Verstand op nul. Natuurlijk proces op oneindig

In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr geworden.
In het natuurbeheer is massaliteit tegen woordig oerrrr…..

 

Gezien de zorgelijke toestand waarin de Amsterdamse Waterleidingduinen met het Damhert kwam te verkeren nam de Amsterdamse gemeenteraad op 11 september 2013 de motie Jager (PvdA) aan.

De motie stelt dat: ‘’Waternet overgaat tot duurzaam beheer van de kudde, gericht op stabilisatie van de populatie waarbij natuurlijke processen zoveel mogelijk een beloop krijgen.’’

Volgens de motie mocht er ook niet worden bejaagd. Ogenblikkelijk rijst de vraag of een jachtverbod niet in conflict komt met de doelstelling van een ‘’stabiele populatie’’.

Want alleen beheersjacht garandeert de nodige stabiliteit, althans in de aantallen. Nu de motie de jacht uitsluit zal de populatie doorgroeien tot ‘aan het plafond’, tot het moment dat de voedselvoorraden voor de Damherten zijn uitgeput. Dan is de hertenpopulatie inmiddels tot fabelachtige dichtheden aangezwollen, in een mate zoals die onder meer natuurlijke omstandigheden niet zal voorkomen.

Jager wil evenmin de Wolf introduceren. Ik bedoel hier meneer Jager, het raadslid. De hoge aantallen herten die nu al jarenlang de Awd onveilig maken tot schade van flora en fauna staan in geen enkele reële verhouding met de natuurlijk processen zoals de motie die beoogt. De vraag staat hier centraal: wat is een ‘natuurlijk proces’.

De beheerder slaat geen acht op de co-evolutie

De door Amsterdam gewilde natuurlijk processen kunnen het niet stellen buiten de natuurlijke predatoren. Zoals de Wolf, die in staat is onder natuurlijke omstandigheden de aantallen herten drastisch binnen de perken te houden.

Maar eerst iets over de invloed van de Wolven, en mogelijk andere roofdieren, op de vorm en functie van het Damhert. Wat gebeurt als de Wolf er niet meer is; treedt er bij herten geen domesticatieproces op? Inderdaad, de Damherten dreigen eigenschappen te verliezen die ze in een langdurige co-evolutie met hun roofvijanden hebben verworven .

Over enkele eigenschappen die de waarnemer opvallen. Bij herten valt de sprint op. De aanvallige dieren bezitten tevens een goed gehoor. Die eigenschappen stellen de herten in staat een snel heenkomen te zoeken wanneer roofdieren, Bruine beren en Wolven en in mindere mate de Lynxen, in de buurt komen.

Beide kenmerken, gehoor en loopvermogen, versterken elkaar, ze vergroten de voorsprong .Toch vallen er dieren ten prooi. Maar zonder de ver ontwikkelde zintuigen -en de loopspieren en het ranke gestel- stierf het hert uit, werd het door zijn predatoren nét wel uitgeroeid. Het natuurlijk evenwicht bestaat wel.

De oren zijn er niet op gespitst om het gras te horen groeien, zoals de heer Jager aan het Waterlooplein misschien denkt. Neen, het gras vinden ze op het zicht, waarbij herten wellicht verder selecteren met het reukvermogen. De viervoeter heeft zeer waarschijnlijk ook niet zulke snelle poten gekregen om voor de hete zomerzon uit het bos in te vluchten, voor koelte en schaduw. De bosrand haalt hij voor dat doel evengoed.

De motie hield geen rekening met deze co-evolutionaire kant van het Damhert. In de uur durende beraadslaging in de Amsterdamse raad, die in zijn geheel was gewijd aan leven en dood van bambie, miste ik node een snuggere opmerking hierover.

Maar als je niet bereid bent om voor jezelf een voorstelling te maken van het natuurlijke habitat van het hert, spreek dan liever niet van natuurlijk processen. Dat is een te dure term voor raadsleden, die in de regel weinig op hebben met natuurbeheer.

Predatoren bepaalden voor een deel tijdens een langdurige evolutionaire interactie anatomie, fysiologie en ecologische functie van herbivoren, inzonderheid de herten. In het geval van een wegvallen van dat ene aspect -dat miljoenen jaren omvattende natuurlijke proces van predatie-, zijn die verworvenheden van het Damhert onherroepelijk aan erosie onderhevig. De alertheid neemt af: er zijn geen roofdieren die op herten loeren en de laatsten hoeven niets meer in de gaten houden. Gevolg: bambie wordt aartslui. Verworven karakteristieke biologische eigenschappen worden aldus danig op de proef gesteld, het resultaat is verandering van fysiologie en anatomie. Als gevolg van een niét langer verlopend natuurlijk proces verminderen reuk en gehoor, deze veranderen hoe dan ook; het proces is niet langer een natuurlijk proces. Wel een spontaan proces, de mens grijpt niet in.

De grote roofdieren keren waarschijnlijk niet gauw terug in de AW duinen. Voor de Wolf is het gebied te klein om een roedel te bevatten die een effectieve wolvenjacht mogelijk maakt. Zelfs is het de vraag of een behoorlijke roedel een onnatuurlijke overpopulatie qua aantal weet terug te brengen tot meer natuurlijke proporties. In de literatuur lees je van schaarse voorvallen waar een dergelijke aantalsreductie achterwege blijft.

Afgezien van de getalsmatige kwestie ziet de toekomst er voor het Damhert in de Awd er dus weinig rooskleurig uit. Dat het hert in ons land wegens het ontbreken van natuurlijke predatoren een domesticatieproces tegemoet gaat, -we kunnen het Amsterdam niet euvel duiden. Jager gaat wat dat betreft vrijuit. Maar niet de jagers als groep.

Hun hulp roepen we in om de aantallen herbivoren te limiteren, zoals de natuurlijke predatoren dat in het verleden deden.

Geen topnatuur zolang de begrazing óver de top is.

Omwille het oplosbare vraagstuk der aantallen zou de van de natuurbeheer vervreemde stadsmens niet langer de baas moeten willen spelen over de natuurbeheerder. De raadsleden moeten een kloek besluit nemen en het beheer overlaten aan de vakmensen: de natuurbeschermers. Die zijn overal ter wereld gewend te beheren, ook met het geweer. Waarom zou je de  ‘Topnatuur’ van de Awd uitzonderen?  De directeur van de Awd, de heer Cousin, liet de handige pr-kreet Topnatuur ongegeneerd knallen tijdens een commissievergadering. Zijn onderzoekrapporten, die elke keer weer meer hertenschade melden, spreken geenszins van Topnatuur.

Welke vegetatie zal onder begrazing van herten ontstaan? Een belangrijke vraag voor de instandhouding van de biodiversiteit. Bij een natuurlijke lage dichtheid (deze wordt uitgedrukt in aantal herten per 100 hectare), behoudt het bos zijn typische kruid- en struiklaag en de boomverjonging blijft overeind. Hoge dichtheden, met meer dan twee Edelherten per 100 hectare, brengen het bos in verval, verjonging door opgroeiende bomen blijft achterwege, en het bos veranderd op den duur in open terrein.

De vegetatiestructuur is voorts bepalend voor de plantensoorten die er voorkomen. Typische bosplanten vestigen zich  waar bos voor lange tijd kan voortbestaan. Op open terrein planten die horen bij open terrein. En planten bepalen op hun beurt het voorkomen van diersoorten. Vaak zijn dieren gespecialiseerd op bepaalde planten: de vlinder die een bepaalde plant voor nectarbezoek uitkiest en mogelijk weer een ander plant als waardplant voor zijn rups. Paddenstoelen voor het bos, of soorten die aangepast zijn aan het open grasland, enzovoort.

Predator als bemiddelaar tussen herbivoren en vegetatie

Van de 47 hertensoorten die de wereld kent, zijn er 11 die hoge dichtheden kunnen bereiken (McShea, 2005). Een van de elf is de in de Randstad veelbesproken Damhert, alias Bambie. Deze bereikt in de Awd in het binnenduinbos van het Vinkenveld inmiddels het recordaantal van 190 dieren per honderd hectare (Parels van de duinen 2014).

De motie die stelt dat de damherten, de lievelingen van het grote publiek, niet mogen worden afgeschoten, behalve de dieren die ondraaglijk lijden (en die zich dan schielijk in een verborgen struweelhoekje terugtrekken waar ze nooit door de boswachter worden gevonden; de motie is op dit punt wat aan de hypocriete kant), die motie zal niet de natuurlijk processen op gang brengen. Integendeel, in natuurgebieden waar alle oorspronkelijke ecologische relaties intact zijn, c.q. de functionele relatie predatoren-herbivoren, halen de herten in de gematigde luchtstreken zelden hogere aantallen dan twee Edelherten per honderd hectare (wat overeenkomt met vier Damherten, althans als je kijkt naar de voedselopname; overigens is de Damhert een exoot).

Dat natuurlijke aantal stemt overeen met de lage aantallen van 1 á 2 Edelherten die de bosbouwers op de Veluwe claimen om de bosverjonging voor overbegrazing te behoeden . Nu lopen in het Awd-duinbos van het Vinkenveld dus 190 damherten per 100 ha. Hoe durven de Amsterdammers een dergelijk uit elk zinnig verband getrokken aantal een natuurlijk proces noemen?

Dat was dus het tweede punt, de aantallen, waarop eens de aandacht gevestigd mag worden, niet dan na even hierboven te hebben stilgestaan bij de deformatie van een oorspronkelijk wilde soort wanneer de wilde roofdieren ophouden te bestaan.

Al met al had Jager en zijn PvdA, en in zijn kielzog de hele Mokumse gemeenteraad, er beter aan gedaan de kaken stijf op elkaar te houden in plaats van de wijsneuzen uit te hangen.

De zaak op zijn beloop laten, – bij afwezigheid van die grote vormende en limiterende factor, de natuurlijke predatie-, en het tegelijkertijd wél toestaan van onnatuurlijk hoge aantallen herbivoren doordat er een jachtverbod is op aantalsregulatie-, het betekent dat er hooguit sprake kan zijn van een spontaan proces. De les die hieruit volgt:

elk natuurlijk proces is spontaan, maar niet elk spontaan proces mag je onder die van de natuurlijke rangschikken.

De man die in de vorige eeuw de Wolf op de Veluwe wilde herintroduceren, de charismatische natuurbeschermer dr Harm van de Veen sprak eens over ’de natuur van de dakgoot’. Natuur die zich spontaan ontwikkeld kan interessant en waardevol zijn, maar correspondeert niet noodzakelijkerwijze met de natuur zoals die buiten de historische invloed van de mens om zou hebben bestaan, zo hield hij ons voor. Het ging Van de Veen vooral om een reconstructie van de meer oorspronkelijke natuur.

Met genoegen presenteer ik enige uitspraken van personen die in hun jeugdjaren met weinig aandacht het debat over de begrippen spontane versus natuurlijke natuur hebben gevolgd. Aanstonds zal blijken dat zij in de collegebanken van de vakgroep natuurbeheer hun nachtelijke roes hebben zitten uitslapen.

In het blad Duin, van de stichting Duinbehoud, poneert Arnoud van der Meulen de stelling dat populatiebeheer de ‘natuurlijke processen’ in de weg zit. Hij stelt: “Als het aantal damherten de draagkracht van het gebied nadert, remt de groei vanzelf af door beperkende factoren’’.

De uitgebreide literatuur laat er echter geen twijfel over bestaan: een van die ‘beperkende factoren’ tijdens de natuurlijke processen is de predatie. Die oefent zijn werking uit lang voordat genoemde  ‘draagkracht’ is bereikt, dat wil zeggen, lang voordat al het voor herten in voldoende mate aanwezige voedsel op is.

Het eerste slachtoffer dat in de Awd ten prooi viel aan de kaalvraat van het Damhert is het duinbos. De bast van de struiken werden geschild, de bladeren opgepeuzeld; er is daar geen ondergroei meer aanwezig. Dat was al het geval in 2011, toen  Duinbehoud het artikel schreef. Er werd gewoon geen melding van gemaakt.

Hij schrijft dat het punt van de draagkracht ‘waarschijnlijk’ al is bereikt. Toen, in 2011 waren er 1500 herten geteld. Maar voorjaar 2014 2200.  Liefst 47 procent erbij.  Kende Duinbehoud zijn literatuur, dan kon het weten dat elders in Europa voorbeelden waren van 6000 Damherten, en daar kan het naar toe gaan.

In de grond van de zaak heerst er diepgaande onkunde over het verschil tussen spontaan en natuurlijk. ‘Afschot is een kunstmatige  ingreep die al deze natuurlijke processen verstoort’, schrijft Van der Meulen onbekommerd. Elke natuurbeheerder weet dat een ingreep de natuurlijkheid kan bevorderen en nergens gaat dat zo goed op als bij het beheer van herten. Zonder die kunstmatige ingreep verliest het duin veel van zijn natuurwaarden. Hoe kan een stichting die het duinbehoud in zijn vaandel heeft staan dergelijke onzinnige dingen beweren, maar de vermeldenswaardige verzwijgen.

De uitglijers van Alterra

Groot Bruinderink is jaren onze grote nationale wildbioloog geweest, in dienst van Alterra. Onlangs ging hij  met pensioen. Hij stelt dat als gevolg van de toename van de Damherten de lagere dichtheden van de Ree ‘’als natuurlijk moet worden beschouwd’’ (Groot Bruinderink et al, 2009)

Als voorbeeld noemt hij een zeer hoge stand van 180 Damherten per honderd ha. Zulke hoge aantallen Damherten verjagen de Ree, ja logisch, maar dan hebben we het over duidelijk kunstmatige hoge aantallen. Is dat natuurlijk te noemen? Een blunder van Alterra, die bovendien de banvloek slaat met elke vorm van wildbeheer.

Bruinderink citeert zichzelf in onderhavig Alterra-rapport getiteld Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, beoordeling Damhert. Het werd vervaardigd ’In opdracht van Statenfractie Partij voor de Dieren, Noord-Holland’.  Daar komt de aap uit de mouw.

Alterra is met andere woorden niet objectief geweest. Hoe gewillig buigt een onafhankelijk geachte onderzoeksinstituut voor de wens van een politieke partij. Die maar één dogma koestert in zijn semi-religieuze vervoering, dat met vette letters in zijn catechismus staat gepend : de jager hel en verdoemenis toewensen. Pardon dierenvrienden: de plezierjager.

Groot Bruinderink en co-auteur Lammertsma merken op: ‘’gehanteerde begrippen als duurzaamheid en een natuurlijke populatiestructuur worden daarmee inflatoir: dat is immers een doel dat door de feitelijke gang van zaken [d.w.z. het afschot –kp] wordt gefrustreerd.’’

De jacht frustreert duurzaamheid? Dat is de omgekeerde wereld. Buiten Nederland wordt de jacht beschouwd als middel bij uitstek om, waar nodig, de natuurlijke vegetatie te herstellen. Zonder dat er sprake is van natuurlijke predatie -want over dat laatste hebben ze het niet-, suggereren Groot Bruinderink et al. de mogelijkheid van een ‘natuurlijke populatiestructuur’. Dan gaat Alterra er kennelijk vanuit dat de natuurlijke predatoren geen wezenlijke invloed hebben op die natuurlijke populatiestructuur? Hoe nu. Als de natuurlijk jager dan toch niet zoveel verschil uitmaakt, dan leidt menselijke bejaging wellicht tot een even natuurlijke populatiestructuur, of een die daar in de buurt komt. Als je maar onder de juiste leeftijden de juiste aantallen afschiet. Zo zie je maar wat drank aanricht in de collegebanken.

Inflatoir is het begrip natuurlijkheid, zeker op de manier waarop Alterra dat  opvat.  Misverstaan, omdat het rapport voorbijgaat aan de meer natuurlijke dichtheden.

De dichtheden van de herten zijn bepalend voor een al of niet natuurlijk te noemen vegetatie (met name het duinbos), of bepalend bij de instandhouding van overige biodiversiteitswaarden (zoals het open duinlandschap dat deels een artefact is). De jacht is het enige middel van beheer, en uitgerekend dat middel noemt Alterra ‘frustrerend’. Alterra kan onderafdeling van Duinbehoud worden.

De Totale Bambie is geen Natuurlijk Proces.

Een andere grootheid in de geweldige Nederlandse natuurbehoudswereld is de bekende Frans Vera. Nederland mag hem dankbaar zijn voor de totstandkoming van het oostelijke deel van de Oostvaarderplassen. Daar was oorspronkelijk een spoorlijn geprojecteerd. De man weet als geen ander politicus in de lage landen de publiciteit  flink naar zijn hand te zetten. Door zijn publicaties werd de spoorlijn, die er al bijna lag, naar het oosten op geschoven.

Voor het overige is de man een leger des heils soldaat, vooral verveelt hij met zijn niet aflatende propaganda voor zijn theorieën over het natuurbeheer, inzonderheid het karakter van de bossen zoals die hier van nature volgens hem zouden voorkomen.

Zijn fundamentele preken over de Nieuwe Wildernis trekken al decennia lang volle zalen en oogsten veel bijval. De volksmisleiding resulteerde in overbegrazing en afbraak van het Nederlandse bosareaal, de natuurontwikkelingsgebieden kregen niet de kans uit te groeien tot  biologisch interessant en veelzijdig natuurterrein.

De OVP is een door veredeld huisvee kaalgegraasde kleivlakte. Het is de natuurlijke metafoor van een plat gebombardeerde stad in oorlogstijd. Vanuit de trein is het elke keer een spektakel om naar te kijken, daar niet van. Gelukkig is zijn theorie die hij goedgelovig liet steunen op hulpwetenschappen als palynologie en archeologie door de vakspecialisten in de prullenbak gegooid. Voor sommigen was zijn proefschrift Metaforen voor de Wildernis aanleiding om gericht naar antwoorden te zoeken op concrete vragen die het opriep. Om vervolgens zijn bostheorie nog een knauw na te geven.

Frans Vera kan je met gemak de Messias van de Oernatuur noemen, de Verlosser van het naar Authentieke NatuurErvaringen smachtende volk. Iemand die iets bijzonders weet te verkondigen over de afstamming van de wereld, kan altijd rekenen op een sekte die voor hem door het vuur gaat.

Over de Oostvaardersplassen verscheen, zoals dat toegaat, een oud-testamentisch aandoend beeldverslag, een film. De Nieuwe Wildernis. Velen waren ontroerd, sommige verlieten de bioscoop onder het plengen van stromen tranen. Dat zielige veulentje, en toch zo echt Op en Top Wildernis.

Maar een religie of een socialistische dwangstaat kan het niet lang volhouden zonder inquisitie of concentratiekamp. Het OVP-vee mag daarom periodiek massaal doodhongeren. Het is de prijs voor de afwezigheid van Wolven en Bruine beren. Die hadden de aantallen herbivoren anders op hun gulzige manier al verslindend gedecimeerd. Maar dan was de ‘ecologische draagkracht’, die helaas ten onrechte als norm is gaan gelden, in de vorm van hongeroedeem met bijbelse proporties, nooit bereikt.

De Oostvaardersplassen liggen in een droogmakerij. De Amerikanen zijn gek op Holland. Eenkennig lopen de yanks weg met onze klompen, dijken en polders. Des te bewonderenswaardig dat Vera, de om zijn betrouwbare nieuwsvoorziening geroemde The New York Times op 18 september 2013 zover wist te krijgen de door hem in het leven geroepen mythe zonder enig kritisch commentaar te laten afdrukken; ”This gave a window into what large parts of the Netherlands looked like in the past’’

Waarmee Vera weer een staaltje te beste gaf van zijn grote overredingskracht. Bij ons thuis lezen we in het boek Wildernis in Nederland-het verhaal van bossen en beesten, zijn evangelie er nog eens goed op na. We lezen de blijde boodschap van een ‘nagenoeg ongerept oerlandschap’. Het is een echt kerstverhaal. De film werd ook in de kerst op de tv vertoond.

De kracht van Vera zit niet zozeer in zijn argumentatie. Die snijdt geen hout, het is meer orakeltaal á la Lou de Palingboer. Als begaafd pr-man is hij desalniettemin razend populair onder de journalisten van de Nederlandse kwaliteitskranten. Die zijn tuk op de laatste berichten uit de kersverse Oernatuur. Ik lees die verhalen altijd met genoegen, wat is leuker dan je tot op het bot ergeren, het maakt het leven met zijn opflakkerende momenten van saaiheid  de moeite waard.

De laatste jaren lijkt Sinterklaas op zijn retour. Hij zoekt steun en toeverlaat bij het kader van de PvdD. Dat de diersentimentalisten fel opponeren tegen de beheersjacht, moet Vera wel bevallen. Zijn afgodsbeeldje van de oernatuur is die van enorme kuddes herbivoren die permanent de bossen door kaalvraat een zeer open karakter verlenen, terwijl hij kranig volhoudt dat de predatoren een ondergeschikte rol spelen bij het reguleren van de aantallen herten. Zware boekenkasten van de wetenschappelijke instituten die bijna unaniem het tegengestelde verkondigen, hoeft de grootste illusionist die het Nederlands natuurbehoud voortbracht niet weg te toveren. In ons land heb je die boekenkasten niet. Anders zou hem dat met het grootste gemak lukken. Niet nodig ook. Geen natuurbeheerder leest immers die boeken.

De Awd is op weg naar een tweede Oostvaardersplassen en het grote publiek vindt het prachtig. De nieuwe duinwildernis van de Awd zal op den duur ook een oerrrr spannende Serengetivlakte opleveren. Dat zomaar in eigen land. En je hoeft er geen dure reis voor te betalen. En de jager zetten we neer als een buitengewone schoft, een barbaar. In een land waar 95 procent van de bevolking met smaak en plezier vlees naar binnen werkt – zo vlak na kerst ligt men onder de uitvallende dennenaalden nog bij te komen van de tonnen wildbraad en kalkoen-, is het ironisch genoeg populairder dan ooit om met zijn allen mee te doen aan de hetze tegen de plezierjacht.

Natuurbeheerders doen er angstvallig het zwijgen toe. De kale biologisch verarmde vlakten waren nimmer hun oorspronkelijk doelstelling geweest. Maar niemand interesseert het zolang die vlakten goed zijn voor het draagvlak van het natuurbehoud en de ledenadministratie.

Mij komt het voor dat er een diepe tegenstelling is ontstaan tussen de dierenbeschermers enerzijds en de natuurbeschermers anderzijds. De laatste zijn voorlopig aan de verliezende hand. Of het is al veel erger, ze gingen er massaal met de staart tussen de benen vandoor om een holletje te zoeken onder de welriekende rokken van toverkol met bezem, M. Thieme in Den Haag, dat andere fenomeen. kp

Literatuur

Groot Bruinderink, G.W.T.A en D.R. Lammertsma. Faunabeheerplan Noord-Holland 2009, Beoordeling damhert. Alterra-rapport 1930, Wageningen.

McShea, William J. 2005. Forest ecosystems without carnivores: When ungulates rule the world. Bladzijden 138-153 in: Large Carnivores and the Conservation of Biodiversity. 2005. Island Press, Washington, Covelo, London

Vera, F.W.M., Buissink, F en Weidema. 2001. Wildernis in Nederland –het verhaal van bossen en beesten. Trion, Baarn

Vermeulen, Arnoud van der. 2011. Damherten in de duinen. Een grazende attractie. Julinummer DUIN

Parels van de duinen 2014, -download: https://www.waternet.nl/media/721965/parels_van_de_duinen_2014.pdf

 

 

 

 

 

Een gedachte over “Verstand op nul. Natuurlijk proces op oneindig”

  1. Uitstekend stuk. Mooi dat je met de wetenschap feiten aan kan tonen, die je met gezond verstand ook zou kunnen begrijpen. Wel een beetje lang stuk. Ik ben bang dat degenen die het zouden moeten lezen, het niet uitlezen.
    Om iets te veranderen is iets anders nodig. Logica werkt niet voor de besluitvorming – wel voor het omturnen van de publieke opinie. Maar dan moet het wel gelezen worden.
    Zelf probeer ik dit sinds 2012 met de site JachtArgumenten.nl, sindsdien door pakweg 10.000 mensen bezocht, maar om de geestelijke vervuiling door de dierenlobby tegen te gaan heb ik recentelijk een artikel geplaatst op Joop.nl onder de titel “Weg met het zielige diertjes sentiment “:
    http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/30014/
    Verspreid deze link zoveel mogelijk via Facebook! Binnen enkele dagen is het meer dan 11.000 bekeken. Dat moet 100.000 worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>