Spechtenbomen halen ze neer. Wat is beschermd duinbos nog waard?

 

 

 

dood imagesTWEKVG3G
In een natuurlijk bos zie je naast liggend dood hout ook staand. In de Awd worden de staande dode bomen omgehaald. Dat gaat recht in tegen het reguliere natuurbeheer

 

Wat bezielt Waternet om een belangrijk natuurlijk kenmerk van het bos, het staand dood hout, tot de grond toe af te breken? Gisteren deed ik tot mijn schrik die ontdekking, in het duinbos ten noorden van ingang Oase.

Dit bos vond ik lange tijd een van de prachtigste binnenduinbossen. Met veel Zomereiken in de kroonlaag, ook inheemse Vogelkersen en enige Lijsterbessen in de struiklaag. Door overmatige hertenvraat is  inmiddels heel veel van de inheemse Vogelkers en vrijwel alle Lijsterbes verdwenen. Ja, de Damherten schilden de bast van decimeter dikke Vogelkersstammen en daardoor gingen zelfs  hoge boomvormige exemplaren dood. Aan de onderkant ziet het bos door het verdwijnen van de struiklaag er tegenwoordig kaal uit, je kijkt er dwars doorheen. De bewoonde wereld blijkt dichtbij.

In het duinbos stonden ook veel Amerikaanse vogelkersen. Die moeten uitgeroeid worden, aangezien ze door hun makkelijk zaadverspreiding en dominantie de inheemse biodiversiteit te gronde richten. Waternet is al enige jaren met een grootscheeps programma verdienstelijk bezig om de ‘prunus’ uit het duinlandschap te verdrijven. Dat doen ze letterlijk grondig. Met grijpers trekken ze grote struiken uit de grond. In het duin dat weer open landschap moet worden, voeren ze stammen en takken en hele wortelstelsels af, en die werkwijze leidt dan tevens  tot enige verschraling. Ook wordt wat kalk, samen met de wortels, uit de ondergrond naar boven gesleurd. In het aldus opgekalefaterde duin keert naar verwachting de rijke pioniersvegetatie van weleer terug. En dat soort duin is zo typerend voor de Nederlandse kust.

In december 2010 heb ik het Bos van Oase mogen opschonen van prunus. Dat wil zeggen, ik was er bijna. Evengoed heb ik er nog honderden Amerikaanse vogelkersen mogen ringen. De zomer daarop zag ik hoe de meeste bomen afstierven. Dit leidde tot een enorme toename van het gewenste staande dode hout. Dus twee vliegen in één klap.

Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al jaren dood. Mos begroeit het 'staand dood hout'
Deze Amerikaanse vogelkers is ooit geringd en al een tijdje dood. Mosgroei op het ‘staand dood hout’. Let op de ring. Foto: H. Hobo

 

Dood hout wordt wel de ”rijkste habitat in een gezond bos genoemd. Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50 procent van de totale bosfauna is afhankelijk van dood hout”, zo vermeldt het boek Bosbeheer en Biodiversiteit.

Dus vroeg ik me af, wat bracht de beheerder er in godsnaam toe om in een wettelijk beschermd natuurmonument, tevens Natura 2000-gebied -onderdeel van ‘n stelsel door Europa waardevolle geachte natuurgebieden- al het staande dode hout te vellen? Dat dode hout blijft weliswaar op de grond achter, -als dood hout. Maar is dit gezien de natuurbehoudsdoelstelling wel in de haak?

Deze boom is vroeger geringd. Een dode stam is ook de bestaansvoorwaarde voor dood hout- afhankelijke insecten. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Zinloos en schadelijk bosbeheer.
De oude ring van deze later afgezaagde boom is nog goed te zien. Zo’n dode stam is van groot belang voor insecten die gespecialiseerd zijn op staand dood hout. Waternet meende de stam af te moeten zagen. Een foute vorm van  bosbeheer. Foto: H. Hobo

 

Zeker niet! Hier volgen veelzeggende citaten uit het wetenschappelijke werk Bosecologie en Bosbeheer:

”Voor het optimaal functioneren van het bosecosysteem is het van belang dat zowel staand als liggend dood hout in verschillende verteringsstadia min of meer permanent beschikbaar is in ruimte en tijd.” -p. 429

“Een staande dode boom heeft als bijkomend voordeel dat deze geschikt kan zijn voor holenbroeders.”  -p. 432

En uit een ander boek, Bosbeheer en biodiversiteit: 

”De ideale situatie voor spechten wordt geschat op 8 m3/hectare liggend dood hout, 8 m3/ha staand dood hout en nog eens 14 m3/ha levende bomen met takken. Zeer kwetsbare dood-houtsoorten hebben naar schatting 70 m3/ha nodig. In veel omringende landen wordt 30 m3 /ha dood hout geadviseerd, of 5 tot 10 procent van de het aantal bomen of staande houtvoorraad per hectare. Het Gelders Landschap streeft […] de komende decennia naar een hoeveelheid van 30m3/ha en in bosreservaten van 70 m3/ha.” -p. 97

Kennelijk streeft de Awd-beheerder naar NUL m3/ha staande dood houtvoorraad en bepaald geen 70 kubieke meter!

Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteert de KNNV daar niet tegen?
Zoveel prachtige dood staand hout kent de Awd niet. De waarde voor zwammen, mossen, insecten en vogels lijkt niet door de Waternet-beheerder te worden onderkend. En protesteren de KNNV, de Vogelwerkgroep Zuid Kennemerland of Vereniging Natuurmonumenten daartegen? Helaas niet.

 

En heeft de boswachter soms een hekel aan spechten? Toen ik na dagen werken bijna die Oaseklus geklaard had, verscheen opeens in het bos vanuit het niets boswachter Heeremans. Dat was volgens mijn notitieboekje op 30 december. Daarvoor is de boswachter: om midden in het bos overtreders onverhoeds in de kraag te vatten. Maar ik had een vergunning. Nee, op een andere manier kreeg ie me te pakken. Hij was zei hij helemaal niet gediend van ringen. Hij zei niet langer ‘tegen de rommel’ te willen aankijken; ik had ook kleine struiken ongeveer op een meter hoogte afgezaagd en de takken her en der neergegooid (de uitlopers zou ik later in de zomer afhakken, de stam sterft dan uiteindelijk af. Hetgeen hier niet nodig bleek; er kwamen zoveel herten bij dat dié de klus klaarden. De les: bambie is nog ergens goed voor).

Hier - in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden , een overtreding van de Nbwet!
Hier – in het zuiden van de Awd- zijn omvangrijke populieren geveld. Had ze dan geringd! Dan kreeg je dood hout en creëerde je grote natuurwaarde. Omzagen betekent aantasting van de potentiele mogelijkheden, het dwarsbomen van de natuurlijke mogelijkheden. Is dat geen overtreding van de Nbwet! Foto: Henk Jan Koning

 

Verder kondigde hij aan mijn activiteiten in een vergadering te zullen bespreken. Hij adviseerde mij me aan te sluiten bij de groep vrijwilligers. Die groep zaagt in het open duin van de prunusstruiken in de rondte takken weg, zodat de kraan makkelijk om het zo ontstane takkenskelet heen kan grijpen. De zwaarste struiken trekken ze aldus uit de grond. Nu, daar is het de bedoeling om het kale open duin terug te krijgen.

Maar liever houd ik mijn eigen werkwijze, en mijn eigen projecten moeten gewoon af. Al vele jaren behandel ik een groot deel van de oostrand van de AWD, een kilometer of zeven lang. Veel was toentertijd gereed gekomen; prunusloos geworden!

Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat.
Dit is te zien als een klein dood hout-reservaatje (dode geringde prunus) aan de rand van de Awd. Door een herkenbare achtergrond is altijd vergelijking mogelijk met de situatie als het beheer zijn vernielend boswerk -kaalkap- heeft hervat. Foto: H. Hobo

 

De boswachter kwam me opeens angstaanjagend voor. Zou ik na jaren gratis gewerkt te hebben aan hun achterstallig onderhoud, zomaar aan de kant worden gezet? Des te erger zou dat wezen, daar deze boswachter voorstellen koestert die bosbouwkundig geen hout snijden.

Hij wreef me onder de neus dat er voor het volgende jaar voor mij een werkverbod inzat. En nogmaals, of ik die ‘rommel’ niet uit het bos wilde slepen? Dood hout hoort thuis in het bos, dacht ik, maar dat zei ik maar niet hardop. Hoezo iemand iets wijsmaken die laat zien weinig verstand te hebben van natuurbosbeheer? Bovendien zou ik met een opsporingsambtenaar in discussie treden over wat hij kennelijk als een overtreding beschouwt. Ten principale onjuist.

Op 16 februari 2011 werkte ik in een ander bosdeel, -mijn activiteiten zijn dan hier dan daar, ik verspreid ze voor de afwisseling, ook om de boel een beetje in de gaten te houden. Had ik het bos van Oase nu maar eerst afgemaakt!

Daar kwam hij al naar me toe. Ik kreeg te horen dat het nu afgelopen was. Mijn vergunning was per direct ingetrokken. Een week later zat ik in Leyduin rond de tafel met de heren Immerzeel en Olijhoek, respectievelijk teamleider en hoofd terreinbeheer van Waternet. Ik kreeg een vel papier mee naar huis. Daarop stond dat het ringen van bomen niet is toegestaan, verder dat bomen hoger dan vier meter niet mochten worden omgezaagd. Ze verboden me niets. Maar feitelijk waren mijn handen gebonden; ik kon effectiefs niks meer doen.

De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken omstrengeld.
De dikke rechte boom is een geringde Prunus serotina, hij groeide te midden van de inheemse Prunus padus, die hem met zijn takken liefdevol omstrengeld. Foto: H. Hobo

 

’Bomen met holen, spleten, rottingsgaten’’, -dienden gespaard te blijven! Dat stond óók op dat velletje. Nota bene houden geringde prunusbomen hun holen en spleten. Of je schept, door nieuwe bomen te ringen nieuwe dode stammen, die geschikt zijn voor spechtensmidse. Drong dat niet door tot het Awd-natuurbeheer? En bovendien, de waardevolle, staande dode bomen konden gezien de recente kapactiviteiten, opeens wél gemist worden?

Voor dergelijke ergerlijke nonsens wenste ik niet te tekenen. Ik stapte met mijn verhaal naar het Haarlems Dagblad. En zo kon ik mijn gram halen. Immerzeel verklaarde in het artikel  (HD, 11 maart 2011) te zijner verdediging: ‘’Een bos vol geringde bomen ziet er niet uit. Recreatie is ook belangrijk in het duingebied.”

Is de Grote bonte specht niet welkom? De recreant stoort zich aan dood hout, zo beweert de beheerder in de krant.
Is de Grote bonte specht niet meer welkom? De recreant stoort zich immers aan dood hout, zo beweert de beheerder in het Haarlems Dagblad.

 

Recreantensentiment stellen boven verantwoord natuurbeheer in een beschermd natuurmonument. Dat is toch de omgekeerde wereld. En in het bos bij Oase komen maar weinig mensen ; het bos ligt buiten de drukkere wandelroutes. Waar gaat het over.

Echter, door dit vrij stille bos mag volgens dezelfde beheerder wél een nieuwe menselijke infrastructuur van een fietspad worden aangelegd. De drukte die dat met zich meebrengt deert alleen die ene rustzoekende wandelaar. Wat zou het, we zullen hem klein krijgen. Hij ook! En de natuur, telt die soms? En ach, de natuurbeschermingswet, meneer Immerzeel!

Immerzeel’s weinig verheven opvatting zien we terug in de Beheervisie Amsterdamse Waterleidingduinen 2011-2022. De tekst beslaat amper twee kantjes. De beheervisie lijkt een manifest die de Awd uitroept tot randstedelijk pretpark. ‘’Bezoekers kunnen kiezen of ze willen wandelen, sporten, paardrijden, huifkar rijden, spoorzoeken, dieren en planten spotten of gewoon luieren. Alles kan.”

Dat is de schamele visie van en van de natuur vervreemde hoofdstad, die elk stukje groen kennelijk wil inlijven bij het Vondelpark. Douw de toeristen er maar in.

‘’Alles kan’’ luidt het devies. Zaag dus gerust de dode bomen om,  hoe noodzakelijk ze ook mogen zijn voor de spechten. Zaag ook levende bomen om, in plaats van ze te ringen. Zaag de stammen in stukken en sleep die het bos uit. En dat laatste gebeurt, levende bomen vellen, zoals ik gisteren aan de sporen kon waarnemen. En zo vervalt een beschermd natuurmonumenten tot ordinair productiebos.

Alles kan. Ook een stuk beschermd Duinbos kaalslaan, de boom in mootjes zagen en mee naar huis nemen. De vervuilende houtkachel moet zeker branden. Daar waar een gewetensvol natuurbeheerder de prunusbomen zou ringen en laten staan! Foto: H. Hobo

 

Bij welk raadslid zou je kunnen klagen. Dat er verkeerde dingen gebeuren in een onder zijn of haar verantwoordelijkheid ressorterend beschermd Natura 2000-duinbos nummer H2180? Niet één raadslid zal reageren, dat weet ik uit ervaring al te goed.

Amsterdam is links en links houdt niet meer van natuurbehoud, i.t.t wat velen denken. Puur uit een behoefte om getuigenis af te leggen zal ik over deze  kwestie drie minuten inspreken voor de commissie. Puur uit behoefte, want zodra je daar het woord neemt staren de raadsleden als bij toverslag gebiologeerd naar hun laptopje. Kunnen ze drie minuten van de vergadering even aan belangrijkere dingen wijden. Maar het moet gezegd.

K. Piël,  Amsterdam

Literatuur:

Bosbeheer en biodiversiteit, door Patrick Jansen en Mark van Benthem. Stichting Probos. Utrecht 2008.  215 blz.

Bosecologie en bosbeheer, door Jan den Ouden, Bart Muys, Frits Mohren en Kris Verheyden (red.) Leuven, 1e druk 2010. 674 blz.

Kevers van dood hout, door Kris vande Kerkhove, Luc Crêvecoeur, Arno Thomaes & Frank Köhler. De Levende Natuur. Blz. 182-186. Sep. nr. 2013

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>