis, schrijver, o.a. in dagblad Trouw.  Die heien het OVP-beleid voorgoed de drassige grond in.

 

Natuurmonumenten wil niet langer deskundig beheren

knik
Waar gaat dat naar toe paardje? Lok jij de natuurbeheerder niet op een vals spoor? Het lukt je wel aardig hoor!

 

Onvoorstelbaar. Hoe in korte tijd onze vaderlandse natuurbescherming afscheid neemt van de beheersjacht. En dat onder valse vlag. Door het simpelweg negeren van de wetenschappelijke kennis over de ecologische verhoudingen in de natuur.

Natuurmonumenten blaast onder zijn nieuwe dirigent Marc Van den Tweel een vals deuntje met de Partij voor de Dieren. De partij die zo allergisch is voor het doden van onschuldige dieren, die bambies aait om het gevoel van het zuivere aaien.

Marc van den Tweel voelde aan waar de sympathie bij de meeste Nederlanders ligt, en deze door de wol geverfde public relation-manager weet dus waar de meeste ledenwinst te behalen valt. Hij wil ook niet dat zijn Natuurmonumenten bij de ANWB achterblijft.

De kern-opdracht van Vereniging Natuurmonumenten is het beschermen van de natuur. Dat is op zichzelf een vak.  Wat steekt er toch achter dat je als vakman opeens de hulp van het publiek inroept? Is dat niet vreemd?

In dagblad Trouw zegt Van den Tweel vandaag: “Via onze wild-enquête hebben we de Nederlanders gevraagd hoe zij denken over het voorkomen van wild en wildbeheer in Nederland. Dat beleid werd veelal bepaald door deskundigen.  Uit onderzoek blijkt dat de bevolking juist meer wild in de natuur wil zien, terwijl de overheid terughoudend is.”

Nou, dat laatste geldt niet voor de gemeentelijk overheid van Amsterdam. Die laat het damwild in zijn waterleidingduinen ongebreideld groeien. Maar duidelijk blijkt wel uit Tweel’s woorden: het gewone volk krijgt het bij Natuurmonumenten voor het zeggen. Adieu deskundige wildbeheerders, de groeten natuurbehoudsecologen!

En het wordt nog wat als Van den Tweel nu al een enquête aankondigt voor volgend jaar, naar de recreatievoorkeuren bij het grote publiek. Wat ik al eerder begrepen heb van zijn voorkeuren: dat wordt één groot pretpark met onbeperkte mountainbikeroutes, extra aanlegsteigertjes voor het kanovaren, en noem maar op: één groot gezellig Vondelpark, op landelijke schaal toegepast. In de resterende natuurgebieden. Tabé stille natuurmonumenten!

Terwijl iedereen weet dat de meeste Nederlanders meer gebaat zijn bij extra recreatiefaciliteiten dan bij meer natuurbehoud. Het is vragen naar de bekende weg , beste Marc, en iedereen weet dat.

De nu gehouden wild-enquête draait er in elk geval op uit dat de beheersjacht  wordt afgeschaft. Kaalvraat, zoals iedereen die al kent van de Amsterdamse Waterleidingduinen en de Oostvaardersplassen, dat is het lot en ontluisterend beeld in de natuurmonumenten van de nabije toekomst.

Graag had ik op deze plaats eerder willen berichten over het omvangrijke en fantastische proefschrift van Tjitze (‘Cis’) van Vuure, -februari dit jaar gepromoveerd tot doctor- met de titel Van kaikan tot konik, feiten en beeldvorming rond het Europese wilde paard en de Poolse konik.

Het kwam er niet van, want dit voor mij bijna heilige geschrift behelst (evenals zijn eerder verschenen boekwerk De Oeros, het spoor terug) -onder andere- een zeer fundamentele aanval op de theorie van Frans Vera, de grote succesrijke voorvechter van de Oostvaardersplassen.

Zoals u weet dienen Heilige geschriften net zo fundamenteel becommentarieerd te worden als de geschriften zelf zijn. Ik heb een heel bijbelinstituutje nodig alvorens ik mijn zegje verantwoord durf te doen, maar ook een koranschriftgeleerde is aan mij verloren gegaan. Daarom ben ik als de dood er iets over te zeggen.

Nu moet ik er toch wel iets over zeggen, om tenminste énige duidelijkheid te verschaffen over de onzin pas uitgekraamd op een Partij voor de Dieren-bijeenkomst, waarvan straks een verslag. Dus eerst een korte inleiding aan de hand van het jongste geschrift van Cis van Vuure:

Hij zocht uit hoe het zat met de aantallen grote graasdieren die hier van oorsprong in de natuur voorkwamen, en om welke soorten het precies ging.

Volgens Frans Vera namelijk bestonden de oerbossen in Noordwest Europa uit een mozaïeklandschap van open bosweiden afgewisseld met stukken gesloten bos. Enorme kuddes oerossen, paarden en herten hielden volgens zijn stellige overtuiging door begrazing de verjonging van het bos tegen. Daardoor verouderden de bossen, deze stierven na verloop van tijd af. Verjonging van bos vond wel plaats tussen de oneetbare en afschermende doornstruiken.

Maar, is de hamvraag, liepen er wel zoveel runderen rond in die voorbije natuurlijke bossen? Andere wetenschappen dan Vuure’s meer ecologisch getinte zoölogie ondermijnen al Vera’s geloof in het open bostype . Zo vindt de archeologie vrijwel geen botten van runderen en paarden in de kampen van meso- en neolithische jagers en verzamelaars, des te meer Edelherten en Wild zwijn. Vooral deze laatste soorten werden bejaagd, -omdat die toen wél aanwezig waren.  Paarden waren er vrijwel niet. Oerossen bevolkten zeer schaars de primitieve natuur, en hun invloed op de vegetatie lijkt daarmee uitgesloten. Welaan!

Een belangrijke ondersteuning zocht Vera ook in de gevonden stuifmeelkorrels. Maar de conclusies die Vera daaruit trekt blijken louter op drijfzand te berusten. Palynologen hebben zelfs gerichte onderzoeken gedaan, speciaal om bepaalde claims van Vera te weerleggen, claims die zouden aangeven dat het stuifmeel in oude bodemlagen het open boskarakter kunnen bevestigen. Volgens deze vakmensen is de theorie van het open boslandschap op hun terrein geenszins houdbaar.

Herten komen in de echte natuur alleen in lage aantallen voor

Op bladzijde 215 van zijn proefschrift haalt Van Vuure uitvoerige onderzoeken aan, die aantonen dat bij aanwezigheid van natuurlijke predatoren de aantallen hertachtigen altijd laag zijn. Enige citaten:

‘’Volgens Jêdrzejewska.& Jêdrzejewska (1998, pag. 348) neemt in het Bos van Bialowieza onder de natuurlijke doodsoorzaken voor edelherten predatie door de wolf 46 % in, en predatie door de lynx 35 %. In dit bosgebied bestaat er, historisch gezien, een duidelijke correlatie tussen de aantallen wolven en edelherten [Jêdrz…1997…]. Bij een geringe wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1980-1915) nam het aantal edelherten sterk toe (tot 5,5 herten per 100 ha). Bij een hoge wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1920-1950) was het aantal edelherten gering (0,2 tot 1 per 100 ha).

‘’In Slowakije deed afschot van wolven de edelhertenstand sterk stijgen (Pechacek 2000). Op eilanden voor de westkust van Canada had het wegvallen van predatie en/of bejaging door de mens een sterke toename van het aantal herten tot gevolg. Dit had desastreuze effecten op de vegetatie en de vogelbevolking (Martin et al. 2011).

‘’Sinds de introductie van de wolf in Yellowstone National Park in 1995 is het aantal wapitiherten in de Northen Range (het noordelijk deel van het nationale park) van ca. 18.000 (Beschta & Ripple 2010) afgenomen tot ca. 4.000 (Wyman 2013).

‘’Zie ook Van de Veen & Van Wieren 1980: ‘’….omdat bij aanwezigheid van predatoren de herten door predatie op een relatief lage dichtheid wordt gehouden’’.

Van Vuure brengt ook een zeer recent rapport onder de aandacht: ‘’Ripple & Beschta (2012) concludeerden in een uitgebreide studie van ecosystemen op het noordelijk halfrond: ‘’Wij vonden dat de dichtheden van herten in systemen zonder wolven gemiddeld ongeveer zes keer hoger waren dan die in systemen met wolven.’’

Zes keer meer herten zónder wolven!

Zes keer! En neem dan de Aw duinen. Deel de naar sommige schattingen al 2500 Damherten aldaar door zes! Kom je uit op 416 Damherten. Maar de Lynxen en Bruine beren eisten ook hun tol. Dat betekent nog minder herten. Let wel: een dergelijk laag aantal herten zou het gevolg zijn van een serieus streven naar meer natuurlijke omstandigheden.

De bobo’s die op verzoek van de Partij voor de Dieren eergisteren gezellig bijeenkwamen stelden onverdroten vast -met hardleerse oogkleppen op, geen kunst dus eigenlijk-, dat een niet door natuurlijke predatoren gereguleerde populatie niettemin natuurlijke gedragingen vertoont. Een sterk staaltje. De Trouw-journalist vroeg Van den Tweel niet om opheldering.

Hier volgt nu het letterlijk verslag zoals dat te vinden is op de website van de PvdD:

Bijeenkomst Tweede Kamer over beheer dieren in het wild: ‘Niet bijvoeren en ook niet afschieten’

10-04-2014

Wetenschappers en natuurbeheerders hebben woensdag hun visie gegeven op het beheer van dieren in het wild tijdens een bijeenkomst georganiseerd door de Partij voor de Dieren, naar aanleiding van de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten.  Natuurlijke populaties in plaats van bejaging van dieren: dat is wat de meerderheid van de mensen wil en wat volgens wetenschappers en natuurbeheerders het beste is voor de natuur.

Natuurlijke  populaties vergroten de zichtbaarheid van dieren en hebben positieve effecten op de natuur. “Mensen vinden het fantastisch om grote dieren te zien in de natuur. Het is zelfs een reden voor natuurbezoek”, aldus Teo Wams van Natuurmonumenten. Populaties passen zich aan aan hun omgeving”, zegt Hans Breeveld van Staatsbosbeheer.
Natuurfilosoof aan de Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit Jozef Keulartz legt uit: “Afschieten en bijvoeren zet natuurlijke mechanismen buiten spel. Door bejaging wordt de ontwikkeling van de natuur volledig om zeep geholpen”, aldus Keulartz. “Bij afschieten weet je niet of je de juiste selectie maakt. Er wordt ook op gezonde dieren geschoten”, geeft Femmie Kraaijveld van Staatsbosbeheer nog een argument tegen bejaging.

Er is brede steun voor het vergroten en verbinden van natuurgebieden om zo meer leefruimte te creëren voor grote hoefdieren. Voor overlast zijn volgens Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de wetenschappers  goede oplossingen, zoals wallen, hekken en roosters om akkers te beschermen.

De bijeenkomst werd gehouden om Kamerleden te infomeren over de mogelijkheden voor natuurlijk populatiebeheer, met het oog op het debat over wildbeheer op 16 april. Kamerleden werden geïnformeerd over beheer van dieren in het wild en stelden ook vragen aan de zeven aanwezige deskundigen.

Tot zover dat PvdD-verslag. Geen woord over de natuurlijke, dan wel bij ontstentenis van roofdieren, noodzakelijke menselijke aantalsregulatie. Want, beweert men koeltjes, dat wil de wetenschap niet, en de beheerders ook niet langer. Natuurlijke predatoren zijn zeker natuurlijk maar menselijke bejaging brengt althans de aantallen op een natuurlijker niveau, en dat is weer van belang voor een meer-natuurlijke vegetatiestructuur, die heeft invloed op de voorkomende planten en dieren. Wil men allemaal niets van weten. Daar zaten deskundigen bijeen.

Alle evidente feiten die Van Vuure aandroeg in zijn proefschrift  (dat eigenlijk een omvangrijk onderzoek is naar de vermeende ‘oorspronkelijke’ afstamming van de Konikpaard, de beeldvorming die het wilderige dier heeft veroorzaakt en de gevolgen voor het natuurbeheer, de ‘natuurontwikkeling’ ) werden niet alleen door de geleerden op deze PvdD-bijeenkomst doodgezwegen (noodgedwongen, dat óók wel: de gestrenge mevrouw dikke douairière M. Thieme zat immers straf voor), eveneens zwijgt de Nederlandse journalistiek het voor het natuurbeheer zo belangwekkende proefschrift van Van Vuure dood. Afgezien van de (positieve) woorden die Koos Dijksterhuis er in Trouw aan heeft gewijd.

Natuurmonumenten is een heilig huisje. Dit instituut heeft veel weg van de Hema, die wordt ook door iedereen op prijs gesteld. Echter, oude gebouwen val je niet lastig. Maar een grondig warenonderzoek moet bij Natuurmonumenten liever wel op gang komen.

Door de jacht ondervindt de natuur slechte gevolgen, zo beweert milieufilosoof Jozef Keulartz. Dat zegt hij zonder blikken en blozen waar mensen van het natuurbeheer bijzaten! Waarom brachten deze Keulartz niet de nadelige gevolgen onder ogen die de ongereguleerde megapopulatie Damherten had en nog heeft op de biodiversiteit van de duinen bij Haarlem? En heeft filosoof Keulartz nooit een verslagje gelezen over de kruiden-,  knaagdier- en vogelloze kaalvlakten die Oostvaardersplassen heet?

Anderzijds geldt natuurlijk en dat weet ik ook wel, mag je van een abstract denkende mens verlangen dat hij zich met aardse zaken bemoeit? De kamergeleerde zou in dat geval moeten bukken, hij loopt de kans  met de punt van zijn fijngevoelige filosofenneus  in de stinkende zompige moerasvlakte terecht te komen. Maar viezer zijn de smoesjes die Frans Vera de arme milieufilosoof op de mouw heeft gespeld.

Die Vera beweert over de Wapitiherten in Yellowstone National Park, in zijn Ontwikkelingsvisie Oostvaardersplassen uit 2008:  ”Het aantal wapiti’s werd niet door de wolven omlaag gebracht”.  Terwijl door de herintroductie van wolven, in 1995, in het Yellowstone N. P. het aantal wapitiherten daar met bijna 80 procent is verminderd!

Cis van Vuure trapte de klemzittende nooddeur open, en journalisten lopen gehaast verder. Die schenken geen aandacht aan hem, de verlosser, wel aan de valse natuurgoeroe Vera. Die met propagandistische kletspraat zijn kaalgevreten vlakten als onvervalste oernatuur aan de man weet te brengen. Al tientallen jaren lang, de stapels krantenartikelen puilen mijn werkkamertje uit.

Over fraudeurs valt smakelijk te vertellen en haleluja geloof is opwindender dan wetenschap. Laat de mythe van de oernatuur toch eens overwinnen! Praatzieke oplichters worden altijd het voordeel van de twijfel gegund, want de wetenschap is oersaai.  De Partij voor de Dieren is de sekte die dat laatste als eerste volmondig zal beamen.

kp

 

 

Het angstige zwijgen van natuurbehoud

nm es
Wist u dat…door de veehouderij van wel 3000 Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen de Ree daar verdrongen is. Door bambi zijn schuld. Wist u dat Natuurmonumenten zich daar geen snars iets van aantrekt. Nm wou toch natuur beschermen. Onze vereniging durft uit angst voor ledenverlies zijn mond niet open te doen.

 

Het stilzwijgen van onze natuurbehoudsorganisaties inzake het schandaal van de overpopulatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen mag onderhand verbijsterend worden genoemd.

Waar blijft de verantwoordelijkheid van de collega’s natuurbeheerders, die in de krant toch wel gelezen zullen hebben dat er iets aan de hand is?

En waarom wordt er geen stelling genomen tegen al die maatschappelijke organisaties die zich luidruchtig over deze zaak uitlaten, die onvervaard opkomen voor de dierenrechten, die elk afschot als barbaars afdoen, maar die geen oog hebben voor de instorting van de bloemplanten in de duingraslanden en de afhankelijke insectenfauna?

De dierenorganisaties maken aan het verdwijnen van de diverse struiksoorten ook al geen woord vuil. Want dat zijn immers maar planten. Lijsterbessen en zo.

Stichting Faunabescherming, de Partij voor de Dieren, de Stichting Duinbehoud, zij allen willen niets weten van een verantwoord natuurbeheer. Zij hebben het niet over de schade aan de natuur. Zij ontkennen deze botweg wanneer hen de vraag wordt voorgelegd.

”Onderzoek toont aan dat de natuur op dit moment niet achteruitgaat door de damherten”, schrijft leugenaarster, PvdD kleuterleidster, mevrouw dikke douairière M. Thieme in Het Parool van maandag 9-9-2013. In de meimaand daarvoor kwam het eerste onderzoekrapport -dat van het OBN deskundigenteam-, al tot de conclusie: ”De hoge dichtheden van de damherten in de Duinbossen hebben daar een slechte ontwikkeling van de kruid- en struiklaag tot gevolg en leiden tot grootschalig schillen van bomen in bepaalde bostypen.” (blz. 4)  . De vertegenwoordiger van de stichting Faunabescherming, de stokoude bok Harm Niesen, beweert later zelfs dat het ‘uitstekend’ gaat met de Aw duinen.

En helemaal niemand betrekt stelling tegen hun bedrog in commissie, terwijl het natuurbehoud heel goed op de hoogte is van de grote invloed van de dierenlobby in de massamedia, in de Tweede Kamer, in de Amsterdamse Raadszaal . Geen enkel tegengeluid, niet één terreinbeheerder, niet één vakman, niet één vakvrouw laat van zich horen.

Zelfs PWN, dat toch alle belang heeft bij een communaal evenwichtsniveau in de Awd én het NPZK, dus belang bij soortgelijke aantallen die in het NPZK al langer worden aangehouden -200 damherten-; van deze natuurbeheerder verneem je niets.

Ook Natuurmonumenten, de eerste buur aan de noordkant van de nieuwe recroduct over de Zandvoortselaan, wil zijn landgoed Koningshof toch niet op dezelfde wijze kaalgevreten zien zoals gebeurd is in de Awd? Waarom zit die stil, waarom geeft die geen uitleg?

Natuurmonumenten beschikt over zoveel hypermoderne communicatiemogelijkheden, faceboeken, twitters, telegraaf en televisie. Alsof die alleen over koetjes en kalfjes mogen berichten, alleen over de hartelijke meizoentjes uit ’s Graveland die u allemaal zachtjes in het oor toefluisteren: word u alstublieft lid! wij zorgen o zo goed voor alle dieren des velds!

U snapt wel, ik houd me van de domme. Ik weet heus wel, net als u trouwens, dat het de wezenloze angst is dat menig natuurliefhebber hen liever uit de weg gaat. Liever nog eer betuigen aan de voorvechter van de dierenrechten dan deze in een open dialoog te wijzen op een verantwoord natuurbeheer. Dan ze te wijzen op de algemene zaak van het natuurbehoud, die rekening heeft te houden met alle soortengroepen, en niet enkel met een loslopende aaibare vacht, nota bene van exotische huize, het Amsterdamhert.

Ru vreest de dood maar springt dapper op de bres, -voor al het leven denkt hij abusievelijk

Directe aanleiding tot dit schrijven is de opmerking in een Opiniestukje van ene Ru (vast redacteur Wim Ruitenbeek) in het blad Tussen Duin& Dijk, dat ik vanavond uit de brievenbus mocht opvissen, wat een kostelijk tijdschriftje. Hij schrijft, en hij is de zoveelste, vergoelijkend over de bambi’s:

‘’Er zijn te veel vossen, damherten, ganzen, zeggen ze.’’[…] ‘’De reactie van overheden, en helaas ook regelmatig van natuurbeheerders, is steeds dezelfde: er moeten dieren dood. Wij hebben er last van, dus zijn er te veel en moeten ze dood.’’

Ru heeft duidelijk iets met de dood, angst voor de dood misschien. Maar waarom dan de flora en de fauna die in de duinen als gevolg van de kaalvraat door triljarden herten aan het afsterven is doodzwijgen? Wees consequent Ru, en noem alles op wat zoal dood gaat.

Maar het volgende is beslist een verkeerde voorstelling van zaken die Ru geeft, namelijk dat de reactie van de natuurbeheerders ‘steeds dezelfde’ is: ‘er moeten dieren dood’.

Beste Ru. Ze schijten tegenwoordig allemaal verschrikkelijk in hun broek om hun gewone plicht te doen: het geweer opnemen en een eind maken aan de overpopulaties. Dood gaan is juist een groot taboe bij onze natuurbeheerders.

Maar met de hete adem van Harm Niesen in de redactieraad in je nek kijk je wel uit iets anders op te schrijven. Dierenliefhebbers zijn tot moord in staat, zelfs beroemde politici treffen ‘regelmatig’ dit noodlot, dus heb alle begrip voor Ru’s precaire positie.

Wie ook het zwijgen inmiddels is opgelegd, Mark van Til, eveneens lid van de redactieraad. Al heel lang bestudeert hij de vegetatie van de Aw duinen, hij is daar werkzaam en schreef met Joop Mourik het informatieve, grondige boekwerk ‘’Hiëroglyfen van het zand, vegetatie en landschap van de Amsterdamse Waterleidingduinen’’.

Als Ru’s opinie nu maar niet de hele redactie vertegenwoordigt. Het is echter niet de eerste keer dat de rubriek Opinie een negatief oordeel velt over de beheersjacht.  Op Van Til rust nu eigenlijk de dure plicht de volgende keer het huidige standpunt van Waternet weer te geven. De boswachters die de ondankbare aantalsregulatie op zich nemen, kunnen wellicht best een maatschappelijk steuntje in de rug gebruiken. Wie kan dat beter doen dan de man die belang heeft bij een gunstige staat van instandhouding van de vegetatie, zoals de wet trouwens verlangt, de heer van Til, redactieraadslid van Tussen Duin& Dijk?

Al jarenlang worden de Aw duinen geteisterd door een overpopulatie Damherten. De Amsterdamse raad wilde jarenlang niets weten van afschot, het stadsyuppendom had tot vorig jaar geen notie van een evenwichtig natuurbeheer.

Op aandringen van het CDA-er Boomsma (links heeft niets met activistisch natuurbeheer) gaf PvdA-wethouder Gehrels Waternet uiteindelijk opdracht tot een onderzoek naar de schade die de Damherten aanrichten. Dat resulteerde in drie onderzoeksrapporten, waarvan de laatste, vorig jaar zomer vervaardigt, overduidelijk aantoont hoe groot de schade is die de bambies inmiddels aan de karakteristieke nectar houdende bloemplanten van het duin hebben aangericht inclusief de insektenfauna.

Zelfs de directeur natuurbeheer bij Waternet, de heer Ed Cousin, die zich jarenlang op de vlakte hield over de schade–hij is naar men zegt weinig natuurliefhebber-, en die kennelijk daarom de overpopulatie niet wenste te zien aankomen,  roerde zich op een geëigend moment in een commissievergadering te Amsterdam. Hij riep opeens vanuit het niets uit: ‘bloemrijke graslanden zijn volledig kaalgevreten’. Dit heugelijke feit werd door hem vastgesteld op 5 september 2013 en werd opgenomen in de vergadernotulen, die verder niemand leest. Wel konden de Mokumers een paar dagen later in Het Parool de leugens van Thieme lezen.

En geen hond die tegenwicht biedt. Het lijkt wel alsof onze natuurbeschermers welbewust  op massabiodiversiteit uit zijn.

kp

-zie bericht van 5 maart ”De Partij voor de Dieren tracht de Amsterdamse Waterleidingduinen om zeep te helpen”, voor linken naar de genoemde rapporten

-en volg alstublieft mijn twitter  Piël@Prunusjager -tevens ook voor incidentele aankondiging van nieuw blogwerk. Journalisten schrijven hier liever niet over, het is bij hen een en al bijtjes en bloempjes; de krant is op natuurbeheersgebied de dood in de pot

 

Vragen van ‘n lezer: hoe groot is dat afschot?

000 damhetren en toren zandvoort imagesG9L8X9I2
Cultuurhistorici zien met lede ogen aan hoe de stokoude vuurtoren van Zandvoort schuilgaat achter een haag van Amsterdamherten

Van de  heer H.H. uit H. (een tip van de sluier: de laatste H staat voor een plaats niet ver van de kust gelegen) kwam een verbaasde e-mail; hoe ik er toch bij kwam dat de recente koerswijziging van jagersvereniging Het Edelhert een groter afschot mogelijk zou maken. Dat moest volgens H.H. wezen: een kleiner afschot!

Zoals bekend ligt de Nederlandse  jager al sedert tijden onder een spervuur van maatschappelijk ongenoegen, en wanneer  de heer H.H. het jagersgilde nu opeens in bescherming gaat nemen door die een bescheiden afschotsplan toe te dichten,  dan is dat toch wel bijzonder te noemen. Want de heer H.H. heb ik heel anders leren kennen, tussen ons gezegd en gezwegen: hij is meer het PvdD-gedachtegoedje toegedaan. Eerder nog zou je daarom denken dat H.H. jagersman de huid zou volschelden dan hem het voordeel van de twijfel te gunnen.

Maar inderdaad, in het brief zoals ik die naar Het Parool stuurde (hij staat integraal in het eervorige bericht van 8 maart), schreef ik dat de jagersvereniging in haar eigen nota uit 2011 nog stelde dat er in de duinen plaats was voor maar vier damherten per honderd hectare, ofwel in de hele Aw duinen 140 stuks. Terwijl in een recent interview daarentegen de jagersvoorzitter, de heer Linthorst, een stand van 900 Dammen ook wel prachtig vond. Niet terug naar een stand van 140 maar naar een stand van 900! En dat scheelt wel 760 bambi-slachtoffers. Dus, om van een stand van nu wel 2000 Dammen te komen op 900 hoef je duidelijk minder af te schieten dan naar een stand van 140: een kleiner afschot!

De paradox van het afschot

De paradox die heer H.H. uit H. heeft opgeroepen is niet moeilijk uit te leggen. De natuurcriticus dient om te beginnen plaats te nemen op de stoel van de fictieve ideale natuurbeheerder, en die houdt een scherp oog gericht op de toekomst en zeker de nabije, laten we zeggen de komende vijftig jaar.

Bij een aan te houden verantwoordelijke stand van 140 Damherten -dat ideale getal uit de Vereniging Edelhert nota-,  komt het jaarlijks afschot overeen met de jaarlijkse aanwas die ongeveer 25 procent bedraagt, dat zijn 35 beesten. In vijftig jaar tijds worden er geschoten 50×35=1750 dieren.

Bij een aan te houden stand van 900 Damherten echter -en dat is weliswaar een overdreven hoge wildstand die voorkomt uit de potsierlijke gril van een al wat ouder wordende voorzitter van, let wel, dezelfde jagersclub- bedraagt het jaarlijks afschot ook ongeveer 25 procent, zijnde 225 beesten. In vijftig jaar tijds worden hier geschoten 50×225=11.250 dieren.

Het verschil in afschot over 50 jaar -tussen de hoge populatie van 900 Damherten die het duinbos tot op de bosbodem kaalhouden en de meer natuurbehoudsecologische stand van 140 Damherten- bedraagt 11.250-1750=9.500 dieren.

Echter, in de aanvang hoeven er ten gevolge van jagersgril minder dieren afgeschoten te worden, niet terug naar een stand van 140 dieren maar naar 900. Het verschil van 760 brengen we in mindering op 9.500 dieren. Dat sommeert nog altijd in een extra gevulde grote wildbraadpan van 8740 Damherten.

Zoveel Damherten netto extra kunnen de jagers op middellange termijn afschieten. De jagersvoorzitter lijkt met zijn recente voorstel in Het Parool uit te willen zijn op een hoger afschot, en hij dacht ver vooruit. Meneer H.H. te H. dacht begrijpelijk genoeg aan het eenmalige afschot dat de komende jaren primair op stapel staat om de stand omlaag te brengen. Naar 900 of 140 dieren. (Of naar 600, zoals je veelvuldig in de wandelgangen verneemt?)

De dierenliefhebber moet zich realiseren dat hij, als hij het dodelijk afschot zoveel mogelijk wil beperken, voor een zo laag mogelijke stand moet pleiten. Doden is in zijn ogen immers barbaars, ja zelfs zou het lijden inhouden (wat me niet mogelijk lijkt bij een welgemikt schot). Zijn geheime wens is, aan al dat lijden een eind te maken. Dat ideaal kan extreem gesteld het best geschieden door een eind te maken aan de natuur. Hef die op! Die roep om gerechtigheid  zal vroeg of laat te horen zijn van  een of ander factie uit het front van de dierenbevrijders, het voldoet aan de logica van de extremist.

Nou, de stichting Faunabescherming, de stichting Duinbehoud en de Partij voor de Dieren, die waren al een flink eind op streek door. Ze proberen al  jaren een niet-schieten beleid bij Amsterdam er doorheen te drukken. Door hun aan het natuurbeheer tegenstrijdige advies is inmiddels grote schade aan de natuur van de Aw duinen toegebracht: kaalvraat. Zij hebben maling aan gevarieerde rijke natuur.

Mijn vermoeden is dat die voorzitter al oud is, dat hij met zijn broze botten geen geweer naar behoren kan vasthouden, zich als compensatie van lieverlede heeft overgegeven aan wensdromen, bijvoorbeeld om de komende generaties jagers van zijn vereniging een mooi cadeautje na  te laten. Authentiek is het zeker om te midden van de Randstedelingen hompen vlees in de vrij natuur te bemachtigen, uit machtig grote roedels Damherten.

Ach, de jachtroem van weleer moet zeker in stand blijven. Natuurbehoud is sowieso een conservatieve aangelegenheid, daarom is deze tak van cultuurbehoud helemaal niets voor de GroenLinkser; die wil globaliseren, mondialiseren, vulgariseren, en dat komt neer op nivelleren, vervlakken, populariseren; de postmoderne stadsyup streeft zonder het te beseffen niets anders na dan eenheidsworst.

Maar het is tegenwoordig de natuurbeheerder die in de natuurreservaten bepaalt hoeveel herten er ecologisch gezien mogen rondlopen.

Aan bepaalde jachtvormen eigen is het jagen en jachten. Ik spreek uit ervaring, vanuit mijn eigen jachtpraktijk, het prunusjagen. Dat is vaak een woeste drijfjacht, je komt beslist niet moe thuis, maar verkwikt en voldaan.

kp

 

 

 

 

 

 

Amper 13,5 procent van Aw duinen is rustgebied, en nu verdwijnt ook het Boogkanaal?

000 lijkt op Boogkanaal
Kon maar geen foto van het Boogkanaal vinden, wel deze van Henk Bos (awd-bossie). Dit landschap -foto elders genomen- heeft er iets van weg.

 

In 2013 werd het  ‘recroduct’ over de Zandvoortselaan gebouwd.  De beheerder van de Awd greep de gelegenheid aan om een asfaltweggetje, dat langs het in de diepte gelegen, smalle Boogkanaal loopt, open te stellen voor fietsers, wandelaars en hondenuitlaters. Tot dan was het een traditioneel rustgebied. Over de verbindende eigenschappen van de veel bejubelde natuurbrug gesproken.

Het bijzondere aan de Amsterdamse waterleidingduinen; het is enerzijds ons grootst aaneengesloten natuurgebied ‘op het droge’ en nog niet doorsneden door autowegen of drukke fietspaden, anderzijds kent waarschijnlijk geen natuurgebied  van ons land zo weinig rustgebieden. Je mag hier ‘struinen’ (een platte uitdrukking die me altijd doet denken aan: loop jij de boel hier maar eens lekker kapot) op liefst 86,5 procent van de oppervlakte.

Je zou dus van een gewetensvolle natuurbeheerder verwachten dat die angstvallig waakt over die laatste schamele 13,5 procent echte natuur. No way, dacht kennelijk de heer Cousin, directeur van Waternet. Nu er toch gebouwd wordt aan het kunstwerk van de natuurbrug -met beton, met ijzer, met piepschuim- valt een gelijktijdige ombouw tot druk recreatiegebied van een stille hoekje natuur aan dat godvergeten Boogkanaal-Zuid (400 meter) helemaal niet op!

Hij hield geen rekening met de wakkere heer Harry Hobo, voorzitter van de Stichting Natuurbelang AWD. Die stelt zich ten doel de Amsterdamse duinen te beschermen tegen verdere invasie van de massarecreant. En bepaald niet zonder succes, zie het per procedure opheffen van twee illegaal door Waternet aangelegde ruiterpaden, van samen een zes km lengte.

Hobo sprak de wethouder en de raadscommissie aan op de aantasting van een rustgebied: het staat immers nergens vermeld in het beheersplan, noch is op grond van de Natuurbeschermingswet vergunning aangevraagd bij het bevoegd gezag. Ook ondergetekende kreeg twee minuten inspreektijd voor de cie.-vergadering om zijn bezwaren kenbaar te maken. De raad wist weer niks, en de wethouder zou later wel antwoord geven.

In haar brief van 9 juli 2013 stelt wethouder Carolien Gehrels (PvdA) ons gerust: dat het Boogkanaal maar tijdelijk opengesteld is. Door de werkzaamheden aan de natuurbrug is een bestaand fietspad namelijk buiten gebruik.

Welaan, dit is een flauwekul argument eerste klas, het Boogkanaal brengt geen reële noodzakelijke fietsverbinding tot stand, het is puur recreatief.  Feit is dat de gemeente Zandvoort plannen heeft de hele Awd plat te gooien met fietsverkeer, en je moet ergens beginnen. Hier dan maar. De hoofdstad is een drukke toeristenstad geworden, het horecadenken heeft greep gekregen op de denkwijze van zijn bestuurders. En is Zandvoort niet de drukke badplaats aan zee die, ook in het belang van de wereldstad, zich toeristisch moet kunnen ontplooien? Beide toeristenplaatsen zijn van elkaar afhankelijk, en voor wat hoort wat.

De raadcommissie brachten we fijntjes in herinnering, dat er op 19 september 2012 door de gemeenteraad een motie was aangenomen, die luidt: ”dat er, afgezien van het tracé langs de noordoostgrens, geen fietspaden mogen komen die het gebied van de Amsterdamse waterleidingduinen doorkruisen.”

De raad nam de motie aan na de volgende overweging: ”dat fietspaden door het gebied van de Waterleidingduinen kunnen leiden tot een aantasting van de natuurwaarde van het gebied.”

De wethouder bestaat het om in haar brief te beweren dat het Boogkanaal geen onderdeel is van de Amsterdamse waterleidingduinen, dat er derhalve geen aantasting is van de natuurwaarde. Nou, wat het laatste betreft, er staat toch duidelijk in de motie dat fietspaden tot aantasting leiden? Het is typisch weer de Partij van de Arbeid om de economische belangen te laten prevaleren boven de natuurbelangen, -waardoor er uiteindelijk in ons kleine land geen brokstukje rustige natuur overblijft.

En wat het eerste betreft, al tientallen jaren lang worden wandelkaarten verkocht waarop het Boogkanaal met dezelfde kleuren herkenbaar ingetekend zijn als onderdeel van de Awd.

Samengevat:

  • aantasting van een van de laatste rustgebieden
  • de Nbwet ontdoken en overtreden
  • de motie als wc papier in kringloop gebracht
  • voorliegen; het fietspad is niet tijdelijk maar eerder permanent: het fietspad is maanden na de voltooiing van de natuurbrug gewoon blijven bestaan, de toegangshekken staan open.

Honden moeten hier volgens het nieuwe bord  aan de lijn worden gehouden, maar herhaaldelijk worden ze loslopend aangetroffen. In een beschermd natuurmonument moet de beheerder volgens de aanwijzing waken over de rust van de fauna. Daar denkt onze natuurbeheerder: ammehoela!

Vorige week donderdag sprak ik namens Herstel Inheems Duin (een vooralsnog piepklein werkgroepje) in. Let op, het verhaal is bijna een herhaling van wat ik hierboven schreef. Veelzeggend is dat niet één raadslid in de commissie EZP een vraag stelde, alsof men niet op de hoogte was, alsof het ze geen malle moer interesseert, alsof de fietser in verkiezingstijd niet met een verbod mag worden lastiggevallen, of wat dan ook. En waar bleef weer de PvdD? Ik had die inspreektekst al een paar dagen tevoren, op 3 maart, naar ieder commissielid gemaild. Hier volgt de toegezonden email-tekst:

Geachte commissieleden EZP,

Het volgende wil ik gaarne a.s. donderdag voor de cie. EZP naar voren brengen, -inspreekminuutje. Misschien heeft u dan vragen.

Onderwerp: Boogkanaal, Amsterdamse Waterleidingduinen.

In strijd met de schriftelijke belofte van wethouder Gehrels (haar brief d.d. 9 juli 2013, haar kenmerk WN 13.48800) is het strategisch gelegen rustgebied van het Boogkanaal nog steeds niet afgesloten voor hondenuitlaters en fietsers, hoewel de werkzaamheden voor het ecoduct allang beëindigd zijn. Loslopende honden worden gemeld, er is geen toezicht. Het rustgebied is van groot belang voor, onder andere, de Ree. Deze is door een overpopulatie Damherten verdrongen en daardoor zeldzaam geworden.

De Nbwet is hier overtreden, immers de natuurbeheerder is verplicht voor dit soort uitbreidingsactiviteiten bij de provincie ontheffing aan te vragen, hetgeen vooraf had moeten gebeuren, echter nimmer is gebeurd. Bovendien lapt de gemeente een motie aan zijn laars. Het is motie nr. 686, aangenomen op 19 september 2012, waarin de raad zich uitsprak: ‘dat er, afgezien van het geplande tracé langs de noordoostgrens, geen fietspaden mogen komen die het gebied van de Amsterdamse Waterleidingduinen doorkruisen’.

En voorts is zeer belangrijk te vermelden, dat slechts een minieme dertien procent van de Awd tot rustgebied is verklaard, waar de natuur zich ongestoord kan ontwikkelen. Zo weinig rustgebied kent geen natuurgebied in Nederland. Amsterdam is een weinig dier- en natuurvriendelijke natuurbeheerder. Drie redenen gaf ik aan.

Het fietspad was bedoeld als tijdelijke omleiding voor het ecoduct in aanbouw. Daarover komt trouwens een permanent fietspad te liggen, dwars gepland door het ongerept duinlandschap van de Awd. Deze zogenaamde natuurbrug heeft derhalve -ironisch genoeg- versnippering en verstoring van de natuur in de directe omgeving tot gevolg. Wees maar trots op uw bizarre natuurbeheer.

K.Piël, Herstel Inheems Duin,

 

 

 

 

 

 

Vandaag schieten we op de partij voor de Amsterdamherten

000 Damherten imagesL0HWJIRG
Schattig zijn ze! Dat is juist ook het probleem

Vandaag zaterdag, is de brief geplaatst die ik naar Het Parool opstuurde. Gelukkig, daar ben ik heel blij mee. Want die rotpartij ontmoet wel ontzettend weinig tegenstand in dit brulkikkerlandje.

Zoals u misschien weet, invasieve exoten mogen volgens de PvdD volop meedoen in onze natuur, die mogen geen haar worden gekrenkt, zoals de Amerikaanse brulkikker. Dat de inheemse fauna aan amfibieën door dat beest uitsterft, het zal de partij een rotzorg zijn.

De brief in Het Parool is onderdeel van de met bescheiden middelen gevoerde campagne van Herstel Inheems Duin tegen de opzichtige sekte van de Partij voor de Dieren, tevens Partij voor de Diersentimentalisten. De sekte kan je vergelijken, -en doet u dat ook met een gerust hart-, met de Scientologykerk.  Al is het afpersen van de leden hier nog geen vast beginsel, dat is louter een kwestie van tijd.

”Partij voor herten schieten”, heeft de redactie er boven gezet.  Nou ja, zuiver pacifist als ik ben, zo letterlijk bedoelde ik het ook niet. Ik had boven de brief naar waarheid gezet:  “Niet het Jagersgilde maar de Partij voor de Dieren is de ware vijand van de natuur”.

Dit was er gebeurd: in Het Parool van woensdag stond een interviewtje met de voorzitter van Vereniging Het Edelhert die…. Enfin, leest u de brief hieronder, de brief zoals die werd ingezonden. De redactie heeft wel wat ingekort, de verwijzing naar het rapport kwam te vervallen.  En verdorie die Lijsterbessen ook, mijn lievelingsstruik nota bene, die ze boven me graf moeten planten. Neen, op een haastige krantenredactie ontbreekt elk gevoel voor de precaire gemoedstoestand van een trouwe lezer.

Maar dat rapport is een goed rapport, voor zover ik kan beoordelen. Het staat op de website van Vereniging Het Edelhert en is daar genoemd  ‘Beleidsvoorstel Damherten’, zie de kolom rechts op  http://www.hetedelhert.nl/cms/index.php/van-onze-redactie

Dat getal van vier per honderd hectare staat vermeld op bladzijde 26.

Gelukkig is HID’s mini-kernbommetje in de krant terecht gekomen, de aanval op de dierenpartij. Die doet in Amsterdam mee aan de raadsverkiezingen. Wat smeek ik de goede God op mijn blote knieën, dat een paar Amsterdammers die van plan waren op de PvdD te gaan stemmen naar aanleiding van dit krantenstukje besluiten om toch maar niet het hokje rood te kleuren van deze het natuurbehoud vijandig gezinde partij. En dat het toeval bepaalt dat de partij net die paar stemmen tekort komt die nodig zijn  om een raadszetel te bemachtigen. Bid u mee?

De brief, zoals ingezonden luidt:

Niet het Jagersgilde maar de Partij voor de Dieren is de ware vijand van de natuur 

 In de Amsterdamse Waterleidingduinen lopen volgens voorzitter Linthorst van de vereniging Het Edelhert nu drieduizenden Damherten, hij bepleit een afschot tot 900 dieren. De voorzitter is helaas zijn eigen nota ‘Voorstel voor landelijke beleid t.a.v. Damherten’ uit 2011 vergeten. Die beveelt voor de duinen een stand van 4 Damherten per honderd hectare aan. Op 3500 hectare Awd is dat 140 herten, geen 900. Zijn koerswijziging maakt een groter afschot mogelijk, misschien is de nota met spijt geschreven.

Met 140 damherten voorkom je echter het kaalvreten van de kruiden en struiken in het duinbos. Daar zijn alle Kardinaalsmutsen en Lijsterbessen door bastvraat doodgegaan. Onderzoek in de vorige zomer wees uit dat de bloemrijke duingraslanden zijn afgegraasd tot kort gazon, net een echt hertenkamp. Zie de onthutsende foto’s van het rapport  Effect van damhertenbegrazing. In gaaskooien konden de herten niet komen en daarin bloeide het Slangenkruid volop. Nectar etende insecten sterven zonder beheer langzaam uit. Vier herten per honderd ha is laag, maar de oorspronkelijke natuur van Europa telde heel weinig dieren. Wolven, beren en lynxen heffen een grote tol op de aanwas van hertachtigen.

Niet de jager is de vijand van de natuur. Die fungeert als ecologische plaatsvervanger om de stand laag te houden. De ware vijand van de natuurbeheerder is tegenwoordig de Partij voor de Dieren. Deze houdt vol dat de natuurlijke predatoren niet in staat waren  tot regulatie. Een berg literatuur over het onderwerp leert heel anders.

Het op slag doden van 35 damherten -zijnde de jaarlijkse aanwas van die 140 herten- is niet wreed, des te meer het cynische voorstel om vele honderden dieren, elk jaar weer opnieuw, ‘reactief’ af te schieten: de door honger gebrekkig geworden en zieke dieren. Wie stemt op deze partij is voor mij geen echte dierenliefhebber.

Kees Piël, werkgroep Herstel Inheems Duin, Amsterdam

 

 

De Partij voor de Dieren tracht de Amsterdamse Waterleidingduinen om zeep te helpen

teloorgang
Industriële hekwerken verpesten het landschap; de wens van de Partij voor de Dieren gaat in vervulling : sluit ze op!

De dierenbescherming is er héél lang in geslaagd om het beheren van de populatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen tegen te houden. Maar nu lijkt hun opzet toch tot mislukken gedoemd.

Veel dierenliefhebbers stellen het voor dat afschot gelijk staat aan grof dierenleed. Maar denk eens na: een plotselinge en onverwachte dood betekent toch geen lijden?

Het hielp niet dat boswachters en jachtopzieners in koor riepen dat actief beheer nodig was voor een goed natuurbeheer. Deze waren door de gemeente weliswaar aangesteld op grond van hun vakopleiding natuurbeheer, maar kregen van diezelfde gemeente een veto op de uitoefening van een wezenlijk onderdeel van dat beheer. De appel werd voorgehouden maar erin bijten mocht niet.

De overtrokken dierenliefde waar de hoofdstad die de dienst uitmaakt in de Amsterdamse waterleidingduinen zolang gehoor aan gaf, bleef niet zonder gevolgen. De tweehonderd Damherten die er nog waren in 2001, vermenigvuldigden zich met de kracht van een bevolkingsexplosie tot tweeduizend dieren in 2013, een toename van liefst 900 procent.

Voor de natuurlijke waarden van het duingebied was tweehonderd Damherten misschien nog draaglijk geweest. Onderzoeksrapporten toonden inmiddels aan, dat de bloeiplanten bezig zijn te verdwijnen en dat de insectenfauna die afhankelijk is van nectar eveneens achteruitgaat.

En bij die treurtijdingen blijft het niet. Onlangs sprak Waternet, de beheerder, op zijn website de verwachting uit, dat het aantal Damherten de komende jaren zal verviervoudigen. Van tweeduizend naar achtduizend herten! Dat is overbegrazing, en wel heel ver over de duintop. Straks blijft er louter zandwoestijn over, en hoeven de duinbeheerders geen stuifplekjes meer te creëren om de veelgeroemde ‘zandmotor’ op gang te brengen. Die is bedoeld om de door vergrassing en verstruiking verdwenen zeldzame pioniersvegetaties weer levenskansen te bieden.

Serieus is de vraag gewettigd of de Awd louter een hertenkamp is, dan wel een Natura 2000-gebied waar het voortbestaan van een rijke schakering van planten en dieren een wettelijke instandhoudingsplicht is.

De media rond Haarlem kende de laatste jaren heel wat berichten aangaande de overlast van de Damherten. In de landbouw, in het verkeer, in de tuinen. In de gemeenteplantsoenen van Zandvoort. Daar werden de tulpen weggegeten. De dierenbeschermers wisten wel een oplossing.

Een ijzeren gordijn vloekt in een beschermd natuurmonument

Dé oplossing. Zet nu toch eens een stevig raster rond het gebied, dat zal de herten netjes binnen het kamp houden! Tegenwoordig is het woord van dierenbescherming wet, dus ras verrees dat raster. Een heel zwaar raster. Van wel 14 kilometer lengte. Van zeker 2 meter veertig cm hoogte. Van dik staal gespijld. En bepaald niet alleen langs de rand. Vele kilometers werd het raster dwars door delen van het beschermd natuurmonument opgericht.

Het is een ijzeren gordijn geworden waar elk respecterend mens u tegen zegt. Voor de Hoogwelgeboren mevrouw M. Thieme uit Den Haag moet het een lust voor het oog wezen. Helaas wel hoog geboren, maar te laat om het woord ‘landschapsschoon’ te hebben kunnen opvangen uit de mond van een oude wijze natuurbeschermer.

Voor iemand echter met gevoel voor natuurschoon is dit ijzeren gordijn een gruwel, een industrieel gedrocht dat niets te zoeken heeft in de beschermde natuurmonumenten. Voor de landschapsliefhebber wacht dan ook een schone taak om die stalen muur te laten vallen, het hele ondeugdelijke zaakje met grote boze woestheid naar beneden te rossen.

Het hekwerk is disfunctioneel en overbodig. Als immers de stand op een verantwoorde 140 dieren wordt gehouden, verlaten maar weinig dieren het gebied. Dieren die toch wegtrekken naar aangrenzende natuurterreinen, denk eens aan Woestduin, het zijn louter incidentele gevallen. Geen verkeer dat in gevaar komt. Geen boer die reden heeft om te klagen over schade aan gewassen. Wel een tuinbezitter die verrast uitroept, ”ach nee, toch!” -mocht ie de zeldzame keer beleven dat een hert op zijn grasveld verschijnt.

Lange tijd viel te vrezen dat bij de Amsterdamse stadsyuppen de ratio zoek was; de ratio om een kudde herten er op na te houden die overeenkomt met de (doorgaans zeer lage) aantallen die je onder vrijwel natuurlijke omstandigheden aantreft, waar herten prooi zijn van natuurlijke vijanden. Uitgebreid Amerikaanse onderzoek bracht aan het licht dat op het noordelijk halfrond de hertendichtheden in systemen zonder wolven gemiddeld zes keer hoger lagen dan in natuurgebieden mét wolven. Met Bruine beren en Lynxen in de buurt zijn de hertenaantallen nog lager.

Omdat algeheel dreigende kaalvraat steeds meer een ernstige overtreding ging vormen van de Nbwet, besloot de verantwoordelijke PvdA-wethouder Carolien Gehrels vorig jaar september tot afschot over te gaan. Eindelijk! Al ging het schoorvoetend en gaf menig partij uiting aan zijn diepe gevoel van medelijden met de arme dieren. D66, SP, PvdD en GroenLinks zagen daarom niets in reguleren, integendeel, een verdere uitgroei was geen bezwaar. Het doemscenario van een kaalgevreten hertenkamp in wat een natuurgebied moet voorstellen, het was geen punt van beraadslaging. Wat hebben de stadspolitici nog met verantwoord natuurbeheer uit te staan?

Maar na een ingewikkelde, aangenomen motie van Ger Jager, PvdA, werd in elk geval besloten tot enig afschot. Naar een veel lagere stand, van 600 dieren, een getal wat je vaak hoort noemen? Ik betwijfel het zeer, maar weet nog steeds niet hoe het zit. Maar in elk geval is dat getal van 600 nóg veel te hoog.

En waarom per se een nog lagere stand? Omdat hooguit vier Damherten per honderd hectare in het duinbos boomverjonging toelaat alsmede een kruid- en struiklaag. Voor de Awd betekent dat dan 140 dieren totaal, hooguit. Dus zijn er nog 460 Damherten teveel.

Wethouder Gehrels, doe het dan in één keer goed! Haar verbouwing van het Stedelijk Museum duurde ook te veel jaren, het ziet er daarom niet zo best uit, nee, snel zal het afschot niet gaan. Maar goedkoper dan het Stedelijk is deze herstellingsverbouwing naar een waardevoller duinlandschap zeker, voor vlees uit de natuur is vraag .

Beheer de duinen als een natuurgebied

Predatoren oefenen een grote invloed uit op de natuur, ze zorgen voor een cascade aan gebeurtenissen in de voedselketen. In het Yellowstone National Park liepen 17 jaar na de herintroductie van de Grijze wolf het aantal Wapitiherten terug van 18.000 naar ca. 4000, een afname van 78 procent. Verjonging van populieren en wilgen werd weer mogelijk, nadat tientallen jaren elke opslag werd opgepeuzeld door onnatuurlijk hoge aantallen herten, alles te danken aan de afwezigheid van wolven. Die waren uitgeroeid.

Ook werd na het verschijnen van de Grijze wolf een toename geconstateerd van allerlei besdragende struiken, waardoor de zeldzame Grizzlyberen in staat waren hun vetlaag voor de winter aan te spekken. Het gevolg was: nog méér Grizzlyberen, het gevolg daarvan: extra jachtdruk op vooral kalveren van de Wapiti, -een nauwe verwant van ons Edelhert.

En Europa? In het beroemde Bos van Bialowieza in Polen kan aan de doodsoorzaken voor het Edelhert in 46 procent van de gevallen de Wolf aangewezen worden, in 35 procent de Lynx. Dat verklaart de hoge reproductiecapaciteit van hertachtigen; het is een evolutionair verworven eigenschap om het grote verlies door roofdieren te compenseren. Onze dierenliefhebbers moeten er verder op bedacht zijn, dat de rovers in de natuur het vooral voorzien hebben op schattige kalfjes, ze vormen een makkelijke prooi en smaken bovendien.

Een bepaald slag dierenbeschermer zal tegen elke prijs zijn aaibaarheidsfactor de kost willen geven. Maar in het genot van de egocentrische weldaad staat moeilijk te verteren kennis, c.q. ecologische kennis, niet op het menu. Hij of zij heeft op het hoogtepunt van zijn of haar aaibevrediging dan ook geen besef van de zeer lage aantallen Edelherten, van een luttele 0,2 tot 1 per 100 ha, zoals in de bossen van Bialowieza tijdens een periode van hoge wolfdichtheid rond de jaren dertig van de vorige eeuw. Daar viel niks te aaien.

Omdat in de meeste natuurgebieden van Europa de natuurlijke vijanden als Wolven, Bruine beren en Lynxen ontbreken, doet de mens er verstandig aan het oernatuurlijke evenwicht te bewaren, en wel door de hertenaantallen tenminste op een natuurlijk peil te houden, -die laag is. Hoe? Door steeds dieren aan de populatie te onttrekken. Gebeurt dit niet, dan treedt een keten van oorzaak en gevolg op die het oorspronkelijk natuurlijke evenwicht ernstig en voortdurend ontregelt. Duurzaam is een godsgruwelijk modewoord, daarom veelvuldig in gebruik bij een populistische natuurorganisatie zoals Natuurmonument, maar hier is het wel even op zijn plaats.

Ware gelovigen verzinnen maar wat

Wat nu beweert de voor jokkebrokken in de wieg gelegde Partij voor de Dieren? Dat de stand van de Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen zichzelf moet regelen. Wat zij ‘zelfregulatie’ plegen te noemen. Ook beweren ze, met de regelmaat van de klok, dat die spontaniteit volkomen natuurlijk is.

Deze laatste bewering is volstrekt onwaar; zeg maar gerust een vette leugen. Zoals verkondigd door de heer Bram van Liere, de lijsttrekker van de PvdD. Die houdt dat met droge ogen zijn goedgelovige electoraat telkens voor. Zonneklaar is evenwel, dat door het ontbreken van de oorspronkelijke roofdieren het essentiële evenwichtproces tussen prooi- en roofdieren uit balans raakt. Dat is een toestand die juist het tegendeel is van natuurlijkheid. Van Liere is de oppervlakkige partijman die niet wil nadenken over begrippen en definities. Met zijn simplistische voorstellingen van zaken zwalkt hij alle kanten op, met goedkoop geklets win hij naïeve zieltjes, voordat hij het zelf doorheeft zit hij weer een aantal jaren comfortabel op het rode pluche in de provinciale staten van Noord-Holland.

En waarom wordt dit oernatuurlijke fenomeen van prooidier-roofdier competitie zo hardnekkig verloochend? Ik denk dat de stadsyup gewoon niets heeft met dat natuurbeheer. Stel je aan die gasten voor om korte studie te doen van de natuurlijke processen, het is vragen om je gek te laten verklaren. Menig PvdD-er wilde ondergetekende al eens in een gesticht laten opsluiten, maar ik ben niet gek, ik ga gewoon niet, want die sovjettrucs zijn passé. Doodschieten kan natuurlijk altijd.

Zolang Teddybeer en Damhert maar geaaid en gepoezeld worden. En liever komt er naast de zeehondencrèche een crêche voor jonge damherten, een gezellig bambispeelplaatsje. Helaas wijst niets erop dat de infantiele vertroeteling van de natuur spoedig zal ophouden te bestaan. Het is een sluipend proces zonder dat pers, een goed gesprek, tv of literatuur noemenswaardig tegenstand bieden.

Leugentjes verkocht overste M. Thieme met haar Leger des Heils der Dieren in het Parool van 9 september 2013. Zij beweerde frigide dat de stand van herten in de Awd de laatste jaren niet meer was aangegroeid, verder dat de natuur niet was aangetast. Allebei pertinent niet waar. Een deskundig OBN-team (zoek maar op wat het is) stelde mei vorig jaar vast dat de hoge dichtheid van Damherten een negatieve invloed heeft op bloeiende nectarplanten en de insectenfauna die daar afhankelijk van was.

Vrijwel alle struiksoorten verdwenen uit het bos

De bast van alle Kardinaalsmutsen en Lijsterbessen werden de afgelopen jaren door de overpopulatie geschild, vrijwel alle struiken in het duinbos zijn dood. De kruidlaag van het bos is allang verdwenen. Iedereen kon dit al jaren geleden vaststellen.

Thieme stelt nu, dat het heus wel meevalt met de aantallen Damherten. Maar de OBN-vegetatiedeskundigen stelden voor het duinbos het volgende vast: ”zeer lage dichtheden zouden juist positief kunnen werken op de habitatkwaliteit.”

Het meest recente rapport, door onderzoeker Bas Reussien vervaardigd, kwam november jongstleden uit. Het is getiteld ”Effect van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen”. Dat laat er al helemaal geen gras over groeien. Binnen de graaskooien waarin Damherten niet en Konijnen wel kunnen grazen, zie je op de foto’s bloeiende kruiden, daarbuiten valt een door herten kaalgevreten korte grasmat op. Sprekend een hertenkamp, die de kleuter die er met zijn moeder langs loopt, zo in verrukking kan brengen.

Het rapport stelt vast: “Waarbinnen de graaskooien nog honderden bloemen van deze planten [ruwbladigen] bloeiden waren de bloemen vrijwel onvindbaar buiten de graaskooien.”

”Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat de damhertbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk en in mindere mate van waardplanten in duingraslanden negatief beïnvloed”.

Dit alles staat in schril contrast met wat ik Harm Niesen, de woordvoerder van de stichting Faunabescherming in de microfoon van een radioreporter hoorde verkondigen tijdens een pauze van de raadscommissievergadering te  Amsterdam. Kon stiekem afluisteren. Hoorde hem zeggen, dat er ‘helemaal niets aan de hand was’, ‘dat het duingebied in goede staat verkeert’, en  ‘de dieren in goede gezondheid’.

Ja, de dieren wel, daar ging het hem uitsluitend om. Teddybeertje.

Maar de duurzame opdracht van de natuurbeschermer is voor de gehele  levende have -dus ook de planten- zorg te dragen. Tegen deze belangrijke achtergrond doet de eenzijdig aandacht voor die overmaat aan bambies bijzonder onwaarachtig aan.

Als broodjes over de toonbank verkopen onze dierenbeschermers platte leugens als waarheid, kenmerk van de ware gelovigen. Het doden mag je barbaars vinden, dat is het eigenlijk ook, maar zeg dat dan gewoon. Blijf in elk geval weg uit de gruwelijke natuur, ik vind het er soms ook niks hoor, bij al die wetteloosheid heb je je bedenkingen, maar leer er mee leven.

De les: Laat de natuurbescherming van een natuurgebied over aan een hoofdstad en je maakt mee, dat de van natuur vervreemde stedeling onder zijn vergulde Keizerskroon aan de grachtengordel een hoogste noodzakelijk natuurbeheersmaatregel domweg taboe verklaart.

De moraal van dit verhaal:

  • vertrouw de natuurbescherming nooit toe aan stedelingen
  • geef het natuurbeheer zelfs niet in handen van democratische organen, welke dan ook, daar heerst de waan van de dag
  • laat de natuur beheren door mensen die hun natuurbehouds-ecologische literatuur kennen, die ervoor hebben gestudeerd
  • die bovendien als roeping hebben de natuur te beschermen tegen de menselijke exploitatiezucht, waaronder recreatieve uitbreidingen, c.q. hertenkampen in plaats van natuurgebied
  •  de grote massa wil pretbeleving; steeds een stukje van de natuur  afsnoepen voor weer een nieuw sportbeleving, wat houd je na  een eeuw nog over? Koop aan en beheer als natuur

Nog een dure raad: Ontdek de natuur zelf, maar houd u plekje stil. Want de natuur is geen uithangbord voor reclame.

K. Piël,

Literatuur

Waternet geeft het gedegen, geïllustreerde periodiek Natuuronderzoek uit. Nummer 3, december 2013, bevat een goed artikel over de hertenschade. Te downloaden, kijk op

https://www.waternet.nl/projecten/awdnatuurbeheer/onderzoeken/natuuronderzoeken-archief/

Het OBN-deskundigenteam Duin- en Kustlandschap bracht in mei 2013, in opdracht van de gemeente Amsterdam, het rapport uit Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, hun invloed op het duinlandschap en de kwaliteit van enkele habitats. Download dit rapport, zie onder de volgende link, let op de onderste vermelding:

http://www.natuurkennis.nl/index.php?actie=pdf_beheeradviezen&id=21

Maar dit rapport is in bepaalde opzichten  achterhaald, de toestand verergerde in de zomer van 2013. Planten groeiden niet mals op door het koude en droge voorjaar en bovendien konden de Damherten de weilanden niet meer bereiken door de oprichting van dat schandelijke ijzeren gordijn. Het onderzoek werd opnieuw gedaan in de zomer van 2013, door Bart Reussien. Het resulterende rapport Effecten van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen, november 2013, is te downloaden, zie onder paragraafje ‘Onderzoek’ op deze webpagina:

https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/