Natuurmonumenten wil niet langer deskundig beheren

knik
Waar gaat dat naar toe paardje? Lok jij de natuurbeheerder niet op een vals spoor? Het lukt je wel aardig hoor!

 

Onvoorstelbaar. Hoe in korte tijd onze vaderlandse natuurbescherming afscheid neemt van de beheersjacht. En dat onder valse vlag. Door het simpelweg negeren van de wetenschappelijke kennis over de ecologische verhoudingen in de natuur.

Natuurmonumenten blaast onder zijn nieuwe dirigent Marc Van den Tweel een vals deuntje met de Partij voor de Dieren. De partij die zo allergisch is voor het doden van onschuldige dieren, die bambies aait om het gevoel van het zuivere aaien.

Marc van den Tweel voelde aan waar de sympathie bij de meeste Nederlanders ligt, en deze door de wol geverfde public relation-manager weet dus waar de meeste ledenwinst te behalen valt. Hij wil ook niet dat zijn Natuurmonumenten bij de ANWB achterblijft.

De kern-opdracht van Vereniging Natuurmonumenten is het beschermen van de natuur. Dat is op zichzelf een vak.  Wat steekt er toch achter dat je als vakman opeens de hulp van het publiek inroept? Is dat niet vreemd?

In dagblad Trouw zegt Van den Tweel vandaag: “Via onze wild-enquête hebben we de Nederlanders gevraagd hoe zij denken over het voorkomen van wild en wildbeheer in Nederland. Dat beleid werd veelal bepaald door deskundigen.  Uit onderzoek blijkt dat de bevolking juist meer wild in de natuur wil zien, terwijl de overheid terughoudend is.”

Nou, dat laatste geldt niet voor de gemeentelijk overheid van Amsterdam. Die laat het damwild in zijn waterleidingduinen ongebreideld groeien. Maar duidelijk blijkt wel uit Tweel’s woorden: het gewone volk krijgt het bij Natuurmonumenten voor het zeggen. Adieu deskundige wildbeheerders, de groeten natuurbehoudsecologen!

En het wordt nog wat als Van den Tweel nu al een enquête aankondigt voor volgend jaar, naar de recreatievoorkeuren bij het grote publiek. Wat ik al eerder begrepen heb van zijn voorkeuren: dat wordt één groot pretpark met onbeperkte mountainbikeroutes, extra aanlegsteigertjes voor het kanovaren, en noem maar op: één groot gezellig Vondelpark, op landelijke schaal toegepast. In de resterende natuurgebieden. Tabé stille natuurmonumenten!

Terwijl iedereen weet dat de meeste Nederlanders meer gebaat zijn bij extra recreatiefaciliteiten dan bij meer natuurbehoud. Het is vragen naar de bekende weg , beste Marc, en iedereen weet dat.

De nu gehouden wild-enquête draait er in elk geval op uit dat de beheersjacht  wordt afgeschaft. Kaalvraat, zoals iedereen die al kent van de Amsterdamse Waterleidingduinen en de Oostvaardersplassen, dat is het lot en ontluisterend beeld in de natuurmonumenten van de nabije toekomst.

Graag had ik op deze plaats eerder willen berichten over het omvangrijke en fantastische proefschrift van Tjitze (‘Cis’) van Vuure, -februari dit jaar gepromoveerd tot doctor- met de titel Van kaikan tot konik, feiten en beeldvorming rond het Europese wilde paard en de Poolse konik.

Het kwam er niet van, want dit voor mij bijna heilige geschrift behelst (evenals zijn eerder verschenen boekwerk De Oeros, het spoor terug) -onder andere- een zeer fundamentele aanval op de theorie van Frans Vera, de grote succesrijke voorvechter van de Oostvaardersplassen.

Zoals u weet dienen Heilige geschriften net zo fundamenteel becommentarieerd te worden als de geschriften zelf zijn. Ik heb een heel bijbelinstituutje nodig alvorens ik mijn zegje verantwoord durf te doen, maar ook een koranschriftgeleerde is aan mij verloren gegaan. Daarom ben ik als de dood er iets over te zeggen.

Nu moet ik er toch wel iets over zeggen, om tenminste énige duidelijkheid te verschaffen over de onzin pas uitgekraamd op een Partij voor de Dieren-bijeenkomst, waarvan straks een verslag. Dus eerst een korte inleiding aan de hand van het jongste geschrift van Cis van Vuure:

Hij zocht uit hoe het zat met de aantallen grote graasdieren die hier van oorsprong in de natuur voorkwamen, en om welke soorten het precies ging.

Volgens Frans Vera namelijk bestonden de oerbossen in Noordwest Europa uit een mozaïeklandschap van open bosweiden afgewisseld met stukken gesloten bos. Enorme kuddes oerossen, paarden en herten hielden volgens zijn stellige overtuiging door begrazing de verjonging van het bos tegen. Daardoor verouderden de bossen, deze stierven na verloop van tijd af. Verjonging van bos vond wel plaats tussen de oneetbare en afschermende doornstruiken.

Maar, is de hamvraag, liepen er wel zoveel runderen rond in die voorbije natuurlijke bossen? Andere wetenschappen dan Vuure’s meer ecologisch getinte zoölogie ondermijnen al Vera’s geloof in het open bostype . Zo vindt de archeologie vrijwel geen botten van runderen en paarden in de kampen van meso- en neolithische jagers en verzamelaars, des te meer Edelherten en Wild zwijn. Vooral deze laatste soorten werden bejaagd, -omdat die toen wél aanwezig waren.  Paarden waren er vrijwel niet. Oerossen bevolkten zeer schaars de primitieve natuur, en hun invloed op de vegetatie lijkt daarmee uitgesloten. Welaan!

Een belangrijke ondersteuning zocht Vera ook in de gevonden stuifmeelkorrels. Maar de conclusies die Vera daaruit trekt blijken louter op drijfzand te berusten. Palynologen hebben zelfs gerichte onderzoeken gedaan, speciaal om bepaalde claims van Vera te weerleggen, claims die zouden aangeven dat het stuifmeel in oude bodemlagen het open boskarakter kunnen bevestigen. Volgens deze vakmensen is de theorie van het open boslandschap op hun terrein geenszins houdbaar.

Herten komen in de echte natuur alleen in lage aantallen voor

Op bladzijde 215 van zijn proefschrift haalt Van Vuure uitvoerige onderzoeken aan, die aantonen dat bij aanwezigheid van natuurlijke predatoren de aantallen hertachtigen altijd laag zijn. Enige citaten:

‘’Volgens Jêdrzejewska.& Jêdrzejewska (1998, pag. 348) neemt in het Bos van Bialowieza onder de natuurlijke doodsoorzaken voor edelherten predatie door de wolf 46 % in, en predatie door de lynx 35 %. In dit bosgebied bestaat er, historisch gezien, een duidelijke correlatie tussen de aantallen wolven en edelherten [Jêdrz…1997…]. Bij een geringe wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1980-1915) nam het aantal edelherten sterk toe (tot 5,5 herten per 100 ha). Bij een hoge wolfdichtheid (bv. gedurende de jaren 1920-1950) was het aantal edelherten gering (0,2 tot 1 per 100 ha).

‘’In Slowakije deed afschot van wolven de edelhertenstand sterk stijgen (Pechacek 2000). Op eilanden voor de westkust van Canada had het wegvallen van predatie en/of bejaging door de mens een sterke toename van het aantal herten tot gevolg. Dit had desastreuze effecten op de vegetatie en de vogelbevolking (Martin et al. 2011).

‘’Sinds de introductie van de wolf in Yellowstone National Park in 1995 is het aantal wapitiherten in de Northen Range (het noordelijk deel van het nationale park) van ca. 18.000 (Beschta & Ripple 2010) afgenomen tot ca. 4.000 (Wyman 2013).

‘’Zie ook Van de Veen & Van Wieren 1980: ‘’….omdat bij aanwezigheid van predatoren de herten door predatie op een relatief lage dichtheid wordt gehouden’’.

Van Vuure brengt ook een zeer recent rapport onder de aandacht: ‘’Ripple & Beschta (2012) concludeerden in een uitgebreide studie van ecosystemen op het noordelijk halfrond: ‘’Wij vonden dat de dichtheden van herten in systemen zonder wolven gemiddeld ongeveer zes keer hoger waren dan die in systemen met wolven.’’

Zes keer meer herten zónder wolven!

Zes keer! En neem dan de Aw duinen. Deel de naar sommige schattingen al 2500 Damherten aldaar door zes! Kom je uit op 416 Damherten. Maar de Lynxen en Bruine beren eisten ook hun tol. Dat betekent nog minder herten. Let wel: een dergelijk laag aantal herten zou het gevolg zijn van een serieus streven naar meer natuurlijke omstandigheden.

De bobo’s die op verzoek van de Partij voor de Dieren eergisteren gezellig bijeenkwamen stelden onverdroten vast -met hardleerse oogkleppen op, geen kunst dus eigenlijk-, dat een niet door natuurlijke predatoren gereguleerde populatie niettemin natuurlijke gedragingen vertoont. Een sterk staaltje. De Trouw-journalist vroeg Van den Tweel niet om opheldering.

Hier volgt nu het letterlijk verslag zoals dat te vinden is op de website van de PvdD:

Bijeenkomst Tweede Kamer over beheer dieren in het wild: ‘Niet bijvoeren en ook niet afschieten’

10-04-2014

Wetenschappers en natuurbeheerders hebben woensdag hun visie gegeven op het beheer van dieren in het wild tijdens een bijeenkomst georganiseerd door de Partij voor de Dieren, naar aanleiding van de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten.  Natuurlijke populaties in plaats van bejaging van dieren: dat is wat de meerderheid van de mensen wil en wat volgens wetenschappers en natuurbeheerders het beste is voor de natuur.

Natuurlijke  populaties vergroten de zichtbaarheid van dieren en hebben positieve effecten op de natuur. “Mensen vinden het fantastisch om grote dieren te zien in de natuur. Het is zelfs een reden voor natuurbezoek”, aldus Teo Wams van Natuurmonumenten. Populaties passen zich aan aan hun omgeving”, zegt Hans Breeveld van Staatsbosbeheer.
Natuurfilosoof aan de Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit Jozef Keulartz legt uit: “Afschieten en bijvoeren zet natuurlijke mechanismen buiten spel. Door bejaging wordt de ontwikkeling van de natuur volledig om zeep geholpen”, aldus Keulartz. “Bij afschieten weet je niet of je de juiste selectie maakt. Er wordt ook op gezonde dieren geschoten”, geeft Femmie Kraaijveld van Staatsbosbeheer nog een argument tegen bejaging.

Er is brede steun voor het vergroten en verbinden van natuurgebieden om zo meer leefruimte te creëren voor grote hoefdieren. Voor overlast zijn volgens Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de wetenschappers  goede oplossingen, zoals wallen, hekken en roosters om akkers te beschermen.

De bijeenkomst werd gehouden om Kamerleden te infomeren over de mogelijkheden voor natuurlijk populatiebeheer, met het oog op het debat over wildbeheer op 16 april. Kamerleden werden geïnformeerd over beheer van dieren in het wild en stelden ook vragen aan de zeven aanwezige deskundigen.

Tot zover dat PvdD-verslag. Geen woord over de natuurlijke, dan wel bij ontstentenis van roofdieren, noodzakelijke menselijke aantalsregulatie. Want, beweert men koeltjes, dat wil de wetenschap niet, en de beheerders ook niet langer. Natuurlijke predatoren zijn zeker natuurlijk maar menselijke bejaging brengt althans de aantallen op een natuurlijker niveau, en dat is weer van belang voor een meer-natuurlijke vegetatiestructuur, die heeft invloed op de voorkomende planten en dieren. Wil men allemaal niets van weten. Daar zaten deskundigen bijeen.

Alle evidente feiten die Van Vuure aandroeg in zijn proefschrift  (dat eigenlijk een omvangrijk onderzoek is naar de vermeende ‘oorspronkelijke’ afstamming van de Konikpaard, de beeldvorming die het wilderige dier heeft veroorzaakt en de gevolgen voor het natuurbeheer, de ‘natuurontwikkeling’ ) werden niet alleen door de geleerden op deze PvdD-bijeenkomst doodgezwegen (noodgedwongen, dat óók wel: de gestrenge mevrouw dikke douairière M. Thieme zat immers straf voor), eveneens zwijgt de Nederlandse journalistiek het voor het natuurbeheer zo belangwekkende proefschrift van Van Vuure dood. Afgezien van de (positieve) woorden die Koos Dijksterhuis er in Trouw aan heeft gewijd.

Natuurmonumenten is een heilig huisje. Dit instituut heeft veel weg van de Hema, die wordt ook door iedereen op prijs gesteld. Echter, oude gebouwen val je niet lastig. Maar een grondig warenonderzoek moet bij Natuurmonumenten liever wel op gang komen.

Door de jacht ondervindt de natuur slechte gevolgen, zo beweert milieufilosoof Jozef Keulartz. Dat zegt hij zonder blikken en blozen waar mensen van het natuurbeheer bijzaten! Waarom brachten deze Keulartz niet de nadelige gevolgen onder ogen die de ongereguleerde megapopulatie Damherten had en nog heeft op de biodiversiteit van de duinen bij Haarlem? En heeft filosoof Keulartz nooit een verslagje gelezen over de kruiden-,  knaagdier- en vogelloze kaalvlakten die Oostvaardersplassen heet?

Anderzijds geldt natuurlijk en dat weet ik ook wel, mag je van een abstract denkende mens verlangen dat hij zich met aardse zaken bemoeit? De kamergeleerde zou in dat geval moeten bukken, hij loopt de kans  met de punt van zijn fijngevoelige filosofenneus  in de stinkende zompige moerasvlakte terecht te komen. Maar viezer zijn de smoesjes die Frans Vera de arme milieufilosoof op de mouw heeft gespeld.

Die Vera beweert over de Wapitiherten in Yellowstone National Park, in zijn Ontwikkelingsvisie Oostvaardersplassen uit 2008:  ”Het aantal wapiti’s werd niet door de wolven omlaag gebracht”.  Terwijl door de herintroductie van wolven, in 1995, in het Yellowstone N. P. het aantal wapitiherten daar met bijna 80 procent is verminderd!

Cis van Vuure trapte de klemzittende nooddeur open, en journalisten lopen gehaast verder. Die schenken geen aandacht aan hem, de verlosser, wel aan de valse natuurgoeroe Vera. Die met propagandistische kletspraat zijn kaalgevreten vlakten als onvervalste oernatuur aan de man weet te brengen. Al tientallen jaren lang, de stapels krantenartikelen puilen mijn werkkamertje uit.

Over fraudeurs valt smakelijk te vertellen en haleluja geloof is opwindender dan wetenschap. Laat de mythe van de oernatuur toch eens overwinnen! Praatzieke oplichters worden altijd het voordeel van de twijfel gegund, want de wetenschap is oersaai.  De Partij voor de Dieren is de sekte die dat laatste als eerste volmondig zal beamen.

kp

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>