Categorie archief: Staatsbosbeheer

Een schitterend protest tegen een zieke toestand!

Geachte lezer,
Onderstaande opinie is van Paul Bouwmeester.
De twee nogal klein uitgevallen kopietjes zijn in werkelijkheid schilderijen, van de wildschilder Hans Bulder.
Paul deed een verzoek om zijn protest op dit blog te plaatsen.
Nou, graag gedaan!

Paul is zelf geen jager, maar overigens van jongs af aan betrokken bij de natuur en het wild. Aan het bekende opinieblog Joop.nl leverde hij eerder vier bijdragen, die elk stortvloedjes aan reacties opleverden.

Lees daarom:
http://www.joop.nl/opinies/bio/auteur/paul_bouwmeester/

En bekijk zijn website JachtArgumenten:
http://www.jachtargumenten.nl/

kp

 

Een schitterend protest tegen een zieke toestand!

Bulder 1

De getalenteerde wildschilder Hans Bulder stelt in dit schilderij op treffende wijze de huidige realiteit in de Oostvaarderplassen aan de kaak. Dit schilderij – zelf noemt hij zijn stijl hedendaags-realistisch – kan men een trieste spotprent noemen, waarin duidelijk de symboliek rond de St.Hubertus-legende is overgenomen.

Hans Bulder, een van de beste kenners van wilde dieren in Nederland, laat geëmotioneerd weten:
“Aan het beeld dat ik geschetst heb op doek is niets overdreven te vinden. Ik ken de Oostvaardersplassen alleen maar zó. Het edelhert probeert nog op zijn voordeligst te poseren maar zijn trots is toch bijna geknakt door zijn uitgemergelde lijf. Zo heb ik er velen zien lopen door de jaren heen. Schofterig gewoon om zulke prachtige dieren op deze manier hun trots af te nemen en ze zo de dood in jagen.”

Deze toestand wordt – met name deze weken –  door Staatssecretaris Dijksma schaamteloos gecontinueerd, met de steun van het grootste deel van onze politiek.  Dit ondanks terzake zeer kundige adviezen van instellingen zoals o.a. de Vereniging Het Edelhert.

De realiteit in de Oostvaarderplassen, kortweg OVP genoemd, is nog steeds niet aan elke Nederlander bekend mede dank zij de mooie, maar sterk gekleurde film De Nieuwe Wildernis.

Waar gaat het om ?
Ons aller Staatsbosbeheer (SBB) heeft ooit besloten in de OVP de natuur haar gang te laten gaan. Bij gebrek aan grote roofdieren betekende dit een explosie van (uitgezette) grote hoefdieren met een volledig kaalgevreten en ontbost gebied als gevolg. Duizenden dieren zijn gecrepeerd van de honger. De laatste jaren grijpt men in door middel van afschot van dieren die het niet gaan halen. Die dus al half verhongerd zijn. Dit noemt men eufemistisch ‘vroeg reactief’ beheer.

Als voorbeeld dienen hier de sterftecijfers van december 2014 t/m maart 2015 (Bron SBB):
Edelhert 782
Heckrund 46
Konikpaard 292
En deze sterfte is hierna nog zeker een maand doorgegaan!

Op de achtergrond van het schilderij zien we als een van de consequenties van het beleid, hoe de kadavers ter destructie worden afgevoerd.

Bulder 2

Hoe heeft dit zover kunnen komen? Dit is gekomen omdat we onder regie van de dierenlobbies het respect voor het dier hebben ingeruild voor sentimenten voor het dier. Omdat we de bescherming van een diersoort hebben ingeruild voor de bescherming van het individuele dier. Dezelfde partijen die zeggen te strijden tegen dierenleed, houden zich ondertussen oorverdovend stil.

Maar het gaat nog verder.
In plaats van een sanering van de OVP wil men nu het aangrenzende Hollandse Hout openstellen voor deze overmaat aan hoefdieren, met als gevolg een verder explosie van aantallen en de vernietiging van het Hollandse Hout.

In de Amsterdamse Waterleidingduinen is een vergelijkbare vernietiging aan de gang door de onwil van de gemeenteraad om de populatie damherten binnen de perken te houden.
En zo zijn er meer vergelijkbare processen aan de gang, waarvan de gevolgen echter wat moeilijker waar te nemen zijn.

 Wat moet er gebeuren? De enige oplossing is dat SBB als verantwoordelijke voor deze misstand de populatie edelherten terugbrengt tot een fractie van het huidige aantal en ze daarop handhaaft door middel van fatsoenlijk beheer. Hetzelfde voor de zg. wilde paarden en heckrunderen, of misschien is het beter dit huisvee volledig te verwijderen. Binnen enkele jaren kan het gebied dan weer het prachtige natuurgebied worden, dat het ooit was. Een paar paden erdoor voor de echte natuurliefhebber (alleen wandelen) en voilá!

Maar elke praktische oplossing zal de emoties in ons land hoog doen oplopen – en dat is precies waar de politiek bang voor is.

Paul Bouwmeester, april 2015

 

 

Freewheelen met grootveehouder Free Nature

 

Deze herbivoren wil Free Nature graag terug, dat is een heel loffelijk streven. Maar is dat alles?

Geef de natuurgebieden een forse recreatieve impuls en zie daar: het ‘draagvlak’ voor het natuurbehoud groeit als kool.

Van dit loepzuivere waanidee, ‘hoe meer recreatie hoe beter voor de natuur’, is het vaderlandse natuurbehoud bezeten geraakt.
Het Wereld Natuur Fonds, Vereniging Natuurmonumenten, het Staatsbosbeheer, niemand wil achterblijven om van de daken te schreeuwen dat veel méér mensen de natuur in moeten gaan om er flink van te genieten. Koste wat het kost!

Hoe meer mensen je op de schaarse natuur afstuurt, hoe groter het draagvlak voor het behoud ervan. Recreatie is voor de
moderne natuurbeschermer kennelijk dé oplossing om dat verondersteld zwak draagvermogen te vergroten.
Maar het lijkt er thans op, dat de recreatie als enige motief voor natuurbehoud is overgebleven. Recreatie, genieten en beleven van het buiten-zijn, sluit het niet naadloos aan bij het hedonistische tijdperk waarin we leven? Jawel.

‘Beleving’ in al zijn facetten als motief tot het beschermen van de natuur verdient heden schijnbaar verre de voorkeur boven het doen van een beroep op ethische motieven. Die worden al gauw vaag bevonden. ‘Natuur behouden om haar zelve.’ Ze klinken ouderwets, zal het de twitterende jeugd nog wel aanspreken? Wat is ‘duurzaam’ natuurbehoud, en hoe motiveer je de mensen. In elk geval:

Leve de natuurbeleving!
Dus mountainbiken, -dat is met een tweewielertje een beetje stoer, een beetje jongensachtig, een beetje infantiel wat mij betreft, met veel lawaai en jolijt crossen door het meest afgelegen en stille bos dat in ons armzalige Holtland nog te vinden is. Met de zege van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer.
Of avontuurlijk op stap gaan met de boswachter die een echte breedgerande donkergroene hoed op de kop heeft getikt die sprekend lijkt op die van een vooroorlogse Zuid-Afrikaanse blanke wildwachter, heel apart.
Een spannend stelsel van knuppelbruggen aanleggen kris en kras door het teloorgegane ‘oerbos’, het moerassige Beekbergerwoud, dat als een feniks uit de as zal herrijzen, zij het met beheermatig kunst- en vliegwerk.
Drieduizend rustieke vogelkijkhutten neerzetten zodat elk plasje en elk moerasje overzichtelijk wordt gepresenteerd aan een steeds grotere schare birdwatchers (waartegen de vleesberg van soepganzen die de weilanden bevolken het getalsmatig afleggen).

Zeg niet dat het postmoderne natuurbehoud niet minstens zo goed voor zijn ledenbestand zorgt als voor de natuur zelf. Die clubs houden bij hoog en laag mooi vol allereerst de natuur te beschermen, tegen de opdringende mens.
Ik koester mijn zeer gegronde twijfel.

Onder het mom van het vergroten van het draagvlak organiseren Staatsbosbeheer en PWN-Noord Holland heuse ‘safari’s’. Kenia uit de gratie geraakt, of juist heel erg in, maar nu op eigen bodem. Op die safari’s wordt het publiek meegenomen naar de Oostvaarderplassen met zijn Heckrunderen en kreupele Koniks, respectievelijk naar het Kraansvlak met zijn kudde bijna aan inteelt bezweken Wisenten.
Recreatie is beregoed voor het draagvlak, en het gestruin levert in financiële zin wat op. Ligt het voor de hand dat de safari’s in de toekomst intensiever zullen plaatsvinden? Het zal met onze huidige ‘grondhouding’ van pretparken- en centencultuur, zolang die grondhouding maar ‘duurzaam’ is, logischerwijze uitlopen op een massaverschijnsel.

In de Nieuwste Wildernissen gaan straks drommen mensenbezoek eveneens wedijveren met de overpopulatie Grote Grazers. De natuurgebieden, gekenmerkt door rust en uitgestrektheid, en eens zeldzame ‘oorden van onthouding’, veranderen sluipenderwijze in drukke stadsparken. Iedereen zal wennen aan het drukke gedoe, aan de sporten en spellen waarvoor de poorten wagenwijd worden opengezet. De ‘oude’ generatie van hele echte stadsparken, die in de stad zelf, blijft nog immer bezoek trekken. Waarom dan niet de nieuwe, die nu ijverig door de beheerder uitgebeend wordt in onze resterende natuur?

Free Nature en z’n eenzijdige voorstelling van zaken.

Een der jongste loten aan de stam van de recreatie-business is de stichting Free Nature.
Free’s vondst om het recreanten naar de zin te maken bestaat eruit zoveel mogelijk runderen en paarden alsmede de terdege aaibare bever uit te zetten. Geen gouden vondst overigens, het is imitatie van voorgangers. Het schrille contrast van verwilderde kuddes op verwilderde terreinen (voormalige baggerdepots en droogmakerijen) midden in een overbevolkte verstedelijkt land, het heeft wel iets. Onmiskenbaar. Het oog wordt gestreeld en we zien eens geen asfalt, alleen verruigde wildheid. (De spoorlijn en de megagrote windmolens aan de horizon mogen  het blikveld niet al te zeer vernauwen.)

De Nieuwe Wildernis kent als landschap heus wel zijn bekoring en het is een opsteker voor het ‘draagvlak’.
Vrij zijn in een relatief nog schaarse ruimte! Eindelijk eventjes Freewheelen in de nieuwe natuur. Dat kan een volkje van miljoenen dat bij elkaar op de lippen zit heel goed gebruiken.

Free Nature doet met zijn ecologische smoel helaas tevens voorkomen dat begrazing zowat het voornaamste proces was in een meer-natuurlijk Europa. De stichting bouwt voort op de wetenschappelijke vondsten van dr Frans Vera; hij is gepromoveerd op een proefschrift dat het natuurlijke parkachtige oerbos verdedigd, -titel ‘’Metaforen van de Wildernis’’, uit 1997.

Dat proefschrift is voor een beetje geïnteresseerde best nog aantrekkelijke kost. Daar was nog geen charlatan opzichtig aan het werk. Wel degene is het die al 18 jaar lang koppig volhoudt dat ten gevolge van de begrazing door grote kuddes hoefdieren het voormalige oerbos van Noordwest Europa een zeer open karakter bezat, met natuurlijke weilanden hier en daar en waar het stierf van de grazende hoefdieren. De wetenschap is echter algemeen van opvatting dat de prehistorische bossen dicht en gesloten waren, waar de grazers slechts in lage dichtheden voorkwamen. Zijn proefschrift zette andere wetenschappers ertoe aan Vera’s argumenten nog eens aan een grondig onderzoek te onderwerpen. De oude opvatting van gesloten bos, dat Vera heftig bestreed en dat hij onverdroten blijft bestrijden, kon daardoor eens te meer worden bevestigd.

Een eenling kan groot gelijk hebben, maar dan gaat het meestal om geloofszaken. De wetenschap heeft Vera’s argumenten voor het open bostype danig  onderuitgehaald. Dat hij desalniettemin een vrij grote en zelfs dominerende aanhang onder natuurliefhebbers en natuurbeschermers heeft gevonden, is te danken aan het feit dat mensen graag geloof hechten aan heilsgedachten en aan de onbedwingbare menselijke behoefte een profeet in het zadel te helpen. Kan er tenminste één mens heilig worden verklaard, een voorbeeld voor ons allen. Waarschijnlijk speelt ook het underdog-effect waarvan profeet Vera wetenschappelijk gezien het slachtoffer is geworden een rol in de idolatrie van zijn adepten. Alternatief heeft een broertje dood aan Wetenschap, en daarom:
dr Vera is de dr Vogel van het Nederlands natuurbeheer. Zullen hun recepten helpen? Voor wie gelovig is wel.

Free Nature stelt vast dat grazers zijn gecoëvolueerd. Ja natuurlijk, allerlei natuurlijke milieufactoren bepaalden vorm en overige eigenschappen van de verschillende diersoorten en vanzelfsprekend zijn hun specifieke graasactiviteiten van invloed geweest op de natuurlijke omgeving. Waar het echter de aantallen herbivoren betreft, die evenzeer bepalend zijn geweest voor de (lager dan door Vera cum suis gedachte) effecten van die invloeden, daar overdrijft ook de stichting schromelijk. De oorzaak is gelegen in de wetenschappelijke onbevestigde hypothese dat de Oude Wildernis voornamelijk bevolkt was met grote aantallen herbivoren.  De onderzoeken van de verschillende disciplines tonen daarentegen aan dat de echte natuur van het noorden maar weinig grote dieren per oppervlakte-eenheid kende. Die situatie tref je nog steeds aan in enkele relatief schaarse ongerepte delen van Noord-Amerika en het noorden van Oost-Azië.

Helaas voor Free Nature!
In die ongereptheden is het geen prijsschieten zoals (theoretisch!) het geval op de ontelbare Damhertjes in de Amsterdamse Waterleidingduinen of op de duizenden Edelherten die de Oostvaardersplassen bevolken.

Deze herbivoren wil Free Nature graag terug, dat is een heel loffelijk streven. Maar is dat alles?
Maar is dat alles?  Free Nature vertelt niet wat waar is. Dat de predatoren de hertachtigen op een lage stand houden. Van hun voorspelde open graslanden komt weinig tot niets terecht. Alles groeit van nature dicht tot bos. De  recreatieve claim van een arcadisch open landschap met allemaal aaibare diertjes in de verte valt door de mand. En daarmee ook Free Nature’s integriteit als natuurbehoudsorganisatie


Mag je Free Nature
vooringenomenheid verwijten waar het zijn natuurdoelstelling betreft? Als je doel is gegrondvest op het werk van slechts één profeet-ecoloog (die in historische anticipatie zijn baardje heeft laten staan; maar zijn sik is gelukkig niet zo lang als de profeet van de moslims, er moet natuurlijk verschil wezen) wiens bevindingen door de wetenschap alom worden verguisd, wat rest er anders dan te denken dat Free Nature louter uit is op een ‘nieuwe natuur’ die prettig in de smaak valt bij een groot publiek? En hoe moet je trouwens anders aan de weg timmeren om groot te worden!

In het Vakblad Natuur Bos Landschap, nummer januari 2015, kreeg Free Nature liefst vier van de 28 tekstpagina’s tot zijn beschikking om in een wollig getint verhaal ‘onze grondhoudingen’ ten aanzien van de natuurbescherming toe te lichten. Hierna in de link is Free Nature’s jongste evangelie te lezen. Het leest als de Apocalyps van Johannes. Het is vrijwel even duister. Het wordt nog eens canon.

http://www.freenature.nl/free/download/common/vnbl_jan2015_cbraat-1.pdf

Iets anders tussendoor: Ons kleine land heeft gebrek aan bladen waarin discussie gevoerd kan worden over de natuurbescherming, inbegrepen allerlei kwesties van concrete aard. Er bestaan hier te lande maar een paar natuurbladen, maar daarin kan je zelden terecht met je kritiek. Een fietspad dat Natuurmonumenten dwars door de laatste ongebaande duinstrook van mogelijk heel Europa wil aanleggen (onder IJmuiden), is volgens mij een bijzonder schelle aanfluiting voor het internationale natuurbehoud. Is  over deze misstap ergens geschreven? Neen. Waar o waar kan je terecht?

In de redacties van die weinige bladen heeft Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer onveranderd zitting. Ze roeren met een dikke vette vinger in de pap. Deze terreinbeheerders leggen altoos nadruk op de recreatieve aspecten, meer dan op het beschermen van de wezenlijke aspecten van de natuur. Zoals de rust en de ruimte: de gave uitgestrektheid van een relatief eindeloze natuur, hetgeen je juist in een drukbevolkt land als een kostbare parel aan de boezem zou willen drukken.
Het verpatsen ervan is in historisch perspectief de omgekeerde gang van zaken. Waar o waar is Jac. P. Thijsse?

Te veel aandacht in die natuurbladen voor de nieuwste natuur. Ook zij draaien zich dol op aaibare diersoorten, in plaats van het koesteren van de wezenlijke natuuraspecten. Ze zijn verzot op het harig spul waar vroeger alleen kleuters mee speelden. De infantiliteit van de postmoderne tijd.
Geen folder zonder de ontroerende (maar lege) blik van poedelachtige Schotse Hooglanders. En juist die slomerds leveren, vraag niet hoe volwassen mensen!, draagvlak en nog eens draagvlak op. Waar voor Natuurmonumenten in het bijzonder geldt: hoe meer leden, hoe geriefelijker de staat van de Kassa.

Helaas, discussies over natuurzaken vinden noodgedwongen plaats op weinig bezochte websites (dit blog wordt bij voorbeeld door hooguit enige tientallen personen gevolgd, maar: het is misschien ook niet erg leesbaar), verder op facebooks die niemand weet te vinden of in kortademige tweetlijntjes waarvan het er krioelt. Het tekent de bloedarmoede waaraan ons natuurbehoud lijdt.
Het debatmonopolie van de erkende natuurbehoudsorganisaties is verstikkend. Dat wil zeggen, over bepaalde kwestie wordt dat debat in de kiem gesmoord. En online valt er niet veel eer aan te behalen. Een blad valt op de vloermat en iedereen neemt het wel door, en dan heb je een goed debatforum. In principe dus.
Het is alles zorgwekkend, dacht ik. Of vindt u soms van niet?

In de grote kranten is maar weinig ruimte beschikbaar gesteld voor de natuur, laat staan debat. Trouw wel, maar dat dagblad volgt al te getrouw de geijkte meningen van het WNF, NM en SBB. Dat is één pot nat.

Diep was mijn verwondering dan ook dat een protestbrief die ik inzond, geschreven n.a.v. Free Nature’s stuk in het Vakblad NBL, zomaar werd geplaatst. Desondanks!
Die vergissing zal de redactie niet snel weer maken, vrees ik hevig. Ja, een lot in de loterij en de kans van mijn leven om enige anti-aaibare dierenzaken in een officieel natuurblad uiteen te mogen zetten. Deze week verscheen mijn  ‘weerwoord’. Weliswaar helemaal achterin. Het luidt aldus;

[titel:] Laat het streven de Oude Wildernis zijn!

Cris Braat noemt in het januarinummer van Vakblad NBL een paar grondhoudingen voor onze verhouding tot de natuur. Zoals: ‘’We moeten de natuur van ons cultuurlandschap koesteren’’. Deze grondhouding boort hij meteen met kracht de grond in. Want dat cultuurlandschap was een ‘’gedegradeerd, kaal en schraal landschap’’. Prof. dr Victor Westhoff heeft onze natuurbescherming bewust gemaakt van de vele gradiënten die de oude boeren onbedoeld in het landschap aanbrachten en de daarmee samenhangende grote biologische variatie, ook ten gevolge van die schraalheid!

Westhoff kon nog spreken van ‘botanische schatkamers’, de heer Braat kent misprijzen: ‘’Grote delen van de zandgronden waren arm aan voedsel, begroeiing en dieren. Geschikt voor schapen en korhoenders’’. Na deze wijze opmerking mag ik wel mijn ‘Atlas van Plantengemeenschappen in Nederland’ in vijf delen, benevens andere vegetatiekundige naslawerken die over antieke schatkamers handelen, de vuilnisbak inkieperen. Wist Braat niet dat de korhoenders uitstierven door het verdwijnen van de ouderwetse overgangen met de bijhorende rijkdommen aan kruiden en insecten? De ondergang bleek fataal voor de kuikenoverleving.

Op een diepere ‘grondhouding’ stoelt Braats voorliefde voor Nieuwe Wildernis. Alfa en omega is voor hem de natuur die ’weer op eigen benen kan staan’. Voorafgaande menselijke invloeden en bestaande vervuiling ziet hij gemakshalve over het hoofd. Het hele concept NW is daarom te vrijblijvend.

Het concept deugt principieel van geen kant, als men wél de relatie herbivoren versus vegetatie in alle toonaarden, als een kostbaar wildernis-achtig fenomeen, bezingt, maar een andere invloedrijke relatie doodzwijgt: die van predatoren vs. herbivoren Een vloed van (buitenlandse) literatuur leert, dat de predatoren een wezenlijke invloed uitoefenen op de aantallen herbivoren, met alle gevolgen van dien voor de voedselketen en de voorkomende plantengemeenschappen. De grazers kwamen in zéér lage dichtheden voor.

De overheersend kracht van ‘Top Down’ doet opgeld in de internationale literatuur, ’Bottum Up’ bij de ongeïnformeerde adepten van de Nieuwe Wildernis. Ons natuurbehoud weet zich bijna niet meer te ontworstelen aan de zucht naar safariparken. Deze moeten de pretparktoeristen overmatige aantallen verwilderd huisvee voorschotelen. Het concept Nieuwe Wildernis is louter een recreatief concept, en de grondhouding berust bij het recreatieschap.

Predatoren ontbreken, en jagers wordt verboden naar die lage maar functionele aantallen te herstellen. Ruïneuze kaalvraat door kunstmatig grote kuddes doet niettemin wild, woest en ledig aan.

Eén grondhouding, die alles met het écht natuurbeschermen van doen heeft, noemt Braat schandelijk genoeg niet. Dat is het benaderend reconstrueren van de verdwenen oernatuur, de natuur zónder historisch menselijke invloed: de natuurlijkheid van bossen, hoogvenen, beekdalen etc. zoveel mogelijk herstellen, met inheemse soorten Maar dat vergt stuurmanskunst. En aan beheren heeft Braats Free Nature een broertje dood. Het past niet zo bij hun ‘beleven en genieten’ van doelloosheid, die meer dan welkome afleiding in een strakke cultuur. Maak van de natuur geen drug.

K.Piël, Herstel Inheems Duin, kpil@xs4all.nl