De Awd staan in Struinen al lang in de uitverkoop

0000 Kaart metropool Amsterdam

Dit plaatje plukte ik van internet. Zie hoe de razendsnelle verstedelijking van de Randstad de wijde omgeving dreigt op te slokken. Het lijkt er akelig veel op, dat de eens door dr. Jac. P. Thijsse bejubelde kustduinen -die één groot nationaal park moesten gaan vormen-, door de driftig voortbouwende mens van Groot Metropool Amsterdam zomaar in een onbewaakt ogenblik de Noordzee in kunnen worden gekieperd.

De duinenrij aan de westelijke rand van de Randstad zijn onze laatste smalle richel van natuur en hare schone rijkdommen. Wie zou niet iedereen aanraden zich eraan vast te klampen, nu het nog kan? En wie wil overigens bezwaar maken als deze natuurparel tot in de verre toekomst voor het nageslacht behouden zou moeten blijven ? Of gaan we de economische ontwikkeling tot aan de zeereep voortzetten? In de Noordzee heb je al windmolens staan van 150 meter hoogte.  Het zou het industriepark ter land wel doen aansluiten op die in de zee.

Je moet de schaarse natuur behouden ter wille van de hedendaagse natuurbeleving, alsmede ter wille van de liefhebbers van de natuurstudie. Ook behouden ter wille van de broodnodige alledaagse recreatie,  voor al die duizenden die op gezette tijden hun behangetje thuis wensen af te wisselen met het decorstuk van de levende natuur. Ja, en voor de natuur zelf, maar dat ligt ethisch, ik durf er in deze goddeloze tijden haast niet voor uit te komen, lees dit laatste anders maar niet.

De natuurbeschermer dient zich eerst, in het kader van een maatschappelijke belangenafweging, af te vragen: waarin eigenlijk onderscheidt de natuur zich in de menselijke beleving van de bioscoop, van de file op de autoweg, van het voetbalstadion. Deze amateur-natuurbeschermer brengt graag naar voren, dat het de stilte, de rust en de ruimte van de natuur is, waarnaar de uitgeputte consumptiemens verlangt. Daarover lijkt me geen strijd mogelijk. Het zijn dan ook deze eigenschappen die genoemd worden in de beheersplannen van de Amsterdamse Waterleidingduinen.

De rust bewaar je niet door meer mensen je natuurgebied in te lokken. Zoals tegenwoordig de natuurorganisaties op raadselachtig tegenstrijdige wijze gewoon zijn te doen. Het eigen belang van de rustzoekende recreant is dan in het geding, en de natuur delft het onderspit . De terreinbeheerders gingen dus aan de slag en roepen nu voortdurend: -Komt allen kijken, loop met forse tred naar binnen, en wat u daar doet, het geeft allemaal niet, alles mag, fietscrossen, paardrijden, in megaploegjes hardhollen, dwars door het terrein tracken? ‘Alles is goed’, staat niet voor niets in de nieuwste, de één A4 velletje omvattende, beheersvisie voor de Awd uit 2011.

Die beheerders willen zoveel mogelijk bezoek hun terreinen binnenloodsen. Met hun coulante toelatingsbeleid stemt wonderwel het volgende overeen; die essentiële functionele eigenschappen waaraan zoveel mogelijk natuur in het ideale geval zou moeten voldoen, -rust, ruimte, uitgestrektheid-, ze zijn nooit en te nimmer onderwerp van discussie in de natuurbladen, zoals het Vakblad Natuur Bos Landschap, en ons oudste blad De Levende Natuur (eerste jaargang 1896) .

Dat is toch hoogst merkwaardig, want deze bladen laten zich anders over vrijwel alle aspecten die het natuurbehoud betreffen uit. Hebben de redacties de strijd om het behoud van de rust en de uitgestrektheid in onze natuurgebieden opgegeven omdat het binnenlaten van zoveel mogelijk bezoek -en overigens de gelijktijdige uitbreiding van de ruimte slokkende recreatiefaciliteiten-, nu eenmaal een ingesleten gewoonte is van de terreinbeherende organisaties?

Rustgebieden waren vroeger normaal en werden gerespecteerd. In de beheersvisie 2001-2010 van de Awd lees je nog op bladzijde 35: ‘

‘’Ruimte en rust kunnen alleen worden gewaarborgd dankzij het feit dat er niet gefietst mag worden. Fietsend worden de AWD verkleind tot een gebied dat in één uur doorkruist kan worden, terwijl de AWD wandelend een natuurgebied vormen dat groot genoeg is voor een tocht van een hele dag.’’

De beheerder van de Awd maakte door deze opdracht zichzelf een vreemde eend in de bijt; immers in 2001 waren Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer al bezig hun netwerken aan fietspaden over de laatste uitgestrekte natuurgebieden van ons land uit te werpen. Tot immens tevredenheid van de fietsersbond en de VVV’s, – die konden nu eindelijk tegen hun klanten zeggen dat elk stukje bos en moeras vanaf het stalen karos op steenworpafstand zichtbaar was geworden. Laat u de telescoop maar gerust thuis.

Lof dus voor Amsterdam, die toen op eigen terrein de modieuze uitbatingsneiging wenste te weerstaan; de rust wenste te behouden, en wel door de onrust van stoeten recreatiefietsers niet toe te laten.

Maar helaas, Amsterdam wilde kennelijk niet achterblijven in de recreatieve vermarkting van de kwetsbare natuur. En gelukkig, de Aw duinen vormen nog steeds het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland waar alleen gewandeld mag worden.

Struin alles kapot, maar geef ons geld!

De laatste jaren blijkt uit alles dat Amsterdam erop uit is het toerisme te bevorderen. In de stad vooral, daar zit het bestuur. Maar de natuur van de Awd is evengoed onderworpen aan dezelfde bestuurlijke bemoeizucht, en deze wil nu eenmaal dat alle activiteiten voldoen aan het commerciële oogmerk van zo hoog mogelijk aantal bezoekers. De parkeer- en kaartenautomaten zijn het middel om de gemeentebegroting te verlichten .

In de pogingen tot het bevorderen van de Recreatieve Uitbating is reeds enige jaren het voorlichtingsblaadje Struinen behulpzaam. Dat wordt uitgegeven door Waternet. Elk kwartaal druipt dit allergiftigste recreatieorgaantje zich door mijn brandschone brievengleuf het huis binnen, en voorwaar ik zeg U, het blaadje is werkelijk zum Kotzen.

Waarom? U moet het blaadje zelf maar eens inzien. Houd een zak gereed. Het gaat de voorlichting van Waternet er niet langer om de lezer de verschillende facetten van de natuur op educatieve wijze voor te schotelen en het behoud van een zeer belangrijk natuurgebied voor Holland te bepleiten. Neen! Het gaat er om te laten zien hoeveel pret je wel niet kan beleven in de natuur van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dolle boel. Die mag daar zowat afgebroken worden, is de indruk. De natuur is zuiver decor, groen decor, de natuur is verbouwd tot activiteitencentrum.

Vanaf nummer 59, winter 2008, staan in Struinen op de voorpagina steeds negen fotootjes van recreanten afgebeeld; in de volgende al of niet grappige hoedanigheden: zoals de struiner met kind op schouder, de zelfstandige jonge juffrouw met rugzakje dapper op voetpad, de vijf heren en één vrouw met kijker in de aanslag, de negen kinderen op de speelweide, heel verantwoord opvoedkundig correct uitgebeeld; zoals de joggers, hun doorzweterige hemden en roodaangelopen huid goed zichtbaar gemaakt om de sportiviteit te benadrukken; de ploeg duidelijk in scene gezette vrijwillige natuurbeheerders (mogelijk toevallige voorbijgangers die de fotoredacteur behulpzaam wilde zijn); de negen ruiters, allen steeds op een ander type paard of pony gezeten, wel dezelfde soort petjes (misschien ook uitgedeeld, voor een of ander effect); de negen in de felle zon turende zittende bezoekers; de fotootjes van de mensen die met die stokken lopen, hoe heten die, Nordwic walgen zoiets; de negen met zware telelenzen uitgeruste stoere safarigangers; de negen boswachters met iets om handen, onduidelijk wat, ja wat doen die gasten eigenlijk ooit; de negen gezellige picknikkers; nogmaal de telescoopdragers. Maar vanaf winter 2012 wisselt het perspectief op vrij revolutionaire wijze, het begint met een voorpagina met liefst 81 kleine fotootjes van evenzovele druk in de weer zijnde recreanten, ieder gaat zijn of haars weegs, maar het betreft hoogsvermoedelijk het waanzinnig op zoek gaan naar ultiem genotsbevrediging bij Moeder Natuur op schoot.

Verder komt er in Struinen best nog wel enig ecologisch nieuws tot ons, zeker; over bloemetjes en bijtjes enzo, maar ik denk veel minder tekst als vroeger.  Een achteruitgang is dat Struinen niet alleen maar handelt over de Awd, het bevat tevens ook ultrakorte reportages over bij voorbeeld zwembaden in Amsterdam West. In het laatste nummer 80 gaat het over de opkomst van daktuinen, de mooiste en grootste bevinden zich – en dat verbaast me geenszins-, boven op de toren van een van de geldmaffiakantoren in de Zuidas. Ik kan niet zeggen dat ik straks vanuit de metro die daar langs komt, op weg naar de duinen voor een prunusklus, veel heb aan die daktuinen, die zogenaamde afgeleide Awd-natuur uit Struinen dus, want beneden zijnde kan je niet van bovenaf er op neer kijken. Het zal wel.

Verder in nummer 80 lezen we de willekeurige mening van de Amsterdamse stadsecoloog, de heer Martin Melchers. Hij vindt: ‘hou het bij dat ene fietspad, tussen ingang de Oase en de Natuurbrug’.

Hij vindt. Maar een motivatie om dit over honderden meters de ongerepte natuur schade toebrengende fietspad te billijken, die kan de stadecoloog niet geven. Zeker te moeilijk. Maar waar praat je dan over man.

Een stadsecoloog verdwaald in de volle natuur is als een vreemde eend in de bijt. Keer dus snel om, ga terug naar Mokum, die stinkstad die niets op heeft met natuurbehoud, tast met je snorkel de modderige bodem van de gracht af, ga zoeken naar de nieuwste exotische kreeftensoorten, maar laat de Awd met rust.

Recreatie, natuurbeleving, sportpret op alle mogelijk manieren die je maar kan bedenken (‘Alles mag’) staat bij de Amsterdamse pr en natuurvoorlichting voorop. De natuur heeft het nakijken, die is secundair in het beleid geworden. En weer te bedenken dat we het nog steeds hebben over een Beschermd Natuurmonument. Te bedenken, dat een stadsraad, waar vrijwel geen hond geïnteresseerd is in het natuurbehoud (CDA-er D. Boomsma is de grote uitzondering), er geen zeggenschap zou mogen hebben.

Fietsen mag nog steeds niet in de Awd, maar bij Staatsbosbeheer is het fietsen niet alleen overal toegestaan, zelfs op het smalste bospaadje; onderhand heeft de fietscrosser er honderden kilometers circuit tot zijn beschikking gekregen. Ik vrees dat zelfs de motorcrosser ingang heeft gevonden bij de staatsbosbeheerder.

Dat zit zo. Vanmorgen vroeg schrok ik op van een harde plof op de deurmat, het blad ‘naar buiten’, gleed dit keer naar binnen. Dat wordt nog boenen. Dat is het voorlichtingsblad van SBB. Dat staat vol foto’s, voornamelijk zie je onuitstaanbaar olijk en vrolijk kijkende mensen, op stap in de natuur. Gaat het nou over de natuur, of over de mens, of over de recreantenmens in de natuur, vraag je je af. En daarna: tot welke hybride natuurbeheerder is de staatsbosbeheerder in godsnaam geëvolueerd ?

Maar ik schrok werkelijk van het volgende. Een citaat:

‘’Terug gaat het, langs een beekje. Brandschoon water boordevol kikkervisjes. ‘Dat worden allemaal kikkerbillen’, twittert de kok. De Harleys van Jonnie en Thérese staan te lonken op het zandpad. ‘Tjonge, dat was leuk. Als we dit nou altijd op onze vrije dag zouden kunnen doen….’ Maar vrij of niet, de volgende afspraak wacht in Zwolle. De motoren starten met luide ploffen en het gedreun vult het Vechtdal. De hand nog even omhoog, een draai aan de gashendel en weg zijn ze.’’

Het artikeltje gaat vergezeld van een foto met daarop twee motoren, rijdend op het zandpad door het staatsbos, -bij Junner Koeland. Is dat de toekomst van de laatste stukjes natuur bij ons aller Staatsbosbeheer? Dat de rust bewust door de natuurbeheerder naar de knoppen geholpen wordt? Staatsbosbeheer moet tegenwoordig voor eigen inkomen zorgen. Wil het zich laten betalen door voortjakkerende motorrijders?

De tijd dat natuurbeschermers bij gemeenten aandrongen op het sluiten van zandpaden voor auto’s en motoren is wel voorgoed voorbij. Nu nog wachten op de asfaltering. Daarover vast in de volgende ‘naar buiten’! kp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>