Categorie archief: St. Duinbehoud

De Bosbeheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen is een bar en boos houtoogstplan

 

De ‘’Bosbeheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2016 -2027’’ is geen visie, maar een plan. De ‘visie’ riekt naar de adem van de houtteler. Wat ons betreft, Herstel Inheems Duin, een slechte adem. Die niet thuishoort in het natuurbos waar de natuurbeschermer de baas moet zijn.

Natuurbeschermingsbos kent geen houtteelt

De kern van het plan, zie bladzijde 17, spreekt boekdelen:
‘’Per hectare staan gemiddeld 30 bomen met een goed stamkwaliteit (rechte, takvrije stam zonder stambeschadiging) die worden aangewezen als toekomstboom. Deze bomen worden vrijgesteld bij dunning zodat deze zo snel mogelijk een dikke stam krijgen en geoogst kunnen worden.’’

Zo’n ‘toekomstboom’ moet flink groeien, wedijverende buurbomen worden daartoe bijtijds omgezaagd.
Maar dan blijft er naast deze smalle houtteeltvakjes hoegenaamd bar weinig ruimte over voor een natuurlijke bosontwikkeling.

De ‘Bosbeheervisie’ stelt verder dat er per hectare ruimte is voor vijf zogenaamde ‘habitatbomen’, dat zijn bomen die wel stokoud mogen worden en op natuurlijke wijze mogen afsterven. De verhouding 5 habitatbomen op 30 houtteeltbomen zegt genoeg over de  onnavolgbare wereldvreemde manier waarmee de hoofdstedelijke natuurbeheerder het duinbos wenst te  gaan beheren, een Natura 2000-gebied dat onder strenge Europese natuurbeschermingsrichtlijnen valt!
Die 35 bomen hebben per hectare ieder een ruimte beschikbaar van 17 bij 17 meter. De vijf habitatbomen krijgen een schamele 14 procent van het bos toebedeeld. 14 Procent van het bos voldoet aan de Natura 2000-doelstelling! Daarbij te bedenken dat we met een versnipperd natuurbos tussen houtakkers in te maken hebben.

Natuurlijk is houtteelt in een beschermd natuurreservaat taboe. Maar de stadse koopman en D66-wethouder, de heer Udo Kock in Amsterdam, denkt daar anders over.  Hij heeft gewoon maling aan de wet. Op dit moment (midden Juli 2017) is bekend dat hij de commissieleden heeft uitgenodigd om de Waterleidingduinen met een bezoek te vereren. Op die rondleiding zal hij, ongetwijfeld samen met directeur natuurbeheer de heer Ed Cousin die er alom  om bekend staat weinig te zijn geïnteresseerd in de natuur!-proberen de raadsleden te overtuigen van het nut van houtproduktie. De dikke holle bomen waar vleermuizen in huisden en die al lang zijn omgekapt omdat ze te dicht bij het wandelpad of naast de dure rasters  stonden, zullen tijdens de excursie vast niet worden aangedaan. In september beraadt de commissie zich, en daarna neemt de raad een beslissing over het bosplan.

Overigens verkeert de houtteelt in Nederland sinds de jaren zestig in de rode cijfers.
Komen de 45 raadsleden niet tot bezinning en wijzen zij dit anti-natuurbehoudsplan niet naar de vuilnisbak, dan is een rechtszaak onontkoombaar. De rechter zal oordelen dat houtteelt niet thuishoort in een door Natura 2000-regels beschermd natuurgebied. Omdat dit  nu eenmaal tot aantasting van de zogeheten ‘natuurlijke kenmerken’ van het bos leidt.

Misschien dat de raad met een krappe meerderheid het plan verwerpt.  Zal het gaan als in december 1904, toen het Naardermeer, onze eerste natuurmonument, net niet door de Amsterdammers tot vuilnisstortplaats werd aangewezen?

De natuurlijkheid van het bos moet voorop staan

Een boom loopt niet uit het bos weg, dat is een hard natuurlijk gegeven. De natuurbeheerder moet dus consequent alle bomen laten staan of de reeds omgevallen bomen laten liggen, anders tast hij de ‘natuurlijke kwaliteit’ (juridische term) aan en is hij in overtreding met de natuurbeschermingswet, casu quo Natura 2000.
Dus met opzet bomen uit het bos wegslepen zoals dit per abuis in de Bosvisie is aangekondigd (‘op duurzame wijze hout produceren’), -dat gaat gewoon niet door.

Het afvoeren van bomen is het afvoeren van schaarse mineralen. Onder andere kalk. Voor de reeds door uitloging verarmde duinzandgronden betekent houtoogst een verdere aantasting van een ‘natuurlijke kenmerk’: die van de oorspronkelijke bodemgesteldheid. Dat zou een volgende overtreding in het kader van Natura 2000 wezen. Amsterdam moet zich niet steeds willen blootstellen aan onnodige vervolging.

Als open plekken gewenst zijn, ter bevordering van de biologische verrijking, kan dit bereikt worden door een groepje bomen te ringen. In het boek Natuurtechnisch bosbeheer stelt de auteur dr G. Londo ten aanzien van het dunnen vast:

‘’Het ringen is de belangrijkste dunningsmaatregel bij bossen met de hoofddoelstelling natuurbehoud wanneer er geen factoren aanwezig zijn die kappen noodzakelijk maken.’’

De winst van ringen is meervoudig:

a.  tijdens het proces van afsterven, dat volgt op het ringen van bomen, valt er steeds meer licht op de bodem; daardoor kan het bos zich gaan verjongen;
b.  staand dood hout is van levensbelang voor vleermuizen, spechten, larven, doodhoutpaddenstoelen, en zo voort.
c.  staand dood hout verteert langzaam, de voedingstoffen keren langzaam terug in de bodem; een plotselinge toevoer van mineralen en daardoor risico op lekkage (uitspoeling) naar de ondergrond wordt vermeden.
d.  het bosmilieu wordt aanzienlijk minder verstoord dan bij kappen en uitslepen van hout.

Van de bomen in de Nederlandse bossen -die merendeels houtteeltkundig beheerd worden-, kan verteld worden dat zij over grote oppervlakten vaak van dezelfde leeftijd zijn (en altijd halfwas volgroeid; oude bomen zijn zeldzaam). De weinige bossen die in ons land onder het natuurbehoud vallen mogen de natuur dienen en niet de houtproductie.

Gelijkjarigheid in de bospercelen van de houtteler is troef. Het natuurbos wordt daarentegen gekenmerkt door een kleinschalig en grillig mozaïek van open plekken, jonge boomfase en oudere boomgroepen, stokoude bomen en bomen die in de vervalfase verkeren. Kortom alle leeftijden door elkaar.

Boomverjonging vindt meestal plaats op de open plekken. Deze ontstaan doordat de storm gaten in het kronendak slaat of doordat bomen van ouderdom sterven. Het plotse licht op de bodem zet boomzaden aan tot ontkieming. Of de ‘wachters’ -boompjes die er reeds staan maar door gebrek aan licht in groeimogelijkheid tot dusver zijn beknot-, profiteren van het licht en schieten opeens snel de hoogte in.

Door bosomvorming doorbreekt de natuurbosbeheerder de gelijkjarigheid. Laat men dit na, dan herhalen de al aanwezige fasen van het bos zich gedurende eeuwen in het zelfde onveranderlijke tempo. Henk Koop berekende dat het ‘eeuwen’ duurt voordat het bos -bij een volkomen spontane ontwikkeling-, zich uit die gelijkjarigheid omhoog heeft getrokken naar een meer natuurlijk ritme van structurele en temporele afwisseling.

Omdat de duinbossen vrij jong zijn zal ook de biologisch interessante vervalfase van grote bomengroepen nog heel lang op zich laten wachten. Door groepjes, relatief nog jonge bomen te ringen, haalt men die vervalfase in de tijd gezien naar voren.

In het nog vrij jonge duinbos van de Waterleidingduinen is verjonging anderzijds nog niet direct aan de orde. De meeste bomen die er staan hebben nog vele tientallen jaren leven, zo niet eeuwen voor de boeg. Door nu al kunstmatig te gaan verjongen bouw je een te gering leeftijdsverschil op met de overblijvende, dus nog jonge bomen.

We zullen op deze plaats de reeds genoemde dr ir Henk Koop aanhalen. Hij schudde in de jaren 80 en 90 het Nederlandse bosbouwwereldje op met de publicatie van een aantal klassiek geworden artikelen over de omvorming van cultuurbos naar natuurbos. Waternet verzuimde zijn naam te noemen. Koop staat niet vermeld in de literatuurlijst van de Bosbeheervisie. Het uitgummen van de man die als eerste Nederlander op wetenschappelijke grondslag streefde naar een natuurlijk bosbeheer, is tekenend voor de afgang als natuurbosbeheerder, een rol die Waternet slecht speelt.

Henk Koop: ‘’Ongewenste grootschalige aftakelingen kunnen worden voorkomen door een inleidend beheer te voeren dat de kunstmatige homogeniteit doorbreekt. Aftakelingsgolven worden daarbij uit fase gehaald en een meer natuurlijk ritme van aftakeling en verjonging wordt op gang gebracht.’’

Een andere criticus van de Bosbeheervisie, de stichting Duinbehoud, vond in een reactie dat zes jaar omvormingsbeheer wel voldoende moet zijn. Een tikkeltje aan de optimistische kant. Duinbehoud vergat de regels die gelden bij het tegenwoordige omvormingsbeheer.

Koop: ‘’Heeft men op grond van de homogene uitgangsstructuur besloten tot omvorming, dan is het verschil tussen de huidige leeftijd en de geschatte fysiologische maximumleeftijd van de opstand de daarvoor resterende tijd. Over deze perioden moeten de verschillende lichtingen worden verdeeld. Hoe dichter men het einde van deze periode nadert, des te meer doen zich al spontane aftakelingsprocessen voor.’’

Die maximumleeftijd voor de Zomereik op de vrij arme duinzandgrond mogen we misschien schatten op een paar eeuwen. Op een veel langere periode dan de luttele zes jaar die onze nevenstichting ervoor wil uittrekken zal de bosomvorming beslag moeten leggen.

De bossen na zes jaar aan het spontane verloop van de natuur overlaten betekent het langdurig voortbestaan van één en dezelfde bosfase. Biologische rijkdom komt weliswaar op den duur vanzelf aanwaaien, maar dan laat de ongelijkjarige toestand met zijn structurele en biologische veelzijdigheid erg lang op zich wachten.
Door ingrijpen kan je het proces aanzienlijk versnellen, komt de biologische variatie snel naderbij. De noodzaak om nú al in het duinbos in te grijpen is er niet, het duinbos is daarvoor te jong. De omvormer neemt geduldige zijn tijd: tot wel een eeuw of meer na het heden is hij werkzaam. Het kortstondige denk- en doenwerk van Duinbehoud staat hem niet aan.

Maar het zijn toch de latere mensengeneraties die beslissen of men al voldoende biologische bosrijkdom in huis heeft, om te besluiten de natuur van het bos haar gang te laten gaan. Alleen de exoten buiten de deur houden: opkomende plantjes hiervan uittrekken, dat is de enige inbreuk op het dan spontane verloop.

De Damherten

De Bosvisie acht de noodzaak aanwezig om de bosverjonging tegen de hertenvraat te beschermen door uit te rasteren. En hier valt Waternet pardoes door de mand.

De Bosvisie is geldig tot en met 2027. Waternet geeft met die rasters aan dat Damherten tot in het jaar 2027 een gevaar vormen voor het zich verjongend duinbos. De doelstand van 800 dieren die in 2020 volgens het faunaplan moet zijn gerealiseerd, is in de daarop volgende jaren, te weten 2020-2027, kennelijk niet laag genoeg om alle habitattypen, in dit geval de bosverjongingsfase, te vrijwaren van overbegrazing.

In het nationaal park Zuid Kennemerland, driehonderd hectare groter dan de Waterleidingduinen, is de doelstand 200 Damherten. Waarom daar zo laag en in de AWD zo hoog, terwijl de vegetaties grote overeenkomsten vertonen?

Het is een publiek geheim dat de PvdA-wethouder destijds dit hoge aantal wenste, om het gebied aantrekkelijk te houden voor de recreant. Wat voor de toeristenhoofdstad een magische lokkertje is, de ontelbare coffeeshops, dat zijn de talloze Damherten voor het Amsterdamse duineigendom. Hoge bezoekersaantallen werken verslavend. Politici stellen recreatieve normen , de wet stelt natuurbehoudsecologische. En vandaar ook de juridische processen, nodig om door politici geplande fietspaden enz. tegen te houden. Straks is weer de bosbouw aan de beurt.

In de echte natuur van het noordelijk halfrond was de dichtheid van Damherten hooguit enkele dieren per honderd hectare (= 1 vierkante kilometer). De lage dichtheid wordt in hoge mate bepaald door predatoren als Wolven, Bruine beren en Lynxen (en de Poema in Noord-Amerika). In afwezigheid van die natuurlijke predatoren kan de beheerder toch evengoed een bos ontwikkelen dat qua vegetatiestructuur en biologische rijkdom grotendeels overeenkomt met het natuurlijke bos. Zolang je de grote invloed van de hertenvraat op de structuur van het bos maar weet te temperen. Wat eenvoudig is door de hertenstand op die verantwoorde, natuurlijke lage dichtheid te brengen.

Die stand ligt bij 78 Damherten.  Jaarlijks hoeven slechts ongeveer 22 dieren te worden afgeschoten, zijnde de netto-aanwas. (Of de dieren worden weggevangen en naar een hertenkamp overgebracht. De zeer betrokken dierenschermers die te hoop lopen tegen de ‘moordzuchtige mens’ willen de kosten vast wel voor hun rekening nemen.)

Dat getal van 78 rekenden wij uit aan de hand van de, voornamelijk internationale literatuur over het onderwerp. We komen uit op een dichtheid van 2,3 Damherten per 100 hectare  bosgebied. De natuurlijke stand voor de Waterleidingduinen, groot 3400 hectare, schommelt dan rond de 78 Damherten. Dit moet dan wel een absoluut maximum voor de Waterleidingduinen zijn. De herten trekken immers steeds weer naar de binnenduinbossen, waar ze zich concentreren tot een dichtheid die al snel hoger ligt dan de lage dichtheden die onder genoemde natuurlijke omstandigheden van het bos worden aangetroffen. Zouden de maximumaantallen in het iets grotere NPZK ook circa 80 dieren zijn, dan kom je opgeteld uit op ca. 160 Damherten voor het hele Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid. En dat is tevens het minimumaantal waarbij je net niet met de wet in aanvaring komt. De wet vereist een voldoende grote en gevarieerde genenpool van het Damhert, en die is 150 herten.

Gewone Esdoorn

De Gewone esdoorn is bij ons geen uitheemse soort. De Nederlandse Ecologische Flora stelt:

‘’Het is aannemelijk dat Gewone esdoorn ons land ook zonder hulp van de mens wel via de rivierdalen zou hebben bereikt. Tegenwoordig sluit het Noordwest-Europese verspreidingsgebied ‘naadloos’’ op het Midden-Europese aan, en de Gewone esdoorn verjongt zich op grotere schaal dan het merendeel van de loofbomen die hier al voor de jaartelling groeiden.’’

De Gewone esdoorn zie je midden tussen de duindoorns opkomen, en die gaat in zijn schaduw dood. Houd de Gewone esdoorn dus uit de buurt als de instandhouding van het -internationaal zeldzame- habitattype Duindoornstruweel verplicht is gesteld. Inmiddels tot boompje uitgegroeide exemplaren elimineer je door ze te ringen.

Merkwaardig genoeg gaat de Bosvisie niet in op een andere heikele kwestie: die van het voortbestaan van het Zomereikenbos. Dat bos loopt groot gevaar te verdwijnen als gevolg van de verdringing door de Gewone esdoorn. Esdoorns priemen in een razendsnelle jeugdgroei dwars door de kroon van de Zomereik heen. Ook de lichtbehoeftige eik legt het subiet af tegen de schaduw die de Gewone esdoorn over hem werpt.

De Gewone esdoorn lijkt een climaxsoort te zijn, maar het oudere esdoornbos is biologisch interessant genoeg. De bladeren van de Gewone esdoorn nemen kalk op, de kalk wordt door de wortels uit de diepere grondlagen gezogen, door bladval in de herfst wordt de bosbodem met kalk verrijkt. Aldus werkt de Gewone esdoorn de verzuring tegen. Eiken- en Beukenblad verzuren de bodem. Ook de Beuk is een climaxsoort, die verdringt eveneens het Zomereikenbos. Maar veel zie je hem niet. De Beuk is wel aangeplant in de AW-duinen.

De spontane opeenvolging van boomsoorten, ook wel de successiereeks genaamd, zou elke natuurbosbeheerder met respect gadeslaan. Maar kies je behalve voor een natuurlijke bossuccessie tevens ook voor het behoud van algemene bosbiodiversiteit –d.w.z. richt je je op het behoud van verschillende ecosystemen en bijhorende soortenrijkdom-, dan moet je wel eikenbossen aanwijzen die gevrijwaard blijven van invasie en overheersing door de Gewone esdoorn. In die eikenbossen zal te alle tijden bestrijding van Esdoorns moeten plaatsvinden, -door het uitsteken van jonge exemplaren of het ringen van oudere. Het beheersdoel is dus tweeërlei: zowel het behoud van de bestaande eikenbossen als een spontane ontwikkeling naar esdoornbos.

En weer buitengewoon vreemd, dat in de Bosbeheervisie deze belangrijke boskwestie niet aan de orde is gesteld! Maar logisch, heeft dat niet te maken met het voornemen van de houtteelt en het houtoogsten? Dat levert een geheel ander, continu door mensenhand gestuurd bos op. Een cultuurbos.

Adelaarsvaren

Het oprukken van de velden Adelaarsvaren in de Waterleidingduinen mag een zorg zijn, het was voor de beheerder geen aanleiding om er een notitie aan te wijden.

De Adelaarsaren gedijt door de stikstofverbindingen, afkomstig van verkeer, industrie en landbouw. Stikstof is natuurlijke voeding voor de plant. Maar er daalt een te grote hoeveelheden op onze natuurgebieden neer. Ook zouden de oplopende jaartemperaturen de wildgroei van de Adelaarsvaren veroorzaken.

Wilde zwijnen zijn in staat met hun gewroet de dichte wortelmat van de varens te doorbreken. Maar het Evertzwijn is in de duinen uitgestorven. Onder een dichter wordend kronendak sterft de varen in het bos weliswaar af, en door maaibeheer is de varen goed weg te krijgen in die open delen waar uitbreiding dan wel herstel van het bos gewenst is.

De duinen zijn grotendeels van nature door bos bedekt.

Houden zo! Maar de neiging bestaat om terwille van een recreatief gevarieerd landschap stukken bos te kappen en er stuifvlakten van te maken, zoals op de Berg van Mikwel. Wij vinden dat al de bossen in het oostelijk deel van de AWD gewoon bos(landschap) moet blijven.

Bescherm het bos langs de paden. Gooi er eens paden uit.

In de duinbossen van de Waterleidingduinen ontdek je paden die niet op de wandelkaart staan. Deze zijn in de loop van de tijd vanzelf ontstaan: struiners willen voor de afwisseling wel eens een nieuwe route belopen. Nieuwe paden ontstaan ook doordat de beheerder de laatste jaren bezig is geweest alle, ja álle rustgebieden in het oostelijk deel op te heffen. Er waren er al zo weinig. Zoals recent de Berg van Mikwel: foetsie. Een breed en druk belopen pad ontstond waar eerst geen mens kwam.

We vragen ons af of voor deze bestemmingswijziging, voor deze Vondelparkzucht,  door de provincie een vergunning is afgegeven. Voorts zijn we van mening dat de bossen uitsluitend toegankelijk mogen zijn over wandelpaden. Voor de rust van de fauna, het intact laten van de bodem(tegen het kaallopen), moet het struinen verboden worden. Vanaf de vele paden is meer dan genoeg te zien. Gelukkig hebben de meeste mensen geen behoefte om van het pad af te gaan. Die enkeling is de klos.

Alsof door reuzehanden een fijnmazig visnet aan wandelpaden over de Waterleidingduinen is geworpen, van een groot aaneengesloten, intact bos is geen sprake. De mogelijkheid om de natuur in dit opzicht beter tot haar recht te laten komen zou uitvoering geven aan de verbeteropgave van Natura 2000. De ontsnippering van het duinbos komt een eind in de richting als de officieuze paden worden opgeheven, plus enige officiële. Het terreinbeheer is nu wel erg toegespitst op recreatiebeheer.
In een echt natuurlijk bos komen nooit mensen. Maar recreatie taboe verklaren is gekkenwerk, zeker in een Randstad waar velen de natuur, de ruimte en de rust nodig hebben om een beetje op adem te komen.

Op deze aspecten van de recreatie gaat de Bosvisie niet in. Hoewel de menselijke druk bepalend is voor de kwaliteit van de natuurwaarden.

Ook het bos pal naast de paden is beschermde natuur!

Daarnaast koestert Waternet het plan om de paden eens keurig op te schonen. Bomen die naar men vreest wel eens om zouden kunnen vallen, moeten om. Dit is zonder meer aantasting van natuurwaarde.

HID wil benadrukken dat ook de bosranden onder de natuurbeschermingswet vallen. Ook bomen die doodgaan dienen, misschien nog meer dan tijdens hun leven, de natuur. ’Dood hout doet leven’, luidt het vitale gezegde. Kevers, spechten, dood houtzwammen, en zo voort, het is al genoemd. Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50 procent van de totale bosfauna is afhankelijk van dood hout. Een dode boom kan nog vele jaren overeind staan. Staande dode bomen vervullen als speciale categorie dood hout –naast die van de liggende stammen- een cruciale rol in het natuurlijk beheerde Hollandse duinbos.

Amsterdam wil opofferen voor de recreant. In zijn overspannen streven naar veiligheid worden bomen omgezaagd in een strook van mogelijk wel twintig meter links en twintig meter rechts van de bospaden.

Die stroken bos langs de vele paden waarmee de duinbossen zijn doorsneden tikken bij elkaar aardig op. We zullen de totale oppervlakte nog eens exact uitrekenen. Maar voorlopig lijkt het erop dat Waternet enige tientallen procenten van het toch al versnipperde maar beschermde duinbos wil ontdoen van het belangrijke staande dode hout, om maar te voldoen aan de vermeende veiligheidseisen van de passant.

Is dat terecht? Stel, een dode boom valt binnen twintig jaar om, nadat hij is afgestorven. Dat omvallen gebeurt bij voorkeur tijdens een storm, het omkiepen duurt enige seconden. Dan zou er net een wandelaar onderdoor gaan?

Amsterdam sluit de bossen bij storm en ontij maar netjes af. Een laantje met veel staand dood hout wordt eenvoudigweg afgesloten. Of de wandelaar wordt stevig ontraden er te gaan wandelen. Of hij/zij doet dat op geheel eigen risico. U bent gewaarschuwd! De natuur heeft voorrang, niet de noodzaak dat élk bospad te alle tijden toegankelijk moet zijn.

Het ‘struinen’ in de bossen moet worden verboden, we zeiden het al. De Houtsnip is een doelsoort van de Habitatrichtlijn. De daarin vervatte herstelopgave verplicht Amsterdam de stand van de nu verstoorde Houtsnip omhoog te brengen. Natuurlijk zullen ook andere bosvogelsoorten profiteren van de rust in het bos.

Het ligt niet in de lijn van de verwachting dat Waternet, of de Amsterdamse raad die tot nu toe weinig om de natuurbescherming gaf, tegemoet zal komen aan de wensen van de natuurbescherming. Zij willen op de eerste plaats het natuurgebied voor het toerisme op de kaart zetten, alsof het hier ging om het Vondelpark. Illustratief voor de misplaatste aandacht voor de recreatie in een beschermde natuurgebied is de overdreven hoeveelheid foto’s van recreanten in het voorlichtingsblad Struinen.

Maar de rechter gelukkig wel. Want het is nog steeds een beschermd natuurgebied!

Conclusie

Deze zogenaamde Bosbeheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2016-2027 kan zo in de kringloopbak van GroenLinks. Het plan leidt geenszins tot een natuurlijk bosbeheer dat tevens recht doet aan de Natura 2000-doelstelling.

Het voorstel tot het telen van hout in een beschermd natuurgebied is een diepe belediging voor de natuurbescherming. Wethouder Udo Kock moet eens een directie aanstellen die gevoel heeft voor de natuur en die met kennis van zaken te werk gaat.

In de Bosbeheervisie is de beschrijving van de bosomvorming naar een natuurlijker duinbos ver onder de maat. De visie is overbezorgd voor de veiligheid van de recreatie. Daaraan wordt tenminste één wezenskenmerk van het natuurlijke bos -het staand dood hout-, opgeofferd.

Waternet en de gemeente Amsterdam gaven in het verleden al ruimschoots blijk van veronachtzaming. We noemen de prunusplaag die zich niet in die volle omvang had hoeven en mogen ontwikkelen, waardoor uiteindelijk in het kader van een moeizame bestrijding hele landschappen op de schop gingen. De onkunde en desinteresse van de beleidsmakers resulteerde voorts in een plaag van Damherten die het einde betekende voor verschillende biotopen, en de vele planten- en insectensoorten en tenslotte vogelsoorten die er voorkwamen.

Nu moeten de bossen het gaan ontgelden, want er moet zo nodig hout worden geproduceerd en geoogst. Wat een ramp dat onverschillige gemeentepolitici een natuurgebied mogen beheren, de eens unieke en soortenrijke Waterleidingduinen.

Literatuur

Heybroek, H.M.,1984. Bosbeheer ten behoeve van natuurwaarden. In: Nederlands Bosbouwtijdschrift 56 (9/10): 229-239

Jansen, Patrick & Mark van Benthem, 2008. Bosbeheer en biodiversiteit [i.s.m. Stichting Probos en Het Geldersch Landschap]

Koop, H., 1981. De schaal van spontane ontwikkeling in het bos. In: Nederlands Bosbouwtijdschrift 53(3): 82-90

Koop, H., 1986. Omvormingsbeheer naar natuurlijk bos: een paradox? In: Nederlands Bosbouwtijdschrift 58(1/2): 2-11

Lenders, A.J.W., Juni 2016. Beheer van Adelaarsvaren in Nationaal Park De Meinweg. In: Natuurhistorisch Maandblad

Londo, G., 1991. Natuurtechnisch bosbeheer. Natuurbeheer in Nederland, deel 4 [Handboek Rijksinstituut voor Natuurbeheer]

Ouden, Jan den, Bart Muys, Frits Mohren & Kris Verheyen (Red.), 2011. Bosecologie en Bosbeheer. Leuven/Den Haag

Ripple, W.J. & R.L. Beschta, 2012. Large predators limit herbivore densities in northern forest ecoystems. Eur. J. Wildl. Res.

Weeda, E.J., R. Westra, Ch. Westra & T. Westra. 1999. Nederlandse Oecologische Flora, Wilde planten en hun relaties. Hilversum/Haarlem

 

 

 

 

 

 

 

 

Stichting Duinbehoud, Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, KNNV Haarlem, het IVN: welke club komt nog op voor het natuurbehoud?

 

aantal_damherten_28_04_639x382 awd

De rijke natuur van de Amsterdamse waterleidingduinen dreigt te bezwijken onder tal en last van de toenemende populatie Damherten. Onderzoeken tonen aan dat de biodiversiteit ernstig achtergaat en de conclusie van het laatste rapport Parels van de Duinen 2014,  vorig jaar september verschenen, luidde dan ook: begin op korte termijn met de aantalsreductie van de Damherten!

De oplettende natuurliefhebber die het gebied regelmatig bezoekt zal de veranderingen al langer zijn opgevallen. De wandelaar zag een verbazingwekkende verarming van de ondergroei in de bossen. De duinbossen worden hol, en de kaarsrechte vraatlijn op borsthoogte is zelfs niet meer te zien doordat ook de jongere bomen worden geschild en doodgaan, met de onderste takken die die vraatlijn aangaven.

’Bloemrijke graslanden zijn volledig kaalgevreten’’, liet hoofd Bronnen en Natuur Eduard Cousin op 5 september 2013 weten in een Amsterdamse commissievergadering.
Overigens pas nadat de toenmalige wethouder Carolien Gehrels  (PvdA) door de CDA-er Diederik Boomsma onder druk werd gezet om eens eindelijk voor de dag te komen met de reeds verkregen cijfers en om verdergaand onderzoek te plegen.

Ook kon je met eigen ogen zien, dat de kruidenrijke graslanden steeds meer veranderden in een kort geschoren grasmat. De aparte duinnatuur verandert in een hertenkamp.

foto 37-2 copy
De gaaskooi even opgelicht om te laten zien dat kruidengroei zonder bambie mogelijk is.

Wat deed de beheerder in het verleden fout dat het zover mocht komen? Nu ja, ambtelijke laksheid, desinteresse en vooral niet luisteren naar die paar ecologen die ooit in dienst waren genomen om duurzaam wetenschappelijk advies te geven.

Maar waarom houden de volgende ‘maatschappelijke organisaties’ die zich op het terrein van het natuurbehoud bewegen zich zo angstvallig op de vlakte: de KNNV- afdeling Haarlem & omgeving, het IVN Nederland en de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland?
De stichting Duinbehoud sprak zich wel uit, maar bagatelliseert de hertenschade.

Het cynisme ten aanzien van het natuurbeheer heeft mpgelijk te maken met de bambificatie van de maatschappij. Het dier mag geen haar worden gekrenkt. Diersentimentaliteit zit een nuchtere beoordeling van de ecologische staat waarin onze natuurterreinen verkeren danig in de weg.

Natuurbeheer is een heus vak en wordt zelfs op universitair niveau onderwezen. Daarom moet men wantrouwig staan tegenover lieden die zo stellig weten hoe een natuurgebied beheerd moet worden. Vooral de mensen van de Partij voor de Dieren munten uit in een roeptoeterij waar een ezel in nog geen eeuwen tegen opbalkt.

Bij de dierenbeschermer staat het dier hoog aangeschreven
Het dier is al bijna verheven boven de menselijke existentie.  Heiligdommen gewijd aan dieren stonden tot nu toe alleen in India en Bhutan. Het zal niet lang duren of ze worden ook in ons  voormalig calvinistische landje plechtig geopend.

Het besef dat eerst het plantenleven dierenleven mogelijk maakt en niet andersom, speelt voor de dierenbeschermer geen grote rol, behalve bij het natuurbeheer.  Daar, zeggen ze, stelt het voedselaanbod grenzen aan de grazende dieren.
De hoofdrol is onder meer natuurlijke omstandigheden echter weggelegd voor de roofdieren. Maar dat deze het zijn die de hertenpopulaties intomen en niet de voorraad voedsel, wordt steevast ontkend. Anders zou dat tot jacht noodzaken, wil je althans de natuurlijke vegetatiestructuren zoveel mogelijk recht doen die passen bij een natuurlijke matige stand van herbivoren .
En als er één taboe is, is het de jacht.

Zo beweerde Johnas van Lammeren van de PvdD in de Amsterdamse raad dat prooidieren de aantallen predatoren bepalen. Een leugentje voor bestwil, het gaat werkelijk niet op voor de bambies in de Amsterdamse waterleidingduinen, wanneer we tenminste weer een natuurlijke situatie met natuurlijke predatoren onder ogen zien; dan was er geen sprake van een bijna kaal gegeten gebied.

Maar het laatste waar de dierenbescherming zich mee bezig wil houden is het behoud van vegetatietypen, zoals de landelijk vrij unieke wilde ligusterstruwelen. Die worden door vraat ernstig in hun voortbestaan bedreigd, lees het rapport ‘Parels van de Duinen 2014′.

Wat is nou het belang van struwelen en die paar vlindertje die daar nectar zoeken!
Het gaat verdorie om het doden van weerloze dieren!
Wat een prachtige vacht!
Ontroerende ogen en kijk die mooie geweien!
-merkt de diersentimentalist verontwaardigd op.

Blinde geloofsijver staat het de dierenbescherming in de weg om nog langer een goed woordje te doen voor het natuurbeheer.

De duinen raken vergeven van de sullige hertjes. Wat natuurlijk is dit toch, roepen alle natuurorganisaties uit.
De duinen raken vergeven van de sullige hertjes. Wat natuurlijk is dit toch, roepen alle natuurorganisaties verblind uit.

Ik vrees dat de bambificatie bij genoemde organisaties al zover is voortgeschreden dat het hun niet mogelijk is om het natuurbehoud nog langer te steunen, men niet langer de werkzaamheden van de beheerder beoordeeld naar wat goed of slecht is voor een verantwoord natuurbeheer.

Zo kwam de Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland, VWZK, ertoe een petitie te laten tekenen die de stichting Faunabescherming organiseerde tegen het afschieten van damherten in de AWD (door 1984 mensen ondertekend, -eerlijk gezegd is dat weinig).
De oproep om te tekenen staat niet meer op hun website, maar dat kan te maken hebben met de einddatum die voor die petitie is verstreken.
Op de VWZK-website vind je helemaal geen standpuntbepaling. Wat treurig stemt: men laat de AWD aan zijn lot over.
Over de teruggang van de zangvogels die in het duinstruweel zo welig broedden is mij van de Vogelwerkgroep geen inventarisatie bekend. VWZK-ers hebben kennelijk geen behoefte op te komen voor de Nachtegaal, als daarmee de zaak van het Damhert gevaar loopt.  Dan verdwijnen de struwelen van Ligusters, Kruipwilgen, Kardinaalsmutsen, Vlieren, Lijsterbessen, Gelderse rozen, allerlei klimrozensoorten, en Inheemse vogelkersen maar. Wij zijn geen Struikwerkgroep.

De stichting Duinbehoud beweert op zijn website dat ‘er geen overtuigend bewijs is voor ecologische schade aan het duingebied als gevolg van begrazing door damherten’.
Die schade is er zeker voor het duinbos. Zo kwam het OBN-deskundigenteam in zijn rapportage in mei 2013 tot de gevolgtrekking dat al vele jaren daarvoor schade aan de struiklaag was aangericht, gezien de afwezigheid van dood hout. Dat aangevroten struikhout was na al die jaren vergaan, terwijl in de exclosures, de met gaas afgescheiden proefvakken, de struiken volop groeiden.

In het blad DUIN, orgaan van de stichting Duinbehoud, waren ecologen in het septembernummer van 2000 reeds van mening dat er niet veel heil te verwachten viel van de damherten, ze schreven:
’Gezien het feit dat de ruigere grassen bovendien weinig voorkomen in het dieet , is er nauwelijks een terugdringend effect te verwachten op het proces van vergrassing. Op enkele sterk geprefereerde soorten zoals Wilde kardinaalsmuts, Meidoorn en (jonge) Zomereik zal de invloed echter wel groot zijn! Dit zijn soorten die nu in zekere mate beeldbepalend zijn voor de AWD en de kalkrijke duinen in het algemeen.”

De Kardinaalsmuts is nu door het bast schillen over grote oppervlakten bijna verdwenen en elke jong opkomend kiemplantje  wordt (zolang de zaadvoorraad strekt!) opgepeuzeld. De sterke aantasting van de Liguster had men destijds niet voorzien, evenals een rits andere soorten.
Tegen de verruiging van het duin -door Duinriet en Zandzegge- moet men evengoed nog steeds schapen en runderen inzetten.

En welke voortschrijdend inzicht nemen we sinds 2000 waar bij de stichting Duinbehoud, eens vermaard om zijn kritische houding? Arnoud van der Meulen schrijft in DUIN, juli 2011:
‘’Duinbehoud heeft grote bezwaren tegen populatiebeheer. In natuurgebieden moeten natuurlijke processen zoveel mogelijk de vrije hand krijgen.’’

Beter bewijs dat deze natuurvereniging bemand is door goedwillende amateurs is er niet. In een natuurlijk Europa kom je uit op zeer lage dichtheden van herten. Wolven, Lynxen maar misschien nog meer Bruine beren, hielden ––en wanneer we opnieuw natuurlijkheid nastreven óf biodiversiteit: hóuden— de aantallen hertachtigen zeer laag.  Omvangrijke literatuur toont dit ten overvloede aan.
Mogelijk een paar herten per honderd hectare, en dan geldt voor de hele AWD: 140 Damherten.

Dat is ook wat deskundigen van Vereniging het Edelhert de duinbeheerders aanbevelen. Vier Damherten per 100 ha. Echt natuurbehoud treffen we dus aan bij een aan ‘n jagersgilde gelieerd wetenschappelijk instituut. En nergens anders.

Op het moment van schrijven staat op de website van Duinbehoud de roep te lezen om méér onderzoek naar de hertenschade.
Verzoeken om meer onderzoek tref je aan bij organisaties die uitstel van hen niet welgevallige ontwikkelingen wensen, ook al mag de stapel reeds gedane onderzoeken zo hoog zijn geworden dat omvallen dreigt.

Met alle hun slechte aanbevelingen, zoals het tekenen van een petitie die de ondergang van belangrijke natuurwaarden in de AWD alleen maar naderbij brengt en het verwrongen idee van het begrip ‘natuurlijkheid’, bevorderen die natuurclubs bepaald niet het besef van een verantwoord natuurbehoud en natuurbeheer. En wat een beroerde natuureducatie voert hetInstituut voor Natuurbeschermingseducatie, IVN.

Steunt u dus voortaan van harte Stichting Herstel Inheems Duin, HID. We hebben uw steun hard nodig om een eventueel juridische actie te ondernemen tegen natuurbeheerders die aarzelen om aan redelijke aantalsregulatie te doen. kp

Allerlei rapporten, waaronder ‘Parels van de Duinen 2014′, zie downloads onder:
https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/

Stichting Duinbehoud:
http://duinbehoud.nl/nieuws/standpunt-actief-beheer-damhertenpopulatie/

 

 

Weer is hoogst noodzakelijk beheer op de lange baan geschoven….

 

 

Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam
Dit is verdwenen of gaat verdwijnen, en maar één heeft de schuld: b&w van Amsterdam

 

 

Op 15 januari jongstleden is het onderwerp ‘Damherten’ in de Amsterdamse raadscommissie aan de orde gekomen. Wederom. Het onderwerp ‘’Damherten’’ lijkt daar een eigen leven te lijden.

Wéér ging het niet om de duizenden soorten die in de Amsterdamse Waterleidingduinen voorkomen. Wéér niet over een zorgvuldig beheren om tot een bepaald evenwicht te komen. De levende natuur als fenomeen waar meerdere soorten naast elkaar voorkomen, het lijkt een taboe in de afzichtelijke steenkolos van de Stopera.

Neen, het ging enkel om de aaibare Bambie. Weer. Geen van de raadsleden sprak zich uit over de zorgelijke vooruitzichten van de kruiden die door de hertenvraat haast niet meer tot bloei komen, en over de bar slechte vooruitzichten van de insectenstand, in het bijzonder de vlinders.

De uitermate verontrustende conclusies in het rapport Parels van de Duinen 2014 vormde geen aanleiding om de discussie eens op scherp te zetten. Terwijl dit rapport alsmede het periodiek van Waternet, Natuurberichten (december 2014), weten te melden dat ‘’bloemrijke zones inmiddels vrijwel uit de AWD zijn verdwenen’’, waardoor onder andere het ‘’leefgebied van de Keizersmantel sterk aan kwaliteit inboet’’.

De oppervlakkigheid van degenen die de scepter mogen zwaaien over een belangrijk natuurgebied is stuitend. Een half uur lang werd door platitudes afgerekend met het natuurbeheer.
Verst in politieke leugens gaat de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van Heijningen beweert glashard dat de documenten spreken van een ’’jubelstuk over de insectenpopulatie’’.

Insecten zijn niet genoeg aaibaar. Haar verschrikkelijke leugen camoufleerde zij met een ware bewering, dat het in een brief van de wethouder ontbrak aan ‘’onderbouwing’’.

Ook de wethouder heeft namelijk geen boodschap aan natuuronderhoud. Hij noemde namen van planten die hij oplepelde van het papier dat voor hem lag, maar die hem, zo zegt hij koketterend, ‘niets zeggen’

Deze Udo Kock zegt met valse bescheidenheid niet te weten hoeveel hectare groot de Awd is. De wethouder van financiën met overigens duizend en één cijfers in zijn bolleboos wist van gekkigheid niet hoe hij zijn verholen minachting voor de natuur en zijn prikkebenen het best naar buiten kon brengen. Hij zou in de grachtengordel anders eens uit de boot vallen.

Verschillende raadsleden lieten het woord ‘’natuurwaarde’’ vallen. Dat is een term die hoogst interessant klinkt. Bovendien gewichtig aan het normen- en waardendebat appelleert. O zo politiek correct. Maar wat een goedkope humbug uit de woorden van een politieke festivalganger die een paar jaar lang het raadslid uithangt om zijn of haar cv aan te vullen.

Wel is waar is dat D66 de mogelijkheid dient open te laten van een actieve damhertenregulatie. De wethouder van D66-huize moet zich schrap zetten voor het beheersplan dat in het kader van Natura 2000 door de provincie thans wordt voorbereid. En enige regulatie van de stand zit er levensgroot in.

Ons natuurbehoud, zo dood als een pier

Zij die meer dan gewone belangstelling hebben voor de manier waarop met het beheer van een groot en en biologisch divers natuurgebied door een gemeente wordt gesol, hieronder treft u een schriftelijk verslag aan, zie download onder Algemeen, punt 4, Conceptverslag cie. Fin 15.01.2015:

http://zoeken.amsterdam.raadsinformatie.nl/cgi-bin/agenda.cgi/action=view/id=3150

en hier een beeld en geluidverslag:

http://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/136733/

Voor citaten uit Parels van de Duinen 2014, raadpleeg mijn weblog van 11 december:

http://herstelinheemsduin.nl/parels-voor-de-zwijnen-3/

Ondertussen roert niemand zich. Geen Natuurmonumenten, geen Staatsbosbeheer, geen PWN, geen KNNV, en zeker niet de gesubsidieerde stichting Duinbehoud die geacht wordt toe te zien op het behoud van de ‘natuurwaarden’ in onze duinenrij.
Geen van allen voelen zich geroepen Amsterdam te waarschuwen voor een immer toenemende degradatie van het bejubelde natuurgebied; de Waterleidingduinen, ooit door hoofd Bronnen en Natuurbeheer van Waternet in de raadszaal uitgeroepen tot Europese Topnatuur.

Die stichting die ik wilde oprichten om Amsterdam wegens een ongunstige staat van instandhouding- not done volgens de Nbwet-, voor de rechter te slepen, moet er nog komen. U kunt zich aanmelden.

Als getuige á decharge vrezen we wel de stichting Duinbehoud. Die geeft de voorkeur aan ‘natuurlijke processen’, daaronder verstaat het de abusievelijk doorgroei van de populatie bambies tot in de hemel.

Waar zijn de wolven die de lafhartige schapen in Amsterdam verscheuren?

K. Piël,
Herstel Inheems Duin

Verstand op nul. Natuurlijk proces op oneindig

In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr geworden.
In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr…..

 

Gezien de zorgelijke toestand waarin de Amsterdamse Waterleidingduinen met het Damhert kwam te verkeren nam de Amsterdamse gemeenteraad op 11 september 2013 de motie Jager (PvdA) aan.

De motie stelt dat: ‘’Waternet overgaat tot duurzaam beheer van de kudde, gericht op stabilisatie van de populatie waarbij natuurlijke processen zoveel mogelijk een beloop krijgen.’’

Volgens de motie mocht er ook niet worden bejaagd. Ogenblikkelijk rijst de vraag of een jachtverbod niet in conflict komt met de doelstelling van een ‘’stabiele populatie’’.

Want alleen beheersjacht garandeert de nodige stabiliteit, althans in de aantallen. Nu de motie de jacht uitsluit zal de populatie doorgroeien tot ‘aan het plafond’, tot het moment dat de voedselvoorraden voor de Damherten zijn uitgeput. Dan is de hertenpopulatie inmiddels tot fabelachtige dichtheden aangezwollen, in een mate zoals die onder meer natuurlijke omstandigheden niet zal voorkomen.

Jager wil evenmin de Wolf introduceren. Ik bedoel hier meneer Jager, het raadslid. De hoge aantallen herten die nu al jarenlang de Awd onveilig maken tot schade van flora en fauna staan in geen enkele reële verhouding met de natuurlijk processen zoals de motie die beoogt. De vraag staat hier centraal: wat is een ‘natuurlijk proces’.

De beheerder slaat geen acht op de co-evolutie

De door Amsterdam gewilde natuurlijk processen kunnen het niet stellen buiten de natuurlijke predatoren. Zoals de Wolf, die in staat is onder natuurlijke omstandigheden de aantallen herten drastisch binnen de perken te houden.

Maar eerst iets over de invloed van de Wolven, en mogelijk andere roofdieren, op de vorm en functie van het Damhert. Wat gebeurt als de Wolf er niet meer is; treedt er bij herten geen domesticatieproces op? Inderdaad, de Damherten dreigen eigenschappen te verliezen die ze in een langdurige co-evolutie met hun roofvijanden hebben verworven .

Over enkele eigenschappen die de waarnemer opvallen. Bij herten valt de sprint op. De aanvallige dieren bezitten tevens een goed gehoor. Die eigenschappen stellen de herten in staat een snel heenkomen te zoeken wanneer roofdieren, Bruine beren en Wolven en in mindere mate de Lynxen, in de buurt komen.

Beide kenmerken, gehoor en loopvermogen, versterken elkaar, ze vergroten de voorsprong .Toch vallen er dieren ten prooi. Maar zonder de ver ontwikkelde zintuigen -en de loopspieren en het ranke gestel- stierf het hert uit, werd het door zijn predatoren nét wel uitgeroeid. Het natuurlijk evenwicht bestaat wel.

De oren zijn er niet op gespitst om het gras te horen groeien, zoals de heer Jager aan het Waterlooplein misschien denkt. Neen, het gras vinden ze op het zicht, waarbij herten wellicht verder selecteren met het reukvermogen. De viervoeter heeft zeer waarschijnlijk ook niet zulke snelle poten gekregen om voor de hete zomerzon uit het bos in te vluchten, voor koelte en schaduw. De bosrand haalt hij voor dat doel evengoed.

De motie hield geen rekening met deze co-evolutionaire kant van het Damhert. In de uur durende beraadslaging in de Amsterdamse raad, die in zijn geheel was gewijd aan leven en dood van bambie, miste ik node een snuggere opmerking hierover.

Maar als je niet bereid bent om voor jezelf een voorstelling te maken van het natuurlijke habitat van het hert, spreek dan liever niet van natuurlijk processen. Dat is een te dure term voor raadsleden, die in de regel weinig op hebben met natuurbeheer.

Predatoren bepaalden voor een deel tijdens een langdurige evolutionaire interactie anatomie, fysiologie en ecologische functie van herbivoren, inzonderheid de herten. In het geval van een wegvallen van dat ene aspect -dat miljoenen jaren omvattende natuurlijke proces van predatie-, zijn die verworvenheden van het Damhert onherroepelijk aan erosie onderhevig. De alertheid neemt af: er zijn geen roofdieren die op herten loeren en de laatsten hoeven niets meer in de gaten houden. Gevolg: bambie wordt aartslui. Verworven karakteristieke biologische eigenschappen worden aldus danig op de proef gesteld, het resultaat is verandering van fysiologie en anatomie. Als gevolg van een niét langer verlopend natuurlijk proces verminderen reuk en gehoor, deze veranderen hoe dan ook; het proces is niet langer een natuurlijk proces. Wel een spontaan proces, de mens grijpt niet in.

De grote roofdieren keren waarschijnlijk niet gauw terug in de AW duinen. Voor de Wolf is het gebied te klein om een roedel te bevatten die een effectieve wolvenjacht mogelijk maakt. Zelfs is het de vraag of een behoorlijke roedel een onnatuurlijke overpopulatie qua aantal weet terug te brengen tot meer natuurlijke proporties. In de literatuur lees je van schaarse voorvallen waar een dergelijke aantalsreductie achterwege blijft.

Afgezien van de getalsmatige kwestie ziet de toekomst er voor het Damhert in de Awd er dus weinig rooskleurig uit. Dat het hert in ons land wegens het ontbreken van natuurlijke predatoren een domesticatieproces tegemoet gaat, -we kunnen het Amsterdam niet euvel duiden. Jager gaat wat dat betreft vrijuit. Maar niet de jagers als groep.

Hun hulp roepen we in om de aantallen herbivoren te limiteren, zoals de natuurlijke predatoren dat in het verleden deden.

Geen topnatuur zolang de begrazing óver de top is.

Omwille het oplosbare vraagstuk der aantallen zou de van de natuurbeheer vervreemde stadsmens niet langer de baas moeten willen spelen over de natuurbeheerder. De raadsleden moeten een kloek besluit nemen en het beheer overlaten aan de vakmensen: de natuurbeschermers. Die zijn overal ter wereld gewend te beheren, ook met het geweer. Waarom zou je de  ‘Topnatuur’ van de Awd uitzonderen?  De directeur van de Awd, de heer Cousin, liet de handige pr-kreet Topnatuur ongegeneerd knallen tijdens een commissievergadering. Zijn onderzoekrapporten, die elke keer weer meer hertenschade melden, spreken geenszins van Topnatuur.

Welke vegetatie zal onder begrazing van herten ontstaan? Een belangrijke vraag voor de instandhouding van de biodiversiteit. Bij een natuurlijke lage dichtheid (deze wordt uitgedrukt in aantal herten per 100 hectare), behoudt het bos zijn typische kruid- en struiklaag en de boomverjonging blijft overeind. Hoge dichtheden, met meer dan twee Edelherten per 100 hectare, brengen het bos in verval, verjonging door opgroeiende bomen blijft achterwege, en het bos veranderd op den duur in open terrein.

De vegetatiestructuur is voorts bepalend voor de plantensoorten die er voorkomen. Typische bosplanten vestigen zich  waar bos voor lange tijd kan voortbestaan. Op open terrein planten die horen bij open terrein. En planten bepalen op hun beurt het voorkomen van diersoorten. Vaak zijn dieren gespecialiseerd op bepaalde planten: de vlinder die een bepaalde plant voor nectarbezoek uitkiest en mogelijk weer een ander plant als waardplant voor zijn rups. Paddenstoelen voor het bos, of soorten die aangepast zijn aan het open grasland, enzovoort.

Predator als bemiddelaar tussen herbivoren en vegetatie

Van de 47 hertensoorten die de wereld kent, zijn er 11 die hoge dichtheden kunnen bereiken (McShea, 2005). Een van de elf is de in de Randstad veelbesproken Damhert, alias Bambie. Deze bereikt in de Awd in het binnenduinbos van het Vinkenveld inmiddels het recordaantal van 190 dieren per honderd hectare (Parels van de duinen 2014).

De motie die stelt dat de damherten, de lievelingen van het grote publiek, niet mogen worden afgeschoten, behalve de dieren die ondraaglijk lijden (en die zich dan schielijk in een verborgen struweelhoekje terugtrekken waar ze nooit door de boswachter worden gevonden; de motie is op dit punt wat aan de hypocriete kant), die motie zal niet de natuurlijk processen op gang brengen. Integendeel, in natuurgebieden waar alle oorspronkelijke ecologische relaties intact zijn, c.q. de functionele relatie predatoren-herbivoren, halen de herten in de gematigde luchtstreken zelden hogere aantallen dan twee Edelherten per honderd hectare (wat overeenkomt met vier Damherten, althans als je kijkt naar de voedselopname; overigens is de Damhert een exoot).

Dat natuurlijke aantal stemt overeen met de lage aantallen van 1 á 2 Edelherten die de bosbouwers op de Veluwe claimen om de bosverjonging voor overbegrazing te behoeden . Nu lopen in het Awd-duinbos van het Vinkenveld dus 190 damherten per 100 ha. Hoe durven de Amsterdammers een dergelijk uit elk zinnig verband getrokken aantal een natuurlijk proces noemen?

Dat was dus het tweede punt, de aantallen, waarop eens de aandacht gevestigd mag worden, niet dan na even hierboven te hebben stilgestaan bij de deformatie van een oorspronkelijk wilde soort wanneer de wilde roofdieren ophouden te bestaan.

Al met al had Jager en zijn PvdA, en in zijn kielzog de hele Mokumse gemeenteraad, er beter aan gedaan de kaken stijf op elkaar te houden in plaats van de wijsneuzen uit te hangen.

De zaak op zijn beloop laten, – bij afwezigheid van die grote vormende en limiterende factor, de natuurlijke predatie-, en het tegelijkertijd wél toestaan van onnatuurlijk hoge aantallen herbivoren doordat er een jachtverbod is op aantalsregulatie-, het betekent dat er hooguit sprake kan zijn van een spontaan proces. De les die hieruit volgt:

elk natuurlijk proces is spontaan, maar niet elk spontaan proces mag je onder die van de natuurlijke rangschikken.

De man die in de vorige eeuw de Wolf op de Veluwe wilde herintroduceren, de charismatische natuurbeschermer dr Harm van de Veen sprak eens over ’de natuur van de dakgoot’. Natuur die zich spontaan ontwikkeld kan interessant en waardevol zijn, maar correspondeert niet noodzakelijkerwijze met de natuur zoals die buiten de historische invloed van de mens om zou hebben bestaan, zo hield hij ons voor. Het ging Van de Veen vooral om een reconstructie van de meer oorspronkelijke natuur.

Met genoegen presenteer ik enige uitspraken van personen die in hun jeugdjaren met weinig aandacht het debat over de begrippen spontane versus natuurlijke natuur hebben gevolgd. Aanstonds zal blijken dat zij in de collegebanken van de vakgroep natuurbeheer hun nachtelijke roes hebben zitten uitslapen.

In het blad Duin, van de stichting Duinbehoud, poneert Arnoud van der Meulen de stelling dat populatiebeheer de ‘natuurlijke processen’ in de weg zit. Hij stelt: “Als het aantal damherten de draagkracht van het gebied nadert, remt de groei vanzelf af door beperkende factoren’’.

De uitgebreide literatuur laat er echter geen twijfel over bestaan: een van die ‘beperkende factoren’ tijdens de natuurlijke processen is de predatie. Die oefent zijn werking uit lang voordat genoemde  ‘draagkracht’ is bereikt, dat wil zeggen, lang voordat al het voor herten in voldoende mate aanwezige voedsel op is.

Het eerste slachtoffer dat in de Awd ten prooi viel aan de kaalvraat van het Damhert is het duinbos. De bast van de struiken werden geschild, de bladeren opgepeuzeld; er is daar geen ondergroei meer aanwezig. Dat was al het geval in 2011, toen  Duinbehoud het artikel schreef. Er werd gewoon geen melding van gemaakt.

Hij schrijft dat het punt van de draagkracht ‘waarschijnlijk’ al is bereikt. Toen, in 2011 waren er 1500 herten geteld. Maar voorjaar 2014 2200.  Liefst 47 procent erbij.  Kende Duinbehoud zijn literatuur, dan kon het weten dat elders in Europa voorbeelden waren van 6000 Damherten, en daar kan het naar toe gaan.

In de grond van de zaak heerst er diepgaande onkunde over het verschil tussen spontaan en natuurlijk. ‘Afschot is een kunstmatige  ingreep die al deze natuurlijke processen verstoort’, schrijft Van der Meulen onbekommerd. Elke natuurbeheerder weet dat een ingreep de natuurlijkheid kan bevorderen en nergens gaat dat zo goed op als bij het beheer van herten. Zonder die kunstmatige ingreep verliest het duin veel van zijn natuurwaarden. Hoe kan een stichting die het duinbehoud in zijn vaandel heeft staan dergelijke onzinnige dingen beweren, maar de vermeldenswaardige verzwijgen.

De uitglijers van Alterra

Groot Bruinderink is jaren onze grote nationale wildbioloog geweest, in dienst van Alterra. Onlangs ging hij  met pensioen. Hij stelt dat als gevolg van de toename van de Damherten de lagere dichtheden van de Ree ‘’als natuurlijk moet worden beschouwd’’ (Groot Bruinderink et al, 2009)

Als voorbeeld noemt hij een zeer hoge stand van 180 Damherten per honderd ha. Zulke hoge aantallen Damherten verjagen de Ree, ja logisch, maar dan hebben we het over duidelijk kunstmatige hoge aantallen. Is dat natuurlijk te noemen? Een blunder van Alterra, die bovendien de banvloek slaat met elke vorm van wildbeheer.

Bruinderink citeert zichzelf in onderhavig Alterra-rapport getiteld Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, beoordeling Damhert. Het werd vervaardigd ’In opdracht van Statenfractie Partij voor de Dieren, Noord-Holland’.  Daar komt de aap uit de mouw.

Alterra is met andere woorden niet objectief geweest. Hoe gewillig buigt een onafhankelijk geachte onderzoeksinstituut voor de wens van een politieke partij. Die maar één dogma koestert in zijn semi-religieuze vervoering, dat met vette letters in zijn catechismus staat gepend : de jager hel en verdoemenis toewensen. Pardon dierenvrienden: de plezierjager.

Groot Bruinderink en co-auteur Lammertsma merken op: ‘’gehanteerde begrippen als duurzaamheid en een natuurlijke populatiestructuur worden daarmee inflatoir: dat is immers een doel dat door de feitelijke gang van zaken [d.w.z. het afschot –kp] wordt gefrustreerd.’’

De jacht frustreert duurzaamheid? Dat is de omgekeerde wereld. Buiten Nederland wordt de jacht beschouwd als middel bij uitstek om, waar nodig, de natuurlijke vegetatie te herstellen. Zonder dat er sprake is van natuurlijke predatie -want over dat laatste hebben ze het niet-, suggereren Groot Bruinderink et al. de mogelijkheid van een ‘natuurlijke populatiestructuur’. Dan gaat Alterra er kennelijk vanuit dat de natuurlijke predatoren geen wezenlijke invloed hebben op die natuurlijke populatiestructuur? Hoe nu. Als de natuurlijk jager dan toch niet zoveel verschil uitmaakt, dan leidt menselijke bejaging wellicht tot een even natuurlijke populatiestructuur, of een die daar in de buurt komt. Als je maar onder de juiste leeftijden de juiste aantallen afschiet. Zo zie je maar wat drank aanricht in de collegebanken.

Inflatoir is het begrip natuurlijkheid, zeker op de manier waarop Alterra dat  opvat.  Misverstaan, omdat het rapport voorbijgaat aan de meer natuurlijke dichtheden.

De dichtheden van de herten zijn bepalend voor een al of niet natuurlijk te noemen vegetatie (met name het duinbos), of bepalend bij de instandhouding van overige biodiversiteitswaarden (zoals het open duinlandschap dat deels een artefact is). De jacht is het enige middel van beheer, en uitgerekend dat middel noemt Alterra ‘frustrerend’. Alterra kan onderafdeling van Duinbehoud worden.

De Totale Bambie is geen Natuurlijk Proces.

Een andere grootheid in de geweldige Nederlandse natuurbehoudswereld is de bekende Frans Vera. Nederland mag hem dankbaar zijn voor de totstandkoming van het oostelijke deel van de Oostvaarderplassen. Daar was oorspronkelijk een spoorlijn geprojecteerd. De man weet als geen ander politicus in de lage landen de publiciteit  flink naar zijn hand te zetten. Door zijn publicaties werd de spoorlijn, die er al bijna lag, naar het oosten op geschoven.

Voor het overige is de man een leger des heils soldaat, vooral verveelt hij met zijn niet aflatende propaganda voor zijn theorieën over het natuurbeheer, inzonderheid het karakter van de bossen zoals die hier van nature volgens hem zouden voorkomen.

Zijn fundamentele preken over de Nieuwe Wildernis trekken al decennia lang volle zalen en oogsten veel bijval. De volksmisleiding resulteerde in overbegrazing en afbraak van het Nederlandse bosareaal, de natuurontwikkelingsgebieden kregen niet de kans uit te groeien tot  biologisch interessant en veelzijdig natuurterrein.

De OVP is een door veredeld huisvee kaalgegraasde kleivlakte. Het is de natuurlijke metafoor van een plat gebombardeerde stad in oorlogstijd. Vanuit de trein is het elke keer een spektakel om naar te kijken, daar niet van. Gelukkig is zijn theorie die hij goedgelovig liet steunen op hulpwetenschappen als palynologie en archeologie door de vakspecialisten in de prullenbak gegooid. Voor sommigen was zijn proefschrift Metaforen voor de Wildernis aanleiding om gericht naar antwoorden te zoeken op concrete vragen die het opriep. Om vervolgens zijn bostheorie nog een knauw na te geven.

Frans Vera kan je met gemak de Messias van de Oernatuur noemen, de Verlosser van het naar Authentieke NatuurErvaringen smachtende volk. Iemand die iets bijzonders weet te verkondigen over de afstamming van de wereld, kan altijd rekenen op een sekte die voor hem door het vuur gaat.

Over de Oostvaardersplassen verscheen, zoals dat toegaat, een oud-testamentisch aandoend beeldverslag, een film. De Nieuwe Wildernis. Velen waren ontroerd, sommige verlieten de bioscoop onder het plengen van stromen tranen. Dat zielige veulentje, en toch zo echt Op en Top Wildernis.

Maar een religie of een socialistische dwangstaat kan het niet lang volhouden zonder inquisitie of concentratiekamp. Het OVP-vee mag daarom periodiek massaal doodhongeren. Het is de prijs voor de afwezigheid van Wolven en Bruine beren. Die hadden de aantallen herbivoren anders op hun gulzige manier al verslindend gedecimeerd. Maar dan was de ‘ecologische draagkracht’, die helaas ten onrechte als norm is gaan gelden, in de vorm van hongeroedeem met bijbelse proporties, nooit bereikt.

De Oostvaardersplassen liggen in een droogmakerij. De Amerikanen zijn gek op Holland. Eenkennig lopen de yanks weg met onze klompen, dijken en polders. Des te bewonderenswaardig dat Vera, de om zijn betrouwbare nieuwsvoorziening geroemde The New York Times op 18 september 2013 zover wist te krijgen de door hem in het leven geroepen mythe zonder enig kritisch commentaar te laten afdrukken; ”This gave a window into what large parts of the Netherlands looked like in the past’’

Waarmee Vera weer een staaltje te beste gaf van zijn grote overredingskracht. Bij ons thuis lezen we in het boek Wildernis in Nederland-het verhaal van bossen en beesten, zijn evangelie er nog eens goed op na. We lezen de blijde boodschap van een ‘nagenoeg ongerept oerlandschap’. Het is een echt kerstverhaal. De film werd ook in de kerst op de tv vertoond.

De kracht van Vera zit niet zozeer in zijn argumentatie. Die snijdt geen hout, het is meer orakeltaal á la Lou de Palingboer. Als begaafd pr-man is hij desalniettemin razend populair onder de journalisten van de Nederlandse kwaliteitskranten. Die zijn tuk op de laatste berichten uit de kersverse Oernatuur. Ik lees die verhalen altijd met genoegen, wat is leuker dan je tot op het bot ergeren, het maakt het leven met zijn opflakkerende momenten van saaiheid  de moeite waard.

De laatste jaren lijkt Sinterklaas op zijn retour. Hij zoekt steun en toeverlaat bij het kader van de PvdD. Dat de diersentimentalisten fel opponeren tegen de beheersjacht, moet Vera wel bevallen. Zijn afgodsbeeldje van de oernatuur is die van enorme kuddes herbivoren die permanent de bossen door kaalvraat een zeer open karakter verlenen, terwijl hij kranig volhoudt dat de predatoren een ondergeschikte rol spelen bij het reguleren van de aantallen herten. Zware boekenkasten van de wetenschappelijke instituten die bijna unaniem het tegengestelde verkondigen, hoeft de grootste illusionist die het Nederlands natuurbehoud voortbracht niet weg te toveren. In ons land heb je die boekenkasten niet. Anders zou hem dat met het grootste gemak lukken. Niet nodig ook. Geen natuurbeheerder leest immers die boeken.

De Awd is op weg naar een tweede Oostvaardersplassen en het grote publiek vindt het prachtig. De nieuwe duinwildernis van de Awd zal op den duur ook een oerrrr spannende Serengetivlakte opleveren. Dat zomaar in eigen land. En je hoeft er geen dure reis voor te betalen. En de jager zetten we neer als een buitengewone schoft, een barbaar. In een land waar 95 procent van de bevolking met smaak en plezier vlees naar binnen werkt – zo vlak na kerst ligt men onder de uitvallende dennenaalden nog bij te komen van de tonnen wildbraad en kalkoen-, is het ironisch genoeg populairder dan ooit om met zijn allen mee te doen aan de hetze tegen de plezierjacht.

Natuurbeheerders doen er angstvallig het zwijgen toe. De kale biologisch verarmde vlakten waren nimmer hun oorspronkelijk doelstelling geweest. Maar niemand interesseert het zolang die vlakten goed zijn voor het draagvlak van het natuurbehoud en de ledenadministratie.

Mij komt het voor dat er een diepe tegenstelling is ontstaan tussen de dierenbeschermers enerzijds en de natuurbeschermers anderzijds. De laatste zijn voorlopig aan de verliezende hand. Of het is al veel erger, ze gingen er massaal met de staart tussen de benen vandoor om een holletje te zoeken onder de welriekende rokken van toverkol met bezem, M. Thieme in Den Haag, dat andere fenomeen. kp

Literatuur

Groot Bruinderink, G.W.T.A en D.R. Lammertsma. Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, Beoordeling damhert. Alterra-rapport 1930, Wageningen.

McShea, William J. 2005. Forest ecosystems without carnivores: When ungulates rule the world. Bladzijden 138-153 in: Large Carnivores and the Conservation of Biodiversity. 2005. Island Press, Washington, Covelo, London

Vera, F.W.M., Buissink, F en Weidema. 2001. Wildernis in Nederland –het verhaal van bossen en beesten. Trion, Baarn

Vermeulen, Arnoud van der. 2011. Damherten in de duinen. Een grazende attractie. Julinummer DUIN

Parels van de duinen 2014, -download: https://www.waternet.nl/media/721965/parels_van_de_duinen_2014.pdf

 

 

 

 

 

Het angstige zwijgen van natuurbehoud

nm es
Wist u dat…door de veehouderij van wel 3000 Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen de Ree daar verdrongen is. Door bambi zijn schuld. Wist u dat Natuurmonumenten zich daar geen snars iets van aantrekt. Nm wou toch natuur beschermen. Onze vereniging durft uit angst voor ledenverlies zijn mond niet open te doen.

 

Het stilzwijgen van onze natuurbehoudsorganisaties inzake het schandaal van de overpopulatie Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen mag onderhand verbijsterend worden genoemd.

Waar blijft de verantwoordelijkheid van de collega’s natuurbeheerders, die in de krant toch wel gelezen zullen hebben dat er iets aan de hand is?

En waarom wordt er geen stelling genomen tegen al die maatschappelijke organisaties die zich luidruchtig over deze zaak uitlaten, die onvervaard opkomen voor de dierenrechten, die elk afschot als barbaars afdoen, maar die geen oog hebben voor de instorting van de bloemplanten in de duingraslanden en de afhankelijke insectenfauna?

De dierenorganisaties maken aan het verdwijnen van de diverse struiksoorten ook al geen woord vuil. Want dat zijn immers maar planten. Lijsterbessen en zo.

Stichting Faunabescherming, de Partij voor de Dieren, de Stichting Duinbehoud, zij allen willen niets weten van een verantwoord natuurbeheer. Zij hebben het niet over de schade aan de natuur. Zij ontkennen deze botweg wanneer hen de vraag wordt voorgelegd.

”Onderzoek toont aan dat de natuur op dit moment niet achteruitgaat door de damherten”, schrijft leugenaarster, PvdD kleuterleidster, mevrouw dikke douairière M. Thieme in Het Parool van maandag 9-9-2013. In de meimaand daarvoor kwam het eerste onderzoekrapport -dat van het OBN deskundigenteam-, al tot de conclusie: ”De hoge dichtheden van de damherten in de Duinbossen hebben daar een slechte ontwikkeling van de kruid- en struiklaag tot gevolg en leiden tot grootschalig schillen van bomen in bepaalde bostypen.” (blz. 4)  . De vertegenwoordiger van de stichting Faunabescherming, de stokoude bok Harm Niesen, beweert later zelfs dat het ‘uitstekend’ gaat met de Aw duinen.

En helemaal niemand betrekt stelling tegen hun bedrog in commissie, terwijl het natuurbehoud heel goed op de hoogte is van de grote invloed van de dierenlobby in de massamedia, in de Tweede Kamer, in de Amsterdamse Raadszaal . Geen enkel tegengeluid, niet één terreinbeheerder, niet één vakman, niet één vakvrouw laat van zich horen.

Zelfs PWN, dat toch alle belang heeft bij een communaal evenwichtsniveau in de Awd én het NPZK, dus belang bij soortgelijke aantallen die in het NPZK al langer worden aangehouden -200 damherten-; van deze natuurbeheerder verneem je niets.

Ook Natuurmonumenten, de eerste buur aan de noordkant van de nieuwe recroduct over de Zandvoortselaan, wil zijn landgoed Koningshof toch niet op dezelfde wijze kaalgevreten zien zoals gebeurd is in de Awd? Waarom zit die stil, waarom geeft die geen uitleg?

Natuurmonumenten beschikt over zoveel hypermoderne communicatiemogelijkheden, faceboeken, twitters, telegraaf en televisie. Alsof die alleen over koetjes en kalfjes mogen berichten, alleen over de hartelijke meizoentjes uit ’s Graveland die u allemaal zachtjes in het oor toefluisteren: word u alstublieft lid! wij zorgen o zo goed voor alle dieren des velds!

U snapt wel, ik houd me van de domme. Ik weet heus wel, net als u trouwens, dat het de wezenloze angst is dat menig natuurliefhebber hen liever uit de weg gaat. Liever nog eer betuigen aan de voorvechter van de dierenrechten dan deze in een open dialoog te wijzen op een verantwoord natuurbeheer. Dan ze te wijzen op de algemene zaak van het natuurbehoud, die rekening heeft te houden met alle soortengroepen, en niet enkel met een loslopende aaibare vacht, nota bene van exotische huize, het Amsterdamhert.

Ru vreest de dood maar springt dapper op de bres, -voor al het leven denkt hij abusievelijk

Directe aanleiding tot dit schrijven is de opmerking in een Opiniestukje van ene Ru (vast redacteur Wim Ruitenbeek) in het blad Tussen Duin& Dijk, dat ik vanavond uit de brievenbus mocht opvissen, wat een kostelijk tijdschriftje. Hij schrijft, en hij is de zoveelste, vergoelijkend over de bambi’s:

‘’Er zijn te veel vossen, damherten, ganzen, zeggen ze.’’[…] ‘’De reactie van overheden, en helaas ook regelmatig van natuurbeheerders, is steeds dezelfde: er moeten dieren dood. Wij hebben er last van, dus zijn er te veel en moeten ze dood.’’

Ru heeft duidelijk iets met de dood, angst voor de dood misschien. Maar waarom dan de flora en de fauna die in de duinen als gevolg van de kaalvraat door triljarden herten aan het afsterven is doodzwijgen? Wees consequent Ru, en noem alles op wat zoal dood gaat.

Maar het volgende is beslist een verkeerde voorstelling van zaken die Ru geeft, namelijk dat de reactie van de natuurbeheerders ‘steeds dezelfde’ is: ‘er moeten dieren dood’.

Beste Ru. Ze schijten tegenwoordig allemaal verschrikkelijk in hun broek om hun gewone plicht te doen: het geweer opnemen en een eind maken aan de overpopulaties. Dood gaan is juist een groot taboe bij onze natuurbeheerders.

Maar met de hete adem van Harm Niesen in de redactieraad in je nek kijk je wel uit iets anders op te schrijven. Dierenliefhebbers zijn tot moord in staat, zelfs beroemde politici treffen ‘regelmatig’ dit noodlot, dus heb alle begrip voor Ru’s precaire positie.

Wie ook het zwijgen inmiddels is opgelegd, Mark van Til, eveneens lid van de redactieraad. Al heel lang bestudeert hij de vegetatie van de Aw duinen, hij is daar werkzaam en schreef met Joop Mourik het informatieve, grondige boekwerk ‘’Hiëroglyfen van het zand, vegetatie en landschap van de Amsterdamse Waterleidingduinen’’.

Als Ru’s opinie nu maar niet de hele redactie vertegenwoordigt. Het is echter niet de eerste keer dat de rubriek Opinie een negatief oordeel velt over de beheersjacht.  Op Van Til rust nu eigenlijk de dure plicht de volgende keer het huidige standpunt van Waternet weer te geven. De boswachters die de ondankbare aantalsregulatie op zich nemen, kunnen wellicht best een maatschappelijk steuntje in de rug gebruiken. Wie kan dat beter doen dan de man die belang heeft bij een gunstige staat van instandhouding van de vegetatie, zoals de wet trouwens verlangt, de heer van Til, redactieraadslid van Tussen Duin& Dijk?

Al jarenlang worden de Aw duinen geteisterd door een overpopulatie Damherten. De Amsterdamse raad wilde jarenlang niets weten van afschot, het stadsyuppendom had tot vorig jaar geen notie van een evenwichtig natuurbeheer.

Op aandringen van het CDA-er Boomsma (links heeft niets met activistisch natuurbeheer) gaf PvdA-wethouder Gehrels Waternet uiteindelijk opdracht tot een onderzoek naar de schade die de Damherten aanrichten. Dat resulteerde in drie onderzoeksrapporten, waarvan de laatste, vorig jaar zomer vervaardigt, overduidelijk aantoont hoe groot de schade is die de bambies inmiddels aan de karakteristieke nectar houdende bloemplanten van het duin hebben aangericht inclusief de insektenfauna.

Zelfs de directeur natuurbeheer bij Waternet, de heer Ed Cousin, die zich jarenlang op de vlakte hield over de schade–hij is naar men zegt weinig natuurliefhebber-, en die kennelijk daarom de overpopulatie niet wenste te zien aankomen,  roerde zich op een geëigend moment in een commissievergadering te Amsterdam. Hij riep opeens vanuit het niets uit: ‘bloemrijke graslanden zijn volledig kaalgevreten’. Dit heugelijke feit werd door hem vastgesteld op 5 september 2013 en werd opgenomen in de vergadernotulen, die verder niemand leest. Wel konden de Mokumers een paar dagen later in Het Parool de leugens van Thieme lezen.

En geen hond die tegenwicht biedt. Het lijkt wel alsof onze natuurbeschermers welbewust  op massabiodiversiteit uit zijn.

kp

-zie bericht van 5 maart ”De Partij voor de Dieren tracht de Amsterdamse Waterleidingduinen om zeep te helpen”, voor linken naar de genoemde rapporten

-en volg alstublieft mijn twitter  Piël@Prunusjager -tevens ook voor incidentele aankondiging van nieuw blogwerk. Journalisten schrijven hier liever niet over, het is bij hen een en al bijtjes en bloempjes; de krant is op natuurbeheersgebied de dood in de pot

 

Stichting Duinbehoud, hoe gek kan je zijn?

imagesR5RSGBZ3

‘’Wist je dat er in de duinen reeën leven? Het kan goed zijn dat je ze nog nooit hebt gezien, want als je een ree stoort rent hij snel weg. In ons nieuwe DUIN-magazine, dat begin april verschijnt, lees je meer over deze mooie en bijzondere duinbewoners. Heb jij weleens reeën gezien in de duinen en waar was dat?’’

Dat stond gisteren te lezen op facebook van de stichting Duinbehoud.

Waar halen ze het vandaan; de Ree is in de Amsterdamse Waterleidingduinen al bijna verdrongen door de waanzinnige overpopulatie Damherten.

In een  Alterra-rapport uit april 2013, getiteld ‘’Hoeveel damherten en reeën kunnen leven in de Amsterdamse Waterleidingduinen op basis van het natuurlijk voedselaanbod?”,  toont een grafiekje de neergang van de Ree zodra de Damhertenpopulatie boven de 200 exemplaren uitkwam. In 2012 nadert de stand van de Reeën de horizontale lijn, -die populatie nadert dus onderhand de nul: de Ree is vrijwel uitgestorven in de Awd. Het grootste aantal Reeën bedroeg daar, rond 2002, circa 230 exemplaren.

“Wist je dat er in de duinen reeën leven? luidt de onbenullige vraag. Ja, dat wisten we.

De stichting Duinbehoud heeft zich altijd faliekant verzet tegen een actief beheer van de populatie Damherten. Jacht is zondig. Met de stichting Faunabeheer en de Partij voor de Dieren behoort het daarmee tot de hoofdschuldigen die zorgden dat de Ree, door dat jachtverbod, bezig is uit te sterven. Mogelijk is er een reprise in Nationaal Park Zuid Kennemerland. Dat heeft weliswaar belooft om zijn stand van Damherten op 200 exemplaren te houden, maar dat moeten we nog maar afwachten.

Want niet Maxima is onze koningin, welneen de echte is mevrouw de douairière Marianne Thieme, directrice bij de PvdD. Zíj zwaait de scepter over het dierenvolk en zijn makke beheerders, ja die weet zij op meesterlijke wijze koest te houden.

Het sympathieke Reetje staat met een grote foto op de voorkaft van het aprilnummer van DUIN. Ik zal volgende week naar de bieb in de stad moeten om de inhoud te lezen. Nu kan ik alvast zeggen dat hun verhaaltje, dat te lezen is op http://duinbehoud.nl/nieuws/standpunt-actief-beheer-damhertenpopulatie/  het meest weg heeft van de scriptie van een brugklasser. Duinbehoud bezigt ecologische wartaal en laat weten geen boodschap te hebben aan onderzoeksresultaten.

Zo staat in standpunt-actief-beheer te lezen, dat de huidige damhertenpopulatie een ‘’wezenlijke rol vervult bij het tegengaan van het dichtgroeien van het duingebied”.

In het onderzoek dat vorig jaar zomer werd gedaan naar de effecten van de herten op de nectarplanten komt iets heel anders uit de bus rollen, en wel de volgende hun onwelgevallige conclusie:

‘’De vegetatie in de graaskooien is vergeleken met de vegetatie in referentieplots buiten de kooien. Op acht tijdstippen gedurende het groeiseizoen (periode begin mei tot eind augustus) is het aantal bloemen van nectarplanten geteld en is onderzocht of sprake is van vraatschade.

Het blijkt dat in de piek van de bloei voor drie van de vier onderzoeklocaties een aannemelijk tot zeer aannemelijk verschil is gemeten in het aantal nectarbloemen. De aantallen binnen de graaskooien lagen bij alle vier de locaties hoger dan buiten de graaskooien in de referentieplots. Voor het duingrasland waar de meeste damherten rondlopen en waar geen konijnen voorkomen bleek het verschil het grootst en gold dit verschil over vrijwel het gehele seizoen. In het duingrasland waar relatief weinig damherten en konijnen voorkomen is geen duidelijk verschil vastgesteld. In de overige duingraslanden met redelijke aantallen damherten waar ook veel konijnen voorkomen blijkt het verschil minder groot te zijn dan in een situatie zonder konijnen, maar de verschillen in nectarbloemen blijven aanwezig.

Voor alle duingraslanden gezamenlijk blijkt op de piek van de bloei een zeer aannemelijk verschil op te treden in het aantal nectarbloemen.

Wanneer werd gekeken naar de nectarhoeveelheid blijkt hier eenzelfde beeld uit te komen als bij het aantal nectarbloemen. Voor het duingrasland waar de meeste damherten voorkomen en geen konijnen blijkt dat grote nectarbronnen als ruwbladigen erg te lijden hebben van de damhertenbegrazing. Waar binnen de graaskooien nog honderden bloemen van deze planten bloeiden waren de bloemen vrijwel onvindbaar buiten de graaskooien.

Naast de nectarplanten is er ook gekeken naar enkele waardplanten. Het blijkt dat een negatief effect op waardplanten van de kleine vuurvlinder (schapenzuring) en het klein avondrood (glad- en echt walstro) wel aanwezig is, maar omdat deze planten in zulke grote aantallen voorkomen in de AWD is het de vraag of dit daadwerkelijk invloed heeft op deze vlindersoorten.

 De graslengtes van de duingraslanden blijken ook onder invloed te staan van de damhertenbegrazing, hoewel ook konijnen hierbij een rol kunnen spelen. Er zijn voor de drie duingraslanden met damherten grote verschillen gemeten in de lengte van het gras. Verschillen waar binnen de graaskooien een graslengte is gemeten die 35 cm hoger ligt dan buiten de graaskooien zijn geen bijzonderheid.

Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat de damhertbegrazing de groei en bloei van nectarplanten sterk en in mindere mate van waardplanten in duingraslanden negatief beïnvloed.’’

Tot zover het rapport ‘Effect van damhertenbegrazing op nectar- en waardplanten van de Amsterdamse Waterleidingduinen’. Duinbehoud stelt onverdroten vast: ‘Er is geen overtuigend bewijs voor ecologische schade aan het duingebied als gevolg van begrazing door damherten’. Gevolgd door een ander lachertje: ‘Het damhert is een welkome aanvulling op de begrazing door konijnen en de begrazing door schapen/paarden/runderen.’

En toe maar: ’De rapporten geven aan dat er nog veel onderzoek nodig is om stellige uitspraken te kunnen doen.’

En zo zal het straks nog gebeuren dat, nadat er 80 jaar lang geen Reeën in Natura 2000 Kennemerland Zuid zijn waargenomen, de stichting Duinbehoud (inmiddels stokoud) met de ’stellige uitspraak’ op de proppen komt dat er inderdaad geen Reeën meer in leven zijn.

En dat moet de duinen gaan behouden? Kent de stichting soms enkel naïeve donateurs?

kp

Ps. Lees het rapport over de hertenschade en bekijk eens de schokkende foto’s op https://www.waternet.nl/projecten/dossier-damherten/actueel/actueel/actief-beheer-damherten/